Brexit en Visegrad leggen soevereiniteitsprobleem Europese Unie bloot

 

In het Nederlandse politieke discours over Europese integratie is dikwijls sprake van het al of niet ‘overdragen van soevereiniteit’ aan ‘Brussel’, dat wil zeggen de Europese Unie. De term overdragen is misleidend. Want als de Brexit iets heeft aangetoond, dan is het wel dat de natiestaten uiteindelijk formeel soeverein blijven.

Europese regeringsleiders stellen zich op voor een foto ter gelegenheid van de verjaardag van het Verdrag van Rome (foto: Piotr Tracz).

In feite is er niet zozeer sprake van dat lidstaten van de Europese Unie soevereiniteit overdragen, dat wil zeggen afstaan, aan de Europese Unie. Het is veeleer zo dat de Europese Unie participeert in de soevereiniteit van de lidstaten. De EU leent als het ware stukjes soevereiniteit van natiestaten en die natiestaten kunnen, zoals de Brexit laat zien, die soevereiniteit weer terugvorderen.

Waarom spreken Nederlandse politici dan over het overdragen van soevereiniteit? Juist omdat dat impliceert dat die soevereiniteit is afgestaan aan Brussel. Eurofiele nationale politici kunnen zich zodoende verschuilen achter de suggestie dat bepaalde zaken buiten hun macht liggen, terwijl het ze eigenlijk gewoon aan politieke wil ontbreekt.

Dit wordt ook duidelijk als we naar de Visegrad-landen kijken. De Europese Commissie zoekt moeizaam naar middelen om deze landen er toe te bewegen (volledig) mee te werken aan de herverdeling van asielzoekers. Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije weigeren dit namelijk. De Poolse en Hongaarse regeringen zijn al langer bezig om uit te peilen hoe veel soevereine manoeuvreerruimte ze binnen de EU eigenlijk nog hebben.

De beide landen zijn niet bereid om zoals de Britten al hun soevereiniteit terug te vorderen en de Europese Unie te verlaten, maar ze zoeken wel de grenzen op. Daarmee leggen ze het soevereiniteitsprobleem van de Europese Unie bloot.

De Europese Unie heeft namelijk meer pretenties dan het soevereiniteit heeft. De soevereiniteit die het heeft, ontleent het aan de lidstaten. Maar het presenteert zich naar buiten graag als een eenheid en probeert die eenheid ook toenemende naar binnen af te dwingen, door lidstaten in het gareel te houden onder dreiging met sancties. Die sancties kan de EU echter ook alleen maar aan lidstaten opleggen bij de gratie van de soevereine beslissing van andere lidstaten. De Europese Unie heeft op veel gebieden helemaal geen macht om zaken af te dwingen, maar houdt wel graag die suggestie in stand, daarbij geholpen door gewillige lidstaten die zich als vazallen van Brussel opstellen. Orbán en Kaczynski banjeren zo nu en dan echter als olifanten door wat ogenschijnlijk soevereine EU-muren heen, om er achter te komen dat het niet meer dan papieren wandjes zijn.

EU-politici proberen naarstig om de EU stapje voor stapje steeds meer tot een federale staat uit te laten groeien. Het is echter nog altijd zo dat de EU geen soevereiniteit van zichzelf heeft, maar alleen soevereiniteit die ze aan de lidstaten ontleent. De EU kan dus ook alleen tot een federale staat uitgroeien als onze politici dat toelaten. De EU is een luchtspiegeling, onze eigen politici zijn het probleem.

Dit verklaart ook waarom de Eurocraten zo kribbig en wraakzuchtig reageren op het besluit van de Britten om de EU te verlaten of de recalcitrante opstelling van de Visegrad-landen inzake de herverdeling van asielzoekers. Brexit en Visegrad leggen bloot dat de Europese Unie een soevereiniteitsprobleem heeft. De Europese politieke klasse reageert daarop door te stellen dat het geen probleem is maar een uitdaging en zet nog een tandje bij in de voortgaande Europese integratie.