(Gepubliceerd) door: StanVanHouckesWebblog (23-6-2017)


Elsbeth Etty, recensent bij NRC Handelsblad ook bijzonder hoogleraar

Literaire Kritiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.
Bij het uitruimen van mijn archief stuitte ik op een column van de oud-communiste Elsbeth Etty. In de NRC van 22 december 2001 schreef zij:
De moeilijkheid met debatten over de rol van de journalistiek is vanouds dat het vrijwel onmogelijk is generaliserend over ‘de’ media en ‘de’ journalisten te spreken. Toch is de discussie alleszins de moeite waard. De critici waarschuwen terecht dat de journalistiek zich op een hellend vlak bevindt als zij haar klassieke taken verwaarloost: eigen, onafhankelijke nieuwsgaring; controleren in plaats van legitimeren of napraten van de machthebbers.
In Nederland wordt dit debat slechts mondjesmaat gevoerd. Als het al gebeurt, krijgt het meteen karikaturale trekjes. Henri Beunders, hoogleraar geschiedenis van media en maatschappij aan de Erasmus Universiteit, schrijft in het blad van Amnesty International, Wordt Vervolgd: ‘De Amerikanen hebben besloten een schim na te jagen, en zijn misschien wel in een nieuw Vietnam terechtgekomen. Net als in de Golfoorlog is er totale censuur.’
Totale censuur? Die hadden we in ’40-’45. Dan hoort Beunders onmiddellijk een illegale krant op te richten. Maar bij nader inzien komt zijn hooggeleerde mijmering helemaal niet neer op een protest tegen censuur, de kern van zijn betoog is de filosofische constatering: ‘We willen de wereld niet, we willen ons beeld van de wereld’ – een uitspraak van de socioloog Den Hollander uit 1975, die Beunders zonder bronvermelding gebruikt om de media anno 2001 te typeren.
Ik heb de afgelopen weken enkele debatten mogen bijwonen over de journalistiek en de oorlog, maar in plaats van mediakritiek hoor je daar alleen kritiek op meningen waar men het niet mee eens is. Kenmerkend is de filippica van romanschrijver Karel Glastra van Loon in Vrij Nederland. Onder de titel ‘Allemaal leugens’ betoogde hij dat de berichtgeving berust op een neoliberaal complot. De marktwerking in het nieuws zou een effectievere vorm van volksmisleiding zijn dan het nieuws van de staatsmedia in de Sovjet-Unie onder regie van de KGB. ‘De War on Terrorism is een kunstig gefabriceerde leugen.’ En wat ik, als onderdeel van het neoliberale complot, in deze rubriek over de oorlog heb geschreven, had volgens hem de woordvoerder van het Pentagon niet beter kunnen formuleren.
Rest de vraag hoe deze stoutmoedige onthulling van Karel heeft kunnen ontsnappen aan de totale censuur waar we volgens Henri onder zuchten.
https://www.nrc.nl/nieuws/2001/12/22/totale-censuur-7570372-a995225
Met andere woorden, hoewel ‘het vrijwel onmogelijk is generaliserend over “de” media en “de” journalisten te spreken,’ isde discussie [toch] alleszins de moeite waard.’ En waarom? Omdat ‘[d]e critici terecht [waarschuwen] dat de journalistiek zich op een hellend vlak bevindt,’ hetgeen meteen aantoont dat het ‘generaliserende’ argument absolute nonsens is. Maar dat valt in de polder niet op. Omdat mevrouw Etty na haar communistische jaren in neoliberaal vaarwater van de NRC was terecht gekomen — waarvan de redactie op de dag van de  Shock and Awe-inval in Irak opriep om deze oorlogsmisdaad te steunen en dat ‘[d]ie steun niet’ kon blijven steken in verbale vrijblijvendheid. Dat betekent dus politieke steun  — en als het moet ook militaire’ — was het niet verwonderlijk dat zij zich gedwongen zag de corrupte mainstream-media te verdedigen door te beweren dat in Nederland’ het mediadebat ‘meteen karikaturale trekjes’ krijgt. Als voorbeeld gaf Etty de constatering van een Rotterdamse hoogleraar dat:
De Amerikanen  besloten [hebben] een schim na te jagen, en zijn misschien wel in een nieuw Vietnam terechtgekomen. Net als in de Golfoorlog is er totale censuur.
Zij beweerde dit toen de mainstream-journalistiek in de polder er nog diep van overtuigd was van de juistheid dat de VS de Taliban-regering met geweld had verdreven, en de pro-westerse Hamid Karzai aan de macht had geholpen om er een neoliberale ‘democratie’ te vestigen. In werkelijkheid was Karzai een stroman die de belangen van de NAVO-landen behartigde, en wiens omvangrijke familie, volgens The New York Times, ‘mixed their personal interests with that of the state, and become hugely influential and wealthy by murky means. In 2012 Afghanistan was tied with Somalia and North Korea at the bottom of Transparency International’s Corruption Perception Index, and it ranked 172/175 in 2014.’ 

De corrupte Karzai, die naderhand admitted that his office received millions of dollars in cash from the Iranian government,’ en ‘stated that the money was given as gifts and intended for renovating his Presidential Palace in Kabul,’ besefte al redelijk snel dat de Amerikaanse oorlogsvoering, met steun van de NAVO, zijn land in een nog grotere chaos had veranderd, en dat de Taliban niet te verslaan was, en dus begon zijn regering in het geheim besprekingen met de Pakistaanse Taliban ‘about the shifting of power that may occur when the U.S. Forces withdraw.’ Destijds besefte Elsbeth Etty, net zo min als het overgrote deel van de Hollandse‘vrije pers,’ dat, zoals Beunders had gesteld, de ‘Amerikanen’ bezig waren met het najagen van ‘een schim,’ en dat dat de westerse commerciële massamedia in feite onderworpen waren aan ‘totale censuur,’ zowel zelfcensuur als de censuur van het Pentagon, dat via het regime van ‘embedded journalism’ bepaalde wat wel en niet bekend kon worden gemaakt. Het ironische is dat mevrouw Etty zelf een schoolvoorbeeld was van ‘embedded journalism,’ zij was zelfs dermate ‘embedded’ dat zij een onafhankelijke visie betichtte ‘karikaturale trekjes’ te hebben. En ere wie ere toekomt, de ‘romanschrijver Karel Glastra van Loon’ — inmiddels gestorven — had destijds gelijk ‘in Vrij Nederland,’ toen hij onder 

de titel “allemaal leugens” betoogde hij dat de berichtgeving berust op een neoliberaal complot. De marktwerking in het nieuws zou een effectievere vorm van volksmisleiding zijn dan het nieuws van de staatsmedia in de Sovjet-Unie onder regie van de KGB. 

Destijd bestond er mede dankzij Glastra van Loon nog enige tegenspraak in de mainstream-media, vandaag de dag moet het grote publiek het doen met de waanzin van intellectueel corrupte opiniemakers als Geert Mak en Bas Heijne, om slechts twee ‘opperduiders’ te noemen in dit prachtland. Maar net zoals dissidenten in de Sovjet-Unie hun samizdat hadden bezitten ook de westerse dissidenten over een alternatieve informatiebron,  het internet.