Afrika is rijk – in minerale rijkdom, opgeleide arbeiders, bloeiende nieuwe bedrijven en biodiversiteit. De Afrikaanse volkeren zouden moeten floreren en de Afrikaanse economieën moeten bloeien. Toch leven veel mensen in Afrika’s 47 landen in armoede terwijl een groot deel van de rijkdom uit het continent gesluisd wordt door actoren uit de rest van de wereld. In het bijzonder westerse en geïndustrialiseerde landen halen veel meer uit Afrika dan ze er instoppen. Tegelijkertijd leggen ze economische modellen op die armoede en ongelijkheid voeden.

Door: Soetkin Van Muylem

Publicatie: De Wereld Morgen, 10-8-2017

Volgens het Honoust Accounts-rapport gepubliceerd in mei 2017, ontvingen de Afrikaanse landen in 2015, 144,3 miljard euro aan voornamelijk leningen, geldovermakingen door familieleden in het buitenland en financiële hulp.

Tegelijkertijd werd er 181,3 miljard euro uit Afrika weggesluisd. De Afrikaanse landen zijn dus in feite netto kredietverstrekkers van de rest van de wereld – in 2015 ten bedrage van 37 miljard euro.Afrikaanse landen ontvangen zo’n 17 miljard euro aan financiële hulp per jaar, maar de kapitaalsvlucht, vooral door multinationale bedrijven die bijvoorbeeld met opzet de waarde van hun import of export verkeerd aangeven om minder belastingen te moeten betalen, is 3 maal zo hoog (60,7 miljard euro). Terwijl de Afrikanen 27,7 miljard euro aan persoonlijke geldovermakingen vanuit het buitenland ontvangen (bijv. van familieleden in het buitenland), repatriëren de multinationale bedrijven die actief zijn op het continent jaarlijks een gelijkaardig bedrag (28,6 miljard euro) aan winsten naar hun thuislanden.

In 2015 ontvingen Afrikaanse regeringen 29,3 miljard euro aan leningen, maar betaalden alleen al aan rente op de bestaande schulden 16,1 miljard euro terug. Ondertussen stijgt de algemene schuldenlast zienderogen.

Er wordt naar schatting ook zo’n 25,9 miljard euro per jaar van Afrika gestolen via de illegale houtkap, visserij en de handel in wilde dieren en planten. Verder zijn er ook nog de onrechtstreekse kosten die de rest van de wereld oplegt aan Afrika, bijvoorbeeld de kosten die het continent moet maken om zich aan te passen aan de klimaatverandering, wat oploopt tot 9,5 miljard euro per jaar, of om de klimaatverandering in te perken, bijvoorbeeld het heroriënteren naar een koolstofarme Afrikaanse economie, waarvan de jaarlijkse kost nog veel groter is (23,2 miljard euro).

Deze kosten kunnen opgeteld worden bij het geld dat jaarlijks uit Afrika weggehaald wordt omdat ze uitgaven omvatten -een verlies van middelen dus- om processen tegen te gaan waar het continent historisch niet verantwoordelijk voor is.

Welke hulp?

Als de regeringen van rijke landen beweren dat ze Afrika helpen via hun ontwikkelingsprogramma’s is dat op zijn zachtst gezegd misleidend. Deze landen zouden hun rol ernstig moeten herbekijken want momenteel richten ze heel wat schade aan. In de eerste plaats worden er miljarden gestolen van de Afrikaanse burgers doordat er op mondiaal vlak veel te weinig wordt gedaan om de belastingontduiking en -ontwijking tegen te gaan.

De rijke landen doen weinig of niets om de financieel onzuivere praktijken van hun multinationale bedrijven die opereren in Afrika aan banden te leggen. Ontwikkelingshulp zou eigenlijk geherdefinieerd moeten worden als ‘herstelbetalingen’ voor de aanhoudende extractie van rijkdom en andere schade die aangericht wordt door rijke landen. De omvang van deze herstelbetalingen zou bepaald moeten worden op basis van de reële schade en niet arbitrair vastgelegd worden door rijke regeringen ‘uit de goedheid van hun hart’.

Westerse geïndustrialiseerde landen krijgen onterecht de rol toebedeeld van weldoeners die hun rijkdom wegschenken aan arme Afrikaanse landen in de vorm van ontwikkelingshulp. Het tegengestelde is waar. De huidige extractie van rijkdom vanuit de arme naar de rijke wereld is bovendien een voortzetting van een historische trend die teruggaat tot in de koloniale tijd.

De socioloog Hamza Alavi raamde dat de stroom van rijkdom van India naar Groot-Brittannië tussen 1793 en 1803 ongeveer 2 miljoen pond per jaar bedroeg – het equivalent van vele miljarden vandaag. De Britse theoloog Robert Beckford maakte een ruwe schatting van de rijkdom die de Britten onttrokken hebben aan de Afrikaanse landen dankzij de slavenhandel en kwam op maar liefst 7,5 biljoen pond!

Diefstal

Afrikaanse multilaterale bedrijven genereren rijkdom op dezelfde uitbuitende manier als hun tegenhangers uit het globale Noorden. De grootste 500 Afrikaanse bedrijven declareerden een gezamenlijke omzet van 623 miljard euro in 2014. In 2015 exporteerden Afrikaanse landen voor 207 miljard euro aan mineralen en olie naar de rest van de wereld.

De waarde van de mineralenvoorraad in de Afrikaanse bodem is uiteraard nog vele malen hoger. Alleen al Zuid-Afrika’s potentiële minerale rijkdom wordt geschat op 2,2 miljard euro. De waarde van de niet aangeboorde minerale reserves van de Democratische Republiek Congo wordt geraamd op een astronomische 21,4 miljard euro.

De meerderheid van de Afrikanen halen hier geen voordeel uit. De huidige manier van ontginnen leidt zelfs tot verarming. Als multinationale bedrijven grondstoffen zoals mineralen exporteren uit Afrikaanse landen, ontvangen de regeringen van deze landen daarvoor maar bitter weinig belastingen.

In belangrijke sectoren zoals de mijnbouw en de fossiele brandstoffenindustrie krijgen bedrijven daar vaak nog extra belastingvoordelen bovenop, waardoor het totaal aan de schatkist betaalde bedrag nog lager wordt. Voor de betrokken bedrijven is het bovendien heel gemakkelijk om te vermijden dat ze de belastingen die ze wel verschuldigd zijn ook effectief moeten betalen.

Via belastingplanning en het gebruik van belastingparadijzen doen ze aan belastingontwijking. Het fiscaal beleid van veel Afrikaanse landen is niet verrassend het resultaat van de reeds lang bestaande strategie van westerse regeringen om te insisteren op lagere belastingen om buitenlandse investeringen aan te trekken.

Geld vloeit weg uit Afrika omdat de natuurlijke rijkdom van het continent simpelweg eigendom is van en/of geëxploiteerd wordt door buitenlandse private bedrijven. Slechts in een minderheid van de buitenlandse investeringen in het continent, hebben Afrikaanse overheden een aandelenparticipatie. In dat geval gaat het vaak over kleine participaties, meestal tussen de 5 en de 20 procent van de aandelen.

Een recent rapport van War on Want stelt dat 101 bedrijven genoteerd op de Londense beurs betrokken zijn bij de extractie van slechts 5 Afrikaanse natuurlijke bronnen, met name olie, goud, diamant, kool en platinum. Deze 101 bedrijven opereren in 37 Afrikaanse landen. 59 van hen zijn ingeschreven in het Verenig Koninkrijk en 25 anderen staan geregistreerd in belastingparadijzen, zoals de Britse Maagdeneilanden, Guernsey en Jersey. De 60,7 miljard euro die jaarlijks in de vorm van illegale financiële stromingen uit Afrika weggepompt worden (kapitaalvlucht), komt neer op 6,1 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP) van het volledige continent.

De bevolking van Afrika wordt effectief bestolen via een proces dat een zeer kleine minderheid van de Afrikanen enorm verrijkt doordat ze het mogelijk maakt dat de rijkdom Afrika uitvloeit. Er wonen momenteel 165.000 personen in Afrika die samen 767.7 miljard euro bezitten. In 2016 leefden er 24 miljardairs, met een gezamenlijke rijkdom van 71,4 miljard euro. Waar hebben deze mensen hun rijkdom geparkeerd?

In de gebruikelijke heimelijke plaatsen waar de belastingen zeer laag zijn zoals de Kanaaleilanden, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk. Een onderzoek van de London School of Economics schatte dat rijke Afrikanen in 2014 maar liefst 446 miljard dollar weggeborgen hadden in buitenlandse belastingparadijzen. Dat is 30% van Afrika’s totale financiële rijkdom. Het feit dat deze rijkdom niet belast is, betekent dat Afrikaanse elites zo miljarden dollars gestolen hebben (en stelen) van hun eigen landen.

Armoede

Afrikaanse overheden zouden dit geld nochtans goed kunnen gebruiken want de armoede op het continent is ondergerapporteerd en groeit nog altijd aan. De cijfers die het meest geciteerd worden zijn die van de Wereldbank: het aantal ‘extreem arme’ mensen in Afrika is gestegen van 284 miljoen in 1990 tot 388 miljoen vandaag. (Het percentage is in dezelfde periode wel gezakt van 56% tot 43%).

De Wereldbank definieert ‘extreem arm’ echter als individuen die moeten leven van 1,90 VS-dollar per dag of minder. Dat is uiteraard misleidend want iemand die leeft van 2 VS-dollar per dag is duidelijk ook extreem arm maar komt niet meer in de statistieken voor. Armoedegrenzen zijn dus altijd problematisch en ietwat arbitrair. Als de armoedegrens iets hoger gelegd wordt, bijvoorbeeld op 3,10 VS-dollar per dag dan komen we aan 670 miljoen extreem arme mensen in Afrika.

Andere internationale instituties schatten het aantal armen een stuk hoger in dan de Wereldbank. De Afrikaanse Ontwikkelingsbank berekende dat maar liefst 82% van de Afrikanen in 2011 leefde van 4 VS-dollar per dag of minder. Dat zou gaan over meer dan 800 miljoen mensen.

Het feit dat de Afrikaanse armoede zo overweldigend is en nog verder uitbreidt, toont de urgentie aan van de afschaffing van het huidige systeem dat rijkdom uit Afrika wegzuigt. De mondiale elites hebben uiteraard geen enkel intrinsiek belang bij het wijzigen van een systeem dat hen ten goede komt. Actie en verzet vanuit de civiele maatschappij -zowel in het globale Zuiden als in het globale Noorden- zijn de enige hoop.

Besluit

Financiële ‘ontwikkelingsprogramma’s’ die privatiseringen opleggen in belangrijke sectoren (zoals publieke diensten) en die onbelemmerde vrije handel en investeringen bevelen als voorwaarden voor hulp versterken een proces waarin de wereld veel meer profiteert van Afrika’s rijkdom dan de meeste bewoners van het continent. Ontwikkelingshulp kan de Afrikanen alleen ten goede komen als ze losgekoppeld wordt van de westerse bedrijfsbelangen en gebaseerd wordt op de reële noden op het continent.

Dit artikel is gebaseerd op het rapport ‘Honest Accounts 2017. How the world profits from Africa’s wealth’.

Soetkin Van Muylem is stafmedewerker bij vzw Vrede