Door: EDIN MUJAGIC

Gepubliceerd door: Flow The Money (27-7-2017)

De Duitse auto-industrie ligt opnieuw onder vuur: Audi, BMW, Daimler, Volkswagen en Porsche blijken jarenlang onderling prijzen afgesproken te hebben. Maar laten we eerlijk zijn: kartelvorming is in onze economie eerder regel dan uitzondering. Hoezo vrije markt?

Duitse autobouwers maken al jarenlang prijsafspraken, zo onthulde het Duitse weekblad Der Spiegel onlangs. Een schokkend verhaal, zeker in de wetenschap dat het schandaal rondom de CO2-uitstoot van Volkswagen nog steeds huis houdt in de Duitse autosector.

Maar is het wel echt zo schokkend dat grote Duitse autofabrikanten prijsafspraken hebben gemaakt? Wie in Google term ‘prijsafspraken’ intypt, krijgt namelijk heel wat hits. Op de eerste pagina van de zoekresultaten zag ik het bericht over de Duitse autoboeren, maar las ik ook dat Deutsche Bank en JP Morgan Chase 127 miljoen euro boete gaan betalen omdat ze jarenlang de LIBOR-rente gemanipuleerd hebben.

Verder trof ik het bericht ‘De Autoriteit Consument en Markt (ACM) onderzoekt of bedrijven werkzaam in de haven verboden prijsafspraken hebben gemaakt’ aan, evenals de berichten ‘Miljoenenboete voor importeurs accu’s om prijsafspraken’, ‘Lighting en Accell hebben jarenlang verboden prijsafspraken gemaakt’, ‘Aircobedrijven bestraft voor prijsafspraken’, ‘Philips botst weer met kartelridders over illegale prijsafspraken’, ‘Megaboete Air France-KLM voor verboden prijsafspraken’, en zo nog veel meer.

Je kunt het zo gek niet bedenken, of de prijzen ervan zijn jarenlang gemanipuleerd

Een paar minuten besteden aan het doorzoeken van de Google-hitlijst laat zien dat prijsmanipulatie een zeer wijdverspreid fenomeen is. Je kunt het zo gek niet bedenken of de prijzen ervan zijn jarenlang aantoonbaar gemanipuleerd: sanitaire producten, garnalen, kaarsen, cement, autoruiten, vitamines, naalden, vakantiereizen, goud, zilver, valutakoersen, rentes, et cetera. De Europese waakhond in Brussel heeft in loop der tijd ontelbare boetes uitgedeeld aan bedrijven over de hele wereld vanwege het maken van prijsafspraken. Bijna alle grote Nederlandse bedrijven zijn één of zelfs meerdere keren beboet.

Met andere woorden: prijsmanipulatie is al lang geen uitzondering meer op de regel dat we vrije marktwerking hebben. Prijsmanipulatie ís de regel.

Slimmer dan de markt?

Neem de prijs van geld, wel ook bekend als rente: in feite is dat de brandstof waar het kapitalisme op draait. Die wordt in Europa bepaald door de Europese Centrale Bank en commerciële banken. Van die laatsten weten we nu dat ze het belangrijkste rentetarief, de LIBOR, jarenlang gemanipuleerd hebben. Ook de rente die de commerciële banken doorgaans betalen als zij geld lenen – de basis voor wat ze u en mij in rekening brengen als wij vervolgens bij hen een lening afsluiten – wordt 8 keer per jaar vastgesteld door een groepje van 25 mensen, ook wel bekend als het bestuur van de ECB. In de VS gaat het zelfs om een groepje van tien personen.

Als een leraar economie in de les over vrije markten het voorbeeld van Sovjet-Unie aanhaalt waar een groepje ambtenaren elk jaar bepaalde hoeveel schoenen — inclusief de kleur en modellen — geproduceerd moesten worden, of hoeveel Lada’s er van de band moesten rollen, dan lachen de scholieren hysterisch.

De OPEC heeft slechts één doel voor ogen: de prijs van olie manipuleren

Het is natuurlijk ook lachwekkend dat een groepje mensen werkelijk beter dan de markt meende te weten hoeveel schoenen en welke Lada’s er gemaakt moesten worden. Maar als een ander groepje mensen beter dan de markt meent te weten wat de prijs van het geld moet zijn, zoals de centrale banken doen, dan vinden we het ineens heel logisch.

Oliekartel

Of wat dacht u van olie? Sinds de oprichting van de OPEC heeft de organisatie van olieproducerende landen (zoals Saoedi-Arabië, Koeweit en Irak) slechts één doel voor ogen: de prijs van olie manipuleren. Tegenwoordig maakt de OPEC zelfs afspraken met niet-leden om de olieprijs op te krikken. De leden van dat kartel – want dat is de OPEC in feite – vergaderen in Wenen. In plaats van ze op te pakken wegens verboden prijsafspraken of toch op zijn minst een boete uit te delen, rolt de EU de rode loper echter voor hen uit.

Hiermee hebben we twee belangrijke maandelijkse uitgaven van elk huishouden te pakken: de hypotheek en de energierekening. De prijs die we voor gas, stroom, diesel en benzine betalen, is immers direct afhankelijk van de olieprijs.

Ik moest hieraan denken toen ik het boek ‘The Invisible Hand?’ van Bas van Bavel, hoogleraar economische geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht, las. Het is een prachtig boek, ik beveel het van harte aan. Van Bavel betoogt dat vrijemarkteconomieën uitmonden in een klassenmaatschappij met grote en toenemende ongelijkheid, om uiteindelijk ten onder te gaan.

“Wat de 99 procent als welvaartsstijging ervoer, was een illusie gebouwd op geleend geld”

Als we naar Nederland kijken, dan zien we hoe de countouren van die klassenmaatschappij zich aftekenen: in tegenstelling tot wat velen — vooral de middenklasse — een lange tijd dachten, is de welvaart voor 99 procent van de mensen in de afgelopen decennia nauwelijks gestegen. Hetgeen dat die 99 procent als welvaartsstijging ervoer, was grotendeels een illusie gebouwd op geleend geld.

Verval is al lang ingezet

Kijken we naar het bedrijfsleven, dan zien we steeds meer tekenen dat grote bedrijven regels en wetten zodanig beïnvloeden dat die vooral henzelf goed uitkomen en bij kleinere concurrenten juist voor overlast zorgen. In de EU geven grote bedrijven duizelingwekkende bedragen uit elk jaar om te wetten en richtlijnen die Brussel uitvaardigt vanaf het begin te beïnvloeden of er zelfs aan mee te schrijven. In de VS is dat niet anders.

Gezien het aantal prijsafspraken tussen bedrijven – vergeet niet dat ook op dit gebied waarschijnlijk geldt dat voor elke ontdekte prijsafspraak tussen bedrijven, waarschijnlijk tien andere prijsafspraken bestaan die niet worden ontdekt – en die groeiende tegenstelling tussen 99 procent en 1 procent, kunnen we ons serieus afvragen of het nog wel terecht is te spreken van vrijemarkteconomieën in het westen.

De grote vraag: wat staat ons te wachten?

Anders gezegd: het verval waar Van Bavel het over had, lijkt al lang ingezet te zijn. De huidige crisis moeten we dan ook wellicht als een onderdeel van dat proces zien. Dé grote vraag is: wat staat ons te wachten? Het echte communisme, zoals Karl Marx beweerde? Nationalisme, maar dan van het ergste soort? Oorlogen? Ik weet het niet.

Wat ik wél weet, is wat de geschiedenis ons leert: dat de overgangsfases tussen twee maatschappelijke stelsels nooit rustige, welvarende periodes zijn geweest. Dat baart me grote zorgen.

Het beste antwoord is dan misschien toch het oude adagium dat voorkomen beter is dan genezen. Voorkomen, door prijsafspraken meedogenloos aan te pakken. Door de opbrengsten ten goede van de échte gedupeerden te laten komen, namelijk consumenten, en het geld niet naar de overheden te sluizen. Door het politieke stelsel — dat nu wijdopen staat voor private beïnvloeding — radicaal te hervormen en de middenklasse zo snel mogelijk te steunen omdat deze de lijm is die onze maatschappij bij elkaar houdt. Waar wachten we nog op?