Gepubliceerd door: DIEM25-NL (29-7-2017)

Autocracy wasn’t built in a day: How PiS build their regime bill by billDat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht onder vuur ligt hoort bij een grotere staatsvormverandering doorgedrukt door de regerende Recht en Rechtvaardigheidspartij en haar voorzitter Jarosław Kaczyński.

Een informatief achtergrondartikel over de zich ontvouwende crisis in Polen, door Politiek Criticaster Jan Smoleński.

[UPDATE] Op 24 juli heeft president Duda zijn vetorecht gebruikt en twee van de drie hieronder beschreven voorgestelde en door het parlement aangenomen wetten, tegengehouden.

De laatste aanval op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht door de regerende Recht en Rechtvaardigheidspartij (PiS) in Polen heeft duizenden de straat op doen gaan. Deze aanval wordt terecht gezien als ondermijning van het principe van de scheiding der machten en als ondermijning van de checks and balances, van het staatkundig machtsevenwicht. Maar in plaats van dit te interpreteren als een aanval op republikeinse en liberaal democratische principes in een zoektocht naar ongeremde macht of als een blitzkrieg tegen de gerechtshoven (de standaard liberaal democratische kritiek), zou het gezien moeten worden als onderdeel van een bredere en diepgaande verandering van staatsvorm. Het is de meest recente – maar waarschijnlijk niet de laatste – stap in de zogenaamde “goede verandering” waaraan PiS hard heeft gewerkt sinds haar overwinning in 2015.

Drie nieuwe wetten (twee zijn al door het parlement en wachten op ondertekening door de president; één wet ligt nog voor aan het parlement ter goedkeuring) zullen PiS het zeggenschap geven over de rechterlijke macht. Met de eerste wet komen de leden van de Nationale Raad van Justitie, een grondwettelijk orgaan dat verantwoordelijk is voor rechterlijke benoemingen, feitelijk onder toezicht te staan van de partij. De tweede wet geeft de Minister van Justitie de bevoegdheid opperrechters aan te stellen bij lagere gerechtshoven. Met de derde wet, nog ter goedkeuring, is de overname compleet: in haar huidige vorm beëindigt deze wet de mandaten van alle rechters aan de hooggerechtshoven – behalve van hen die Zbigniew Ziobro, Minister van Justitie, persoonlijk toestaat om aan te blijven. Met de wet wordt tevens een “Disciplinaire Kamer” binnen het Hooggerechtshof gecreëerd. Deze kamer zal zich buigen over disciplinaire maatregelen tegen alle rechters in het land; procedures zullen op Ziobro’s verzoek gestart worden. Belangrijk te weten is dat de Minister van Justitie tevens Procureur-Generaal is en in deze hoedanigheid het recht heeft om ieder onderzoek dat hij wil persoonlijk te leiden en te controleren.

Een half koninkrijk voor wie ook maar één van deze maatregelen volgens de grondwet kan rechtvaardigen. Als deze drie openlijk ongrondwettige verordeningen bekrachtigd worden, kan de Recht en Rechtvaardigheidspartij in feite het Hooggerechtshof en alle lagere gerechtshoven inrichten met hun loyalisten en zal ze met disciplinaire maatregelen zwaaien tegen diegenen die na hun benoeming te onafhankelijk worden en bijvoorbeeld tegen rechtsvervolging beslissen. Deze herschikking van het Hooggerechtshof zal bovendien de regerende partij het laatste woord geven (alhoewel indirect) in het electorale proces – het is immers het Hooggerechtshof dat verkiezingsonregelmatigheden onderzoekt en besluit over de wettelijkheid van de verkiezingen. Recht en Rechtvaardigheid zal via haar Minister van Justitie dan zowel speler als scheids zijn.

Sinds hun verkiezingsoverwinningen voor zowel president als parlement in 2015, hebben Recht en Rechtvaardigheidspolitici onophoudelijk (ongrondwettelijk) loyale rechters aangesteld aan het Constitutioneel Gerechtshof, de publieke media overgenomen en stilzwijgend partijaanhangers-criteria geïntroduceerd in de ambtenarenselectie.

Het Tribunaal is reeds dociel gebleken. De publieke media zijn verworden tot een propaganda-instrument van de meerderheid in het parlement. Overheidskantoren zijn gestaag gevuld met partijaanhangers. Daarbij heeft PiS de “Territoriale Defensie” in het leven geroepen, een paramilitaire eenheid die direct onder controle van de Minister van Defensie staat. Ze heeft tevens het schoolcurriculum aangepast om nationalistische en fundamentalistisch-katholieke sentimenten weer te geven en te promoten, hetgeen forse donaties van de Kerk heeft opgeleverd. Tot slot, door de staat gesponsorde publieke evenementen en het nog op te richten National Vrijheidsinstituut zullen de regering de controle geven over maatschappelijke organisaties. De verordening die de centrale regering in feite toestaat lokale autoriteiten te ontslaan, werd gevetood door ‘oppernotaris’ [president] Andrzej Duda in een zeer zeldzame poging tot verzet (of een opzettelijk rookgordijn). Maar dat betekent niet dat de drang om lokale autoriteiten te knechten verdwenen is.

De nu voorgestelde wetten voor de rechterlijke macht zijn een vervolg op de in gang gezette veranderingen. De maatregelen tezamen leggen de politieke macht in de handen van de predikanten en ambtenaren en, zoals de politieke praktijk onder de PiS heeft laten zien, kantelt het machtsevenwicht drastisch in de richting van de uitvoerende tak. De wetgevende macht wordt daarmee gereduceerd tot een verordeningendoordrukkende machine. De rechterlijke macht wordt gereduceerd tot een handhaver van wetten ontworpen door de uitvoerende macht en tot een leverancier van gewenste uitspraken. Wie nog zijn twijfels heeft zou de droevige vertoning van geschreeuw en boegeroep van parlementsleden van de regerende partij moeten gadeslaan, zoals tijdens het parlementairdebat over de Hooggerechtshofwet, of naar Minister Ziobro moeten luisteren die al voor het eind van een proces beslist wie schuldig is.

Met de veranderingen vervagen ook de grenzen tussen de verschillende machten; de tentakels van de uitvoerende macht rijken tot de andere twee takken en mengen zich in hun functioneren. Belangrijk te vermelden en gestaafd door de huidige politieke praktijk in Polen: in deze PiSocratie zijn verkiezingen gereduceerd tot een volksstemming en een verkiezingsoverwinning wordt gezien als een mandaat om welk gewenst beleid dan ook na te streven, in weerwil van mogelijke oppositie en kritiek. Maatschappelijk activisme moet beperkt blijven tot juichen bij door de staat gesponsorde bijeenkomsten, zoals ter gelegenheid van de verwelkoming van Donald Trump of tot de haat zoals geëtaleerd in maandbladen na de vliegtuigcrash bij Smolensk. Eventuele onafhankelijke ngo’s zullen worden beknot in hun bewegingsvrijheid.

Recht en Rechtvaardigheid rechtvaardigt deze verandering van staatsvorm als een noodzakelijkheid om overheidsinstellingen op orde te brengen en te versterken. Gerechtshoven moeten gezuiverd worden van restanten van communistische apparatsjiks die naar men zegt nog altijd aanwezig zijn in het rechtswezen. Lokale overheidsinstanties moeten opgeschoond worden van verstokte kongsi. De publieke media moeten alternatieven onder de aandacht brengen voor particuliere winkels die oude elites bedienen. Deze diagnoses komen tot op zekere hoogte overeen met gevoelens onder Polen in bepaalde kringen van de samenleving, voor wie de staat vaak het gezicht heeft van een arrogante lokale rechter of van een corrupte lokale ambtenaar.

Maar, ironisch genoeg, de manier waarop deze verandering doorgevoerd wordt, maakt simpelweg een einde aan staatsinstituties. In een revolutionaire ijver wordt loyaliteit aan de partij hoger gewaardeerd dan competentie – Julia Przyłębska, de opperrechter aan het Constitutioneel Tribunaal zonder zelfs maar een doctorsgraad in de rechten of Bartłomiej Misiewicz, de ex-woordvoerder van het Ministerie van Defensie die niet eens de middelbare school heeft afgemaakt ondanks drie verschillende geprobeerd te hebben, illustreren dit maar al te goed. In een propagandaoorlog tegen nog onafhankelijke instellingen, heeft de regering het gemunt op hun prestige en legitimiteit. De grondwettelijk gedefinieerde machtshiërarchie ten slotte, is vervangen door partij hiërarchie.

De acties worden gecoördineerd door Jarosław Kaczyński, officieel alleen parlementslid en voorzitter van PiS. Zijn macht over president Andrzej Duda en premier Beata Szydło is te verklaren met enerzijds zijn grip op de PiS-achterban en anderzijds zijn charisma in de ogen van het solide kiezerscorps van de partij. Het is geen geheim dat zowel Duda als Szydło hun benoemingen te danken hebben aan Kaczyński en duidelijk is dat hun politieke carrière met een bevlieging van de laatste zo weer tot een eind kan komen. Daarbij komt dat Kaczyński geen grondwettelijke verantwoording schuldig is voor de schendingen van de grondwet door zijn ondergeschikten.

De drie verordeningen die de rechterlijke macht onderwerpen aan de regering zijn nog niet tot wet verheven en gegeven de recente uitlatingen van Andrzej Duda (die zich lijkt te herinneren dat hij geen notaris is maar de president die, als het Staatshoofd, de macht heeft om te vetoën), worden ze misschien niet in hun meest flagrante vorm ingevoerd.

Een aangelengde versie van de wetten zal de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht niet redden. De oppositie ziet zich geplaatst voor een moeilijke, dubbele taak: aan de ene kant zal ze alles moeten doen om de veranderingen, geïntroduceerd door een opponent die zich niets van kritiek lijkt aan te trekken, tegen te houden. Aan de andere kant zal ze manieren moeten vinden om de idee van de grondwet te herstellen. Anders, zelfs als de PiS regering wonderbaarlijker wijs van korte duur mocht blijken te zijn, zou de erfenis van “goede verandering” de Poolse politiek niet voor jaren maar nog voor tientallen jaren kunnen bezoedelen.

Vertaling: NIki Best.