Door: Magchiel C. Matthijsen

Publicatie: Alertgroepen Nederland, 15-8-2017

Er zijn mensen die beweren dat de risico’s (politiek, juridisch, publieke opinie) voor de Amerikaanse regering zo groot waren dat het een onaannemelijk scenario is te veronderstellen dat zij zelf bij 9/11 betrokken zou zijn. Het juiste antwoord daarop kan alleen maar zijn: dan hebben ze kennelijk voor die betrokkenheid enorme goede en zelfs doorslaggevende  redenen gehad. Hier onder staan 14 van die beweegredenen. Sommigen speelden al voor 9/11.

‘Wij zijn een veroveraarsras. Wij moeten ons bloed gehoor-zamen en nieuwe markten veroveren en indien noodzakelijk, nieuwe landen.’
Albert J. Beveridge, Senator en fervent imperialist (†1911)

‘We occasionally have to twist the arms of countries that wouldn’t do what we need them to do.’
President Obama

A. In de ban van één idee: hegemony, alleenheerschappij en dominantie

Dit gedeelte is een poging om enkele stappen van een langdurige en geleidelijke ontwikkeling naar voren te halen.

De directe geopolitieke doelen kwamen voort uit een totaal nieuw Republikeins concept voor de Amerikaanse buitenlandse politiek. Dat concept werd, nadat in 1997 door de neoconservatieven het PNAC (Project for a New American Century) was opgericht, in 2000 concreter vormgegeven door een thinktank van het PNAC die het rapport Rebuilding America’s Defenses schreef. Dit rapport was bedoeld voor de nieuwe Amerikaanse president. Uiteindelijk zou dit plan, na flinke uiteenzettingen tussen het State Department (Colin Powel) en het Pentagon (Richard Perle en andere neoconservatieven), door de laatsten beslist worden. Zij zouden  grote invloed krijgen op de militaire en buitenlandse politiek van de regering Bush. Deze politiek was echter al bijna 20 jaar eerder, direct na het wegvallen van de communistische dreiging in zijn grondlijnen ontwikkeld door enkele neoconservatieven die in de regering Reagan werkzaam waren (Paul Wolfowitz en Libby behoorden tot de staf van de toenmalige Minister van Defensie Dick Cheney). De conservatieven zijn altijd een partij van issues geweest en niet zozeer van partijpolitieke programmapunten. De neocons hadden daardoor in principe ‘vrij spel’, zij bezetten een leeg veld.  Daarbij kwam dat Amerika in 1991 (het einde van de Sovjet-Unie) militair zo dominant was geworden dat wereldhegemonie in de ogen van deze neocons binnen handbereik lag. In 1991 bewees de Golf Oorlog van vader Bush, een nieuwe fase in de moderne oorlogvoering, de militaire en technische suprematie van Amerika. In het denken van de neocons was dit het moment om daaruit ook werkelijk letterlijk kapitaal te slaan. Van het gehoop-te peace divident na de instorting van de Sovjet Unie was toen al niets meer over.

De overwinning van Bush werd door een uitzinnige menigte in new York gevierd. Dat moment grepen de neocons waarbij de nieuw verworven suprematie zou moeten leiden tot droom van de ‘Pax Americana’. Deze droom was al eerder officieel verwoord door Paul Wolfowitz in de Defence Planning Guidance van 1992 (geschreven in opdracht van de toenmalige minister van defensie Dick Cheney), een document dat wel “a blueprint for permanent American global hegemony” genoemd is. De ex-generaal Andrew Bacevich noemt in zijn boek American Empire (2002) de gedachten van Cheney bijvoorbeeld een “Plan . . . to rule the world.”

B. Pearl Harbor verschijnt op de achtergrond…

Deze imperialistische politiek was alleen mogelijk indien het Amerikaanse volk ook bereid zou zijn hiervoor de noodzakelijke offers te brengen (zowel in financieel als menselijk opzicht). Volgens Zbigniev Brzezinski (in zijn fameuze boek The Grand Chessboard, van 1998) zou bijv. “een werkelijk massieve en algemeen ervaren acute dreiging van buiten” een middel kunnen zijn om onder de bevolking de noodzakelijke consensus voor een meer agressieve buitenlandse politiek te genereren1. Daarin wordt bijvoorbeeld ook verwezen naar Pearl Harbor en hoe de bevolking destijds na de Japanse aanval op Pearl Harbor (in 1941), als één man achter de oorlogszuchtige plannen van de regering Roosevelt was gaan staan. Daarmee suggereerde Brzezinski in feite al dat iets dergelijks toch ook nu mogelijk zou moeten zijn.

Verder verscheen er in het nov/dec nummer van Foreign Affairs, twee maanden na het boek van Brzezinski, het beroemde artikel Catastrophic Terrorism van Carter (de neocon en latere minister van defensie van Obama), Deutch en Philip Zelikow waarin de angst onder de bevolking al werd aangewakkerd: ‘If the device [= ontsteking] that exploded in 1993 under the World Trade Center [de eerste terroristische aanval, opm. mcm] had been nuclear, or had effectively dispersed a deadly pathogen, the resulting horror and chaos would have exceeded our ability to describe it. Such an act of catastrophic terrorism would be a watershed event in American history. It could involve loss of life and property unprecedented in peacetime and undermine America’s fundamental sense of security, as did the Soviet atomic bomb test in 1949. Like Pearl Harbor, this event would divide our past and future into a before and after.’ De daarop volgende zin biedt ons bijna drie jaar voor 9/11 de voorspelling van een insider: ’The United States might respond with draconian measures scaling back [= inperken] civil liberties, allowing wider surveillance of citizens, detention of suspects and use of deadly force.’

En drie jaar na het Chessboard-boek zou deze agressieve politiek in het Rebuilding- America’s Defenses-rapport worden geformuleerd als: ‘to preserve and extend [America’s] position of global leadership by maintaining the preeminence of U.S. military forces’. In het Rebuilding…, komt de verwijzing over de betekenis van Pearl Harbor ook naar voren. In dit document wordt namelijk gesproken over een ‘transformatie’ van het leger dat best een langdurig proces zou kunnen zijn “absent (= tenzij er…) some catastrophic and catalyzing event – like Pearl Harbor”. Dat ‘event’ waar zij zo ‘naar uitzagen’, zou precies een jaar later ook werkelijkheid worden.

En wat te denken van de waarschuwing van Paul Bremer (Directeur van de National Commission on Terrorism die omstreeks juni/juli 2000 Clinton waarschuwde: ‘and we predicted that they would attack the American Homeland on a Pearl Harbor scale’ (Tegenlicht 30.8.2011)?

Ook Rumsfeld droeg daar zijn steentje aan bij. Hij deelde in de zomer van 2001 tientallen exemplaren aan zijn Joint Ciefs of Staf-medewerkers uit van een studie uit de jaren ’60 over de lafhartige aanval op Pearl Harbor.2 Toch merkwaardig dat bij zoveel mensen Pearl Harbor al in the air was. Hoe zou dat komen? Zou er iets aan de hand zijn? Wisten zij misschien iets meer van die nieuwe Pearl Harbor-aanval die op stapel stond? En toen de katastrofe een feit was wilde Bush die avond zijn toespraak tot 80 miljoen landgenoten met veel gevoel voor historie en drama vanaf hetzelfde bureau uitspreken waaraan pres. Roosevelt zat toen hij het nieuws van Pearl Harbor te horen kreeg… En wat dicteert Bush die avond in zijn dagboek? “The Pearl Harbor of the 21st century took place to-day” (Bob Woodward).

In het agressieve Rebuilding-rapport verschijnen de volgende radicale imperialistische doelen waar een verhoogde militaire aanwezigheid nodig was: de (Perzische) Golf, het Midden-Oosten, Zuid-Europa, het Midden-Oosten, en Centraal- en Oost Azië, toemaar! De plannen waren zo uitgebreid en ingrijpend, dat  er ook een defining moment nodig was om ze allemaal min of meer tegelijk uitgevoerd te krijgen. De hele Amerikaanse buiten- en binnenlandse politiek zou er immers radicaal door veranderen. Het land nam de rol als hegemon op zich. Aan deze overmoed heeft zeker ook het falen van Europa en het daarop volgende ‘succesvolle’ Amerikaanse ingrijpen in de burgeroorlog op de Balkan bijgedragen (in 1991, na het uiteenvallen van Joegoslavië). Daar werd de oplossing door een machteloos Europa aan de Amerikaanse bombardementen overgelaten. (tijdens de regering Clinton)

Bij de individuele personen uit de regering Bush II kwamen als reactie op 9/11 uiteraard sterk individueel gekleurde prioriteiten naar voren. Zo kun je Cheney duidelijk over de prioriteit olie horen spreken, terwijl dat bij Bush de fixatie op Saddam en het omverwerpen van diens regime was en psychologisch gezien het zich bevrijden van het beeld van zijn vader. Al vóór zijn verkiezing “[he saw] in aggressive military action the opportunity to emerge from his father’s shadow” (Micky Herskowitz). Voor Rumsfeld zal het meer de strijd tegen de terroristen in het algemeen, de Global War on Terror geweest zijn, terwijl voor de zionisten uit de groep neocons, waarvan enkelen dubbele paspoorten bezaten, hun loyaliteit t.o.v. Israël op zijn minst even belangrijk was als hun betrokkenheid bij Amerika.

Ik kom hieronder tot 14 belangrijke en minderbelangrijke doelen die na 9/11 direct aan de orde kwamen. Er zit geen gedachte achter de volgorde waarop ze hier worden opgevoerd. Door 9/11 ontstond een eenmalige situatie waardoor al deze verschillende doelen in een waanzinnig korte tijd min of meer gelijktijdig uitgevoerd konden worden. Niet alleen Amerika, de hele wereld zou er door veranderen. Deze doelen worden hieronder maar kort aangestipt, ze zouden elk onderwerp van een afzonderlijke studie moeten zijn. Zij hebben het Midden-Oosten uiteindelijk totaal gedestabiliseerd. Deze eerste niet geprovoceerde, illegale, preventieve aanvallen op Afghanistan en Irak, vergelijkt Rodrigue Tremblay met de beslissing van Hitler die op 1 september 1939 Polen binnenviel en ‘thus plunging Europe into chaos for many years.’

C. De veertien langetermijn doelen van de regering-Bush

1. De gecompliceerde beginconstellatie van de drie betrokkenen actoren

Direct verbonden met Operatie 9/11 was het probleem van het World Trade Centre zelf. Dit handelscentrum was in 1973 klaargekomen. De eigenaar was The Port Authority of new York and New Jersey. Zij wilde echter van de gebouwen af en wel om twee redenen. Ten eerste werd er op de exploitatie van de al niet bij zonder economische gebouwde torens aanzienlijk verlies geleden omdat er de laatse tijd steeds meer kantoorruimten onverhuurd bleven. Daarnaast was er het nog veel belangrijkere probleem van de asbest. In feite zou al de asbest die zich overal in het gebouw bevond verwijderd moeten worden. Dat zou een waanzinnig kostbare onderneming worden; verdieping na verdieping zou ontruimd moeten worden voor de schoonmaakwerkzaamheden. Er werd dan ook overwogen de TwinTowers d.m.v. gecontroleerde sloop te vernietigen, maar dat werd ‘meerdere malen door de autoriteiten van New York afgewezen’ (Jan Schoorl, 9/11, De show van de eeuw), omdat dit de asbest over heel Manhattan zou verspreiden. De laatste definitieve afwijzing vond in mei 2001 plaats. Deze problemen hebben de waarde van het gebouw enorm doen kelderen. Op dat moment kwam vastgoed makelaar Lary Silverstein in beeld. Hij was al vanaf het moment dat het gebouw klaar was eigenaar van WTC 7 (1986). Hij kocht (pachtte) nu ook het hele complex in juli 2001 voor maar 3.2 miljard dollar, terwijl de geschatte waarde ca 8 miljard was. Het verhaal van de verzekering en de speciale clausule voor het geval er een terroristische aanval plaats zou vinden, en de toestemming tot herbouw als de gebouwen vernietigd zouden worden (ca zes weken voor ze vernietigd werden!), laten we hier achterwege.

Het is niet zinvol te speculeren over wat hier het primum mobile was. Daarvoor liggen de drie ‘gegadigden’ te dicht bij elkaar: 1) terroristen met het oude plan een aanslag op de torens uit te voeren, 2) de torens zelf die afgebroken moesten worden en 3) de in de wacht staande oplossingen voor bestaande kapitale financiëel-economische en politieke problemen.

Dat er dus iets met het WTC moest gebeuren was duidelijk; het probleem werd al te lang vooruit geschoven. Het is niet ondenkbaar dat de ‘oplossing’ van dit probleem (de terroristen) plotseling ook een kapstok kon worden voor verschillende andere hangende problemen. Op verschillende andere gebieden hadden zich ook vele zaken aangediend die om een oplossing vroegen. Zou het WTC-complex daarvan niet de trigger kunnen worden?

Gerhard Wisnewski zegt in zijn ‘Operation 9/11. Der Wahrheit auf der Spur’ het volgende over: “De geschiedenis leert ons dat aanvallen als deze [die van 9/11] altijd ‘multifunctioneel’ zijn, d.w.z. dat ze economisch even goed gebruikt kunnen worden als politiek. Bij een dergelijke aanslag is er altijd sprake van een hele keten van te gebruiken redenen – die loopt van politieke, psychologische via strategische tot zuiver economische doelen. D.w.z. als men eenmaal een geschikt doel heeft gevonden, dan wordt er nagedacht hoe men van een dergelijke vernietiging nog meer profijt kan hebben of er nog andere problemen mee kan oplossen.”

Als je een aanslag als die van 9/11 als een valse vlag wilt bestempelen, dus als een die door het betrokken land zelf wordt uitgevoerd om de ‘schuld’ daarvan de zgn. ‘vijand’ in de schoenen te schuiven, waarna die daad tegelijk wordt beschouwd als de reden om tegen die zgn. vijand een oorlog te beginnen, dan moeten er wel heel duidelijke motieven zijn die achter een dergelijk verraderlijk plan zitten. Dat soort verborgen plannen zijn in de geschiedenis van Amerika eerder regel dan uitzondering.3 Zo bezien fungeerden de aanvallen van 9/11 in feite als sluizen die werden open gezet waarna het opgehoopte water (de problemen en belangen die om oplossingen vroegen) naar buiten spoten. Zij betroffen zowel de binnenlandse als buitenlandse politiek, waarbij de rechtvaardiging voor het buitenlandse optreden altijd gevonden wordt in Amerika’s speciale missie. In 2005 in de toespraak bij zijn tweede inauguratie sprak Bush vol oprechte overtuiging over deze missie: ‘het beëindigen van tyrannie’ en ‘het steunen van democratische bewegingen en instituties’ in de wereld. Dit alles vanuit het onmisbare perspectief van de unique American role toward history and the rest of the world.  Deze beide drijfveren, een concrete egoïstische en de ideële liggen in elkaars verlengde en kunnen in Amerika nooit zonder elkaar, het ene is de onmisbare fraaie verpakking van het andere.

Hieronder wordt over dertien andere, concrete motieven/doelen gesproken die de min of meer verborgen werkelijkheid achter de aanvallen vormen. Volgens mij is het ook niet zonder betekenis dat deze aanslagen aan het begin van een presidentschap plaats vonden waarvan men in alle waarschijnlijkheid aan mocht nemen dat het 8 jaar zou duren. Daardoor was er ook voldoende tijd om al deze plannen te kunnen verwerkelijken.4

2. Het psychologische element

Als tweede, maar niet noodzakelijkerwijs het belangrijkste, is er het psychologische element. President Bush had al in persoonlijke gesprekken voor de verkiezingen aangekondigd een ‘small war’ te zullen gaan voeren; zo’n oorlog hoort tegenwoordig bij elke Amerikaanse president tot verplichte programmanummers. Hij was toen al geheel in de ban van het begrip commander-in-chief. Want, zei hij in gesprekken met Micky Herskowitz, die later zijn biograaf had moeten worden, maar het uiteindelijk niet werd: “One of the keys to being seen as a great leader is to be seen as a commander-in-chief.”  En, zei hij, “My father had all this political capital built up when he drove the Iraqis out of Kuwait [in 1991] and he wasted it.” En daarop: “If I have a chance to invade…if I had that much capital, I’m not going to waste it. I’m going to get everything passed that I want to get passed and I’m going to have a successful presidency.” Dat klinkt inderdaad tamelijk macho. Maar er was nog meer. Volgens Herskowitz   gingen de ideëen van Bush over Irak gedeeltelijk terug op een gedachte uit tijd dat Reagan in het Witte Huis zat. In die tijd was Dick Cheney voorzitter van het Politieke Committee van de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden. Aan hem werd gedeeltelijk de suggestie toegeschreven: “Start a small war. Pick a country where there is justification you can jump on, go ahead and invade.” Dat klinkt ook tamelijk Bush-junior-achtig, hoewel Bush zich tijdens zijn campagne voor het presidentsschap nog heel anders presenteerde.
Daarnaast was er nog de persoonlijke animositeit tegen Saddam vanwege de moordaanslag op zijn vader m.b.v. een autobom tijdens een bezoek dat laatst-genoemde in april 1993 aan Koeweit bracht. “After all, this is the guy who wanted to kill my dad.”

3. Uitbreiding presidentiële bevoegdheden.

Ron Suskind schrijft in zijn boek De een-procent doctrine (2006) over de juristen in overheidsdienst die “al maanden hadden zitten puzzelen op theoretische mogelijk-heden om de presidentiële bevoegdheden uit te breiden.” Deze ideeën waren oorspronkelijk uitgebroed door vice-president Dick Cheney. Hij had de ‘doodstrijd’ van de regering Nixon meegemaakt en was er heilig van overtuigd dat de uitvoerende macht op gevaarlijke wijze was ingekrompen.

Op 14 september, dus drie dagen na 9/11 kwam de president bij het congres aan (volgens Suskind was zijn team ‘goed voorbereid’) om daar toestemming te vragen voor speciale volmachten. Al veel eerder had Brzezinski voor hetzelfde gepleit. De nieuwe taak van Amerika vroeg immers ook om een aangepaste leidersstructuur. “Zowel in het Huis als de Senaat drongen onderhandelaars van de president aan op een zo ruim mogelijke formulering van de wettelijke bevoegdheden, inclusief volmachten voor verstrekkende activiteiten op Amerikaans grondgebied.”

Hij kreeg een verregaand mandaat, want in de resolutie werd het zo geformuleerd, dat de president de volmacht kreeg om “alle noodzakelijke en geëigende vormen van geweld te gebruiken tegen die naties, organisaties, of personen waarvan hij bepaalt [of niet bepaalt zoals bij Saoedi-Arabië, opm. mcm], dat ze de terroristische aanslagen die plaats vonden op 11 september 2001 hebben voorbereid, geauto-riseerd, begaan of gesteund of dergelijke organisaties of personen onderdak hebben verleend, ten einde alle mogelijke toekomstige daden van internationaal terrorisme tegen de Verenigde Staten door zulke naties, organisaties of personen te voor-komen.”

De resolutie werd in de Senaat aangenomen met 98 stemmen voor en 0 tegen.

De uitbreiding van de presidentiële bevoegdheden dient wel gezien te worden naast de inperking van de burgerlijke vrijheden die de Patriot Act zou beogen. Voor de implementatie van beide bood 9/11 de mogelijkheid. (zie nr. 13)

4. Militaire aspiraties: De noodzaak van een nieuwe vijand.

Amerika voelde zich na het tot een einde komen van de Koude Oorlog, d.w.z. na de ontbinding resp. het wegvallen van de Sovjet Unie als concurrent om de wereldhegemonie, als de enige overgebleven unilaterale macht in de wereld. In plaats van het overheersende gevoel dat er in de wereld bestond, namelijk dat hierdoor een algemene ontwapening en zelfs een wereldvrede tot de reële mogelijkheden zou kunnen behoren (the peace divident), begon de VS zijn bewapening  juist verder op te voeren om zijn aspiraties als leider van de wereld kracht bij te zetten. Aangezien China nog geen volwaardige vijand kon zijn (investeringen in Amerika), moesten terroristen een tijdelijke overgangsrol spelen. Met het begrip ‘The global war on terror’ genoten zij na 9/11 een groter aanzien. Dat die rol (ook weer tijdelijk) door Rusland (Poetin) overgenomen moest worden viel samen met de situatie in Syrië waarbij Amerika juist intensief met de terroristen ging samenwerken (Western-sponsored terrorrism). Dat gebeurde met name Al Qaida, al Nusra en ISIS. Niet alleen werden zij van wapens voorzien, waardoor de oorlog voor een groot deel plaatsvervangend gevoerd kon worden (proxyleger), zelfs werden zij er door Amerika voor betaald.

World supremacy (hegemony) en Global Dominance
Het versterken van de Global Dominance Agenda. De diplomatie in de wereld zou een gevoelige klap krijgen aangezien conflicten en crises van nu af aan niet meer aan conferentietafels opgelost zouden worden. De door de VS verkondigde ‘oplossingen’ zouden vanaf nu met behulp van hun financieel-economische macht worden afgedwongen (sancties) meende men. Wat de West-Europeanen niet beseften (en nog steeds niet voldoende beseffen) is, dat zijzelf daardoor tot de status van halve vasalstaten werden gedegradeerd. Hier biedt een notitie die Rumsfeld kort na 9/11 Bush deed toekomen duidelijkheid: ‘If the war does not significantly change the world’s political map, the U.S. will not achieve its aim.’

Demontage van de VN
Hiermee liep de bewust gewilde demontage van de VN parallel. Al op 21.3.03 schreef de neocon Richard Perle een artikel in de Guardian: “Thank God for the death of the UN”. Daarin o.a. “De illusie van de VN als fundering van een nieuwe wereldorde zal sterven.” En in 1994 sprak John Bolton al de gedenkwaardige woorden (later zou hij een belangrijke rol zou spelen bij de verkiezingen van 2000): als je de bovenste 10 verdiepingen van het gebouw van de VN af zou halen (het gebouw telt er maar 39!), zou niemand er iets van merken. Tekenend was alleen al het feit dat Bush juist hem in 2005 tot Ambassadeur bij de VN zou benoemen. Toen waren zijn gedachten overigens al geëvolueerd tot: “there is no United Nations. When the United States leads, the United Nations will follow. When it suits our interest to do so, we will do so. When it does not suit our interests we will not.” Dat was dus vier jaar na 9/11; de wereld was toen al aan een nieuwe fase begonnen.

Dat m.n. de Amerikanen zich door de VN en met name door de Veiligheidsraad beklemd voelden bleek al tijdens de NAVO-vergadering van 1999 (50 jaar!), waar aan een nieuw strategisch concept gewerkt werd. De Amerikanen signaleerden toen vroegtijdig: “…dat zij de daadkracht van de NAVO in het geval van vitale uitdagingen niet door het probleem over het wel of niet hebben van een mandaat van de V.N. geremd wilden zien”. Het was daarentegen nodig, “dat de militaire operaties van de NAVO in crisisgevallen ook zonder legitimatie van de Veiligheidsraad van de V.N. mogelijk zou moeten zijn.”. Waar zouden ze toen al aan gedacht kunnen hebben?

Global Missile Defence System
In het rapport Rebuilding America’s Defenses (2000) neemt het proces van omvorming (transforming) van het leger een zeer belangrijke plaats in. Daarbij gaat het met name om het beheersen van en de oorlogvoering in de ruimte. Een totale nieuwe tak van oorlogvoering met onbemande vliegtuigen (de drones zijn er de eerste voorbeelden van). Een element daarvan is ook het speciale project, nl. dat van GLOBAL MISSILE DEFENSE System om het Amerikaanse vasteland (homeland) en de Amerikaanse bondgenoten te beschermen, ‘and to provide a secure basis for U.S. power projection around the world’. Dat klinkt niet echt defensie-achtig. Naar buiten toe was dit project vooral gericht tegen Iran, dat uiteraard geen enkele bedreiging voor het westen vormde en ook al vele keren had benadrukt geen atoomwapens te willen. Maar in feite was dit hele project aan de grens van Europa direct tegen Rusland gericht. 9/11 zou aan het uitvoeren van deze plannen een grote impuls geven.

5. Het beheer van de olie- en gasvelden in het Midden-Oosten

Twee jaar voorafgaand aan 9/11 waren er twee momenten die het Midden-Oosten dichterbij brachten. Dick Cheney, toen nog CEO van Haliburton, hield in 1999 zijn zgn. Autumn Lunch-toespraak, een toespraak over de toekomst van olie- en gas in de wereld. Daarin: While many regions of the world offer great oil opportunities, the Middle East with two thirds of the world’s oil and the lowest cost, is still where the prize ultimately lies, even though companies are anxious for greater access there, progress continues to be slow.

De belangrijkste reden waarom  besloten werd het massale ‘geweld’ in Irak te beginnen, zoals ondermeer Alan Greenspan naderhand in zijn memoires toegaf was door te bekennen ‘that it is politically inconvenient to acknowledge what everyone knows: the Iraq war is largely about oil’. Door bezetting van het land en een marionettenregering zouden als eerste de olieinkomsten uit Irak gegarandeerd worden (later zouden ook de andere olieproducerende landen zoals Lybië, Syrië en Iran aan bod komen). We moeten daarbij wel bedenken dat dit allemaal plaats vond in een tijd dat er nog geen fracking bestond en dat intensief over de Peak Oil gesproken werd, waarbij men overtuigd was dat het spoedig met het ongelimiteerde winnen en verwerken van olie gedaan zou zijn en er onvermijdelijk een tijd van schaarste aan zou breken. Amerika moest zich van de toegang tot en het bezit van buitenlandse hulpbronnen verzekeren. De olie hangt direct met het vorige punt samen: ‘Om de wereldheerschappij te bereiken moet men de wereldeconomie beheersen; dit is het geval als men de aardolie beheerst’ (Jim McDermott, de democratische Afgevaardigde van het Congres op 13 dec. 2002).

Vanaf de eerste dag dat vice-president Cheney in functie was werkte zijn  Energy Task Group aan de greep op de olie- en gasvelden in Irak. Op zijn bureau lag al meteen een kaart van de olie- en gasvelden. Een rapport dat door het Baker Institute of Public Policy voor de regering was geschreven stelde in april 2001 (!) dat de VS een gevangene van hun energie dilemma blijven en dat “Iraq remains a destabilizing influence to… the flow of oil to international markets from the Middle East.” Dit rapport dat aan de energy task group van vice-president Cheney werd overhandigd gaf de aanbeveling dat militaire interventie noodzakelijk was, “because this was an unacceptable risk to the US.” (Sunday Herald, October 6 2002).

6. De petrodollar

Irak werd er in november 2000 mede door beïnvloeding van vooral Frankrijk toe gebracht om zijn olievoorraden als reactie op het opgelegde voedsel-voor-olie-programma in euro’s te verkopen. Een bescheiden transactie van dollars naar euro’s ter waarde van 10 miljard dollar. Een gedurfde, riskante en nog door niemand eerder gewaagde zet van Saddam. Op zichzelf economisch gezien nog niet zo belangrijk, maar anderen (Rusland, Iran en Indonesië) konden het als een voorbeeld zien. Vooral in een tijd waarin de dollar aan waardevermindering onderhevig was zou dit tot een paniekreactie op de beurs kunnen leiden. De eventuele gevolgen hiervan voor de dollar en de dominante positie van Amerika in de wereld zouden catastrofaal zijn. Massale dumping van dollars op de wereldmarkt zouden de waarde van de dollar enorm doen stijgen. Daarom moest de Irak-oorlog vooral ook als een noodzakelijke waarschuwing aan de andere OPEC-landen gezien worden. De hegemonie van Amerika hing immers van de petrodollar af!

7. Afghanistan. De pijpleidingen en nog meer

De plannen voor een aanval tegen Afghanistan gingen al tot vóór 9/11 terug. In september 2000 dus nog onder de regering Clinton, stelde een Information Fact Sheet (door de Amerikaanse regering gepubliceerd), dat het belang van Afghanistan voortkomt uit zijn geografische ligging “als mogelijke doorgangsroute voor de export van olie en natuurlijk gas van Centraal-Azië naar de Arabische Zee.” Men probeerde (na later duidelijk werd tevergeefs) de Taliban voor dit plan te winnen. De latere grote Amerikaanse bases liggen ook precies bij de route van de beoogde oliepijp-leidingen naar de Indische oceaan.

Zie hievoor de uitgebreide beschouwing van David Ray Griffin, 11 september, een onderzoek naar de feiten, (2004, Ned. vert 20062, p 121-124) en vooral Rudo de Ruijter’s http://www.viewzone.com/pipeline.html (2006).

Omdat de Taliban t.a.v. de uitlevering van Osama bin Laden niet ‘meewerkte’, het kreeg n.l. geen bewijs van diens betrokkenheid bij 9/11, werd ook de regime change van de Taliban onvermijdelijk. De eerste regime change in deze reeks. Het directe gevolg was dat de opiumteelt die onder de Taliban was verboden en aanzienlijk was teruggelopen nu weer opbloeide. Ook dit was een direct interessegebied van de Amerikanen. Verder was een primair doel in Afghanistan het bezit van grondstoffen, de mineralen. Dat speelt nu ook voor Trump weer een rol.

8. Regime change in Irak

Hoewel al in de jaren ’80 en ’90 Saddam Hoessein in het brandpunt van de (toekomstige) neoconservatieven stond, werd pas in oktober 1998 door het Congres de Iraq Liberation Act aangenomen. Daardoor maakten de pogingen het regime van Saddam Hoessein ten val te brengen vanaf dat moment officieel  deel  uit van de Amerikaanse buitenlandse politiek (van Clinton).
Dat hield vooral steun in aan Irakese oppositiepartijen. Tien dagen na de inauguratie van Bush II (eind januari 2000), tijdens de eerste bijeenkomst van de Veiligheidsraad “Iraq became the main topic of discussion” (Paul O’Neill). Daaruit bleek de preoccupatie.
De latere oorlog waartoe allang besloten was, maar die met allerlei propagandamiddelen opgetuigd moest worden, werd intern alleen maar gezien als een eerste militaire ingreep. Irak was het eerste land waar de gewenste regime change zou moeten plaats vinden, d.w.z. het verwijderen van dictator Saddam Hoessein. Daarna zouden andere landen volgen. In naam ging het om het invoeren van de democratie, om ‘democratische verkiezingen’, maar dan wel verkiezingen die een marionettenregering aan de macht zouden moeten brengen en een nieuwe client state zouden installeren. Deze staat zou een modelfunctie voor het hele Midden-Oosten moeten krijgen. Een vrij, welvarend en democratisch Irak, zou in de ogen van de neoconservatieven een politieke transformatie van het Midden-Oosten veroorzaken. Men zag het als de eerste omvallende steen van een reeks dominostenen. “Deze roep om een gewelddadig omverwerpen van Saddam Hoessein was een mantram van de neoconservatieven die in de jaren negentig van de vorige eeuw permanent te horen was.” (Jeffrey Record, in Wanting War, Why the Bush administration invaded Iraq”).

9. The Reshaping van het Midden-Oosten

Als in Irak eenmaal het ‘mission accomplished’ zou hebben geklonken (en dat kon onmogelijk lang duren), stonden er nog zes andere landen op de verlanglijst van plaatsen waar regime change noodzakelijk gevonden werd (Libanon, Syrië, Libië, en in Afrika Somalië en Soedan. Als laatste zou Iran aan de beurt zijn). Het feit dat ook Somalië tot deze lijst behoorde (een strategische plaats aan de Hoorn van Afrika) leek ook te benadrukken dat het eerder ging om uitbreiding van Amerika’s imperiale macht en invloed dan om het land te beschermen tegen buitenlandse aanvallen’ (Scott Horton). Hiermee zou de hele reshuffeling van het Midden-Oosten voltooid zijn. Dat was het grote plan. Deze landen zouden van hun dictatoren bevrijd worden en voorbeeldige democratieën worden. Irak zou een voorbeeldfunctie krijgen. Mogelijk zouden deze landen zelfs nieuwe grenzen moeten krijgen. In een recent door WikiLeaks gepubliceerd verslag van een gesprek met toenmalig eerste minister Blair, wordt door de laatste gezegd: “and success against Saddam will yield (= opbrengen) more regional success”. De info over de hierboven genoemde 7 staten gaat terug op een gesprek dat generaal Wesley Clark, kort na de aanvallen van 9/11 met Paul Wolfowitz had (https://www.youtube.com/watch?v =9RC1Mepk_Sw). Dit punt kan niet los gezien worden van het volgende doel dat overigens nauwelijks in de openbaarheid is gekomen:

10. De bescherming van Israël

Al in 1973 noemde Irving Kristol, een van de godfathers van de neoconservatieven (de vader van de latere Bill Kristoll), de voorgestelde bezuiniging op defensie na het Vietnam-debakel: “driving a knife into the heart of Israel”, want “It is importatnt to keep that militairy budget big, so that we can defend Israel” (Irving Kristoll).
In 1979 schrijft de jonge Paul Wolfowitz in een rapport voor het Pentagon over het gebied rond de Perzische Golf en de dreigingen die van Irak uitgaan. Het rapport begon met: “We and our major industrialized allies have a vital and growing stake in the Persian Gulf region because of our need for Persion Gulf oil and because events in the Persian Gulf affect the Arabian – Israeli conflict.” Die laatste zorg zal voor de Amerikaanse neoconservatieven (bijna allemaal zionisten) voortdurend op de achter-grond een rol blijven spelen.
Een voorbeeld van vele was de neoconservatief Philip Zelikow die op 10 september 2002 tijdens een lezing op de Universiteit van Virginia over de bescherming van Israël sprak als het verborgen doel van de Irak-oorlog. Hij zei daar: “Why would Iraq attack America or use nuclear weapons against us? I’ll tell you what I think the real threat [is] and actually has been since 1990 – it’s the threat against Israel.”
Verder zei hij zelfs dat Saddam Hoessein geen direct gevaar voor de VS opleverde. “De echte bedreiging”, zei hij, “is de bedreiging van Israël. Maar dat is een bedreiging die niet met name genoemd mag worden…” (John Mearsheimer en Stephen M. Walt, De Israëllobby (2007). Daarin vele voorbeelden).
De reshaping-politiek van het Midden-Oosten was bedoeld om de vijanden van Israël machteloos te maken. Tot die vijanden behoorden van oudsher Irak, Lybië, Syrië, Libanon (Hezbollah) en Iran. Dit Amerikaanse plan viel geheel samen met een eerder in 1982 in Israel zelf overwogen agressievere militaire politiek. Toen werd er een plan aan de regering van Israël voorgelegd om deze zelfde vijandige Arabische staten te ontwrichten. Het betrof hier merkwaardigerwijs vooral de seculiere staten. Je zou vanuit westerse optiek denken dat de fundamentalistische staten gevaarlijker voor de wereldvrede waren, maar dat is niet het geval. Hier werd n.l. uitsluitend vanuit de bijzondere positie van Israël gedacht, een land te midden van een vijandige Arabische wereld. Het ontwrichten van deze seculiere staten zou namelijk volgens dit plan tot een onoplosbare onderlinge geloofsstrijd moeten leiden (vooral tussen de Sjiieten, de Soennieten, de Druzen, de Koerden en andere minderheden) waardoor deze staten om de vrede te herstellen uiteindelijk langs nieuwe etnische en religieuze lijnen opgedeeld zouden kunnen worden. Daarmee zou dan hun militaire macht aanzienlijk in betekenis afnemen en zou Israël onbetwistbaar de dominerende militaire macht in de regio zijn geworden. Dat was het zgn. Yinon-plan dat in een Balkanisering (avant la lettre) van het Midden-Oosten voorzag. We zien nu dat wat er na 9/11 in het Midden-Oosten gebeurt, de omverwerping van de regimes van Arabische autoritair-dictatoriale leiders, in feite de directe en systematische uitvoering van het Yinon-plan is.5
De neoconservatieven (grotendeels zionisten) zijn al vanaf de regering Ford (Rumsfeld en Cheney) in het geweer geweest, maar pas tijdens de regeringsperiode van Reagan (van 1981 tot 1989) kwamen er neoconservatieven in de regering. Precies een jaar later moeten de zionisten onder hen dit ‘opsplitsingsplan’ van Oded Yinon onder ogen hebben gekregen en dit plan heeft aan hun verdere strategische denken duidelijk richting gegeven, als het er al niet door bepaald werd. De achtergrond van hun plannen kwam bij mijn weten niet in de openbaarheid, maar leefde later ook sterk bij premier-minister Sharon. Na een periode onder Bush I en Clinton (waar de neoconservatieven niet in de regering zaten, maar zich wel publicitair enorm hebben geweerd), hebben zij tot 2001 moeten wachten tot Bush II president werd en zij met  10 man sterk in de reging werden opgenomen. Vanaf dat moment, eigenlijk pas duidelijk na 9/11, zou president Bush zijn buitenlandse politieke beleid door de plannen van de neo-conservatieven laten bepalen. Maar in wezen paste het Yinon-plan geheel in de op de Britten teruggaande devide-destroy-and-rule strategy van het Amerikaanse plan voor het Midden-Oosten.

11. De noodzaak van een nieuwe vijand en de Global War on Terror

Om het militaire apparaat in stand te kunnen houden en te kunnen garanderen dat wapenontwikkeling en wapenverkoop niets in de weg zou worden gelegd was er na de ineenstorting van het Sovjet Rijk een nieuwe vijand nodig. Osama bin Laden had weliswaar in 1996 Amerika de oorlog verklaard, maar de speldeprikken die vanaf het eind van de jaren ’90 door Al-Qaida werden uitgedeeld in Afrika (explosies bij twee ambassades) en Jemen (het beschadigen van een oorlogsschip) stelden in feite niets voor. Een Global war on Terror zou daar (tijdelijk) wel degelijk in kunnen voorzien. Het ging daarbij niet zomaar om een vijand, maar om een ‘permanente’ vijand, een die niet direct verslagen kon worden.  Alleen daarmee kan het miljarden verslindende militaire-inlichtingen apparaat in stand worden gehouden Daarin voorzag de War on Terror op een bijzondere manier. Op die manier zou het schrikbeeld van het communisme afgelost kunnen worden. Terreur is volgens Brzezinsky slechts een tactiek die niet op een reële staatsmacht is gebaseerd. Terroristische aanslagen kunnen ten allen tijde op elke willekeurige plaats (onduidelijk door wie) worden uitgevoerd en bovendien zal zo’n aanval hoe klein ook, toch de nodige angst oproepen. Voldoende om er voor te zorgen dat er door de politiek steeds weer op de noodzaak van beveiliging en verdediging kan worden gehamerd en dat de extra budgetten voor security geaccepteerd zouden worden.

Nieuwe en permanente oorlogen vormen dus de enige garantie het militair-industriële apparaat (tegenwoordig het militair-industrieel-veiligheidsapparaat) in stand te houden en van voldoende financiële middelen te blijven voorzien. Je moet gewoon zeggen dat een gemilitariseerde staat van deze omvang in feite doorlopend oorlogen nodig heeft (permanent war) om in die vorm te kunnen blijven bestaan. De War against terror was het ideale en misschien enige middel om in die behoefte te voorzien. Anders gezegd: zo werd 9/11 de ‘Trojan Horse’, d.w.z. het geschenk dat de profiteurs van de oorlog permanent van nieuwe inkomsten zou blijven voorzien.

Daarnaast zal het duidelijk zijn dat het militair-industrieel complex, inclusief de vele veiligheidsdiensten (de Joint Special Operations Command (JSOC) afdeling van de CIA die over de hele wereld actief is telt alleen al 80.000 medewerkers) ook als werkgever extreem belangrijk is. Het is de grootste werkgever in de wereld.
Kort na 9/11 kregen we de visie van Bush hierover al te horen toen hij zei dat Amerika een eindeloze global war on terror zou voeren: “Our response involves far more than instant retaliation and isolated strikes.” Dat lichtte hij verder toe met: “Americans should not expect one battle, but a lengthy campaign, unlike any other we have ever seen.”
Het jaar daarop voegde de directeur van Policy Planning, Richard Haass, de volgende verduidelijking toe aan de intenties van de regering: ”There can be no exit strategy in the war against terrorism. It is a war that will persist.” M.a.w. Haass maakte toen al duidelijk dat dit een oorlog zonder eind zou worden. “There is unlikely to be a decisive battle in this war” verkondigde hij. “An exit strategy, therefore, will do us no good. What we need is an endurance [= uithoudingsvermogen] strategy.” Het is maar dat de bevolking het zou weten.

Toevoeging: in de tussenperiode van de jaren negentig (Clinton) werd de gedachte van de zgn. ‘humanitaire’ oorlogen (Bosnië) geïntroduceerd als een mogelijke remplacant voor de Koude Oorlog, maar die zijn te sporadisch en te situationeel om als een werkelijke vervanging te kunnen dienen. Het wachten was op de ontdekking van het terrorisme als de ideale vijand. Daarbij zou Israël (Netanyahu) een belangrijke rol spelen.

12. De Domestic Surveillance State, de security state

Van groot belang werd de verdere invoering en het uitbouwen van de Domestic Surveillance State, men zou na 9/11 immers in een permanente oorlogssituatie leven. Deze werd mogelijk doordat de president inderdaad als ‘commander-in-chief’ in een oorlogssituatie over speciale volmachten beschikte. Hieronder viel natuurlijk in de eerste plaats de enorme uitbouw van het NSA (het Nationale Veiligheidsagentschap). Vrij kort daarna vindt de instelling van de Department of Homeland Security plaats (Bush stelde dit ministerie in 2003 in met als doelstelling dat een integrale visie op de nationale veiligheid ontwikkeld zou worden, teneinde in de toekomst aanslagen als die van 11 september 2001 te kunnen voorkomen). En daarnaast die van het militaire commando Northern Command. Deze tak heeft na 9/11 een geweldige ontwikkeling door gemaakt.

We zien hierbij tegelijk een sterke uitbouw van de controlerende instellingen die met name ook op de eigen bevolking gericht zijn. Het gevolg daarvan is dat dit onderdeel van de defensie ook inmiddels geëxplodeerd is en financieel niet meer onder controle te houden is. Hierbij kunnen misschien ook argumenten worden aangevoerd een deel van deze veiligheidsmanie mogelijk onder ‘bijkomende gevolgen’ te laten vallen.

13. Invoering van de Patriot Act

De aanname van de Patriot Act uit naam van de nationale veiligheid (national security). Dat is de wet die ernstige ingrepen deed in de burgerlijke rechten (civil rights) van de Amerikaanse burger. Hij telde 363 pagina’s en de leden van het Congres hadden nauwelijks de tijd er serieus naar te kijken. Dat laatste was ook niet de bedoeling. Bij het versnelde aannemen van deze wet door het Congres (de wet werd direct na 9/11 uit de kast gehaald – waar hij kennelijk al klaar lag! – en werd op 25 oktober aangenomen met zegge en schrijve één senator die tegen stemde), hebben behalve 9/11 ook de antraxbrieven een belangrijke rol gespeeld. Het miltvuur (antrax) werd in brieven o.a. naar de twee belangrijkste democratische politici in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden gestuurd. Zij werden zo geïntimideerd om tot snellere ondertekening van de wet over te gaan. Deze politici wensten meer tijd om zo’n ingrijpende wet te kunnen bestuderen, maar die tijd gunde Cheney hen niet… Door de antraxbrieven kwamen drie personen om het leven. In deze wet werd o.a. de mogelijkheid opgenomen van een geheime aanklacht tegen de gearresteerde, geheime ondervragingen voor de grand jury (zonder eigen advocaat erbij), geheimhouden van bewijzen, onderzoek van huis en/of bedrijf zonder dat betrokkene hier weet van hoeft te hebben, afluisteren van telefoon en uitgebreide toegang tot computerdata door de FBI zonder juridische volmacht, etc. Dit alles vanwege de strijd tegen het terrorisme.
De invoering van de Patriot Act en later de militarisering van de poilitie waren duidelijke aanslagen op het democratische gehalte van de republiek.
[Een van de eerste slachtoffers van die wet was Susan Lindauer. Lindauer was betrokken bij de onderhandelingen met Irak vóór de oorlog en werd later van spionage voor Irak beschuldigd].

zie ook http://www.dailymotion.com/video/xjhyah_susan-lindauer-author-extreme-prejudice_news

14. Financiële misdaden

Het thema van de ‘biggest financial crimes in history’ die al een geschiedenis van 50 jaar had en waarvan Bush I op een vraag van Sarah McClendon antwoordde: “Sarah, if the American people ever find out what we have done, they will chase us down the streets and lynch us.”

zie ook https://wikispooks.com/wiki/Document:Fifty_Years_of_the_Deep_State#The_Roots_of_the_Terror_Scam

Dit thema valt buiten de politieke doelen en ik voel mij ook onvoldoende competent    hier intensief op in te gaan, maar door onderzoekers wordt 9/11 in verband gebracht met een poging om door het vernietigen van bewijsmateriaal criminele onderzoeken verder onmogelijk te maken en geld te kunnen witwassen.6

Zowel in het Pentagon als in WTC7 werden belangrijke kantoren die bij het onderzoek naar deze financiële malversaties  waren betrokken verwoest. Bij het Pentagon direct door de inslag van het vliegtuig precies in dit bureau (dat vrij kort na de renovatie van de zuid-west vleugel daar ingericht moet zijn) en bij WTC 7 doordat het hele gebouw met behulp van explosieven implodeerde, inclusief het bureau dat financiële malversaties onderzocht (o.a. Enron).

Ik wijs hier alleen op de site waar hier zeer serieuze argumenten voor worden aangevoerd. De zaak is zo uitgebreid, dat de auteur van het onderzoek schreef: ‘With that, a pattern of motivation is defined which allows government leaders and intelligence operatives to ‘rationalize’ a decision to cause the death 3,000 citizens’. Hij wil hiermee dus zeggen dat de omvang van de fraude zo gigantisch was, dat dit op zichzelf al een motief voor het ombrengen van 3000 mensen was.

D. Wat vertellen deze motieven ons over de ‘gestolen’ verkiezingen van november 2000?

Wat hierbij direct opvalt is dat al deze programmapunten in feite al vóór de verkiezingen van november 2000 bij de beleidsmakers op de lijst moeten hebben gestaan; sommige bevonden zich zelfs al in een uitvoeringsfase. De invoering hiervan was echter geheel afhankelijk van een ‘defining moment like Pearl Harbor’ (d.w.z. van het 9/11-moment).7

Enkele neoconservatieven speelden dan ook al tijdens de verkiezingscampagne van Bush een buitengewoon belangrijke rol. Deze groep, ‘the Vulcans’, informeerde de op het gebied van buitenlandse politiek onervaren Bush t.a.v. zijn toekomstige buitenlandse politiek. Toen was het nog helemaal niet zeker dat er zelfs bij de winst van Bush ook zoveel van hen (10) in de regering zouden komen.

Wat echter wel zeker was, is dat ten tijde van de verkiezingen de voorbereidingen van de aanslagen van 9/11 al in volle gang geweest moeten zijn. Daar moeten zich al verschillende groepen coördinerend mee bezig hebben gehouden. De eerste twee terroristen waren immers al vanaf jan. 2000 in Amerika. Wat betekent dit in concreto? Dat betekent dat dit ook verklaart waarom het met name de republikeinen zijn geweest die tijdens de problemen bij het hertellen van de stemmen in Florida het hardst gewerkt hebben om hun kandidaat aan de overwinning te helpen. Zij waren vele malen meer gemotiveerd dan de democraten die het veel te netjes speelden. De republikeinen (neoconservatieven) wisten wat er op het spel stond en dat al hun plannen en dat waren er zoals we zagen nogal wat, afhingen van de overwinning van hun kandidaat. Voor mensen die het scenario van Operatie 9/11 werkelijk serieus nemen wordt hierdoor ook een heel ander licht geworpen op de machinaties die tijdens en na de verkiezingen plaats vonden. De verkiezingen die Bush in feite verloren had (er werden immers veel meer individuele stemmen van de burgers op Gore uitgebracht, maar dat is het gevolg van het niet democratische kiessysteem) werden door de enorme inzet (en de fraude) van de republikeinen uiteindelijk toch nog gewonnen. Achteraf is het volkomen duidelijk dat de partij van Al Gore hier absoluut niet tegen opgewassen was.

E. Bijkomende misschien niet direct gewilde gevolgen

1. De bewuste ondermijning van de democratie

Er zijn niet weinig schrijvers die uitgebreid over het afbrokkelen van de democratie in Amerika schrijven en hebben geschreven (bijv. Henri Giroux, Ralph Nader, Jimmy Carter, John Whitehead e.a.). Maar hierbij gaat het niet over het afbrokkelen, maar over de bewuste ontmanteling van bepaalde aspecten van de democratie. Het probleem van de Amerikaanse democratie is, dat zij niet meer past in een tijd waar een imperiale mogendheid alle macht bezit. Net zoals de VN al eerder als een belemmering werden gezien, geldt dat ook voor het functioneren van een burgerdemocratie. Een regering die in de eerste plaats op globale problemen en interessen is gericht moet onafhankelijk van de inspraak en controle van zijn burgers en senatoren besluiten kunnen nemen. Alles wat met ‘transparantie’ te maken heeft is daarmee totaal in strijd. Misleiding van de ware intenties (thinktanks) is schering en inslag. Zie Obama die in voor de verkiezingen transparantie voorstond en beloofde, maar door de werkelijkheid tot een totaal andere politiek werd gedwongen. Obama zelf heeft er ook enkele keren op gewezen dat bepaalde amendementen van de Bill of Rights veranderd moeten worden. Brzezinski schrijft uitgebreid over dit ‘omslagpunt’ dat met de nieuwe aspiraties een wereldleider te zijn, verbonden zijn. Enkele citaten van hem hierover:

‘Another threat, less overt but no less basic, confronts liberal democracy. More directly linked to the impact of technology, it involves the gradual appearance of a more controlled and directed society. Such a society would be dominated by an elite whose claim to political power would rest on allegedly superior scientific knowhow. Unhindered by the restraints of traditional liberal values, this elite would not hesitate to achieve its political ends by using the latest modern techniques for influencing public behavior and keeping society under close surveillance and control.’8

Deze ontwikkeling staat uiteindelijk ten dienste van een wereldregering [een nieuwe American dream?], want ‘National sovereignty is no longer a viable concept.’ (Dit laatste punt zou ook onder de hierboven genoemde 13 politieke doelen kunnen vallen). Dit citaat van Brzezinski uit 1970 moet destijds behoorlijk futuristisch aangedaan hebben, maar was gewoon bijzonder vooruitziend.

2. De militairisering van de Amerikaanse samenleving

Dat gebeurde door de instelling van Bush o.a. van de USNorthCommand (voor het eerst militaire bases die de taak toegewezen kregen om in geval van nood de Homeland Security te assisteren en tegen de eigen bevolking (militair) op te kunnen treden). Er werd om meerdere redenen rekening gehouden met ernstige binnen-landse sociale onrust waartegen deze militaire organisatie op zou moeten treden. (Dit is een zeer uitgebreid onderwerp)

3. Een nauwere binding van Amerika aan Israël

Ik vraag me trouwens af of dit tot de doelen behoord zou kunnen hebben, maar het was wel een uiterst belangrijk gevolg. Voor Israël had de VS nu immers pas voor het eerst ondergaan waar zij voortdurend mee te maken hebben: het terrorisme. Ze zouden dus eindelijk meer begrip voor hun situatie op moeten kunnen brengen! Zowel Netanyahu als Shamir verwezen daar direct al naar. Netanyahu over 9/11: “It’s very good. Well.. it’s not good, but it will generate immediate sympathy for Israel.”

Verder werd er begin 2002 door de PNAC een brief aan Bush geschreven. In deze brief dringen zij er bij Bush op aan “to accelerate plans to remove Saddam from power” ter wille van Israël. “The US and Israel share a common enemy. We are both targets of what you have correctly called an ‘Axis of Evil’. Israel is targeted in part because it is our friend, and in part because it is an island of liberal, democratic principles – American principles – in a sea of tyranny, intolerance, and hatred.”

zie ook http://mondoweiss.net/2015/05/facing-neocon-captivity/

 

Magchiel C. Matthijsen
10 augustus 2017

 

  1. «except in the circumstances of a truly massive and widely perceived direct external threat»
  2. Het boek verscheen in de jaren ’60, Warning and Decision van Roberta Wohlstetter.
  3. Ook de eerste imperialistische oorlog, de Spaans-Amerikaanse oorlog (1898) werd al grotendeels door een interne economische en sociale crisis bepaald. Er was sprake van grote overproductie en een vastlopende consumptie: ‘we were out of markets’ (Andrew Bacevich).
  4. Tekenend is een opmerking van schrijver en essayist Eliot Weinberger in zijn boekje 9/12 “For the White House Team, the hijacked planes were a blessing from the sky.”
  5. Voor de (vertaalde tekst van Yinons artikel zie: ‘ “Greater Israel”: the zionist plan for the Middle East, met een introductie van prof. Michel Chossodovsky. Op Global Research, 7.11.2015
  6. Hoe 9/11 een van de ‘biggest financial crimes in history’ begroef. “An analysis of the highly complex web of US/UK covert operations and criminal banking activities going back to WW2, suggesting Western complicity in the collaps of the Soviet Union and the subsequent looting of Soviet industry. The ostensible settlement/roll-over for these instruments were dated through September 2001 and would have clinched several high-level criminal investigations had they been allowed to settle normally.”
  7. Deze uitdrukking komt uit de beginselverklaring van de neoconservatieven ‘Project of a New American Century (PNAC). Hier wordt Pearl Harbor gebruikt als de verrassingsaanval op de Amerikaanse vloot waardoor president Roosevelt tot de Amerikaanse aanval op Japan kon besluiten.  Inmiddels weten we met name door de onderzoekingen van Robert Stinnett die 17 jaar aan zijn boek gewerkt heeft, dat Pearl Harbor evenals 9/11 ook een valse vlag was, d.w.z. dat de Amerikaanse regering van te voren van deze Japanse oorlogsdaad op de hoogte was.
  8. Dit citaat komt uit Between two Ages: America’ s role in a technotronic era (1970). Hij voorzag al vroeg het verband tussen een dominerende rol in de wereld en de consequenties die dat voor een functionerende democratie zou hebben. Tevens begreep hij als een van de eersten wat de gevolgen van de technologische en elektronische ontwikkelingen voor de samenleving zouden zijn. De onderwerpen betroffen toen al massa manipulatie, surveillance, mind control, weer controle en oorlog d.m.v. manipulatie van het weer!