Gepubliceerd door: Follow The Money /7-6-2017)

Het aanmeren vandaag van de LNG-tanker Arctic Discoverer in de Rotterdamse haven is geen voorpaginanieuws. Toch is het symbolische belang van deze levering moeilijk te overschatten. De vraag naar gas neemt af en in de toekomst zal er steeds meer hernieuwbare energie moeten komen om de klimaatdoelstellingen te halen. Ondertussen legt Europa echter massaal nieuwe gasinfrastructuur aan. Hoe komt dat?

Vanochtend in de kleine uurtjes — om kwart over drie, om precies te zijn —  meerde het schip de Arctic Discoverer aan in de Rotterdamse haven. De lading: 140.000 ton LNG — gekoeld, vloeibaar aardgas, gemaakt van Amerikaans schaliegas.

Op het eerste gezicht is dat weinig belangwekkend, maar in deze enkele lading zijn zo’n beetje alle ingrijpende veranderingen op energiegebied van de laatste jaren terug te zien: In de VS heeft de schaliegasrevolutie het einde ingeluid van een meer dan 40 jaar durend exportembargo op olie en gas.

Europa wil dit gas ondertussen graag hebben, want het stapt momenteel over op LNG. Dit gekoelde aardgas is de gedroomde nieuwe fossiele brandstof voor de scheepvaart en het zware transport; dat draait nu overwegend op diesel. Bovendien maakt het gas deel uit van de door de Europese Commissie gewenste uitkomsten van haar energiebeleid. Dat beleid zal een grote impact hebben op internationale verhoudingen.

Niet voor niets zei Shell-topman Pieter Dekker een paar jaar geleden dan ook over de opmars van LNG dat de toekomst ‘vloeibaar’ was. Daarmee doelde hij niet alleen op Nederland, maar ook op het toenemende belang van LNG in Europa en de wereld.

Er zal wereldwijd tot 2040 9,4 biljoen dollar worden geïnvesteerd in de gassector

In de eerste drie delen van onze serie over LNG zagen we hoe Nederland zich opmaakt voor deze ‘vloeibare toekomst’: we keken naar de claims over de (tegenvallende) klimaatimpact van het gas, de (on)haalbaarheid van het overstappen op bio-LNG en het overheidsgeld dat ondanks de onbewezen voordelen in LNG geïnvesteerd wordt.

In dit vierde deel zoomen we uit en kijken we naar de Europese verhouding tot aardgas, de relatie met het Europese klimaatbeleid, en het met dit alles onlosmakelijk verbonden geopolitieke schaakspel. LNG speelt daarin een steeds grotere rol — ten koste van de duurzaamheid.

Energiezekerheid

Volgens het Internationaal Energie Agentschap (IEA) is aardgas de enige fossiele brandstof waarvan het aandeel in de energiemix de komende decennia zal toenemen, en wel tot bijna een kwart van het totale wereldwijde energieverbruik. Iets meer dan helft hiervan zal in 2040 gekoeld vervoerd worden, als LNG.

Opgeteld zal er volgens het IEA wereldwijd tot 2040 9,4 biljoen dollar (9.400.000.000.000 dollar) worden geïnvesteerd in de gassector; een aanzienlijk deel hiervan (bijna 1 biljoen) gaat naar activiteiten die direct met LNG te maken hebben.

Een deel van de verwachte groei van LNG en de daarbij horende investeringen komen op het bord van de Europese Unie; er gaan grote sommen geld naar de uitbreiding van de Europese gas-infrastructuur. Die investeringen vinden niet alleen plaats op het gebied van ondergrondse opslag en LNG-terminals, maar ook in de vorm van pijpleidingen van en naar de EU.

In de begin 2016 uitgebrachte EU-strategie voor vloeibaar aardgas noemt de Europese Commissie LNG dan ook een ‘essentieel onderdeel’ van haar energiebeleid. LNG zou namelijk bijdragen aan duurzaamheid en het vergroten van de Europese energiezekerheid. Vooral dat laatste krijgt van de Commissie extra prioriteit.

“De nadruk op energiezekerheid komt vooral neer op het verminderen van de afhankelijkheid van Rusland”

De directe aanleiding voor de Europese zorgen over energiezekerheid waren de meerdere onderbrekingen van Russische gasleveringen in 2006 en 2009. Rusland draaide destijds de gaskraan naar Europa dicht omdat doorvoerland Oekraïne niet kon of wilde voldoen aan de hogere gasprijzen. Dit had grote gevolgen voor zowel miljoenen Oekraïners als enkele andere Oost-Europese lidstaten die in hoge mate afhankelijk zijn van Russisch gas.

Het uitbreken van de Oekraïnecrisis na het afzetten van toenmalig president Viktor Janoekovitsj, eind 2013, zette de EU en Rusland op ramkoers. Daardoor belandde de afhankelijkheid van Russisch gas eens te meer bovenaan de Europese energie-agenda.

De nadruk die door de Europese Commissie wordt gelegd op energiezekerheid komt in de praktijk dan ook vooral neer op het verminderen van de afhankelijkheid van Rusland. De ‘diversificatiestrategie’ van gasleveringen die hierin centraal staat, kan op zijn beurt worden begrepen als ‘alles behalve Rusland.’

Vloeibaar gemaakt aardgas heeft geen gasleiding nodig

En daarvoor is LNG van groot belang: de bijdrage van LNG aan diversificatie is namelijk dat vloeibaar gemaakt aardgas geen gasleiding nodig heeft, maar gemakkelijk vervoerd kan worden in trucks en schepen. Het kan daarom relatief makkelijk van over de hele wereld worden geïmporteerd.

Afnemende voorraden

Een tweede oorzaak voor de nadruk op energiezekerheid is structureler, en zit hem in de afnemende gasvoorraad in de Europese Unie zelf. Noorwegen en Nederland, de twee grootste gasproducenten van Europa, hebben te maken met teruglopende productie. Werd er in 2004 nog 230 miljard kubieke meter gas geproduceerd, in 2014 was dat al afgenomen tot 132 miljard.

De gevolgen laten zich raden: de afhankelijkheid van geïmporteerd gas neemt alleen maar verder toe. Volgens de Europese Commissie zal dit in de toekomst nog meer het geval zijn.

Om aan deze stijgende importbehoefte te kunnen voldoen, wordt er dus gewerkt aan een gigantische uitbreiding van de Europese gas- en LNG-infrastructuur. Zo wordt er door energiegiganten als British Petrol (BP) en het Franse Total geïnvesteerd in de aanleg van de Southern Gas Corridor, een 3500 kilometer lange pijpleiding die de EU moet verbinden met de Shaz Deniz-gasvelden in Azerbeidzjan. Hetzelfde geldt voor de Galsi-pijpleiding, die een directe gasverbinding tussen Italië en Algerije tot stand moet brengen.

Daarnaast noemt het laatste jaarrapport van het Europese netwerk van gas-vervoerders (ENTSOG), waar ook de Nederlandse Gasunie bij is aangesloten, maar liefst 44 (ondergrondse) gasopslagprojecten die in de planning staan. Ook zijn er 176 projecten gericht op distributie van gas, en 39 LNG-projecten. Als al deze projecten worden gerealiseerd, dan zal de Europese gasimport-capaciteit met meer dan helft toenemen. Die stijging is op zichzelf al hoger dan de totale import van gas in 2014:

Miljarden subsidie

De Europese Commissie gebruikt zowel wortel als stok om er voor te zorgen dat deze projecten — of in ieder geval een aanzienlijk deel ervan — daadwerkelijk tot stand komen.

De stok zit hem in wetgeving waarmee de Commissie lidstaten dwingt gas- en LNG-gerelateerde projecten te realiseren. Zo worden lidstaten door middel van de ‘Alternative Fuel Directive’ verplicht om in 2025 om de 400 kilometer een LNG-tankstation te hebben gebouwd ten behoeve van het wegtransport.

De wortels zijn legio; afgelopen jaren zijn de investeringen verder opgevoerd. De financiële impulsen komen van Europese fondsen als de Connecting Europe Facility (CEF) en het Trans Europese Netwerk voor Energie (TEN-E). Van 2007 tot nu gaat het in totaal om ruim 2,7 miljard euro. Om dit bedrag in perspectief te zetten — het Europees energieprogramma voor herstelheeft tot dusver 1,3 miljard euro besteed aan gasprojecten, tegenover 565 miljoen voor de ontwikkeling van offshore windenergie.

De gasprojecten slokken tweederde van het budget op

Ook de Europese Investeringsbank (EIB) wordt ter financiering van kostbare gasprojecten in stelling gebracht. In de afgelopen tien jaar ondersteunde zij de gasindustrie met 17 miljard euro aan relatief gunstige leningen, onder andere voor de aanleg van de Gate Terminal in Rotterdam. Op dit moment overweegt de Investeringsbank om de Europese verbinding met Azerbeidzjan te ondersteunen met een lening van drie miljard euro.

Daarnaast stuurt de Europese Commissie gasinvesteringen door middel van de Projects of Common Interest (PCI’s). Deze PCI projecten, zowel gas als elektriciteit, dragen in de ogen van de Commissie bij aan de eenwording van de Europese energiemarkt en de duurzaamheidsdoelstellingen. Wordt een project in de PCI-lijst opgenomen, dan kan het rekenen op extra voordelen, zoals versnelde toekenning van bouwvergunningen, soepeler regelgeving en Europese subsidies via onder meer het CEF-fonds.

De PCI-lijst blijkt het belangrijkste instrument vanuit de Commissie om de gemeenschappelijke Europese energiemarkt te realiseren. Gasprojecten maken daar een aanzienlijk deel van uit: volgens de laatste update waren van 77 van de 195 PCI’s gas- of LNG-gerelateerd. Dit heeft grote nadelige effecten voor andere soorten energie, want ondanks dat de regelgeving van het fonds stelt dat de meerderheid van het budget naar elektriciteit moet gaan, slokken de gasprojecten tweederde van het budget op.

Europees gasgebruik overschat

Wat opmerkelijk is aan deze push vanuit de Europese Commissie: de consumptie van gas is in de EU de afgelopen jaren juist sterk gedaald. In 2014 gebruikten de EU-landen bijna een kwart minder gas dan in 2010. Dit werd onder meer veroorzaakt door leveringsproblemen, de economische stagnatie in Europa, en de lage prijzen voor kolen. Deze afname heeft ertoe geleid dat de capaciteit van de huidige gas-infrastructuur verre van volledig wordt benut: zo werd in 2014 slechts eenderde van de LNG-capaciteit en 58 procent van Europa’s pijpleidingen daadwerkelijk gebruikt. Een vreemd moment dus, zo lijkt het, om te kiezen voor verdere uitbreiding van het gasnetwerk.

Maar volgens de Commissie is de daling van de Europese gasconsumptie van tijdelijke aard en zal deze de komende jaren weer gaan stijgen — wat in 2015 ook het geval was. Dit maakt verdere investeringen op gasgebied noodzakelijk.

“Hoe komt de Europese Commissie aan voorspellingen die beweren dat de gasconsumptie zal toenemen?”

Het is de moeite waard om hier even bij stil te staan. Je zou namelijk verwachten dat in het kader van het klimaatakkoord van Parijs de consumptie van fossiele brandstoffen zoals gas juist af zal nemen. Dus hoe komt de Europese Commissie aan voorspellingen die het tegenovergestelde beweren?

Wat blijkt: de Europese Commissie heeft helemaal geen eigen systeem om te kijken naar de toekomstige Europese gasbehoefte. In plaats daarvan zetten zij onderzoek hiernaar uit bij ENTSOG, de Europese coalitie van gasnetwerkbeheerders zélf. Het zijn de cijfers van deze coalitie waarop de Europese Commissie vervolgens haar gasbeleid baseert.

Volgens Antoine Simon, campaigner en onderzoeker bij Friends of the Earth Europe, ligt deze constructie aan de basis van de ‘optimistische’ schattingen van de Europese Commissie. ‘De meerderheid van de leden ENTSOG zijn dochterondernemingen van de olie- en gasindustrie en hebben er baat bij om de Europese gasvraag zo hoog mogelijk in te schatten. Vervolgens worden hun cijfers door de Commissie gebruikt om de bouw van nieuwe gasinfrastructuur te rechtvaardigen.’

De bewering van Simon wordt ondersteund door een rapport van de Europese Rekenkamer (zie grafiek). Hieruit blijkt dat de overschatting van het Europese gasverbruik door ENTSOG structureel is. Elke voorspelling die sinds 2000 is gedaan, was hoger dan het daadwerkelijke gasverbruik in Europa. Soms met maar liefst tientallen procenten. Volgens de Rekenkamer moet de Europese Commissie dan ook aan de slag om ‘de geloofwaardigheid van de voorspellingen te herstellen.’

Tegenstrijdig beleid

Het herstellen van die geloofwaardigheid is een goed begin; belangrijker is dat er in de voorspellingen rekening moet worden gehouden met het feit dat er een limiet zit op de hoeveelheid gas die we kunnen consumeren, willen we de klimaatdoelstellingen van Parijs halen. Dat wordt tot nu toe niet gedaan.

De door ENTSOG geproduceerde voorspellingen zijn daardoor tegenstrijdig met ander beleid van de Europese Commissie, bijvoorbeeld op het gebied van energiebesparing: daar wordt 27 procent verbetering in 2030 nagestreefd. ‘Voor elke procent besparing die je doorvoert, is er een automatische afname van het gasverbruik,’ aldus Simon. ‘Maar ondanks alle wetgeving die op dit gebied wordt doorgevoerd, denkt de Commissie dus nog altijd dat ons gasverbruik in de toekomst zal toenemen.’

Simon wijst erop dat als gevolg van de huidige investeringen er een zogeheten ‘lock-in’ effect ontstaat: de gasinvesteringen staan de transitie naar duurzame energie in de weg. Gasprojecten gebruiken geld dat naar infrastructuur voor elektriciteit had moeten gaan, maar dat is niet het enige. Die miljarden kostende gasprojecten moeten immers ook nog worden terugverdiend. En waarom zou je een LNG-terminal bij het oud vuil zetten als deze nog prima werkt? ‘Kijk bijvoorbeeld naar Spanje, waar de oudste LNG-terminal van Europa staat. Gebouwd in 1967, en nog steeds in gebruik. Dat betekent dat alles wat je nu bouwt nog minstens vijftig jaar in gebruik kan zijn, ver voorbij de deadline van 2050.’

De vraag is of beleidsmakers, in weerwil van de wensen van de gasindustrie, de LNG-terminals zullen sluiten voordat deze hun levenseinde hebben bereikt. Als we de klimaatdoelstellingen in acht nemen, betekent dat dat er miljarden euro’s aan Europees belastinggeld zijn verspild om overbodig geworden gasinfrastructuur te bouwen.

“Gasinvesteringen staan de transitie naar duurzame energie in de weg”

Uit onderzoek van de European Climate Foundation kwam naar voren dat als de huidige investeringstrend op het gebied van gas zich doorzet, de klimaatdoelstellingen bij lange na niet gehaald worden. In 2030 gebruikt de EU dan bijna dertig procent meer gas dan het zou mogen gebruiken; in 2050, het jaar waarin Europese broeikasgasemissies met 80-95 procent moeten zijn gedaald, moet het gasgebruik met meer dan 70 procent zijn gedaald ten opzichte van de huidige consumptie. Zoals Simon het formuleert: ‘Om te denken dat je gas kan blijven consumeren op hetzelfde niveau als — of zelfs een hoger niveau dan — vandaag, is werkelijk totale waanzin.’

Van energiezekerheid naar energieonafhankelijkheid

De focus van het energiebeleid van de Europese Unie gedurende de afgelopen tien jaar ligt dan ook vooral op energiezekerheid, en niet op klimaatbeleid. Naar aanleiding van de onderbrekingen van Russische gasleveringen concludeerde de Europese Commissie dat Rusland niet langer een betrouwbare partner was en ging Europa op zoek naar andere landen om gas uit te importeren.

NO STRESS TEST

Om te zien wat de gevolgen zouden zijn van een onderbreking van gasleveringen uit Rusland, heeft de EU eind 2014 een stresstest laten doen. De gevolgen hiervan bleken mee te vallen: enkele kleine strategische investeringen in Zuidoost-Europa en een beroep op de onderlinge solidariteit van EU-lidstaten zouden voldoende zijn — zelfs in het extreme geval van een zes maanden durende onderbreking van Russische leveringen via Oekraïne.

Volgens onderzoek van een coalitie van ngo’s en de Universiteit van Cambridge lieten de resultaten van de stresstest ook zien dat geen van de geplande megaprojecten (zoals de Southern Gas Corridor) nodig zijn. In plaats van de 42 miljard euro die bedrijven gaan investeren om alle projecten op de PCI-lijst te voltooien, zou een investering van ‘slechts’ 2,7 miljard euro voldoende zijn om de burgers in kwetsbare landen in geval van nood uit de kou te houden.

Dat de Europese Commissie af wil van Russisch gas, heeft overigens niet zozeer maken met de publiek vaak geuite klachten van Europese zijde over mensenrechtenschendingen of de Russische annexatie van de Krim. Als de zorgen over mensenrechten en Russische avonturen in voormalige Sovjetstaten oprecht waren, dan had Europa het Russische gas namelijk al veel eerder in de ban kunnen doen. Na Poetins uitzonderlijk bloedige inval in Tsetsjenië rond de millenniumwisseling, bijvoorbeeld. Bij die actie kwamen meer dan honderdduizend mensen om het leven.

Het kabinet-Balkende trakteerde de Russische president enkele jaren nadien echter op een staatsbezoek, hetgeen uiteindelijk leidde tot deelname van Gasunie in de Nord-Stream pijpleiding. Het gaat er veeleer om dat de EU haar belangen niet langer door Rusland behartigd ziet.

Tot nu toe werkt de Europese diversificatiestrategie in de praktijk als een rookgordijn waarachter opnieuw kan worden onderhandeld over de Russische gasprijzen. Het aandeel van Russisch gas in de Europese energiemix is de afgelopen jaren dan ook nauwelijks gedaald, maar de prijzen wel. In weerwil tot de verheven retoriek van de voorzitter van de Europese Commissie Juncker over het verdedigen van Europese waarden ten opzichte van de vermeende Russische dreiging, blijkt dat uiteindelijk de hoogte van de prijs allesbepalend is als het gaat om de keuze tussen wel of geen gas uit Rusland.

‘De Europese Commissie hamert op energiezekerheid, maar zouden het moeten hebben over energieonafhankelijkheid’

Door de sterke opmars van LNG uit de Verenigde Staten en de geplande aanleg van pijpleidingen naar landen als Algerije en Azerbeidzjan zou het aandeel van Russisch gas in de Europese consumptie in de toekomst zeker af kunnen nemen. Maar betekent dit ook een verhoging van de energiezekerheid? Dat is niet noodzakelijk het geval, omdat de EU met het voorgenomen beleid afhankelijk zal blijven van importen — of dit nu LNG of Russisch gas is. Simon onderschrijft dit: ‘In termen van energieonafhankelijkheid gaat de EU er in de toekomst op achteruit. We hebben steeds minder gasreserves in Europa en zijn dus steeds meer aangewezen op externe bronnen. Dat probleem los je niet op door steeds meer infrastructuur aan te leggen.’

Het dringende advies van Simon aan de Commissie, is om de kaders van de discussie te verplaatsen. ‘Waar de Europese Commissie op hamert is energiezekerheid, maar waar we het over zouden moeten hebben is energieonafhankelijkheid.’

Gaspolitiek

Die onafhankelijkheid kan worden bereikt door grootschalig te investeren in het verbinden van het Europese elektriciteitsnetwerk en in de verduurzaming hiervan door middel van wind- en zonne-energie. Gas zou nog wel een rol kunnen spelen als back-up tijdens bewolkte of windstille periodes, maar deze rol is veel kleiner dan de huidige investeringen insinueren.

Het op deze manier oplossen van de Europa’s gasafhankelijkheid is ogenschijnlijk even simpel als effectief. Het vergroot de Europese energie-onafhankelijkheid én de kans om klimaatdoelen te halen. De vraag is: waarom gebeurt dit niet?

Gaspijpleidingen kunnen worden gezien als de ‘tentakels’ van mogendheden als de EU, VS en China

Het antwoord op deze vraag moet volgens Alfons Perez, werkzaam bij de Catalaanse ngo ODG en schrijver van een rapport over Europees energiekolonalisme in Algerije, gezocht worden in de nauwe connectie tussen energie- en geopolitieke belangen. Gaspijpleidingen kunnen wat betreft Perez worden gezien als de ‘tentakels’ die grote mogendheden zoals de EU, de VS en China gebruiken om invloed in bepaalde regio’s te behouden. ‘Als je daadwerkelijk onafhankelijk bent van energie-import, betekent dat ook dat je invloed in die regio’s verdwijnt. En dat anderen die invloed wél hebben.’

Waar volgens Perez vaak overheen wordt gekeken is het effect van de Europese gasafhankelijkheid op de bevolking van deze regio’s, de gasexporterende landen. Het wordt algemeen erkend dat landen die zwaar leunen op de export van ruwe grondstoffen zoals gas en olie economisch gezien uiterst kwetsbaar zijn, dat de opbrengsten hiervan verdwijnen in de zakken van vaak autoritaire regimes en de exploiterende bedrijven en dat er een vergroot risico is op gewapende conflicten over de controle over deze grondstoffen.

Kijk bijvoorbeeld naar de huidige crisis omtrent Qatar; dit wordt ook wel de resource curse genoemd. Maar helaas wordt het effect van deze curse — laat staan de noodzaak hiernaar te handelen — nog altijd genegeerd. In plaats daarvan vervloekt de Europese Unie bij wijze van spreken opnieuw de bevolking van landen als Algerije, Qatar of Azerbeidzjan, terwijl het de eigen duurzame doelen verkwanselt.

Southern Gas Corridor

Het voorbeeld dat Perez aanhaalt, is de Southern Gas Corridor. Een duizenden kilometers lange pijplijn die het Shah Deniz II gasveld in Azerbeidzjan via Turkije en Griekenland moet verbinden met Italië, en dat met EU-geld wordt ondersteund.

Uiteindelijk wordt de gaspolitiek geregeerd door de logica van belangen en invloedssferen

Perez wijst op de toch wel opmerkelijk steun vanuit de VS voor deze pijplijn. De VS exporteren immers zelf LNG naar de EU en concurreren dus met gas uit Azerbeidzjan op de Europese markt. Perez: ‘Dat de VS deze pijpleiding ondersteunt, heeft veel te maken met de pogingen om de Russische invloed op het regime van de Azerbeidzjaanse president Aliyev te verminderen en om te voorkomen dat al het gas naar China wordt geëxporteerd.’

De door Perez beschreven dynamiek kunnen we in de praktijk bijvoorbeeld terugzien in twee ogenschijnlijk tegenstrijdige uitspraken van Richard Morningstar, de voormalig ambassadeur van de VS voor Azerbeidzjan. Over Nordstream 2, de gaspijpleiding die Rusland direct moet gaan verbinden met Duitsland, zei hij tijdens een evenement in Brussel: ‘Als je de (Europese) LNG-strategie om zeep wil helpen, moet je vooral doorgaan met Nord Stream.’

In een interview met Natural Gas World roemt de Amerikaan de Southern Gas Corridor daarentegen juist als één van de manieren om de Europese energiezekerheid veilig te stellen. In dit interview rept hij met geen woord over de eventuele gevolgen voor de Europese LNG-sector. Voor Morningstar geldt blijkbaar dat alleen gasverbindingen met potentiële bondgenoten steun verdienen.

Het lijkt er sterk op dat de plooibaarheid van het regime van Aliyev — en de mate waarin hij westerse belangen dient — hoger worden ingeschat dan die van Poetin. Dat het regime van het Aliyev op het gebied van zogeheten Europese waarden als mensenrechten, democratie en persvrijheid net zo presteert als het Rusland onder Poetin, doet er niet toe. Morningstar’s uitspraken laten zien dat uiteindelijk de logica van belangen en invloedssferen de wereld van gaspolitiek regeert.

Bas van Beek en Jilles Mast zijn journalisten bij het Platform Authentieke Journalistiek. Dit artikel is de vierde publicatie in een onderzoeksjournalistieke serie over LNG, uitgevoerd door Platform Authentieke Journalistiek in opdracht van Down to Earth magazine in samenwerking met Follow the Money. Het artikel is tevens lezen op de website van Down to Earth magazine.

Eerdere artikelen in deze serie over LNG

Milieuwinst ‘transitiebrandstof’ aardgas te positief afgeschilderd

Er zit een raar luchtje aan biogas

Hoe de gas-lobby subsidie voor LNG wist lost te peuteren, met zegen van de overheid