Joseph Schumpeter: de maatschappij is als een croissant

Vanmorgen hoorde ik iets bizars. Er is in het winkelcentrum waar ik vanmorgen bij de bakker mijn croissantjes kocht, sprake van leegstand. Een zaak in keukenartikelen is nu ook gestopt; de verhuurder wilde geen concessies doen en dat betekende het einde van deze zaak. Dat mag natuurlijk, de verhuurder heeft de vrijheid te eisen dat men als huurder aan alle verplichtingen voldoet. Maar wat blijkt? De huren voor een kleine zelfstandige zijn zo’n 285 Euro de vierkante meter. Maar die voor zaken als de Action of de Wibra zijn, in datzelfde winkelcentrum, zo’n 100 Euro de vierkante meter. Dat vertelde mij de bakker.

Onder het mom van ‘tien procent leegstand is toegestaan’ (er staat nu al één pand 7 1/2 jaar leeg) houdt men vast aan haar ‘beleid’. De juwelier stopte ermee, en de Wibra mocht het bij haar pand toevoegen. Dus een verlaging naar 185 Euro de vierkante meter was niet bespreekbaar, maar een grote keten met het wel voor 100 Euro overnemen. Het is de sociaaldemocratische bestuurscultuur. Een bestuurskundige, die voor diverse grote gemeenten had gewerkt, vertelde me eens dat gemeente, destijds vooral met een grote PvdA in het bestuur, vooral zaken wilden doen met grote winkelketens en niet met kleine zelfstandigen. Die laatsten waren lastig, terwijl het bestuurskundig veel makkelijk is om met enkele grote partijen om tafel te gaan zitten. Ook al kost dat de gemeente een flinke duit. Het is een ziekte die blijkbaar aan de bestuursacademies wordt geleerd. En die academies worden, jaren geleden althans, vooral door sociaaldemocraten en linksliberalen werd bevolkt, aldus de oudstudent die ik sprak. VVD’ers en CDA’ers waren daar witte raven.

De voorbeelden die ik plaatselijk tegenkom, door met tal van kleine ondernemers te spreken, zijn legio. Zo had een juwelierszaak een verbouwing ondergaan, waarbij de architect op de tekeningen die bij de aanvraag naar de gemeente vergeten was de honderd jaar oude klok in te tekenen. Die moest daarom van de gemeente verdwijnen, samen met de mededeling dat als niet alle ramen van de bovenwoning waren ingetekend, deze ook zouden moeten worden dichtgemetseld. Op hetzelfde moment kreeg een grote onderneming het plan uit te breiden. De grote onderneming kreeg meteen toestemming met burgemeestersbezoek en al, de juwelier heeft jarenlang moeten steggelen omdat steeds maar weer nieuw ingediende tekeningen na ingediend te zijn, ‘verdwenen’. Daarna vernam ik van een restauranteigenaar dat de gemeente hem had gesommeerd de zaak te sluiten omdat de vergunningen niet in orde waren. Er zal al bijna honderd jaar horeca in dat pand…

Wat bleek? Na de verhuizing naar het nieuwe stadskantoor waren tal van vergunningen kwijtgeraakt en alle zaken die dat betrof werden gesommeerd te sluiten. Nu had hij kopieën… die hij alleen zou overleggen aan de burgemeester persoonlijk. Het werd de wethouder, maar de ‘wraak’ liet natuurlijk niet op zich wachten (later werden er in zijn middeleeuwse pand muizen geconstateerd). Hetzelfde met de nieuwe Zara die er moest komen in het monumentale pand waar ooit het Provinciehuis zat. Ondernemers konden opeens niet meer hun zaak voortzetten vanwege gestarte verbouwingen en de mededeling van de gemeente dat dit hun eigen probleem was, waarna een platenzaak op eigen kosten moest verkassen. Ik kan wel doorgaan.

Het is blijkbaar een ziekte die ons land al langere tijd teistert: wat lastig is, moet verdwijnen. Zo voerde men in ons land lange tijd een anti-industriebeleid omdat industrie lastig is, vervuilt enz. Prof. Arie van der Zwan heeft daar nog de strijd mee aangebonden. Die politiek werd ook plaatselijk doorgevoerd, zoals in Zwolle waar ik woon. Industrie is weliswaar noodzakelijk maar moet toch eigenlijk liever verdwijnen. Althans volgens onze bestuurslogica.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!

En men heeft in dat land, om dezelfde reden, een hekel aan agrariërs en vissers. Zoals een veehandelaar onlangs tegen me zei over het verschil in veehandel tussen Nederland en Duitsland: “in Duitsland steekt men de duim tegen je op als men hoort dat je een boer bent, in Nederland krijg je de middelvinger.” En heeft men ook een grote hekel aan kleine zelfstandigen. Wan wat dit laatste betreft, in een boek over de geschiedenis van het winkelbestand in de Zwolse wijk Assendorp kwam ik iets merkwaardigs tegen wat hierop betrekking had. Het betrof het landelijke beleid, in de jaren ’60, om kleine winkels die niet voldoende omzet konden tonen, gedwongen te sluiten.

Het principe van huizen afbreken om er woonblokken neer te zetten, werd alzo ook toegepast op bedrijven. De bestemmingsplannen werden aangesnoerd. Winkels, horeca en andere ondernemingen mochten niet zomaar meer ergens worden gevestigd; het bestemmingsbeleid werd stringent uitgevoerd. In ‘nieuwe’ wijken, werd, in samenwerking met projectontwikkelaars, het beleid van kracht van ‘winkelcentra’: clusteringen van winkelareaal die eigendom was van een vastgoedbeheerder. Met alle gevolgen van dien. Bijvoorbeeld met het gevolg dat ik zojuist beschreef: kleine ondernemingen moet zoveel betalen dat uiteindelijk vooral grote ondernemingen over mogen blijven.

Of – iets geheel anders – het beleid om winkeliers gedwongen open te laten zijn op zondag, of omdat de vastgoedbeheerder dat bepaalt, of omdat de vastgoedbeheerder de voorwaarden mag wijzigen hiertoe. Zoals in Groningen enige tijd geleden speelde, maar op meerdere plaatsen actueel is. Desbetreffende ondernemers hebben geen keuze dan of instemmen of sluiten. Door het bestemmingsplanbeleid is het voor hen immers onmogelijk elders een onderneming te starten: de overheid dwingt ze derhalve om met een monopolist in zee te gaan die alles mag bepalen.

Hier is sprake van de fusie van neoliberaal primaat van het kapitaal en het sociaaldemocratische paradigma van ‘goed bestuur’ waardoor je in linkse kringen voortdurend mee om de oren wordt geslagen. ‘Goed bestuur’ betekent dat alles wat lastig is, moet verdwijnen. Neoliberale marktwerking betekent dat de overheid de publieke ruimte, ook qua regelgeving, zo inricht dat grote ondernemingen het initiatief krijgen. Het is een mooi schoolvoorbeeld van de convergentie tussen kapitalisme en socialisme waar de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter op wees. Volgens hem zouden kapitalisme en socialisme vanzelf naar elkaar toe groeien. Zeg maar zoals een croissant, waarvan de uiteinden ook als vanzelf naar elkaar toe lijken te trekken. De croissant: teken van maatschappelijk verval; teken dat ons de hoop ontneemt. Joseph, je wordt bedankt!