Door: THOMAS BOLLEN

Publicatie: Follow The Money (7-8-2017)

Ook al wordt er weinig aan gedaan, iedereen weet het: torenhoge schulden zijn slecht. Economische groei geniet daarentegen bijna overal ter wereld de hoogste prioriteit en is synoniem aan vooruitgang. Maar schijn bedriegt: schuld en economische groei zijn twee kanten van dezelfde medaille. Ze dragen niet bij aan vooruitgang, maar houden ons gevangen in een vicieuze cirkel van stagnatie.

De economie van de Eurozone is in het tweede kwartaal van dit jaar met 0,6 procent gegroeid, stond er op 1 augustus in de kranten. Reden voor een feestje, want ‘als de economie groeit, gaat het goed met ons,’ zo luidt de vanzelfsprekende conclusie. Wereldwijd wordt er beleidsmatig gestuurd op de groei van het bruto binnenlands product (bbp), terwijl dit helemaal geen goede maatstaf is voor brede welvaartsontwikkeling of vooruitgang.

Waar komt deze obsessie met economische groei vandaan en waarom sturen we niet op andere indicatoren? Als opmaat voor deze discussie eerst een analyse: wat meten we nu eigenlijk met het bbp?

Welzijn

Het bbp is de geldwaarde van alle geproduceerde goederen en geleverde diensten in een jaar – dat wat we met zijn allen produceren, uitgedrukt in euro’s. We spreken van economische groei als dat cijfer ieder jaar groter wordt.

Welzijn en geluk worden slecht weerspiegeld in het bbp

Economische wetenschap gaat over menselijke behoeftebevrediging in de breedste zin van het woord, maar het bbp heeft een veel nauwere reikwijdte. Welzijn en geluk – die voor de meeste mensen niet alleen afhankelijk zijn van materiële zaken – worden bijvoorbeeld slecht weerspiegeld in het bbp. Sommige dingen zijn namelijk moeilijk te kwantificeren: een liefdevolle omhelzing of een luisterend oor kun je niet zomaar in een cijfer vangen.

Alle economische activiteit in de informele sfeer, zoals je vrienden helpen met verhuizen of je zieke moeder verzorgen, tellen ook niet mee in het bbp – terwijl ze wel degelijk waarde toevoegen. Zonder boekhouding is er echter geen economische groei.

Welvaart & duurzaamheid

Immateriële zaken en informele diensten zien we dus niet terug in het bbp. Er blijven echter genoeg materiële zaken over die wel gemakkelijk meetbaar zijn. En laten we eerlijk zijn: wie wil er nou niet meer spullen hebben? Materiële rijkdom wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek dan ook nauwkeurig bijgehouden in het nationaal vermogen.

Het bbp schiet daarentegen tekort in de registratie van materiële welvaart. Binnen het bbp gaat het er niet om wat voor spullen ’s lands inwoners hebben, maar om wat ze produceren – niet om het resultaat, maar om de bezigheid. Er wordt voor de hoogte van het bbp geen onderscheid gemaakt in maatschappelijke wenselijkheid. De productie van een clusterbom van 250 euro weegt even zwaar mee in het bbp als de fabricage van een kinderwagen ter waarde van 250 euro.

“De gevolgen voor het milieu zijn niet in de boeken terug te vinden”

Duurzaamheid speelt al helemaal geen rol binnen het bbp. Sterker nog: we registreren het verspillen van schaarse grondstoffen juist als groei. De kap van regenwouden levert hout op en de vrijgekomen grond wordt gebruikt voor veeteelt. Een boekhouder telt die productie op bij het bbp, maar de gevolgen voor het milieu zijn niet in de boeken terug te vinden. Door spaarzamer om te gaan met grondstoffen, bijvoorbeeld door aardgasvoorraden langer in de grond te laten, krimpt juist de omvang van onze economie.

Het sturen op het bbp stimuleert ook de productie van inferieure producten. Als iets kapot gaat, kun je immers blijven produceren om het te vervangen. Volgens deze logica is zelfs oorlog economisch goed te praten – na de destructie volgen de vette jaren van groei. Voor onze welvaart slaat dat natuurlijk nergens op. Het is op de lange termijn veel beter om met zo min mogelijk grondstoffen duurzame producten te maken. De vrijgekomen productiecapaciteit zou je dan voor andere doeleinden kunnen gebruiken.

Innovatie

Daar dient zich echter een probleem aan, want veel innovaties – een efficiënter proces, nieuwe technologie of artificiële intelligentie – vragen helemaal niet om meer productiecapaciteit. Ze zorgen er juist voor dat er minder industriële processen en menselijke arbeid vereist zijn om in meer behoeftes te voorzien.

Meer vrije tijd maakt mensen gelukkiger dan meer spullen

Een zonnepaneel wordt eenmalig geproduceerd, en draagt maar één keer bij aan het bbp. In de jaren daarna voorziet het paneel de eigenaar van stroom. Die energie hoeft hij niet meer in te kopen op de markt. Als dat op grote schaal gebeurt, kan een kolencentrale worden gesloten; dat kost banen en op papier krimpt daardoor de economie. De stroom van het zonnepaneel zien we niet meer terug in het bbp, maar verschuift – off the grid – naar de informele economie van zelfvoorzienendheid.

Technologische ontwikkeling kan mensen voorzien in behoeftes waarvoor ze nu nog afhankelijk zijn van bedrijven en overheden. De eenmalige aanschaf van een 3d-printer heeft de potentie om de retailmarkt op zijn kop zetten. Kunstmatige intelligentie en blockchaintechnologie zullen de huidige diensten van banken, accountants en juristen ingrijpend veranderen en veel banen overbodig maken.

Minder werken, meer verdienen

We zouden dus minder kunnen gaan werken, zonder dat daar een verlies van materiële welvaart tegenover staat. Dat is zo’n beetje de definitie van economische vooruitgang. Bovendien maakt meer vrije tijd mensen gelukkiger dan meer spullen, zo bleek vorige maand maar weer eens uit onderzoek van gedragswetenschapper Paul Smeets van Universiteit Maastricht.

Dit idee van technologische vooruitgang om minder te hoeven werken staat echter lijnrecht tegenover banencreatie en bbp-groei. Het past ook niet in het economische groeimodel. Dat model is namelijk afhankelijk van een alsmaar stijgende vraag naar productie. En om die vraag naar productie te laten groeien, moeten mensen wel wat te besteden hebben. Minder werken zou in dat geval gecompenseerd moeten worden met loonstijgingen om de koopkracht op peil te houden.

De salarissen blijven op dit moment juist achter bij de economische groei

In de praktijk zijn een boel partijen er helemaal niet zo happig op om salarissen te verhogen. Internationale bedrijven kunnen vaak ook niet zomaar de lonen omhoog gooien als ze concurrerend willen blijven met lage lonenlanden. De Nederlandsche Bank (DNB) en het Centraal Planbureau (CPB) constateren dan ook dat salarissen op dit moment juist achterblijven op de economische groei.

Terwijl de politiek zich richt op banencreatie en zich jubelend in de handen wrijft vanwege de huidige economische groei, sluimert op de achtergrond een verdelingsvraagstuk. De productiefactor arbeid zal alleen maar verder onder druk komen te staan vanwege technologische ontwikkelingen. Het gevolg daarvan is een steeds grotere groep mensen die te weinig verdient om de consumptievraag, een vereiste voor onze economische groei, op peil te houden.

Vicieuze cirkel

Eigenlijk is het verdelingsprobleem al veel groter dan we nu merken. Centrale banken, overheden en commerciële partijen hebben alleen een fantastische manier gevonden om het probleem te omzeilen: ze houden de vraag naar arbeid en spullen kunstmatig op peil met het verstrekken van leningen.

De Europese Centrale Bank pompt 60 miljard per maand de economie in en houdt de rente laag. Zelfs indirecte monetaire financiering van staten en grote bedrijven wordt niet meer geschuwd – allemaal om het lenen van geld te stimuleren. Mensen vullen met dat geleend geld het gat in hun salaris aan om te blijven consumeren. De private schuldenberg is wereldwijd gegroeid tot ongekende hoogte. Het moge duidelijk zijn: schulden zijn de motor achter de groei van het bbp.