Door: Francine Mestrum

Publicatie: Uitpers, 28-8-2017

 

Basispensioen? Dertigurenweek? Pensioen op je zeventigste? Wie zal er beslissen?

De besparingsmaatregelen die de federale regering nam om ‘jobs jobs jobs’ te creëren al uitvoerig besproken en aangeklaagd in de pers en op de sociale media. Ze zullen eens te meer gewone mensen treffen en vermogenden zo goed als ongemoeid laten. De jongste voorstellen van enkele oppositiepartijen schieten schromelijk tekort.

Van hete herfst naar koude winter?

Het wordt een hete herfst, zo leest men hier en daar. De vakbonden bereiden zich voor op ‘acties’. Terecht. We moeten hopen dat ze voldoende kunnen mobiliseren. Tégen de besparingen. En waarvoor? Die vraag ligt moeilijker. Want een status quo is geen alternatief en er is vandaag wel degelijk een vernieuwing nodig van de sociale bescherming en van het arbeidsrecht.

Hetzelfde geldt voor Frankrijk waar de deregulering van het arbeidsrecht veel verder gaat dan hier in België. Onder president Hollande waren er tientallen grote betogingen die uiteindelijk een stille dood moesten sterven. Ook daar wordt nu opnieuw een ‘hete herfst’ verwacht, maar eenheid zal er onder de vakbonden niet zijn.

Voor alle duidelijkheid: deze besparingen gebeuren niet omdat ‘Europa’ dat zou willen. Mocht de regering het niet eens zijn met sommige aanbevelingen van de Europese Commissie, dan kan ze rustig ‘nee’ zeggen. Maar dat doet ze niet. Ze wacht ook niet op aanbevelingen. De regering doet wat ze doet omdat ze dat zo wil. En ze wil dat omdat de mondiale neoliberale consensus dat zo wil. Punt.

België en Frankrijk zijn bij de allerlaatste landen die nu mee ‘in de vaart der volkeren’ worden opgenomen richting privatisering, deregulering, afbouw van het arbeidsrecht, verzwakking van de vakbonden en aantasting van de openbare diensten.

Stom verbaasd was ik de afgelopen weken toen ik merkte dat mensen schrokken van wat Varoufakis in zijn jongste boek vertelt: Schäuble, Duits minister van financiën, zegt hem dat de Europese verzorgingsstaten veel te genereus zijn en best verdwijnen. Precies, dat is exact de neoliberale consensus. En die is de afgelopen twintig en dertig jaar in zowat alle landen van de wereld ingevoerd. Het ironische of cynische van het hele verhaal is dat dit in het Zuiden gebeurde onder het mom van ‘armoedebestrijding’. De strategie die de Wereldbank vanaf 1990 uitstippelde had precies dat als doel: help de armen en laat de niet-armen zelf hun verzekering kopen. En de armen helpen betekent: meer economische groei. Net zoals vandaag in België. Maar ach als je waarschuwde tégen die mondiale armoedebestrijding!

Maar waarom niet naar een zachte lente…

Er wordt inmiddels hier en daar wel nagedacht over hoe het verder moet met de sociale bescherming. Maar een echt maatschappelijk debat is er (nog) niet. Veel aandacht gaat nu helaas naar een steriel ‘voor’ of ‘tegen’ een basisinkomen, een redelijk zinloze discussie omdat een basisinkomen zonder sociale bescherming een grote achteruitgang zou zijn en mét sociale bescherming onbetaalbaar is.[1]

Alle voorwaarden zijn vervuld om aan een ernstig debat te beginnen, mondiaal zowel als nationaal: een besef dat het zo niet verder kan met het neoliberale besparingsbeleid, inzicht in de beperkingen van het basisinkomen en steeds meer vertrouwdheid met het concept van ‘commons’, een gemeengoed.

Ik bedoel: hoewel alle wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn om aan te tonen dat het neoliberalisme niet tot meer vrijheid en tot meer werk en welvaart leidt, zijn de machthebbers niet bereid ervan af te zien. Die machthebbers zijn niet zozeer de nationale staten dan wel de financiële sector en de multinationale ondernemingen die druk kunnen uitoefenen op nationale regeringen.

Vandaag werken neoliberalen moeiteloos samen met (neo)-conservatieven om het verzet de mond te snoeren. Er is duidelijk een autoritaire fase ingezet. Het is niet zozeer een aanslag op alles wat ‘links’ heet, maar van iedereen die kan aantonen dat de keizer geen kleren meer heeft: journalisten, mensenrechtenverdedigers, vakbondsmensen, academici, enz. De gevangenis in of meteen een kogel, afhankelijk van waar je leeft.

Die realiteit en het besef van het nieuwe mondiale sociale paradigma met deregulering en privatisering moeten ons doen inzien dat het een illusie is te denken dat een rechtse regering de sociale bescherming en het arbeidsrecht zal vrijwaren. Wat we nodig hebben is een andere machtsverhouding en die kan er komen met een goed alternatief.

Ik wil daarom voorstellen lessen te trekken uit het debat over het basisinkomen, want de voorstanders ervan hebben wel de vinger gelegd op een aantal zeer zwakke punten in de sociale bescherming. Tel daarbij de onvermijdelijke fundamentele veranderingen die we op de arbeidsmarkt mogen verwachten, door de informatisering van een groot aantal taken. Er moet dus wel degelijk iets veranderen.

Er zijn niet zo heel veel verdedigers meer van het zuivere basisinkomen. Met uitzondering van de piraten (‘armoede is een erfelijke ziekte’, sic!) en een zuiver academisch geïnspireerde Philippe Van Parijs, gingen de pannelleden op het Gentse Feestendebat allemaal in de richting van tussenformules. Terecht, het opent perspectieven.

En sinds ook heel wat progressieve Vlamingen naar ‘fearless city’ Barcelona trekken of in Gent aan de ‘stad van de commons’ meewerken, begint ook daarover een debat los te komen.

Want er zijn heel wat bruggen te bouwen tussen de sociale bescherming en het basisinkomen. De individualisering van sociale rechten, om te beginnen, een oude eis van de feministische beweging. De directe invoering van een gegarandeerd minimuminkomen (en daaraan gekoppeld van de minimumlonen) voor wie dat nodig heeft, decente uitkeringen voor permanente en tijdelijke zelfstandigen, uitbreiding van het tijdskrediet, vermindering van de arbeidsduur, modulering van de gezinstoelagen, flexibilisering met meer bescherming voor werknemers, enz.

De arbeidsmarkt staat voor grote veranderingen en hoezeer we ons ook moeten kanten tégen de hervormingen van de regering, een vernieuwing en versterking van de rechten zijn nodig. Tot spijt van wie’t benijdt, is er ook een economische behoefte en vooral van jongeren een vraag naar meer flexibiliteit. Zoals er betere oplossingen moeten gevonden worden voor mensen die ‘intermittent’ werken, zoals kunstenaars, maar meer en meer ook ingenieurs en informatici die voor kortlopende projecten instaan. Vasthouden aan de oude principes kan in veel gevallen noodzakelijk zijn, maar een té grote angst voor verandering werkt verlammend en helpt niemand.

De angst voor stigmatisering van wie een minimuminkomen (leefloon) aanvraagt is niet terecht. Uiteraard moeten de vernederende controles verdwijnen, maar we beschikken over alle technologische mogelijkheden om het inkomen van mensen te verifiëren. Als Facebook en Delhaize alle details over ons doen en laten kunnen volgen, waarom zou de overheid dan niet mogen weten waar we gaan en staan?

Het spreekt voor zich dat de toenemende precarising van de werknemers moet tegen gegaan worden. Hier spelen geen natuurwetten maar politieke voorkeuren. De vakbonden moeten er daarom alles aan doen om meer en beter te organiseren. Het is een erg moeilijke taak, maar het alternatief is de uberisering van de hele economie. De Deliveroo jongens en meisjes liggen wellicht niet wakker van hun pensioen, maar een contract, een decent loon en een verzekering tegen arbeidsongevallen is het minste wat ze kunnen vragen.

Het gaat trouwens ook over de financiering van de sociale zekerheid, want met alle vrijstellingen die de regering gul uitdeelt, komt die meer en meer in het gedrang. Vandaag wordt de sociale zekerheid betaalt door de werknemers, daarom is ze van ons. Er zal een zeer grondig debat nodig zijn over wat werknemers en wat de overheid betaalt, hoe dat democratisch kan verzekerd worden en hoe de sociale bescherming in handen van de samenleving komt.

… en een warme zomer?

Ons sociaal model is aan vernieuwing toe, het liefst een progressieve vernieuwing. Er zal moeten gesleuteld worden aan enkele ‘verworven rechten’, maar het resultaat moet een betere bescherming zijn. Acties tegen het beleid van de rechtse regering zijn nodig, maar we moeten beseffen dat die regering ons nooit een degelijk sociaal-economisch beleid zal serveren. Er is een andere machtsverhouding nodig.

Hoe pakken we dit aan?

Mijn voorstel is om te werken met het concept van ‘commons’ en te gaan naar ‘sociale commons’, een ideetje dat groeide op het Wereld Sociaal Forum in Tunis, in 2013. Het werd sindsdien door diverse academici overgenomen, o.m. de New Economics Foundation in London.

Ik zie drie belangrijke opdrachten voor dit soort aanpak:

Ten eerste kan een maatschappelijk debat beginnen, te starten op lokaal vlak, over wat we precies willen, over wat kan veranderen en wat niet. Dit is een oefening in democratie en een reflectie over de sociale behoeften van de samenleving. We moeten beslissen hoe we onze sociale bescherming kunnen versterken, hoe we ze kunnen uitbreiden met nieuwe rechten, zoals een verankering van het recht op water, het garanderen in alle omstandigheden van sociale diensten zoals gezondheidszorg, kinderopvang, huisvesting, bejaardenzorg, minimuminkomen, voor mensen die werken en zij die niet werken, voor werknemers én zelfstandigen.

Ten tweede, waar het uiteindelijk om draait, is dat sociale bescherming iets meer wordt dan een correctiemechanisme maar wordt omgevormd tot een transformatief project. Met een sociaal beleid alleen zal je het systeem niet veranderen, maar indien gelijktijdig aan economische, ecologische en sociale hervormingen wordt gewerkt kunnen die elkaar wel versterken om samen voor de duurzaamheid van het leven te zorgen, duurzaamheid voor mensen en voor de natuur.

Zoals de sociale bescherming eind van de 19de en begin 20ste eeuw, met daarna het sociaal pact van 1944 voor een grondige verandering van de machtsverhoudingen tussen arbeid en kapitaal heeft gezorgd, moeten we nu weer een stap verder durven zetten. Want sociale rechtvaardigheid kan niet zonder een ecologisch verantwoord beleid, zonder preventie in de gezondheidszorg, met gmo’s op ons bord en zonder voedselsoevereiniteit. Een consequent doorgezet beleid voor sociale bescherming vergt ontegensprekelijk ecologische en economische hervormingen. Voor wanneer tienduizend man op straat om fossiele brandstoffen af te zweren? Voor wanneer een grote betoging tegen het gif in onze voeding, en tégen de bedrijven die dat gif maken en verkopen? En voor wanneer en optocht voor een menswaardig bestaan voor migranten en vluchtelingen?

Commons verwijzen geenszins naar nieuwe praktijken, maar ze zijn wél de nieuwe noemer waaronder een aantal vernieuwende initiatieven gecatalogeerd kunnen worden. En er zijn veel voorbeelden van hoe het zou kunnen op grotere schaal. De dokterspraktijken bijvoorbeeld waar samen met paramedisch personeel een betere gezondheidszorg tot stand kan komen en waar aan preventie kan worden gedaan; het armoedebeleid van een Parijse ngo, waar samen met armen wordt gezocht naar de beste sociale bescherming voor hen; de zelforganisatie van informele werkers in Mumbai die een vakbond hebben gevormd en  nu werken aan rechten; de non-profit bedrijven in Nederland die taken overnemen van de overheid, de ‘mutuelles du travail’ in Frankrijk, enz.

Commons zijn geenszins de kleine lokale initiatieven waar mensen zich blind staren op het knusse grote gelijk voor de wijk of het dorp, maar het kunnen structurele initiatieven zijn die bijdragen tot de progressieve veranderingen die we willen. Het gaat er telkens om dat mensen weer controle verwerven op hun leven en op hun omgeving, zonder afscheid te nemen van de staat, zonder afscheid te nemen van de markt. Maar wel met een andere organisatie van beide en zonder winstoogmerk.

De nieuwe sociale economie kan zeker een bijdrage leveren, op voorwaarde dat ze zich onttrekt aan het lokale niveau, medewerkers een behoorlijk contract en loon bezorgt en ook binnen de ondernemingen een democratische besluitvorming ontstaat.

Dat is, kort samengevat, een project voor een sociaal gemeen goed. Een fundamentele democratisering en vereenvoudiging van het sociaal systeem, een uitbreiding en versterking van de economische en sociale rechten en een bijdrage tot een algehele sociale transformatie.

Dit zou voor elke linkerzijde die zichzelf au serieux neemt een prioriteit moeten zijn. Telkens opnieuw wordt, al jaren lang, sociale rechtvaardigheid als eis naar voren geschoven, maar zelden of nooit wordt dit concreet gemaakt.

Toch is het telkens opnieuw met sociale beloftes en verwezenlijkingen dat de linkerzijde zichzelf kan legitimeren en een groot publiek kan overtuigen en voor zich winnen. Dat was zo in het verleden, dat kan ook zo zijn vandaag. We moeten afstappen van alle mechanismen die het systeem enkel bestendigen en versterken, maar mikken op een veranderingsproces dat kan beginnen met een sociale strijd.

De sociale bescherming is van ons, we kunnen het niet genoeg herhalen. Ze blijft van ons.

Francine Mestrum, Global Social Justice

www.globalsocialjustice.euwww.socialcommons.eu

[1] Ik verwijs hiervoor naar vorige artikelen op Uitpers en op www.socialcommons.eu.