Populist: van scheldwoord tot geuzennaam

AfD-leider Alexander Gauland wekte dit voorjaar opzien door de term populist niet meer af te wijzen.

Wat betekent populisme eigenlijk? En hoe moet je met het begrip omspringen? Over beide vragen lopen de meningen uiteen.

De laatste jaren is het woord in ieder geval opgekomen als een misprijzend etiket voor nieuwe politieke stromingen. Populisten zouden demagogen zijn, die de angsten van mensen aanwakkeren en er electoraal gewin uit proberen te slaan. Bovendien zouden ze in plaats van draagkrachtige alternatieven alleen “eenvoudige antwoorden op complexe vragen” te bieden hebben.

Gevestigde politici hebben er daarentegen een handje van om te doen alsof hun voorstellen zo ingewikkeld zijn, dat gewone burgers of ‘populistische’ politici het niet kunnen begrijpen en er dus maar blind op moeten vertrouwen dat zij het beste met hen voor hebben. Zo veegde bondskanselier Angela Merkel destijds alle kritiek op de omstreden bankenredding van tafel door doodleuk te beweren dat die ‘zonder alternatief’ was. Door dit argument van vermeende alternativlosigkeit bij de zogenaamde euroredding en de zogenaamde Griekenlandredding te herhalen, werkte Merkel zelf in de hand dat de AfD zou ontstaan.

Bij het wagenwijd opengooien van de grenzen voor iedereen die maar asiel aan wilde vragen vermeed Merkel weliswaar de inmiddels besmette term. Haar uitspraken klonken echter vergelijkbaar simplistisch (“Wir schaffen das!”), wat de populisten nieuwe wind in de zeilen gaf. Het verwijt van oversimplificatie aan de ‘populisten’ was stuk gelopen op de monotone, ronduit ergerlijke, simplistische slogans van de CDU-leider.

Dat leidde bij degenen die het stempel ‘populist’ tot dan toe afgewezen hadden kennelijk tot voortschrijdend inzicht. Zo baarde AfD-lijsttrekker Alexander Gauland dit voorjaar opzien, door te zeggen: “Ja, we zijn populistisch. Wie naar de mensen luistert is natuurlijk populist. Je kunt het ook democraat noemen.”

Zo ontwikkelt zich het begrip tot een positieve identificatie voor nieuwe partijen die de consensus van de gevestigde elites ter discussie stellen. Aangezien populisten zowel links als rechts voorkomen, ondergraven ze daarbij op de lange termijn misschien zelfs de ingesleten ideologische grensbepalingen.