Door: Magchiel Matthijssen

Publicatie: Alertgroepen Nederland, 26-8-2017

Hieronder zal ik aantonen dat de begrijpelijke aanvankelijke innerlijke weerstand tegen deze aanname geen stand kan houden tegen andere argumenten, argumenten  die direct met de specifieke cultuur van Amerika te maken hebben. Zij hebben te maken met het innerlijke levensgevoel van de gemiddelde Amerikaan, met de veranderende economische situatie in de wereld en met de zorg en het gevoel van verantwoordelijkheid bij de personen in de regering die de besluiten nemen. In deze volgorde staan we hier ook bij stil.

1. Historische voorbeelden van de zorg om Amerika’s levensstandaard

a) George Kennan. Kennan was Amerikaans diplomaat en historicus. Hij was een geïnspireerd en bij tijden intuïtief waarnemer van de ontwikkeling van het begin van de Koude Oorlog in Europa en nam in die tijd en later een uitgesproken negatieve houding aan ten opzichte van het gebruik van atoomwapens. Hij stond daarmee de conservatieven duidelijk in de weg. En niet alleen hen, maar ook zijn eigen latere carrière.
George Kennan had al in 1948 in zijn policy planning study 23 (streng geheim en alleen voor intern gebruik bedoeld) geschreven: “Wij bezitten ca 50% van de rijkdom-men van de wereld, maar van de hele wereldbevolking woont er slechts 6,3% in Amerika (…).1 Bij een dergelijke situatie moeten wij wel de afgunst en de schele ogen van de anderen opwekken. In de komende tijd zal onze eigenlijke opdracht er uit bestaan een model te ontwerpen dat ons in staat stelt deze ongelijkheid te laten voortbestaan zonder dat het ten koste zal gaan van onze nationale zekerheid. Daarvoor zullen we moeten ophouden met al die gevoelens van sentimentaliteit en dagdromerij; onze aandacht moet overal op de directe nationale doelen [d.w.z. op onze belangen, ‘our interests’] gericht blijven. We moeten onszelf niet voor de gek houden met de gedachte dat wij in deze tijd ons de luxe van altruïsme en weldadigheid voor de wereld kunnen permitteren; met de behoefte om door anderen ‘aardig’ gevonden te worden of gezien te willen worden als het reservoir van een hoog moreel internationaal altruïsme. En we moeten er ook mee ophouden onszelf in de positie te zien van ‘zijn broeders hoeder’ en stoppen met het geven van morele of ideologische adviezen. Wij moeten ophouden om over zulke vage en onwerkelijke doelen als mensenrechten, de verhoging van de levensstandaard en democratisering [beide dus van andere landen, opm. MCM] te blijven praten. De dag is niet meer ver weg dat wij volgens openlijke machtconcepties zullen moeten handelen. Hoe minder we dan gehinderd worden door idealistische kretologie, des te beter het is.”2 Ik haal dit zo uitgebreid aan om te laten zien dat er in al die jaren niet bijster veel veranderd is. Dit is het ‘eerlijke fundament’ dat helaas soms onder mooie woorden als ‘our allies’ en ‘the worldcommunity’ ondersneeuwt. Dit puur ‘ten eigen bate’ is waar het bij Amerika altijd om gaat. Je kunt niet anders zeggen dan dat de heer Kennan hier tamelijk voorlijk was. Een uitgebreid citaat, open en bloot staat het er: het voortbestaan van de ongelijkheid, sentimentaliteit, nationale doelen (de ‘echte doelen’) terwijl mensenrechten, levensstandaard en democratisering (de andere doelen) alleen maar vaag en onwerkelijke doelen zijn; waar het om gaat zijn machtconcepties en geen hinderlijk idealisme. Hier wordt al meteen na de 2e W.O. gedoeld op het bijzondere en onaantastbare van de Amerikaanse levensstandaard. ‘America first’ avant la lettre.

Erich Fromm. Over deze levensstandaard en het consumentisme dat na de 2e W.O. zo sterk in Amerika opkwam zegt Erich Fromm in een interview met Mike Wallace in 1958, dat het de intentie van de gemiddelde Amerikaan is om “to dominate nature and to produce more material goods, we have transformed means (= middelen) into ends (=doelen).” En “production and consumption have become ends and ceased to be means. We are production and consumption crazy.” Toen hem de vraag gesteld werd wat we onder happiness  moeten verstaan stelde hij dat gelijk aan ‘unlimited consumption’. Het begrip ‘hemel’ zou de Amerikaan zich dan ook voorstellen als “a big department store with new things every week and enough money to buy everything new.”

Dick Cheney. In 1999, toen nog CEO bij Haliburton, hield hij in Londen een toespraak de Autumn Lunch-toespraak. Daarin werd de schroef ook al behoorlijk aangedraaid: “That means by 2010 we will need on the order of an additional fifty million barrels a day. So where is the oil going to come from?” Toen was er nog maar mondjesmaat sprake van alternatieve energie.

Donald Rumsfeld. Dat werd nog eens stevig onderbouwd door Donald Rumsfeld toen hij de mensen (en de Amerikanen) in een toespraak op 18 september 2001, precies een week na de aanslagen, voor de keuze stelde: “either to change the way we live, which is unacceptable, or to change the way they live. We chose the latter.”

Andrew Basevich, de ex-militair, ging in een lezing in 2015 meer analyserend te werk. Met onverholen kritiek beschrijft hij hoe de Amerikanen ten aanzien van hun materiële behoeften “in a state of limitlessness” leven en dat men meende dat dit gevoel, deze behoefte, min of meer deel uitmaakte van hun geboorterecht (“they had taken [it] to be part of their birthright”).

Jimmy Carter was als president eerder, in de zomer van 1979 tot de conclusie gekomen dat Amerika voor een soort keuze stond. Wat was er aan de hand? Het ging niet goed met het land. Na de Vietnamoorlog bestond er een soort defaitisme. In de jaren ‘70 was het er niet beter op geworden. ‘Disco, druggebruik, decadentie, scheidingen’ (niet zijn woorden) en daarnaast inflatie en werkeloosheid en niet in de laatste plaats de energie crisis, d.w.z. de vreselijk lange rijen auto’s bij de benzine-pompen… Wat nodig was, was een morele heroriëntatie. Men stond voor een turningpoint. Net zoals Rumsfeld na 9/11. Carter zag dat het een dieper liggend probleem betrof en richtte zich in zijn toespraak (op 15 juli 1979, de zgn. ‘malaise speech’) tot het Amerikaanse volk sprekend over een mentaliteitsverandering die nodig was; hij wees daarbij op de mogelijkheid van een algemene, gedeelde burgerlijke offerbereiheid: het consumptiegedrag zou moeten veranderen: “wij geven ons over aan genotzucht en consumentisme; de menselijke identiteit wordt niet langer bepaald door wat iemand doet, maar door wat iemand bezit.” In plaats van eigenbelang wees hij op de nederigheid. Enfin, de toespraak is ook om filosofische redenen interessant, maar zijn appèl aan het eigen geweten, aan vrijwillig ‘gas terugnemen’, bleek de volgende dag aan dovemans oren gericht te zijn. Van deze plannen bleek de gemiddelde Amerikaan in het geheel niet gediend.

b) Tijdens zijn (laatste) State of the Union toespraak, in januari 1980, het jaar waarin Ronald Reagan zich al warm liep voor de verkiezingen, bleek dat Carter het roer inmiddels 180° had omgegooid. Hij had begrepen dat deze Amerikaanse ‘way of life’ sacrosanct was. Voor het eerst werd nu die levensstandaard als een vast gegeven beschouwd waar zelfs eventueel strijd voor geleverd zou moeten worden. Dat werd duidelijk toen hij daarbij zijn zgn. Carterdoctrine presenteerde: De Perzische Golf is voor Amerika van vitaal belang. Mogelijk moesten er zelfs andere middelen ingezet worden. Diplomatie zou in de toekomst wel eens niet meer voldoende kunnen zijn…

c) Wanneer we nu de sprong naar het jaar 2000 maken, dan dringt het probleem van de Heilige Koe, de levensstandaard van de Amerikaanse burger, zich opnieuw op. Een tweede poging a la Carter zal door de regeringen van Clinton en G.W. Bush niet meer gewaagd worden. Eerst wordt de ernst van de aanval op die levensstandaard geanalyseerd. Daarbij is een ding al meteen duidelijk. De situatie is bijzonder ernstig. Olie en gas zijn de gronstoffen waarvan Amerika alleen al vanwege zijn oorlogen, steeds meer nodig zal hebben en nu doen er schrikwekkende verhalen de ronde over ernstige energieproblemen in de toekomst. Men spreekt over een soort Peak Oil. Peak oil wilde zeggen dat de ingenieurs en geologen tot het inzicht waren gekomen dat het delven van deze grondstof niet eindeloos door zou kunnen gaan. Daarvoor had de Club van Rome al 25 jaar geleden gewaarschuwd (hun tweede rapport). Er zou een moment komen dat het hoogtepunt van de winning bereikt was en daarna zou het winnen van de olie onafwendbaar afnemen. Wij bevonden ons nu in principe kort voor de peak! Hoe moest Amerika daarop reageren?

2. Amerika is anders

Voor het verdere verloop van dit verhaal is het nodig eerst een moment stil te staan bij het ‘anders zijn’ van Amerika. Het lijkt of ons voorstellings- en invoelingsvermogen hier te kort schieten. Wij kunnen ons bepaalde dingen die Amerika betreffen gewoon niet voorstellen, niet indenken. Dat komt mede door het verleidelijke gemak waarmee alles wat met de Amerikaanse (materiële en pop)cultuur te maken heeft in de hele wereld met een gulzige gretigheid wordt opgenomen. Maar net als het McDonnald-gevoel, behoren die ‘geschenken’ tot de export van pure Amerikaanse opervlakkigheid. Voor een ontmoeting met de daaronder liggende lagen die de ziel van Amerika uitmaken is meer nodig.
Amerika staat ons door de export van zijn technisch-materiële uitvindingen en verworvenheden, die uiteindelijk allemaal naar Europa en elders over waaien, ogenschijnlijk zeer dichtbij. ‘Amerika is ons alleen in de tijd iets vooruit’, lijkt de grondgedachte te zijn. Maar dat dichtbij-zijn, die zgn. ‘gelijkheid’ geldt bijv. totaal niet voor hun moreel-religieuze, hun staatkundige of militaire ‘waarden’. Hoe leef je in een land dat werkelijk gelooft in het God bless America, in God’s own country, dat geen internationale verdragen accepteert en de VN de rug toekeert? Begrijpen wij iets van het exceptionalisme van die staat? van hun zgn. chosenness, hun stuitende, geënscèneerde patriottisme? (Zie Amerikaans exceptionalisme, bijdrage 10).
Ligt hier niet een geweldige en in wezen niet te overbruggen ‘voorstellingskloof’? Je verplaatsen in een land dat het oorlogvoeren ‘in het bloed’ zit en dat om oorlog te kunnen blijven voeren telkens nieuwe situaties uit moet denken (leugens en valse vlaggen) ‘omdat wij immers gedwongen zijn onze vijanden voordurend zelf te creëren om óf nieuwe oorlogen, óf een betrokkenheid bij bestaande conflicten mogelijk te maken? Want, wat wil je, niemand durft ons toch aan te vallen? We have no enemies.’ De hele cultuur, de hele maatschappelijke context wordt gekenmerkt door elementen waar wij in Europa geen enkele ‘binding’ mee hebben. Is het begrip waardoor Europa en de VS aan elkaar geklonken worden, het ‘our common values and priciples’ eigenlijk wel reëel? Is het niet eerder een misleidende slogan? Het citaat van Kennan wijst er toch op dat die values ons in wezen geheel vreemd zijn? Een land dat uiteindelijk de hele wereld tot zijn ‘interests’ rekent is principieel van een andere orde en heeft gewoon andere belangen. Uiteindelijk, zegt Diana Johnson, zien de Amerikaanse politici de rest van de wereld “as America’s hinterland, to be exploited, abused and ignored with impunity”. Daardoor is het ook gedwongen andere values te hanteren, ook voor de eigen binnenlandse politiek!

Amerika is een land waar ook voor de Amerikanen zelf de blik op de werkelijkheid door talloze mythen en schijn wordt verduisterd. Het ‘patriot-zijn’, is evenmin een  gegevenheid als ‘democratie’ en ‘vrijheid’. Dat zijn slechts uitdagingen die voort-durend op individuele realisatie wachten. Harold Bloom wilde de Amerikanen leren hoe nodig en hoe moeilijk het is door de schijn (de vele ‘imago’s’!) heen te kunnen kijken. De imago’s (in zijn gelijknamige boek) vormen immers de weerstanden die doorzien en overwonnen moet worden. We hoeven alleen maar te kijken naar het verschil van dag en nacht dat er bestaat tussen de ‘patriot’ die met zijn strikjes en vlaggetjes rond zijn huis het ‘support our troops’ uitleeft en die andere zeldzamere uitgave ervan die het waagt om ‘truth to power’ te spreken. Wat zijn we inmiddels ver van Woodrow Wilson verwijderd. Voor hem gold nog: “Kritiek hebben is meer dan een recht; het is een daad van vaderlandsliefde”. Naast het Amerikaan zijn is de eigenlijke opdracht het Amerikaan worden. Aan dat laatste gaat een innerlijk bewustwordings- en groeiproces vooraf.3

3. Het utilitarisme

‘The US is not on the wrong side; it is the wrong side.’ Daniel Ellsberg

Bovenstaande excursie was nodig om de ruimte te scheppen om nu op een andere manier naar de in de titel van deze bijdrage gestelde vraag te kijken. Die vraag schrikt inderdaad de meeste mensen af. Vanuit een begrijpelijk primair emotioneel-moreel gevoel wordt deze gedachte direct afgewezen als onbestaanbaar: het is onmogelijk ‘dat zij het zelf gedaan hebben’. Zelfs als alle tekens erop wijzen (zie biijdrage 2). Waarom zouden we het ons dan wél moeten kunnen voorstellen? Omdat je op een gegeven moment de keuze moet maken voor de feiten, of voor je gevoel. De laatste is echter geen rationele keus meer, maar betekent impliciet dat feiten ontkend worden. (zie een komende bijdrage over Cognitive dissonance, nr. 18)

Er zijn drie filosofische richtingen die direct uit Amerika (met invloed van de Britten) zijn voortgekomen. Dat zijn de stromingen van het pragmatisme, het behaviorisme en het utilitarisme (de laatste is een ofshoot van het pragmatisme). Dit zijn filosofische denkrichtingen waar weinig ‘verhevens’ aan te beleven valt. Zij gaan alle drie van een mensbeeld uit dat behoorlijk ‘down to earth’ is.
resident van goed en kwaad). “Ze [de utilitaristen] proberen het netto-surplus van de goede consequenties te maximaliseren, na de slechte te hebben afgetrokken” (id.). Kortom: er vindt hier dus een soort ‘berekening’ plaats, er wordt een ‘som’ gemaakt waarvan de uitkomst uiteindelijk + of – is.
Een van de meest stuitende voorbeelde van dat laatste is de vraag die aan Madam SecretaryMadeleine Albright gesteld werd, zij was destijds minister van Buitenlandse Zaken onder Clinton, maar het is waarschijnlijk dat de vraag gesteld werd toen zij al minister af was. De vraag luidde “of de dood van 500.000 Irakese kinderen het wel waard was?” (‘worth’ is het begrip dat altijd aan het utilitarisme wordt gekoppeld). D.w.z. de dood door gebrek aan medicijnen, door een slechte (pre-)natale hulp, door onvoldoende voedsel vanwege de opgelegde sancties, enz. Op die vraag antwoordde zij na enig nadenken: ‘that’s a difficult question’ en daarna ging zij verder en zei: ‘…Yes it [i.c. the price] was worth it.’ Het was het waard. Het ‘hoge woord’ dat door geen mens ter wereld ooit gezegd had mogen worden was eruit. Dat wil toch eigenlijk zeggen dat zo iemand compleet gek is, dat hij of zij verblind door een ideologie, zijn gevoel totaal ondergeschikt aan het berekenende eigenbelang te maken.4 Dat wil zeggen dat je dat gevoel kennelijk gewoon kunt uitschakelen. Ze aarzelt een ogenblik…, dat is het korte moment van het afwegende oordeel en daarin wordt tevens de knop van het gevoel op ‘off’ gezet; en dan antwoordt zij: ‘ja, dat was het waard’. Maar wat we dienen te begrijpen is, dat in feite iedereen die op zo’n plek zit geacht wordt in staat te zijn die knop op willekeurig welk moment om te kunnen draaien, anders kom je namelijk niet op die plek. Overigens had die vraag betrekking op de periode van de sancties en de luchtcorridor, dus nog vóór de invasie en bezettting van Irak door Bush II! Maar die vraag houdt hier natuurlijk niet op: waarom zouden 500.000 Irakese kinderen het wel waard zijn en 3000 volwassenen (Amerikanen en anderen) niet? De gedachte: uiteraard alleen ‘als het het waard is…’, blijft hier toch even geldig, die gaat toch overal op? Hij is toch alleen afhankelijk van wat er tegenover staat?

Het utilitarisme is een ‘ethische’ houding waarbij morele keuzes gemaakt worden door af te wegen wat in een bepaald geval het belangrijkere, meer rendabele, doel is dat bereikt kan worden, welk doel het nuttigst is en welk resultaat het meeste ‘opbrengt’. Hier wordt dus gewoon een berekening gemaakt, 3000 doden worden afgewogen tegen ‘het (totale) plan’.5 Maar waar we hier mee te maken hebben zijn onvergelijkbare grootheden, en bij onvergelijkbare grootheden kan er van een ethische keus helemaal geen sprake zijn. Het ethische wordt hierbij gewoon buiten de deur gehouden. Maar hoe moeilijk het is om van te vóren een utilitaristische berekening te maken, achteraf komt hij altijd min of meer vanzelf om de hoek kijken, dan kan hij een stuk makkelijker in stelling worden gebracht. Hij is namelijk in principe op elke situatie toepasbaar. Luister naar wat een senior officer bij de Joint Staff aan Sheehan vertelde, die op het Min. van Buitenlandse Zaken directeur van de afdeling contra-terrorisme was. Terugkijkend op Operatie 9/11 zei deze man dat hij meer dan eens had gehoord hoe collega’s de aanvallen van de terroristen (en de daarbij gevallen slachtoffers) ‘a small price to pay for being a superpower’ hadden genoemd. En let wel, een superpower heeft ‘recht’ op het Midden-Oosten. Dat begrip, a price to pay duikt trouwens in Amerika overal op. Zo heette bijv. een boek dat meteen na de inauguratie van Bush uitkwam (febr. 2001) The price of Dominance, een uitgave van de Committee of Foreign Relations.
Wat zijn de kosten van het feit dat de VS de dominerende macht in de wereld zijn. Nu, dat weten we zo langzamerhand. We zitten er anno 2017 nog midden in; de teller loopt nog steeds door.

Een dergelijke afweging met de daaropvolgende rationele ‘keuze’ komt ons altijd wat vreemd voor; als Europeaan voel je je daar onbehaaglijk bij. Hoe zou dat komen? M.i. komt dat omdat ons ethische gevoel historisch gezien veel diepere wortels heeft; tot aan Griekenland toe. Die wortels heeft Amerika niet. Ondanks de Verlichting en ondanks de diepe christelijke religieusiteit had God de Indianen en Zwarten immers een iets andere rol in de wereldgeschiedenis toebedeeld. Vanaf het begin van de Amerikaanse geschiedenis werd moraliteit naar willekeur gebruikt. We mogen bijvoorbeeld ook niet vergeten dat met dezelfde utilitaristische argumenten ook het martelen na 9/11 als buitengewoon ‘nuttig’ verklaard kan worden. En niet alleen kán, zo zal het onder de regering Bush ook in werkelijkheid gebeurd zijn, want het ontlokken van valse bekentenissen aan de gevangen gezette terroristen is van ongehoord belang geweest. Ook dat valt onder utilitarisme. (zie bijdrage 4 over het martelen).

Bij het utilitarisme is er helemaal niet van een ethische keuze sprake, maar van een keuze uit berekening. De politicus wordt tot op zekere hoogte gewoon boekhouder en weegt de ‘cost ende baet’ tegen elkaar af.

4. Het offer van de 3000 slachtoffers

Recognize that in the eyes of the government, we’re all expendable [= ontbeerlijk]. As long as we allow the government to play this dangerous game in which “we the people” are little more than pawns [= pionnen] to be used, abused, easily manipulated and just as easily discarded [= afdanken]—whether it’s under the guise of national security, the war on terror, the war on drugs, or any other manufactured bogeyman it can dream up—then the status quo will remain.- John Witehead, constitutional attorney

 Het zal inmiddels duidelijk zijn dat deze zorg voor de toekomst, voor het  kunnen garanderen van een blijvend hoge Amerikaanse standard of living, die kost wat kost gehandhaafd moest worden, in mijn ogen aan deze Operatie 9/11 ten grondslag lag.6 In een gesprek met de Canadese linkse filosoof prof. John McMurtry zei een effectenmakelaar uit Baystreet (het financiële centrum van Toronto) het nog sterker: “It affects the entire future prosperity of America and the West”. De eigen regering heeft de ca 3000 slachtoffers van de aanslagen op de WTC-gebouwen en het Pentagon bij dit hele vreselijke gebeuren ïngecalculeerd. Incalculeren is ook een typisch utilitaristisch woord het heeft de Romeinse calculus in zich. (Lat. calculare = rekenen).

We staan dus een moment stil bij de baten, bij de rationele afweging. De baten lagen in het Midden-Oosten. Daar lagen olie en gas onder de grond. Het zich toe-eigenen van natuurlijke hulpbronnen in andere landen en met name de olie was dus het potentiële, materiële gewin waar 3000 personen tegen ‘afgewogen’ moeten zijn. Dat klinkt misschien vreselijk kil en hard, maar het wordt al meteen anders wanneer je dit ook weer tegen de achtergrond van de totale Amerikaanse bevolking ziet. Hoe abstracter, hoe makkelijker het afwegen. Het gaat immers “om de beste consequen-ties voor allen op wie onze daden invloed hebben”. Ook dat is Amerikaans: de amoraliteit wordt weer tegen de totaliteit van het Amerikaanse volk afgewogen. De regering denkt hierbij ver vooruit en aan het veilig stellen van de Amerikaanse levens-standaard en leefstijl. Dat is toch ook haar verantwoordelijkheid: het hele Ameri-kaanse volk? Dat is waar het om gaat. En als dan dit soort onvergelijkbare eenheden gewogen moeten worden en we vergeten daarbij niet dat het Pentagon de eerste afnemer is van die fossiele brandstoffen (fracking bestond toen nog niet), en dat er toen al zeven toekomstige oorlogen op het programma stonden7, dan is het duidelijk dat ook hier in alle gevallen uiteindelijk een besluit uitrolt dat het verdedigen meer dan waard is. It is worth it.

Een verpleegster zei me uit zichzelf toen we het hier over hadden: dus die zijn a.h.w. geofferd? En zo is het. Niet anders dan de vele duizenden soldaten in de Vietnamese en andere Amerikaanse oorlogen. In de zinloze Vietnamoorlog vielen er aan Amerikaanse kant 58.000 slachtoffers.

Al zou de lezer het niet direct verwachten: wat we hierboven bij mevrouw Albright    zagen is precies het model dat bij het militair ‘zaken doen’ altijd uit de kast wordt gehaald. Datzelfde heeft ook bij de Twin Towers zijn ‘diensten bewezen’; ook daar heeft natuurlijk een kort moment van afweging plaats gevonden: “zijn al die mensen het wel waard?” Ja of nee, en na een korte afweging: “14.000 doden? (dat zou n.l. het aantal slachtoffers hebben kunnen zijn wanneer de aanval iets later op de dag had plaats gevonden en er ca 54.000 mensen in de gebouwen aanwezig waren geweest), nee, dat is zeker teveel; dan kunnen we de operatie beter vroeg op de dag plaats laten vinden, zo ’s morgens rond negen, tien, zo’n 3000? Ja, dat moet kunnen, maar dat is dan ook wel zo ongeveer het maximum.8 De nooduitgangen zijn gelukkig na 1993 (na de eerste aanslag op de noordtoren) ook verbeterd en er hebben daarna toch ook regelmatig brandweer- en evacuatie-oefeningen plaats gevonden?” Inderdaad dat was zo. “Nee, … 3000, ja, dat zou moeten kunnen.” Zo zal het wel ongeveer gegaan zijn. Dat is de afweging tussen kosten en baten in een land dat uiteindelijk alles in een materiële winst- of verliesrekening moet uitdrukken.

De Verenigde Staten zijn een door oorlogen getekend land. In haar hele bestaan zouden slechts 21 jaar zijn voorgekomen waarin ‘vrede’ heeft geheerst. In al die andere jaren werd oorlog gevoerd, (en werden er geheime operaties uitgevoerd waarbij staatshoofden werden omgebracht, democratisch gekozen regeringen ten val gebracht enz. enz.) Daarbij zijn miljoenen mensen gedood (burgers, kinderen en militairen alike), en dat zonder enig gevoel van medemenselijkheid. Zelfs nu iedereen weet dat er geen enkel geldige aanleiding voor de preventieve aanval tegen Irak geleverd kon worden en dat alle zes door Colin Powell aangevoerde ‘redenen’ allemaal door de werkelijkheid zijn ontkracht en als leugens bestempeld, zullen de VS zich geen moment verwaardigen schuld te bekennen of officieel spijt te betuigen. Laat staan dat er van enige reparatiebetalingen sprake kan zijn. Weg internationaal recht. Weg ‘schuld’. Zelfs de opbouw van het verwoeste land zal uiteindelijk ook nog bij de grote Amerikaanse constructiebedrijven geld in de laadjes doen stromen. (Maar dit alles valt natuurlijk ook onder de utilitaristische berekeningen). Nog een voorbeeld: een Amerikaanse kandidaatpresident wordt president-waardig door tijdens zijn campagne al bij voorbaat te verklaren dat hij zich t.o.v zijn later te verwachten vijanden (d.w.z. de komende te verwachten oorlogen!), nooit zal verontschuldigen. Dat is sinds Reagan (?) de verplichte vrijkaart voor een sterke kandidaat.

Bij deze manier van denken moeten we helaas beseffen dat het namelijk niet alleen om 20 bruiloftsgasten gaat die bij een drone-aanval tot de ‘bijkomende schade’ worden gerekend, maar allevreselijke ellende die wordt veroorzaakt, alle slachtoffers zijn in principe collateral damage ten opzichte van de altijd edele en nobele doelen, ten minste t.o.v. het ‘netto-surplus’ van de definitie! (Minister van Defensie James Mattis verwoordde onlangs in een interview: “Civilian casualties are a fact of life in this sort of situation,” wat op hetzelfde neerkomt). We moeten anders leren denken als het om Amerika gaat. We hebben gewoon met een totaal ander land te maken en dat is ook niet zo makkelijk te begrijpen. Als er wordt gesproken over Amerika als een ‘killer nation’, dan wil dat zoveel zeggen als het bestaan van een latente innerlijke oorlogsnatuur die op allerlei momenten los kan breken. Hun argumenten en beweegredenen, alles is ondergeschikt aan de ‘principes en belangen’ (interests) van de regering en aan het uiteindelijke edele doel van een Pax Americana. Altijd heiligt het doel de middelen en oorlog is nu eenmaal hun middel “because that’s what we’re good at” (McQueen). Daarin verschilt het land niet eens zozeer van de moslimfundamentalisten die ook het ‘de-middelen-heiligen-de-doelen’ tot hun belangrijkste geloofsartikel hebben gemaakt.9

Alles wordt de wereld en de mensen die het betreffen in fraaie idealistisch getinte slogans voorgehouden, maar achter dat scherm gaan puur op macht en egoïsme gebaseerde doelen verborgen. Zo zei een Amerikaanse ex-diplomaat “we have no friends, we have partners to realize our goals.” Uiterlijk gebeurt dat onder het mom van het ‘lichtende voorbeeld’ en dat Amerika de taak heeft de universele waarden van vrijheid en democratie aan de wereld te schenken lees: op te dringen. Maar wat hier in feite gebeurt is een groot drama. De spirituele roeping van Amerika, het land dat inderdaad een voorbeeld voor de wereld zou moeten zijn, wordt omgebogen tot een militaire veroveringsmachine, gedreven door imperialistische economische expansie en dat, paradoxalerwijs, op een moment dat het hele nationale ‘democra-tische’ bestuurssysteem op allerlei plaatsen gruwelijk begint te kraken en vast begint te lopen. (Zie o.a. de zorgen van Naomi Wolf in haar boek Het einde van Amerika)10

5. Eerdere ‘kosten’, d.w.z. afwegingen die ertoe hebben geleid slachtoffers ‘op de koop toe’ te nemen

Hier willen we stil staan bij enkele voorbeelden uit de geschiedenis die duidelijk maken dat het Amerikaanse strategische denken het verlies van eigen mensen al veel vaker heeft ingecalculeerd bij het nastreven van zijn militair-strategische en imperiale doelen. In tegenstelling tot wat men waarschijnlijk denkt is het voorval van 9/11 namelijk absoluut niet uniek. Daarvan enkele voorbeelden die maar kort kunnen worden aangestipt. Ze komen zowel uit de militaire als de sociale wereld. De vele bewijzen hierbij laat ik hier uitdrukkelijk achterwege.

Aanvankelijk stond ik stil bij enkele ‘voorbereidingen’ van 9/11. Daar horen ook twee ‘terroristische’ aanvallen op eigen bodem bij. Beide zijn uitgevoerd als een inside job d.w.z. met betrokkenheid en zelfs medewerking van de FBI (mogelijk leidt dat in de toekomst nog tot een speciale bijdrage). Deze twee aanslagen waren:

1. WTC 1-gebouw. De zgn. eerste terroristische aanslag op het WTC1-gebouw (1993) waarbij slechts 6 doden vielen, maar wel ruim 1000 gewonden te betreuren waren (er hadden dus ook veel meer doden kunnen vallen). Betrokkenheid van de FBI is bewezen.

2. Oklahoma. Aanslag  op  het  Alfred  Murrah  Building in  Oklahoma  (1995) met  168 doden. Ook hierbij is betrokkenheid van de overheid (FBI) bewezen. Hier is duidelijker dat er bij deze ‘terroristische’ aanval een groter aantal slachtoffers nodig was om de eerste versie van de Patriot Act (okt. 2001) op papier te kunnen zetten (de voor-loper).

Verder nog drie andere voorbeelden:

3. Pearl Harbor (1941). Ca 2700 doden. We weten nu dat de Amerikanen van de op handen zijnde Japanse aanval op de hoogte waren (David Stinnett’s Day of Deceit, Steven Sniegoski e.a.). De oude mythe van een ‘verrassingsaanval’ die men tot vandaag de dag overeind probeert te houden (zie de kritiek op Stinnett11), werd door    Roosevelt gebruikt om Japan de oorlog te kunnen verklaren. De hele bevolking werd wreed uit zijn isolationistische sluimer gerukt en riep om wraak; dezelfde truc als nu bij 9/11. Niet voor niets werd 9/11 direct al het ‘nieuwe Pearl Harbor’ genoemd. Dat is het ook inderdaad, maar wel om de ‘omgekeerde’ reden.

4. The Northwoods Proposal (1962).  Dat  gebeurde tijdens  de  regering-Kennedy.  Daar klopten de Joint Chiefs of Staff bij hun president aan met 12 voorstellen om Cuba aan te kunnen vallen, maar natuurlijk nadat er eerst een door Amerika georganiseerde valse vlag aanval aan vooraf was gegaan. Tot de voorstellen van de Chiefs of Staf hoorden o.a. het neerschieten van een eigen Amerikaans toestel en het plan van een bombardement: “We could develop a Communist Cuban terror campaign in Florida (…) and even in Washington (…); casualty lists in U.S. newspapers would cause a helpful wave of national indignation.” Ook hier gaat het dus gewoon om een misdadig, staged event dat Kennedy overigens afwees.

5. De USS Liberty (1967). Het tot zinken laten brengen van de USS Liberty door een Israëlisch toestel tijdens de Zesdaagse Oorlog. Een zeer geheime operatie van Israël en Amerika om Amerika in de strijd (tegen Egypte) te kunnen betrekken. Dat zou lukken als Egypte de schuld van die aanval zou krijgen. Het tot zinken brengen lukte niet, maar er waren wel 34 doden bij de aanval van een Israëlische torpedo. Bij deze overeengekomen ‘aanval’ (die als een false flag had moeten functioneren) hadden alle 294 bemanningsleden om kunnen komen. Lyndon Johnson reageerde daar alsvolgt op, dat hij “did not give a damn if the ship sank, that he would not embarrass an ally [Israël]. ” Dat vertelde Admiral Lawrence Geis aan Lt. Commander David Lewis die het hoofd van de NSA-groep van de Liberty was. Tijdens zijn presidentsschap ontdekte Johnson dat hij joodse wortels zou hebben. Bij de opkomende verkiezingen (en de onmisbare steun van de Amerikaanse joden) kon Johnson zich geen conflict met Israël permitteren, daarom werd het ‘gecover uped’.

6. De narcohandel in Zuid-Amerika (1980-1989). Later vooral in Guatemala. Amerika    kocht daar drugs (heroïne) die vooral in Californië aan de zwarten werd verkocht. Met dat geld konden wapens naar de opstandelingen in Iran gestuurd worden: het beroemde Iran-Contraschandaal. Daar is veel over bekend. Het moest allemaal in het geheim omdat de senaat zich ertegen uitgesproken had hier geld voor vrij te maken. Hier kreeg de CIA zijn nieuwe naam: Cocaïne Import Agency. De drugs werden vooral in het westen van Amerika merendeels aan zwarten verkocht. “Hoe meer ik er over nadenk: het is het verschil tussen doodslag en moord. Het gaat om de intentie. De intentie was niet om Zwart Amerika te vergiftigen, maar om geld binnen te halen voor de Contra’s en het kon het CIA echt niet schelen waar het vandaan kwam. Als het betekende: drugs verkopen in zwarte gemeenschappen, nou ja, dan was dat de toegangsprijs” (zegt Gary Webb die het schandaal openbrak). Hoeveel duizenden zwarte levens werden hier bewust vernield? Ook hier weer, zoals bij punt 4, uit pure berekening, we nemen de slachtoffers op de koop toe: utilitarisme. (citaat uit W.Blum, Schurkenstaat 30032). Ook een andere grote onderzoeksjournalist, kenner van de CIA, Douglas Valentine wijst er in Strength of Wolf (2004) op, hoe de rol van de CIA bij het drugtransport direct verbonden was met de enorme toename van het gerbruik van heroïne en andere straatdrugs. Dat wordt ‘drugging the country’genoemd. De buitenlandse politiek ging altijd boven de publieke gezondheid.

7. Veteranenziekten als PTSD-syndroom. Dezelfde vernietiging van mensenlevens vindt plaats bij de veteranen die uit de oorlogen terugkwamen waar geen enkele bedreiging voor Amerika aan vooraf was gegaan (Vietnam, e.a.) of de oorlogen die juridisch niet door het internationaal recht of de VN gedekt waren (Irak). Kennelijk is de regering immuun voor de duizenden zelfmoorden die van deze (op leugens gebaseerde) militaire operaties het gevolg zijn. Dat was anders na de twee wereld-oorlogen waar het om een werkelijke vijand ging). Vallen deze doden ook onder de collateral damage, worden die op de koop toe genomen? Er is voor zover ik weet geen onderzoek gedaan naar de psychologische werking (PTSD-syndroom) van de gevolgen van het vechten in een jurisch niet door de V.N. gesanctioneerde oorlog. Deze laatste slachtoffers zijn echter voor een samenleving minder zichtbaar dan de slachtoffers van 9/11. Overigens gaat het m.b.t. Irak en Afghanistan al om meer zelfmoorden dan er doden tijdens de gevechten vielen. Zouden Bush c.s. werkelijk gedacht hebben dat het gebruik van verboden wapentuig, verarmd uranium (met embryo’s met genetische afwijkingen tot gevolg) en de moord op duizenden mensen die op geen enkele manier bij de aanval op 9/11 betrokken waren en die alleen maar tegen de bezetting van hun land in opstand kwamen, zonder uitwerking op de geestelijke gezondheid en het morele gevoel van de eigen soldaten zou blijven? Natuurlijk wisten ze van de gevolgen. Ter verduidelijking twee reacties: “Ze sturen jongens die getraumatiseerd zijn terug naar Irak of Afghanistan. Die raken hun menselijkheid kwijt. Dat is schokkend, maar daar kan je toch niet verbaasd over Zijn? (…) Ze worden als het ware geofferd. Steeds meer kapot gemaakt.” En een ander: ”…but when you come back, everything is kind of muted[spreekt niet meer tot je], and I’m never really happy; I don’t really enjoy things, I just feel hopeless and lustless. It’s really hard to relate to anyone. I want more than anyone also find a meaning for my experiences there and something to feel good about, but I just can’t find it”. (zie: gulfwarvets.com (!) en recent, http://www.globalresearch.ca/gulf-war-syndrome-us-veterans-suffering-from-multiple-debilitating-symptoms/5508825).

8. Experimenten. Veel is er geschreven over de experimenten die er met soldaten hebben plaats gevonden, de zgn. guinea pigs [proefkonijnen], daarbij werd zelfs de hele bevolking van Nevada bewust aan het gevaar van atoomexplosies blootgesteld. De laatsten kregen niet eens te horen dat zij bij proefexplosies hun huizen in moesten van wege de fall out. De gevolgen daarvan waren overigens goed bekend.
Of, de MKultra, een van de vele programma’s waarbij eind van de jaren ‘50 soldaten onderworpen werden aan experimenten met psychoactieve drugs om menselijk gedrag te beïnvloeden en de geest te controleren. Hier horen misschien ook de vele problemen bij die zijn ontstaan tijdens de eerste Golf Oorlog in 1990/91, het zgn. Gulf War Syndrom (GWS) als gevolg van de blootstelling aan en besmetting door verarmd uranium (Depleted Uranium, DU). Er zijn in Irak 200.000 (verboden) DU granaten afgeschoten. Vele gevolgen heeft het gehad o.a. genetische schade niet alleen aan Irakese kinderen. Ook zijn er inmiddels ca 10.000 Amerikaanse soldaten/veteranen gestorven, terwijl er minder dan 400 tijdens gevechten zelf werden gedood. (Prof. Francis Boyle, die ook wijst op andere oorzaken, o.a. het bombarderen van Iraakse wapendepots en experimenten met vaccinaties en medicaties). DU, “the weapon that keeps killing” vanwege de permanente atomaire straling,  werd tijdens deze oorlog voor het eerst als wapen gebruikt.
(Overigens is het gebruik van verarmd uranium in de Irak oorlog een oorlogsmisdaad. Generaties lang zullen de genetische gevolgen zichtbaar blijven. Wel bestaat er over de schadelijke werking van DU nog geen overeenstemming onder wetenschappers).

9. Antrax. Melding dient hier ook gemaakt te worden van de antrax-brieven die in september en oktober parallel aan de 9/11 aanvallen verstuurd werden. Daarbij vielen 5 tot 7 doden door antraxvergiftiging. Een uitgebreid onderwerp, maar we weten inmiddels wel dat deze brieven hoogwaardig materiaal bevatten dat uitsluitend in Amerikaanse militaire laboratoria gefabriceerd werd! Doel was de geadresseerden (politici en journalisten) er direct na 9/11 toe te bewegen de Patriot Act in het Congres zo snel mogelijk aan te nemen. Dat is ook bereikt; aanvankelijke aarzelingen werden door de brieven en de enorme algemene schrik onder de bevolking die er het gevolg van was direct weggenomen. Ook hier: het bewust doden van eigen volk en tegelijk het zaaien van schrik en angst (terroristische dreiging) onder de eigen bevolking.

10. Ground Zero. Hierbij mogen de doden als gevolg van het inademen van chemische stoffen (vooral asbest) niet worden vergeten. 15 jaar na dato lijden er nog 10.000 slachtoffers aan vergiftiging. Dit vreselijke directe gevolg van 9/11 ontstond toen er al direct bij de opruimings-werkzaamheden op Ground Zero vragen ontstonden over besmettingsgevaar vanwege de luchtverontreiniging (de toxic dust and ashes). Op 11 september 2016 schreef de Guardian dat experts er rekening mee hielden dat binnen vijf jaar het aantal doden tengevolge van het inademen van giftige stoffen het aantal slachtoffers van 9/11 zal hebben overschreden (3000).

Destijds werd al twee dagen na 9/11 door de Environment Protection Agency (EPA) beweerd dat er niets aan de hand was. Burgemeester Giuliani zei ”the air quality around Ground Zero is safe en op 18 september werd er door Christine Todd Whitman, het hoofd van de EPA, gezegd: “Given the scope of the tragedy from last week, I am glad to reassure the people of New York and Washington  DC that their air is safe to breath and their water is safe to drink. We zullen er hier niet verder op ingaan, maar uiteraard konden gevaarlijke chemische stoffen die bij explosies vrijkwamen niet eens als een van de oorzaken van de ziekten worden onderzocht, omdat explosies als oorzaak van de implosies werden uitgesloten. Daarom zei de arts dr. Jonathan Weisbuch ook “Leugens kunnen doden. En weinig leugens hebben meer mensen gedood, dan die vermomd als ‘de waarheid’ vertelden wat er op 11 september 2001 is gebeurd”.
De risico’s van deze toxic soup werden door het Witte Huis om politieke en economische redenen bewust gebagatelliseerd. Het zette het (EPA) onder druk en verzocht haar de perscommuniqués te wijzigen en een “more reassuring language” te gebruiken. De luchtveiligheid werd zoveel mogelijk benadrukt en monsters van de luchtkwaliteit toonden aan dat zij “caused no concern”. De primaire aandacht van het Witte Huis was uitsluitend gericht op het zo snel mogelijk openen van Wall Street. De afweging? Die opening vond nog geen week later plaats; het was: “back to normal as quick as possible”. Het Witte Huis draagt daardoor een grote verantwoordelijkheid voor de duizenden doden op Ground Zero. (zie o.a. het artikel van Jonathan Weissbuch How 9/11 continues to kill, http://www.ae911truth.org)

11. Verpauperde zwarte bevolking. Een laatste punt zie ik ook op een heel ander, meer sociaal, gebied, namelijk in de tientallen duizenden vooral zwarten die in Amerika in totaal verpauperde, onbewoonbare woonwijken moeten leven en ‘wegrotten’. Dit volkomen links laten liggen van ‘verloren groepen’ binnen de samenleving zou in Europa in die mate onmogelijk zijn. Zij vormen echter voor het geostrategische en – politieke denken van de elite alleen maar statistische cijfers van verloren en afgeschreven groepen mensen, net zoals dat voor grote groepen totaal verarmde en onopgeleide zwarten in Afrika geldt.
Daar hoort verder ook de gevangenisbevolking bij. Niet alleen is die de grootste in de wereld, maar over de manier waarop er met de gevangenen wordt omgegaan schrijft John Kiriakou die het martelen van de CIA in de openbaarheid bracht en daarvoor een gevangenisstraf moest uitzitten: “Gevangenen die medische hulp nodig hebben wordt die onthouden en staat men toe te sterven, of zij versnellen dat proces door sadistisch en incompetent gedrag. Een programma met opleidingen voor gevangenen bestaat niet. Een rehabilitatie-programma is non-existent. Slavenwerk is algemeen. Mensen die uit de gevangenis komen doen dat met extra vaardigheden en houdingen geleerd van criminelen. Dit systeem dient niet ter bescherming, niet voor rehabili-tatie, werkt niet aan compensatie of restitutie, en niet aan het vernminderen van misdaden.” Het lijkt erop of mensen blijvend worden afgeschreven.
Deze lijst wil de aandacht richten op talloze andere dingen die op een duister, berekenend en een totaal gevoelloos denken wijzen. Alleen door dit laatste konden de bedenkers van 9/11 tot een satanische, want strikt rationele, afweging komen die duidelijk maakt dat ook hier de winst uiteindelijk tegen het verlies opweegt. Seymour Hersh sprak ‘verontwaardigd’ tijdens een interview in Amsterdam (NRC 4 jan 2011): “Moraliteit is nooit een factor in wat Amerika doet.” Dat zou de moreel voelende Europeaan zich ter harte moeten nemen. Dat wil dus zeggen dat de meetlat goed of slecht hier helemaal niet geldt: wat het doet, doet het omdat het Amerika nut oplevert.

6. De achtergrond en hoe we ons tot de slachtoffers verhouden

“In de komende tijd zal onze eigenlijke opdracht eruit bestaan een model te ontwerpen dat ons in staat stelt deze ongelijkheid [in levensstandaard tussen ons volk en de andere volken] te laten voortbestaan zonder dat het ten koste zal gaan van onze nationale veiligheid. Daarvoor zullen we van alle gevoelens van sentimentaliteit en dagdromerij afstand moeten doen.” (George Kennan)

Het gaat dus om het ontwerpen van een model. Zo iets als Operatie 9/11 zal Kennan waarschijnlijk niet voor de geest gestaan hebben, maar er was ook toen al sprake van een ‘model’ dat direct met het garanderen van de olietoevoer (het bezit van de olievoorraden) in het Midden-Oosten, d.w.z. met het garanderen van de toekomstige welvaart van Amerika te maken had. Dit nieuwe model is niets anders dan een plan. En geopolitieke plannen  worden in alle rust ontwikkeld, uitgebroed. Daarover wordt in denktanks gedelibereerd en die wordt uiteindelijk ook gefiatteerd. Zo’n plan komt voort uit kleine groepen mensen die de wereldpolitiek in het vizier hebben, zelfs niet alleen maar de Amerikaanse. Daar spelen totaal andere belangen een rol. En uit een dergelijke groep komt ook de manier van denken voort die slachtoffers incalculeert. Zelfs Amerikaanse slachtoffers.

Volgens Wikipedia waren er in totaal in de twee WTC-gebouwen 2606 slachtoffers. Daarvan waren er 2192 burgerslachtoffers en 414 functionarissen. Er waren 372 doden met een buitenlands paspoort, het ongeluk trof dus 2234 Amerikanen.
En hoe verhouden we ons tot die slachtoffers? Is daar dan niet over nagedacht? Nee, dat hoeft niet, want dat is routine. Deze slachtoffers verschillen in wezen niet van welke andere soldaat die zijn leven voor het Vaderland heeft gegeven. Dat is hier ook het geval en vraagt om staats-eer, staatsbegrafenis etc. De staat met haar heilige ceremonies ontfermt zich over de slachtoffers. Er wordt dan een prachtig monument gebouwd, in dit geval op Ground Zero. Dat is inmiddels ook gebeurd. Het staat op de plaats van de torens en heeft ook de omvang van de plattegrond die de beide torens hadden. Het toont alle namen van hen die omgekomen zijn. Het verlies wordt uitgebreid gepersonaliseerd (hoe vaak zijn hun namen niet opgelezen?). Natuurlijk betreft het niet alleen Amerikanen. Hier worden alle slachtoffers (alle ‘gevallenen’) geëerd. Zij krijgen de eer die hen toekomt. Eeuwige herinnering voor het offer dat zij moesten brengen. (Het klinkt haast als heiligschennis, maar ik moet het helaas toch zo zeggen). Hieraan ten grondslag ligt de verering die de Amerikaanse staat ten deel valt, want Amerika heeft een ‘state-worshipping worldview’ (Justin Raimondo), een wereldbeeld dat de staat idealiseert. Een van de verraderlijke fundamenten van deze seculiere religie is de mythe en tegelijk de ideologie dat Amerika in de wereld een ‘force for the good’ is. Dat maakt het accepteren van de dood ook gemakkelijker. Je kunt daarom zeggen dat de dood van geen enkele Amerikaanse soldaat zinloos is.   Dat komt mede doordat de Amerikanen zelden door de leugens achter de oorlogen heen kunnen kijken. (Denk aan de oorlogspropaganda en de laagopgeleiden en de werkeloosheid die mensen dwingt in het leger te gaan).

Voor wie brachten de slachtoffers van 9/11 het offer? In ieder geval, net als alle Amerikaanse soldaten, voor de staat en het hele Amerikaanse volk. De eerste voor de zogenaamde ‘veiligheid’ van het land en de ander voor de in de toekomst gewaarborgde ‘welvaart’ van het volk. Een volk kan zich geen moment van grotere eenheid voorstellen dan bij dit soort herdenkingen. De staat zal hen daarom ook ten eeuwigen dage dankbaar zijn en hen eeuwig gedenken. Hun namen, ingebeiteld in de herdenkingsmuren, zijn opgenomen in het Walhalla van de staat. Daar blijven zij voortleven en dat is voor de gemiddelde Amerikaanse direct-betrokkene (familie) ook een niet geringe troost.12 Dat moet erbij gezegd worden, want zo werkt het systeem van de staat. Het perfecte theater van eer, groet, en afscheid. Keer op keer. Het enige verschil met de soldaten is dat die bedankt worden voor hun offer en de dienst die zij de staat hebben bewezen. Deze anderen zijn slachtoffer geworden van een ‘zinloos wrede aanval van terroristen’. Hier niet eens dank.

Natuurlijk klinkt dit allemaal vreselijk kil, koud en beredenerend zo lang van dit alles ook nog niets definitief bewezen is, maar dit plan, de gedachte die er achter zat, ‘het model’, was dat natuurlijk ook; dat was even kil en gevoelloos. Het zal misschien nog even duren voordat de mensen beseffen dat bij een hegemon, een wereldheerser, niets toevallig gebeurt en er niets onverwacht is; behalve de natuurcatastrofes gebeurt alles volgens plan, is alles uitgestippeld en soms zelfs al tijden van te voren door weet ik hoeveel denktanks. Sommigen voor wie een en ander nog niet helemaal duidelijk is moeten dus gewoon nog enige tijd wachten tot de muur van ontkenning over de betrokkenheid van de eigen regering bij 9/11 definitief gesloopt wordt (zie bijdrage 1 en 2). De eerste definitieve bewijzen van deze misdaad zullen niet lang op zich laten wachten.

Het nieuwe onderzoek naar het instorten van gebouw WTC 7 waaraan een groep onder leiding van prof. Leroy Hulsey van de Universiteit van Alaska in Fairbanks ruim twee jaar werkte wordt augustus 2017 gepubliceerd. Daarvan mag men aannemen dat eindelijk definitief aaangetoond zal worden (met de hulp van computermodellen) dat de oorzaak van de implosie van dit gebouw explosies o.i.d. zijn geweest, in ieder geval menselijk handelen en niet uitsluitend brand. Dit onderzoek is geheel transparant, dat is uniek, want het betekent dat alle resultaten ook al tijdens het onderzoek voor iedereen te volgen en te controleren zijn. Bovendien zal het onderzoek door collega’s peer reviewedworden, wat bij het NIST-rapport niet het geval was. (Het NIST heeft juist belangrijke gegevens voor zijn computermodel van de instorting voor derden geheim gehouden). Dit onderzoek wordt uit privémiddelen bekostigd (300.000 dollar, hetgeen een schijntje is vergeleken met de ca 20 miljoen dollar die het NIST-instituut, een overheidsinstelling, van de regering voor zijn onderzoek naar WTC 7 (mogelijk samen met het onderzoek naar WTC 1 en 2) kreeg. Het ligt in de verwachting dat na het onderzoek van WTC 7 op dezelfde manier gekeken zal worden naar het instorten van de gebouwen WTC 1 en 2. Ook dat rapport werd immers door het NIST geschreven.13

7. Maar wij zijn toch geen Amerikanen?

Ik voeg daar tot slot nog een persoonlijke opmerking aan toe. Natuurlijk was het Amerikaanse volk op 9/11 totaal geschokt en emotioneel van de kaart. Vanaf het begin was al het rationele denken uitgeschakeld en werd iedere instant ‘verklaring’ gretig geaccepteerd. Daarnaast was het voor hen volslagen ondenkbaar dat de eigen regering hierbij betrokken zou zijn. Dat is geheel begrijpelijk. Als Amerikanen mogen ze dat (aanvankelijk) ook zo voelen, maar mogen mensen die in een ander land wonen dat ook? Welk ‘recht’ hebben die hun gevoelens over de feiten te laten domineren? Met welk recht denken zij dat die functionarissen als Albright normaal voelende wezens zijn? Zij zijn toch niet door de Amerikaanse media jaren lang gedrogeerd? Zij hebben het Amerikaanse patriottisme toch niet op school, in de film, in de sportstadia ingetrechtert gekregen? Wij zijn toch niet geconditioneerd “to worship leaders, police, soldiers, and, basically, anyone wearing a uniform?” (C J Hopkins). Voor ons is de staat toch geen idool? Generaal Stubblebine, expert op het gebied van explosies en destructies van gebouwen, en al behoorlijk op leeftijd, riep woedend en met tranen in zijn ogen “O, my God!!” toen hij inzag dat er door zijn eigen onderzoek een totaal ander plaatje was ontstaan dan het verhaal dat de overheid en de media hem hadden voorgeschoteld. “Oh, my God”, want wat was er gebeurd? Hij moest erkennen dat zijn hele belief system omver was gedonderd. En dan vraagt hij de interviewer tergend langzaam: “How easy is it to shift your belief system”, je moet het hem horen zeggen. De rillingen lopen je over je rug.14 Om dit proces gaat het bij iedereen. Deze weg die Stubbelbine in alle eerlijkheid alleen heeft afgelegd ligt voor de meeste Amerikanen en voor hen die geen Amerikaan zijn nog voor hen. Alleen zou die voor de niet-Amerikanen aanzienlijk makkelijker af te leggen moeten zijn. Van hen, dus van ons, zal uiteindelijk ook de hulp en de steun voor de Amerikanen zelf moeten komen om met dit proces van zelfonderzoek in het reine te komen.

Magchiel C Matthijsen, 10 augustus 2017

 

  1. Tegenwoordig is dat slechts ca 5%!
  2. De tekst van Kennan wordt aangehaald in het boek van Noam Chomsky, What uncle Sam reallywants. De aanhaling is vertaald naar de Duitse uitgave (in: Fakten, Lügen, Langzeitpläne, Der Europäer juni 1999. “We will have to dispense [= ophouden] with all sentimentality and daydreaming; and our attention will have to be concentrated everywhere on our immediate national objectives [= doelen]. We need not deceive [= voor de gek houden] ourselves that we can afford today the luxury of altruism and world benefaction… We should dispense with the aspiration to ‘be liked’ or to be regarded as the repository [= reservoir] of a high-minded international altruism. We should stop putting ourselves in the position of being our brothers’ keeper and refrain from offering moral and ideological advice. We should cease to talk about vague and… unreal objectives such as human rights, the raising of the living standards, and democratization. The day is not far off when we are going to have to deal in straight power concepts. The less we are hampered by idealistic slogans, the better.”
  3. Natuurlijk geldt dit in principe voor ieder mens, maar het is m.i. in sterkere mate in Amerika het geval. Hoe negatief kijkt de intellectuele Amerikaan naar de desinteresse van het eigen volk zowel in de politiek als in de wereld in het algemeen. In welk ander land is het mogelijk dat de bevolking het sprookje uit het officiële rapport van 9/11 accepteert dat een vliegtuig in de grond ‘verdwijnt’? “The aircraft plowed into an empty field in Shanksville, PA” (officiële rapport 9/11 Commission, p.14). Of Alexis de Tocqueville: “Ik ken geen land waar zo weinig onafhankelijkheid van denken en werkelijke vrijheid van meningsuiting bestaat als Amerika.” (Democracy in America, 1835)
  4. Met een dergelijke manier van denken kun je in je rationalisatie zelfs nog volhouden dat het niet uit  eigenbelang, maar in het belang van de Irakezen zelf is. (mcm) 
  5. Een klassiek voorbeeld van dit ‘utilitaristische denken’ is ook de reactie van McGeorge Bundy, de adviseur van de presidenten Kennedy en Johnson,  die terugkijkend op de catastrofe van Pearl Harbor zei: “Het was een verschrikkelijke dag, maar hij had wel een prachtige uitkomst [d.w.z. de uiteindelijke opbrengst! opm. mcm] (…) Het mag dan wel zo zijn dat veel Amerikanen menen dat men daarvoor niet die bloedige prijs van 7 december 1941 had moeten betalen, maar die moeten dan maar bedenken dat er tegenover elke dode van Pearl Harbor 30 doden van Hiroshima stonden” (!) Is dat niet Amerika ten voeten uit? Trouwens, bij Pearl Harbor vielen ook ongeveer evenveel doden te betreuren als bij 9/11: ca 2.500 en bij 9/11 bijna 3000!
  6. Er waren nog vele andere motieven die een rol hebben gespeeld (zie bijdrage 8 over Economisch, geopolitieke en andere doelen achter 9/11), maar dit was het motief voor de samenzweerders dat elke gewetenswroeging uitsloot (opm. mcm).
  7. Zie het interview van ex-generaal Wesley Clark, https://youtu.be/bSL3JqorkdU
  8. Ongeveer hetzelfde aantal als in Pearl Harbor.
  9. Overigens zie ik het als iets buitengewoon tragisch dat deze denkwijze die uit het Amerikaanse praktische denken voortkomt door de hele moslimwereld het Westen wordt aangerekend, terwijl het aan het Europese denken totaal vreemd is. Europa ondergaat er echter wel de gevolgen van (terrorisme), omdat het niet de moed heeft dit fenomeen aan de kaak te stellen. Het zgn. ‘Atlantisch bondgenootschap’ maakt fundamentele kritiek onmogelijk. 
  10. Een van de weinige boeken die dit zo ‘gespleten’ andere Amerika van binnenuit toont is “De grote Amerikashow” van Tom-Jan Meeus.
  11. Na het verschijnen van zijn boek in 1999 werd er flink kritiek op geleverd. De NSA houdt echter nog steeds veel archiefmateriaal achter, zoals altijd om redenen van national security! 
  12. Het Vietnammonument telt bijv. 58.318 namen en is 150 m en 57 cm lang. (Dat een dergelijk Nationaal monument voor de Vietnamezen 51 keer zo lang zou moeten zijn vergeten we voor het gemak maar even). Het trekt meer dan 3 miljoen bezoekers per jaar. Verder reist er al 13 jaar een replica op ware grootte door het land
  13. Het WTC7 telde 43 verdiepingen en stortte na een betrekkelijk kleine brand op enkele verdiepingen diezelfde dag op miraculeuze wijze in. De offiële verklaring van het NIST (een overheidsinstelling!) was: door office fires, terwijl er nog nooit eerder een hoogbouw met staalconstructie door brand is ingestort, ook al waren er geweldige uitslaande branden die vele uren langer geduurd hadden. Het gebouw was bovendien niet door een vliegtuig geraakt.
  14. Video van interview Stubblebein: https://youtu.be/Jc1ql4TfCZw