Door: HANS SCHNITZLER

Afgelopen week stemde de Eerste Kamer in met de aftapwet. Vanaf volgend jaar kunnen alle Nederlanders zonder het te weten als bijvangst in de digitale sleepnetten van de AIVD terecht komen. Daarmee stevenen we hard af op een digitale surveillancestaat, schrijft filosoof en publicist Hans Schnitzler.

‘Daar waar verdenking onmiddellijk overgaat in veroordeling, laat het wezen van terreur zich gelden.’ Misschien is deze aan de filosoof Hegel ontleende frase wel de meest puntige samenvatting van de aftapwet waar de Eerste Kamer op woensdag 11 juli 2017 mee instemde

Die wet maakt het mogelijk dat geheime diensten je kunnen hacken, aftappen of andere vormen van digitale huisvredebreuk mogen plegen, wanneer er zich onverhoopt een persoon in je netwerk bevindt die als veiligheidsrisico wordt aangemerkt. Wie nietsvermoedend een potentieel gevaar in zijn nabijheid weet, loopt zo het risico als digitale bijvangst in een surveillance-sleepnet terecht te komen. Beland je eenmaal in zo’n digitale fuik, dan zit je daar drie jaar lang vast. Dat je vervolgens als bij-bijvangst door de datahengelaars van de NSA opgevist kunt worden, is een bijkomstigheid die je maar voor lief moet nemen.

“Wie een potentieel gevaar in zijn nabijheid weet, loopt het risico als digitale bijvangst in een surveillance-sleepnet terecht te komen”

Wat hier gebeurt, is dat het simpele sociale feit dat je als levend wezen altijd ‘onder de mensen’ bent, aanleiding kan geven je te bestempelen als een ‘verdacht persoon’ die onder digitaal toezicht gesteld mag worden. Wie eenmaal onder een dergelijk regime valt, komt onder algoritmisch toezicht te staan. Dat wil zeggen dat computermodellen proberen je toekomstige gedrag te voorspellen aan de hand van de datasporen die je achterlaat. De bewijslast wordt zodoende verlegd van al dan niet strafbare handelingen naar mogelijke intenties of toekomstig gedrag.

Wat hier gebeurt, is dat een van de fundamenten van onze rechtsstaat — je bent onschuldig tot het tegendeel is bewezen — feitelijk wordt omgedraaid. Met het kunststukje uit de hoge hoed van minister Plasterk ben je vanaf het moment dat deze wet in werking treedt schuldig, of op zo’n minst verdacht, tot het tegendeel bewezen wordt. En wie eenmaal als risicoprofiel in een digitaal archief belandt, zal een flinke kluif hebben om daar ooit weer uit te komen.

Wat hier gebeurt, is dat een mede-wetgevend orgaan dat de deugdelijkheid van wetten moet garanderen, de voorwaarden voor onze privacy van binnenuit ontmantelt. Privacy betekent namelijk dat je recht hebt op je eigen gedachten of gevoelens en dat je zelf bepaalt welke je daarvan wel of niet prijsgeeft. In een door algoritmen aangestuurde surveillancestaat komt aan die menselijke, al te menselijke conditie op den duur een eind. Wie wil weten hoe zoiets eruitziet, kan het werk van George Orwell, Aldous Huxley of Dave Eggers erop naslaan.

Behekst door een datadelirium, staat de Eerste Kamer het optuigen van een digitaal panopticum toe

Wat hier gebeurt, is dat de Chambre de reflexion, zoals de Senaat ook wel wordt genoemd, precies het tegenoverstelde doet van hetgeen waarvoor ze in het leven is geroepen. Te weten: ‘In moeilijke tijden aan de driften heilzame palen te stellen,’ zoals de grondwetscommissie het bij de oprichting in 1815 verwoordde. Bevangen door een gepolitiseerd veiligheidsfetisj en behekst door een datadelirium, staat de Eerste Kamer het optuigen van een digitaal panopticum toe. De tirannieke datawaan van de dag luidt immers dat de gemiddelde brave burger toch niets te verbergen heeft en dat onze persoonlijke gegevens bij Vadertje Staat in veilige handen zijn. Dat deze opvatting op een misvatting berust, is genoeglijk aangetoond door de tech-jounalisten Dimitri Tokmetzis en Maurits Martijn in hun boek Je hebt wél iets te verbergen.

Wat hier gebeurt, is dat de vrijheid van meningsuiting in het gedrang komt. Wanneer iedere klik of swipe-beweging door veiligheidsdiensten gemonitord kan worden, treedt het zogeheten chilling-effect in werking: een verschijnsel waarbij mensen online bepaalde links niet meer durven aan te klikken, bevreesd als zij zijn voor de offline consequenties. Deze digitale druk leidt tot vormen van zelfcensuur, sociale rigiditeit en conformisme. Tijmen Schep, een Nederlandse techniekcriticus en innovator verbonden aan het medialab SETUP, heeft voor deze maatschappelijke dynamiek de term ‘social cooling’ gemunt. Bang dat hun goede naam te grabbel wordt gegooid en ongewis over de gevolgen van hun surf-gedrag, gaan burgers risico’s vermijden of zichzelf beperken in hun vrijheid van meningsuiting. In zo’n situatie ‘koelt’ de samenleving af.  De mens komt nu eenmaal gemakkelijker in het reine met een slecht geweten dan met een slechte naam, wist Nietzsche al. Om over de fysieke vrijheid nog maar te zwijgen.

Wat hier gebeurt, is iets waar de gemiddelde despoot zijn tirannieke vingers bij zou aflikken.