Door: Erik van Goor

Gepubliceerd door: Novini (29-5-2017)

pechtold-103x65

Het liberale stukjesblad NRC Handelsblad is een meester in het subtiel demoniseren van haar tegenstanders. Dat moet ik ze toegeven. Met name haar redacteur Tom-Jan Meeus is in staat om in een enkele column een kijkje te geven in de werkelijke drijfveren van de doorsnee D66-liberaal.

In zijn column ‘Mag de redelijkheid terug in Den Haag?’ van 23 mei presteert Meeus het om in een aaneenrijging van suggesties en vage beschuldigingen onder het mom van ‘redelijkheid’ zowel Pim Fortuyn, zijn moordenaar, zijn nabootsers (althans volgens Meeus) als Moszkowicz en Baudet, natuurlijk Trump, maar ook de ChristenUnie en met haar alle tegenstanders van de voltooid-leven-idee bij elkaar te vegen als zijnde onredelijk.

Populisme, christendom, moordenaars en tegenstanders van euthanasie – het is volgens deze prominente NRC-redacteur allemaal één pot nat. Daartegenover stelt hij de redelijkheid, met name belichaamd in het denken van D66.

De column verloopt als volgt. Nadat Meeus er blijkbaar niet omheen kon te erkennen dat het gedrag van Pechtold richting Segers nu niet bepaald de schoonheidsprijs verdiende, wuift hij dit weg als zijnde een bijkomstigheid: ‘tactisch en inhoudelijk begrijpelijk’ om daarna het onredelijke wat overblijft te schuiven op het bordje van het Fortuynisme.

Na heel slim eerst zijn pijlen op de moordenaar van Fortuyn te hebben gericht als exponent van onredelijkheid en aanjager ervan, richt Meeus zijn pijlen op de avonturiers die volgens hem door Fortuyn zijn geïnspireerd en net als Volkert van der G. zo bijdragen aan de verdere verzieking van ons politieke klimaat: Moszkowicz en Baudet. Alles in zijn column wijst erop dat Meeus de beschuldigende vinger naar Fortuyn zelf wil wijzen. Maar hij is zo slim dat niet direct te doen, spreekbuis als hij is van ‘de’ anti-Fortuynkrant bij uitstek: de NRC. In plaats daarvan maakt hij Volkert van der G. het verwijt dat hij voorkomen heeft dat Fortuyn zou laten zien dat zijn premierschap zou zijn uitgelopen op een catastrofe. Of iets dergelijks:

“En omdat we door zijn daad nooit een (vice)premierschap van Fortuyn meemaakten, is onze politiek al jaren een parade van gelukzoekers die zich specialiseren in onredelijkheid: altijd een Moszkowicz of Baudet die aandacht krijgt omdat hij misschien de nieuwe Pim is. Vergelijk dit met de VS: daar erváren burgers de consequentie van hun keuze voor Trump (en iets zegt me dat het tegenvalt).”

Het samenvegen van Fortuyn, avonturisme en de teleurstelling in Trump heeft natuurlijk als doel de lezer het gevoel te geven dat Fortuyn zelf de aanstichter van de moord op hemzelf was. Immers, zowel de moord op hem als het Fortuynisme zijn voor Meeus belangrijke exponenten van de onredelijkheid, zij het dat, ondanks dat Meeus ze in zijn column bewust temporeel omdraait om de lezer zo op het verkeerde been te zetten, niemand natuurlijk kan ontkennen dat de moord op Fortuyn vooraf werd gegaan door het optreden van Fortuyn. Dus wanneer Meeus het in dit opzicht heeft over onredelijkheid die als het ware onredelijkheid baart, immers, waarom zou hij anders de opkomst van onredelijkheid van Fortuyn, Baudet en Trump combineren met de trend van het verlies van redelijkheid bij ‘anderen’ zoals D66 en ChristenUnie. Al valt het dan volgens Meeus bij D66, zoals we zagen, wel mee – blijft dus over de ChristenUnie als voorbeeld van deze tweede trend.

De NRC, bij monde van Meeus, lijkt een tegenstelling te hanteren van redelijkheid tegenover onredelijkheid. Wie beter leest, ziet echter geen twee partijen tegenover elkaar, maar ziet een ‘redelijk alternatief’ omringd door tal van onredelijken die de aanval inzetten op dit redelijke alternatief. Populisten, systeemcritici, maar ook zij die hun leven in handen leggen van een Opperwezen: “En andersom: dat de wetgever evengoed mensen moet beschermen die hun leven in handen van het Opperwezen stellen.”

 

 

 

Nu is volgens de liberaal het zich toevertrouwen aan een ‘Opperwezen’ het summum van onredelijkheid. Dus wat betekent, behalve het vegen van de religieuzen bij de onredelijken, het ‘beschermen’ van de gelovigen dan precies? Als een liberaal het over het beschermen van onredelijken heeft, zoals populisten en xenofoben, dan bedoelt de liberaal: het beschermen tegen henzelf. Het is de reden waarom diezelfde lieden tegen bijzonder onderwijs zijn: burgers en kinderen moeten worden beschermd tegen henzelf en tegen indoctrinatie door ouders, kerk, etc. Het is de reden waarom men tegen referenda is: burgers moeten worden beschermd tegen zichzelf, en met name de populisten, natuurlijk niet de redelijke liberalen. Als Meeus het heeft over de bescherming van de laatsten, dan bedoelt hij natuurlijk het beschermen van hun ‘rechten’ tegenover de onredelijken van bijvoorbeeld de ChristenUnie.

Valt het u trouwens ook op dat de kritiek op ‘voltooid leven’ van diverse seculieren door Meeus wordt genegeerd? Meeus lijkt dat bewust te doen, om zo de redelijkheid tegenover de religieus geïnspireerde politiek te plaatsen. Hij doet dat bewust, omdat nota bene in diezelfde krant als waarin zijn column stond NRC-medewerker Maxim Februari seculiere kritiek op ‘voltooid leven’ formuleert en daarbij maant tot terughoudendheid in het omhelzen van het D66-alternatief:

“Alexander Pechtold geeft de Bijbel de schuld van alle verzet tegen het wetsvoorstel ‘voltooid leven’. Op BNR Nieuwsradio zegt hij dat de goede samenwerking met de ChristenUnie in het verleden niets betekent voor besprekingen nu. „We onderhandelden daar over het kasboek, niet over de Bijbel.” Daarmee suggererend dat je bij kabinetsvorming ChristenUnie en Bijbel maar buiten de deur hoeft te houden en je bent af van bezwaren tegen stervenshulp bij voltooid leven. Maar hij rammelt iets te blijmoedig met zijn nieuwe kroonjuwelen. Het verzet komt bepaald niet alleen van de christenen.”

Februari is redelijker, sympathieker dan Meeus en ontmaskert in feite het denken van Meeus en Pechtold als onredelijk denken, gedreven door weerzin tegen het christendom – en andere vormen van onredelijkheid die Trumps, Volkert van der Graafs en andere gevaarlijke lieden oplevert, tot en met avonturiers als Baudet aan toe.

Maxim Februari is eerlijk en dwingt respect af. Maar ook diens liberale grondhouding schiet uiteindelijk tekort. Het liberalisme en haar zogenaamde redelijkheid zijn zelf namelijk het probleem, en niet het gebrek aan afweging binnen het liberale stelsel dat het denken, en ook de politiek in ons land, domineert. Ik wil deze kritiek illustreren aan de hand van de onredelijke opvattingen van het liberalisme omtrent de individu.

 

Want vraag een normaal mens hoe een arbeider zijn rechten het beste kan waarborgen: collectief, via bijvoorbeeld een vakbond, of individueel? Het antwoord zal zeker niet het laatste zijn. Een normaal mens weet dat een enkeling tegenover een enorme overmacht niets voorstelt. Wie ook maar iets op de lagere school heeft geleerd, weet dat Nazi-Duitsland, bijvoorbeeld, niet door enkelingen tot staan is gebracht en is verslagen, maar door gezamenlijke optredens van landen, georganiseerd in onder meer krijgsmachten. Een IQ van 70 is meestal voldoende om dit soort zaken meteen te begrijpen.

Vraag echter een liberaal hetzelfde, pak ‘m beet een journalist van de NRC Handelsblad of een politicus van D66, en je krijgt andere antwoorden. Principieel zal men inzetten op de individuele mens. Het zijn juist de op het individu toegesneden begrippen die het liberale denken bepalen, zoals zelfbeschikking en zelfontplooiing. In dit denken zijn collectieve of gemeenschappelijke regelingen, waarin het individu een deel van zijn of haar beslissingsbevoegdheid, en zelfs de uiteindelijke afweging omtrent de persoonlijke en publieke belangen, overdraagt aan instanties als vakbond, kerk en gemeenschap, hoogstens een noodzakelijk kwaad. Soms noodzakelijk, immer onderdeel van het Kwaad.

Want alles wat niet is losgemaakt, is onderdeel van datgene wat verwerpelijk is. Dat denkt tenminste de liberaal. Het belang kan volgens haar nooit een collectief belang zijn. De ethiek nooit geformuleerd door een kerk, een moraal nooit onderdeel van traditie en gemeenschap. En de rede met haar redelijkheid kan nooit onderdeel zijn van een Logos, een natuurwet of alomvattend waardensysteem. Een liberaal kan echt menen dat de individuele arbeider beter in staat is zijn of haar belangen te verdedigen tegenover een door winstmaximalisatie aangedreven multinational, dan collectief, bijvoorbeeld via een vakbond.

 

 

Een normaal mens weet dan ook dat liberalisme een soort krankzinnigheid is. Een geestesziekte. Zou het althans moeten weten. De praktijk leert dat een mens die is losgemaakt van alles wat het leven van onze voorouders kenmerkte: gemeenschap, traditie, kerk, (vak)verbond, nauwelijks nog in staat is om op een realistische manier naar de grenzen, mogelijkheden en onmogelijkheden van het eigen kunnen c.q. het eigen bestaan te kijken.

Ik vernam van een hulpverlener die zich bezighield met patiënten met zware, meervoudige problematieken, dat veel van deze mensen, zo niet alle, niet in staat zijn hun eigen situatie realistisch in te schatten, laat staan erachter te komen wat voor hulpvraag men heeft, welke routes bewandeld moeten worden om hulp te krijgen en welke instanties hiervoor benaderd dienen te worden. Men is niet in staat formulieren in te vullen, laat staan brieven te schrijven en correspondentie te voeren en te onderhouden. Men heeft dus hulp nodig.

Maar nou komt het: dat is vaak van overheidswege niet toegestaan. Hulpverleners mogen volgens steeds meer gemeenten dit soort hulpbehoevenden niet helpen bij het invullen van een formulier, laat staan dat ze het formulier invullen voor de ‘patiënt’ omdat deze zowel verslaafd is, als psychisch verward, als sociaal en financieel gedemoraliseerd. Volgens de liberale logica van onze wetgever is de verslaafde, berooide, criminele psychiatrische patiënt immers beter in staat zijn of haar individuele belangen te behartigen dan dat een ander het voor hem of haar kan. Het gevolg: of mensen met problemen worden aan hun lot overgelaten. Of men wordt stiekem toch geholpen en men houdt zo de liberale mythe van de mondigheid en het zelfbeschikkingsrecht van elke individu in stand, zelfs van iemand waarvan ik hoorde dat zijn enige manier van communiceren erin bestond dagelijks zijn kamer met zijn eigen poep onder te smeren.

 

 

De voorbeelden zijn legio. Veel mensen vinden het moeilijk de financiële eindjes aan elkaar te knopen. Snappen niets van zorgverzekeringen. Of zijn niet in staat de verschillende aanbiedingen van energie-leveranciers met elkaar te vergelijken en laten het daarom, jaar in, jaar uit, bij dezelfde energieleverancier. We leven dus in een liberaal systeem waarin de lager opgeleide, minder verdienende Nederlander, die niet in staat is dit systeem naar zijn of haar voordeel te benutten, doordat ze elk jaar weer veel te veel betalen voor hun gas en elektriciteit, in feite de kortingen betalen op gas en elektriciteit die de goedverdienende, hoger opgeleide Nederlander er wel uit weet te slepen. Zeg maar: Jan met de Pet spekt de portemonnee van de D66-stemmer en NRC Handelsblad-lezer. En bij gebrek aan beter noem ik deze figuur ‘de’ liberaal.

Het is deze ‘liberaal’, zeg maar de D66’er en NRC’er, die met name profiteert van de idee waarin zoveel mensen geloven, dat uiteindelijk zijzelf en niets en niemand anders, in staat is de eigen belangen te behartigen. Het is een vorm van krankzinnige verbeelding om te geloven dat diezelfde mensen die geen formulieren kunnen invullen, of die niets snappen van energietarieven, wel in staat zijn om onder erbarmelijke omstandigheden te beslissen of men wel of niet verder wil leven. In liberale terminologie: in staat is om het eigen leven als voltooid te verklaren door middel van een euthanasieverzoek.

Dat gelooft natuurlijk niemand. Als men eerlijk zou zijn, zou men dat ook toegeven. Want dezelfde voorstanders van een verregaande euthanasiepraktijk, zoals vervat in de voorstellen rondom ‘Voltooid leven’, geloven niet dat een individuele burger in staat is een donorregistratieformulier in te vullen – en daarom is men voor een algemeen orgaandonorschap van iedereen.  En diezelfde ‘liberaal’ meent ook dat de gemiddelde burger niet in staat is een oordeel te vellen over een associatieverdrag tussen Nederland c.q. de EU en Oekraïne – en daarom moet het correctieve referendum er ook niet komen en moet de uitslag van het raadgevende referendum van 6 april vorig jaar naast zich neer worden gelegd.

De vraag is dan ook, dat als liberalen niet geloven dat ‘de’ individu in staat is om belangrijke afwegingen te maken over allerlei kwesties, men toch voor een hyperindividueel systeem is waarin iedereen – haast in een opwelling – in staat is het eigen leven te beëindigen om wat voor vage redenen dan ook. Weet men dan niet dat dit – zelfs volgens de officiële liberale criteria – onnodige slachtoffers op gaat leveren, van mensen die onder druk van familie of medische staf zichzelf dan maar het leven als voltooid verklaren? Het antwoord is: dat weet de liberaal maar al te goed, maar het kan hem niet schelen.

De liberaal weet dat een hyperliberaal economisch systeem talloze slachtoffers oplevert aan de onderkant van de samenleving, maar het kan hem niet schelen. Een liberaal weet dat een samenleving waarin iedereen louter op zichzelf is aangewezen grossiert in opvoedings- en gedragsproblemen en eenzaamheid, maar het kan hem niet schelen. Een liberaal weet dat de combinatie van voorgaande twee punten met een radicaal zelfsbeschikkingsrecht over leven en dood resulteert in een levensgevaarlijke mix waarin mensen onder druk zullen worden gedood nadat ze van buitenaf in een uitzichtsloze situatie zijn gedrukt, maar het kan de liberaal niets schelen.

De uiteindelijke drijfveren van liberalen zijn niet nobel. Ze zijn uitsluitend gericht op puur eigenbelang, ten koste van alles en iedereen. Met hoogstens wat doekjes om de pijn te verzachten. Of liever loze woorden, want die zijn nog goedkoper dan doekjes.

Het is niet genoeg dat de politiek rekening houdt met mensen met huiver ten aanzien van beslissing rondom leven en dood. Het is ook niet genoeg dat alleen aangaande thema’s als euthanasie de grenzen van de liberale redelijkheid worden blootgelegd door figuren als Paul Schnabel en Maxim Februari.

Ter discussie dient te staan niet de houding van sommige liberalen, maar de dodelijke onverschilligheid van het liberalisme zelf. Haar monopolie op redelijkheid, en wel een redelijkheid die op voorhand al alle niet-liberale elementen als niet-redelijk bestempelt, dient te worden doorbroken als zijnde letterlijk levensgevaarlijk. Juist de erkenning van de waarde van het niet-liberale, collectieve morele bewustzijn van religie en traditie, beschermt de massa’s tegen de onverschillige liberale redelijkheid die uiteindelijk Thierry Baudet, Volkert van der Graaf en Gert-Jan Segers op één hoop veegt. Samen met miljoenen en miljoenen gewone mensen die ook niet passen in het redelijk alternatief van D66 en NRC Handelsblad. Hun levens, en hun opvattingen, alsmede alle alternatieven om deze burgers te beschermen, zijn immers bij voorbaat al ‘voltooid’ verklaard door liberalen als Meeus en Pechtold. Hun zelfbeschikking mag wel wat kosten. Desnoods wat levens hier en daar. Als hun redelijkheid maar niets in de weg wordt gelegd.