Door: Ewald Engelen

Gepubliceerd door: De Groene Amsterdammer (26-4-2017)

Volgens Keynes is menig politicus de slaaf van achterhaalde economische theorieën. Als je de Britse econoom Kate Raworth mag geloven zijn we dat allemaal en loopt onze slavernij via beelden. In haar onvolprezen Doughnut Economics dat vorige maand bij Random House verscheen, betoogt ze dat onze economische verbeelding volledig in de greep is van achterhaalde plaatjes.

Aan de hand van zeven grafieken die in ieder economisch handboek kunnen worden aangetroffen, laat Raworth zien dat het dominante economische denken en het daarop geënte beleid aan de wieg hebben gestaan van onze crises. Door de mens op te vatten als egocentrisch individu; door de economie te zien als een gesloten systeem; door de markt te beschrijven als een afzonderlijk domein; door vraag en aanbod als gegeven te beschouwen; door te geloven in de noodzaak van exponentiële groei; en door economische groei als oplossing te zien voor zowel ecologische als ongelijkheidsvraagstukken.

Ik zal hier niet alle punten bespreken die Raworth in haar boek maakt, maar me beperken tot de laatste twee. Groei als noodzakelijke voorwaarde voor sociaal-economische gelijkheid. En groei als sine qua non voor verduurzaming. Beide worden afgebeeld als omgekeerde U-vormige curven. Bij een laag peil van economische ontwikkeling is de sociaal-economische gelijkheid hoog, bij een gemiddeld peil neemt de sociaal-economische gelijkheid af, om pas bij een hoog peil van economische ontwikkeling weer toe te nemen.

Het was de Russisch-Amerikaanse econoom Simon Kuznets die in de jaren vijftig van de vorige eeuw zijn naam aan deze economische ‘wet’ verbond. De redenering erachter was simpel: hoe meer toegevoegde waarde de verstrekkers van kapitaal in eigen zak mogen steken, hoe groter de financiële prikkel om te investeren, hoe hoger de economische groei. Tot die groei zo’n vaart heeft gekregen dat het in de vorm van een verzorgingsstaat ook de minstbedeelden bereikt en de ongelijkheden weer doet afnemen: een stijgend tij dat uiteindelijk alle boten optilt.

Eerst groei, dan komen de leuke dingen voor de arme mensen vanzelf

In vrijwel ieder politiek debat over ontwikkelingssamenwerking, arbeidsmarkthervorming, begrotingsbeleid of belastingheffing klinkt deze premisse door. Groei moet, want alleen als de economie groeit kunnen we onze verzorgingsstaat betalen. Het is al vijftig jaar het voornaamste economische dogma: eerst groei, dan komen de leuke dingen voor de arme mensen vanzelf. Raworth maakt er gehakt van. Onderzoek toont aan dat Kuznets er maar een slag naar sloeg. De correlatie tussen ontwikkeling en ongelijkheid is zwak tot non-existent. Bovendien heeft Thomas Piketty in Kapitaal in de 21ste eeuw laten zien dat ongelijkheid niet nodig is voor economische groei; in de VS en Europa ging de hoogste groei gepaard met de grootste gelijkheid. Terwijl Richard Wilkinson en Kate Pickett in The Spirit Level hebben aangetoond dat toenemende ongelijkheid de economie juist schaadt.

Hetzelfde geldt volgens Raworth voor de claim dat groei en vergroening elkaar vooronderstellen. De zogenaamde ecologische Kuznets-curve is gebaseerd op dezelfde redenering als de oorspronkelijke versie: je moet rijk zijn om de verduurzaming van je economie te kunnen bekostigen. Weer blijkt er niets van te kloppen. Economische groei leidt weliswaar binnenlands tot grotere grondstofefficiëntie, maar als je daar het beslag op buitenlandse grondstoffen aan toevoegt, zie je dat het totale grondstofbeslag gewoon doorgroeit. Verder blijkt er niets vanzelfsprekends te zijn aan de relatie tussen ontwikkeling en uitstoot. Er zijn laagontwikkelde landen met veel en met weinig uitstoot en datzelfde geldt voor hoogontwikkelde landen. Oftewel, de curve verhult dat duurzaamheid een politieke keuze is en niet een wetmatigheid.

En hier wordt Doughnut Economics relevant voor de kabinetsformatie. Met een beetje mazzel komt er eind juni een groenrechtse coalitie uit de bus. ‘Mazzel’ omdat meer vergroening nu eenmaal beter is dan geen vergroening. En ‘een beetje’ omdat zo’n groenrechts kabinet nimmer zal breken met het paradigma van economische groei. Wat belastingverschuivingen hier, wat groene investeringen daar, wat hogere emissienormen zus, wat meer groene subsidie zo. Internaliseren van ‘externaliteiten’ heet dat. Het blijft kurieren am Symptom.

Volgens Raworth leidt het dan ook op zijn best tot een relatieve ontkoppeling van emissies en economische groei. En niet tot de absolute ontkoppeling die nodig is om terug te keren naar de grenzen van het ecologisch houdbare. Om die reden pleit Raworth voor een einde aan onze fixatie op economische groei. Beter is het om de blik te verschuiven naar de voorwaarden voor maatschappelijke bloei in brede zin en het bruto binnenlands product als uitkomstvariabele te beschouwen. Volgens Raworth is groene groei een oxymoron. Groene bloei niet. Misschien een idee om haar een keer te laten aanschuiven bij de onderhandelingen.