70 jaar geleden werden India en Pakistan op chaotische wijze onafhankelijk, met fatale gevolgen tot op heden

De onafhankelijkheid van India en Pakistan van de Britten is een van de belangrijkste gebeurtenissen van de 20e eeuw, want daarmee werd het wereldwijde einde van de Europese koloniale overheersing ingeluid en nam de rol van het Verenigd Koninkrijk als grootmacht fors af. Tegelijk laten de omstandigheden van de deling van het Indische subcontinent zien, hoe slecht het Empire nog in staat was politieke oplossingen voor problemen in zijn kolonies te vinden.

Op 15 augustus 1947 om nul uur werden twee nieuwe soevereine staten geboren, namelijk de dominions India en Pakistan. Hiermee viel de sinds 1858 bestaande Britse kroonkolonie in een door hindoes en een door islamieten gedomineerd deel uiteen. Pakistan bestond uit twee delen, één in het westen en één in het oosten, die echter 1500 kilometer uit elkaar lagen.

Gevolg van deze deling was de grootste vluchtelingenramp aller tijden, omdat de aanhanger van de beide grote religies vertrokken naar ‘hun’ respectievelijke staten of daarheen verdreven c.q. gedeporteerd werden. Historici schatten het aantal mensen dat hun thuisland vrijwillig danwel gedwongen verliet op 20 miljoen. Daarbij kwam ook tot wederzijdse slachtingen, waarvan naar schatting tussen 500.000 en twee miljoen hindoes, islamieten en sikhs het slachtoffer werden.

De schuld aan het bloedbad lag ook bij de Britten, tot wier traditionele verdeel-en-heers-beleid het tot halverwege de 19e eeuw behoorde om de verschillende religieuze groepen in Indië tegen elkaar uit te spelen. In dit verband maakte de koloniale overheerser de in 1906 opgerichte All Indian Muslim League van de relatief gematigde politicus Muhammad Ali Jinnah het hof, omdat deze een tegenwicht vormde voor het onder hindoeïstische controle staande National Congress van Mahatma Gandhi en Jawaharlal Nehru.

Desalniettemin stonden de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog met de rug tegen de muur. Gezien de militaire nederlagen van het Empire in Zuidoost-Azië alsmede het dreigende vooruitzicht van een mogelijke tangaanval van de Duitsers en Japanners, verlangde de Congrespartij nu per ultimatum onafhankelijkheid, waarop Londen antwoordde met scherpe repressiemaatregelen. Zo eiste het neerslaan van Gandhi’s ‘Quit India’-campagne in 1942 zo’n 1000 doden. Daarbij belandde de hele leiding van de Congrespartij in de gevangenis. Verantwoordelijk voor deze compromisloze aanpak was Winston Churchill, die stelde dat hij niet premier was geworden om het Britse wereldrijk te liquideren.

Vanaf juli 1945 speelde het echter geen rol meer wat Churchill wilde, aangezien hij zijn ambt ten gevolge van een onvoorziene verkiezingsnederlaag in de eerste naoorlogse parlementsverkiezingen aan Clement Attlee van Labour af moest staan. En deze koos meteen voor een andere aanpak, waarin hij toegevingen deed aan Jinnah, Gandhi en Nehru.

Intussen ontbrak het de aan lager wal geraakte koloniale grootmacht zowel aan militaire middelen als ook aan geld om het ‘juweel uit de kroon’ tegen de massieve weerstand van de inboorlingen in te behouden. Derhalve stuurde Attlee onderhandelaars naar Indië, die moesten onderhandelen over autonomie. Die onderhandelingen mislukten echter in de zomer van 1946, omdat Jinnah nu een eigen islamitische staat wilde en zijn geloofsgenoten tot permanente bloedige ‘protestacties’ tegen hindoes en sikhs aanzette.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!

Hierop nam de Britse premier het besluit om de macht – en daarmee uiteindelijk ook de verdere verantwoordelijkheid voor alle religieuze conflicten op het subcontinent – zo snel mogelijk aan de Indiërs over te dragen. Daarbij stond hem 30 juni 1948 als termijn voor ogen. De hiervoor benodigde gesprekken waren de verantwoordelijkheid van de nieuwe onderkoning, Lord Louis Mountbatten, burggraaf van Birma. Deze wilde op zijn beurt zijn inmiddels compleet verdeelde Indische onderhandelingspartners onder druk zetten en haalde de termijn voor de terugtrekking van de Britten op 3 juni 1947 derhalve naar voren naar augustus van datzelfde jaar.

Tegelijk keurde het zogenaamde Mountbatten-plan, dat kort daarop door het parlement in Londen in de vorm van de Indian Independence Act bevestigd werd, de vorming van twee separate dominions (dat wil zeggen soevereine territoria) op Indische bodem goed. De nogal riskante voortvarendheid waarmee de dekolonisatie werd doorgevoerd had uiteraard allerlei consequenties. De belangrijkste daarvan was de overhaastte vastlegging van het precieze verloop van de grenzen tussen India en Pakistan (een acroniem van Punjab, Afghanië, Kasjmir, Indus-Sind en Beloetsjistan).

Op aandringen van Jinnah droeg men het trekken van de demarcatielijn over aan een commissie onder het voorzitterschap van de Britse advocaat Sir Cyril Radcliffe. Deze handelde weliswaar goeddeels onpartijdig, maar was nog nooit eerder van zijn leven in Brits-Indië geweest en besloot uitsluitend vanaf de tekentafel. Daarbij stond hij ook onder extreme tijdsdruk: ten slotte had hij nog maar de luttele weken tussen 8 juli en 12 augustus 1947 tot zijn beschikking.

Overeenkomstig het plan van de Indiërs en Mountbatten vond de opdeling van de kolonie bovendien plaats zonder enige consultatie van de betrokken bevolkingsgroepen rond de grenzen die de geografische verdeling van religieuze meerderheden moesten weerspiegelen. Maar dat was nog niet alles: Omdat Mountbatten liever de details van de overdrachtsceremonie wilde plannen, dan zich met de te verwachten vluchtelingenproblemen bezig te houden, werd gedetailleerde informatie over het verloop van de grenzen pas op de dag na de voering van de onafhankelijkheid bekend gemaakt, waarop de spontane uitwisseling van bevolkingsgroepen inzette, die in veel gevallen uitliep op volstrekte chaos en bloedig geweld.

Derhalve draagt het Empire ook de morele verantwoordelijkheid voor de talloze slachtoffers van de pogroms in de tijd direct na de machtsoverdracht. De overgang van de kroonkolonie Indië naar de formele onafhankelijkheid werd dus gekenmerkt door een reeks van eclatante Britse wanprestaties. Deze zouden later bovendien nog leiden tot vijf gewapende conflicten tussen India en Pakistan, alsmede een kernwapenwedloop op het Indische subcontinent. Voorts had de koloniale overheerser het islamisme helpen opkomen en uiteindelijk zelfs aan een eerste eigen statelijke machtsbasis geholpen. Zo bezien reiken de uitwerkingen van de gebeurtenissen van 70 jaar geleden tot in het heden.