Door: Ewald Engelen

Gepubliceerd door: De Groene Amsterdammer (6-6-2017)

Het droop weer van Brusselse minachting voor burgers en democratie. Ik heb het over het reflection paper over de toekomst van de eurozone dat de Europese Commissie vorige week het licht deed zien. Het moment is goed gekozen, dat moet je ze nageven. Het verkiezingsseizoen is bijna achter de rug, de economie groeit weer, het ‘populistische monster’ is zogenaamd verslagen en met Macron is de Frans-Duitse as weer in ere hersteld. Buitenkansje dus om snel forse stappen te zetten op het pad naar de Europese finaliteit: de federale superstaat.

Het is een denktrant die in Brussel nooit ver weg is: opportunistisch gebruik maken van een murw electoraat om er beslissingen doorheen te jassen die datzelfde electoraat steeds meer buiten spel zetten. Onder het motto: wat de crisis ook is, meer Europa (en minder democratie) is altijd het antwoord.

En dus verscheen juni 2015 het ‘Vijf-presidentenrapport’ dat in potloodlijnen een federaal Europa als oplossing schetst voor de problemen die te veel Europa (eurocrisis) nou juist heeft veroorzaakt. En verscheen maart jongstleden een zogenaamd white paper dat vijf toekomstscenario’s voor Europa presenteerde maar overduidelijk liet doorschemeren dat het vijfde scenario – ‘véél meer met elkaar doen’ – de voorkeur had. Ook al werd daarin met leedwezen geconstateerd dat dat scenario het risico in zich droeg delen van het Europese electoraat van zich te vervreemden die niet, zoals de auteurs, lid van de Europese kerk waren.

En nu ligt er dit reflection paper. Het stuk begint met de gebruikelijke riedel hoe mooi, goed, fijn en geweldig de euro wel niet is geweest. Het zijn prolegomena die je steeds vaker in Brusselse teksten tegenkomt. Hoe meer het Europese project begint te piepen en kraken, hoe meer de berichten aan de buitenwereld vooraf worden gegaan door hysterische zelffelicitaties. Het riekt naar overschreeuwen van een diepe, existentiële zelftwijfel. Ook worden de mythes herhaald dat de euro lidstaten heeft beschermd tegen de financiële crisis, dat het een publieke schuldencrisis was en niet een private en dat de euro helemaal niets te maken had met de crisis die vanaf september 2008 over het Europese continent klotste.

Het is pure geschiedsvervalsing. Zonder euro zouden de schuldposities in de Zuid-Europese lidstaten nooit zo buitensporig groot geworden zijn. Zou het risicobesef bij banken en beleggers nooit zo afgestompt zijn geweest. Zouden banken nooit zo’n grote chantagemacht over regeringsleiders en centrale bankiers hebben verkregen. Zouden landen als Griekenland, Portugal, Spanje en Italië zich al lang weer in de zwarte cijfers hebben kunnen devalueren. En zou Duitsland nooit de Europese hegemon hebben kunnen worden die het hele continent in een Duits wingewest dreigt te veranderen. Oftewel, de euro is voor burgers, democratie, het MKB en het vertrouwen in de politiek een absolute ramp geweest.

De euro is een absolute ramp geweest

Nog geen begin van erkening hiervan in de benevelde breinen die dit stuk hebben geschreven. Sterker, het rapport stelt doodleuk dat het gecoördineerde begrotingsbeleid – want dat is des poedels kern: een levensvatbare euro betekent dat Brussel het begrotingsrecht moet krijgen – ‘uiteraard niet procyclisch moet zijn’. Oftewel, niet bezuinigen als het slecht gaat en niet stimuleren als het goed gaat.

Je vraagt je af onder welke tegels de stoethaspels die dit paper hebben gecomponeerd de afgelopen jaren hebben gelegen. Want als de Commissie sinds het uitbreken van de eurocrisis iets heeft gedaan, is het stompzinnig, procyclisch begrotingsbeleid afdwingen: bezuinigen en lastenverzwaren zul je, kreng! Met dramatische gevolgen voor de eurozone als geheel en landen als Nederland in het bijzonder. Het Duitse knechtje Dijsselbloem mag dan in zijn jongetjesfantasieën menen dat hij ‘het land heeft gered’ – in werkelijkheid heeft Nederland er langer over gedaan om uit de crisis te komen dan in de jaren dertig, zijn honderdduizenden nodeloos werkloos geworden en zijn de ondernemersambities van nog eens tienduizenden al even nodeloos gefnuikt.

In plaats daarvan grossiert het stuk in delirieuze fantasieën over een Europees ministerie van Financiën met eigen belastingrechten en eigen eurobonds. En natuurlijk mag het allemaal niet zo heten en worden de bonds ‘staatsobligaties-gedekte-obligaties’ (SOGO’s) genoemd en heet de eurotaks een ‘macro-economisch stabiliseringsfonds’.

En natuurlijk wordt weer de salamitactiek toegepast: we beginnen met een bankenunie, gaan door met een depositogarantiestelsel en een kapitaalmarktunie en voor je het weet bevind je je in 2025 in een federale superstaat die niemand wil behalve een stel wereldvreemde technocraten. En uiteraard is alles overgoten met een vroom sausje van democratie, medezeggenschap en verantwoording.

Ik weet één ding zeker: zolang Brussel dit soort nachtmerries blijft dromen, blijft het ‘populistische monster’ verschrikkelijk hard nodig.