75 jaar geleden: Verovering Sebastopol had voor Hitler meer prioriteit dan Moskou

 

Van 30 oktober 1941 tot 4 juli 1942 woedde de slag om Sebastopol op de Krim. Aan de uiteindelijke verovering door de Wehrmacht gingen twee mislukte aanvallen, een belegering van 236 dagen en massief trommelvuur met gebruikmaking van het zwaarste geschut aller tijden vooraf.

Op 12 augustus 1941 gaf Hitler een uitbreiding op zijn eerdere bevel, Führerweisung Nr. 34, af, waarin hij verkondigde dat “het wegnemen van de Krim” hogere prioriteit heeft dan het optrekken naar Moskou. Per slot van rekening kon de Sovjet-luchtmacht vanaf het schiereiland de Roemeense olievelden en raffinaderijen bij Ploiesti aanvallen, die voor de oorlogsvoering van het Duitse leger van grote betekenis waren – Stalins bommenwerpers hadden dan ook al meerdere malen toegeslagen. Daarbij kwam dat de Russische vlootbasis Sebastopol uitgeschakeld moest worden, omdat de daar gestationeerde marineverbanden een gevaar voor toekomstige Duitse operaties vormden.

De eerste, coup-de-main-achtige aanval door het 11. leger onder infanteriegeneraal Erich von Manstein mislukte echter na verbitterde strijd met grote verliezen. De Duitsers slaagden er in de eerste helft van november weliswaar in om de Krim te bezetten, maar dat gold niet voor Sebastopol in het zuidwesten van het schiereiland. Hier restte Mansteins totaal uitgeputte aanvalsspits niets anders dan vanaf 8 november 1941 tot belegering over te gaan.

 

De als vesting uitgebouwde havenstad werd door troepen onder het bevel van de opperbevelhebber van de Zwarte Zeevloot, viceadmiraal Filipp Oktjabrski, alsmede door het zogenaamde kustleger van generaal-majoor Ivan Petrov verdedigd. Bij elkaar beschikten zij over 118.000 man, waaronder 21.000 elitesoldaten van de marine-infanterie. Deze verschansten zich in talrijke forten en geschutsstellingen binnen de drieledige vestingring om Sebastopol. Veel van de stellingen lagen daarbij tot wel 40 meter diep in de rotsachtige ondergrond of bezaten 360 graden draaibare geschutskoepels met lopen van het kaliber 30,5 cm. Zodoende hield de legerleiding in Moskou het steunpunt van de Zwarte Zeevloot voor onneembaar.

En inderdaad mislukte ook de volgende poging om de vesting te bestormen, in de tweede helft van december. Naast de extreem verbeten weerstand van de verdedigers, waren landingen, ontlastingsoffensieven, van de Sovjets bij Kertsj en bij Feodosija hiervoor verantwoordelijk. Daardoor ontstond voor de Duitse belegeraars van Sebastopol namelijk een omsingelingsgevaar. Hoe dan ook bevonden er zich nu ineens 62.000 vijandelijke soldaten in de rug van het 11. leger, omdat de ter afwering daarvan opgevoerde 46. infanteriedivisie onder luitenant-generaal Hans Graf von Sponeck de terugtocht had geblazen. “Ons lot hing een zijden draad”, schreef Manstein later hierover in zijn memoires.

Een ontspanning van de situatie voor de Duitsers kwam pas op 18 januari 1942 met de afsluiting van het Ketsj-schiereiland en het opnieuw veroveren van Feodosija op de Sovjets. In de tijd daarop bestond de patstelling bij Sebastopol voort, terwijl onderzeeërs, kruisers en torpedobootjagers doorlopend troepen en voorraden aanvoerden naar de vesting.

 

Het tij keerde echter ten gevolge van ‘Unternehmen Trappenjagd’. Tijdens die operatie versloeg het 11. leger tussen 8 en 20 mei 1942 de drie keer zo sterke Sovjettroepen aan het Krimfront onder luitenant-generaal Dmitri Koslov op het schiereiland Kertsj. Daarbij raakten 198.000 soldaten van het Rode Leger in krijgsgevangenschap of sneuvelden.

Aansluitend begon generaal (inmiddels met vier sterren) Von Manstein op 27 mei het ‘Unternehmen Störfang’, de derde aanval op Sebastopol. Vanwege het belang van deze operatie – het kwam er nu op aan iedere bedreiging van de flank tijdens het Duitse zomeroffensief in de richting van de Don en de Kaukasus uit te sluiten – gooide de Wehrmacht alles in de waagschaal wat ze maar te bieden had. Zo werden op slechts 35 kilometer frontbreedte negen Duitse en Roemeens divisies met meer dan 200.000 man, 14 gevechts-, duikbommenwerpers- en jachtgroepen van het  VIII. Fliegerkorps, alsmede 171 batterijen met 600 stuks geschut ingezet – waarbij de tegenstander uit evenveel vuurmonden terugschoot. Zodoende was de artillerieconcentratie in de slag om Sebastopol een van de grootste in de krijgsgeschiedenis überhaupt.

Om door de bunker van de vesting te komen, had Manstein het spoorwegkanon ‘Dora’ met het gigantische kaliber van 80 centimeter aan laten rukken, dat tot zeven ton zware granaten kon schieten over een afstand van 25 kilometer. De trefzekerheid van dit beest liet echter te wensen over. De 60-centimeter-mortieren ‘Odin’ en ‘Thor’ bewezen zich daarentegen als duidelijk effectiever, deze droegen bijvoorbeeld bij aan het lamleggen van de noord-koepel van de gepantserde kustbatterij ‘Maxim Gorki’.

De beslissende klap werd echter pas toegebracht door de bestorming die, na elf dagen trommelvuur en diverse bombardementen door de Luftwaffe, op de morgen van 7 juni 1942 begon. In de dagen daarna schakelden de soldaten van het Infanterieregiment 31 opeenvolgend vier belangrijke forten uit. Aansluitend zette het Infanterieregiment 16 onder het bevel van kolonel Dietrich von Choltitz op 29 juni met 130 boten over de Bocht van Severnaja en rukte tot ontsteltenis van de Sovjets richting het stadscentrum op.

Een dag later zag Moskou zich genoodzaakt het bevel tot overgave van Sebastopol te geven, omdat de munitievoorraden in de vesting waren uitgeput. Petrov en Oktjabrsko ontkwamen op 1 juli met een onderzeeër, terwijl het 11. leger de vesting in bezit nam. Meteen daarop werd nog het nabijgelegen bruggenhoofd bij de Kaap van Chersones uitgeschakeld, waarmee zich op 4 juli 1942 de gehele Krim in Duitse hand bevond en nog eens 97.000 Sovjet-soldaten in krijgsgevangenschap kwamen. Daarbij kwamen circa 18.000 doden terwijl aan Duitse en Roemeense zijde tussen de 6.000 en 19.000 man viel of vermist bleef. Erich von Mansteins overwinning stelde het bezit van de Krim tot mei 1944 veilig voor de Duitsers en droeg in belangrijke mate bij aan zijn bevordering tot veldmaarschalk.