Door: Lode Vanoost

Publicatie: Uitpers, 30-8-2017

Honderd jaar na de Balfour Declaration werpt Groot-Brittannië nog steeds zijn schaduw op het conflict in Palestina. Journalist David Cronin blikt terug in ‘Balfour’s Shadow – A Century of British Support for Zionism and Israel’. Een ontluisterend overzicht van honderd jaar Britse medewerking aan kolonisatie, etnische zuivering en zoveel meer.

Op 2 november 1917 schreef Brits minister van buitenlandse zaken Arthur Balfour een brief aan bankier en voormalig Conservatief parlementslid Lionel Rothschild (Officiële publicatie was op 9 november). Daarin zegde hij de steun toe van de Britse regering aan de oprichting van een “nationaal tehuis” in Palestina (dat op dat ogenblik nog een deel is van het Ottomaanse Rijk).

De Britse regering zou zich daar voor inspannen, in zover “de burgerlijke en religieuze rechten van de bestaande niet-Joodse gemeenschappen in Palestina niet zouden worden beschadigd, noch de rechten van Joden in eender ander land”. De term “national home” was zeer doordacht. In het internationaal recht bestaat de term immers niet. De brief was bewust vaag over wat er precies werd bedoeld: plaats voor Joden naast de huidige inwoners van Palestina of een eigen Joodse natie.

Van dat eerste deel van de verklaring maakte de Britse regering onmiddellijk werk. Hoe het tweede deel – de rechten van de autochtonen –  werden verdedigd, legt David Cronin uit in zijn ruim gedocumenteerde en gedetailleerde boek Balfour’s Shadow – A Century of British Support for Zionism and Israel.

Tot en met 1948, met de uitroeping van de staat Israël, speelde Groot-Brittannië de hoofdrol in het faciliteren van het zionistische project. Vanaf de jaren 1950 moest Groot-Brittannië – aanvankelijk onwillig, maar geleidelijk zeer bereidwillig – die eerste viool afstaan aan de VS. Vooral na de Britse en Franse poging in 1956 om de Egyptische nationalisering van het Suezkanaal ongedaan te maken moest Groot-Brittannië zwaar inbinden. De VS was allesbehalve tevreden over zoveel eigengereid optreden.

Een trots eeuwfeest

Er circuleren nog steeds veel mythes over de Balfour Declaration en de jaren erna, de ene al meer gedrenkt in ontkenning der feiten dan de andere. Eerste minister Theresa May heeft aangekondigd dat de eeuwviering met trots zal herdacht worden.

Balfour was wat men tegenwoordig een pro-zionistisch anti-semiet zou noemen, bovendien een bikkelhard kolonisator. Als minister van Ierland liet hij soldaten schieten op betogers. Als eerste minister liet hij in 1905 strenge immigratiewetten goedkeuren om te verhinderen dat Russische Joden de pogroms in Rusland konden ontvluchten naar Groot-Brittannië.

“Het zou niet in het voordeel zijn van de beschaving van het land om een immense massa mensen op te vangen met een andere godsdienst dan de meerderheid, die bovendien alleen maar onder elkaar trouwen.”  (Arthur Balfour in 1905 over immigratie van Russische Joden)

In 1917 was Groot-Brittannië nog altijd heer en meester over een enorm imperium. Met het opdelen van territoria van andere volkeren hadden de koloniale Britse heersers alvast ruime ervaring.

Er wordt wel meer beweerd dat Groot-Brittannië geen rekening hield met de etnische, taalkundige, religieuze, historische en culturele kenmerken van zijn imperium en grenzen oplegde die die gevoeligheden compleet negeerden. Niets is minder waar. Daar hield Groot-Brittannië wel degelijk rekening mee, echter niet om ze te respecteren, maar om ze doelbewust te schenden, met de expliciete bedoeling landen (dat heten toen Britse ‘dominia’) te creëren die door interne conflicten zouden worden geteisterd. Divide et impera. Verdeel en heers. Zelfs het Romeinse Rijk was niet het eerste imperium om dat machtsinstrument toe te passen.

Dat principe paste de Britse regering consequent toe in Palestina, van zodra het gebied – na het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk – onder zijn bestuur kwam. De Palestijnse autochtone bevolking kreeg subtiel en minder subtiel de boodschap dat ze beter plaats kon ruimen voor Joodse immigranten. Protesten werden hardhandig aangepakt. Daarvoor beschikte het Britse Rijk over een zeer ervaren politiekorps. Ze brachten immers het politiekorps over dat amper een jaar eerder in 1916 de ‘orde’ had weten te handhaven met de bloedige onderdrukking van de revolte in hun oudste kolonie Ierland.

Kolonisatie, geen immigratie

Zo werd het vanaf de eerste dag duidelijk dat er geen sprake was van hulp bij immigratie maar wel degelijk van kolonisatie. Joodse immigranten kregen landerijen, waar de autochtonen van werden verdreven. De interne vluchtelingen die daar een gevolg van waren werden ‘geconcentreerd’ in kampen. Het woord ‘concentratiekamp’ stond openlijk in de Britse rapporten over die evolutie – en niet in negatieve zin. Om dat te verwezenlijken werd ondermeer prikkeldraad aangekocht in België.

Na de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust hadden de Britten een nieuw argument voor de Joodse migratie naar Palestina. Ondertussen – niet gestoord door enige consistentie – deden Groot-Brittannië en de nieuwe grote speler VS er alles aan om te verhinderen dat Europese Joden die dat wensten naar hun land konden migreren. Amerikaans president Truman suggereerde zelfs dat de Palestijnen naar Irak konden worden ‘geëmigreerd’ om plaats te maken in Palestina.

Cronin beschrijft in detail op welke manier de Britse politie en het Britse leger betrokken was bij de Naqba, de etnische zuivering van het deel van Palestina dat in 1948 de staat Israël werd. Dat ging volgens interne rapporten zeer goed. Op 15 mei 1948, de laatste dag van het Brits bestuur, meldde consul-generaal Cyril Marriott dat “het leven in de stad (Haifa) bijna normaal is, behalve voor de afwezigheid van Arabieren.”

Vanaf 1953 begon de Britse wapenverkoop aan Israël op volle toeren te draaien. Mercantiele belangen speelden een bijna even grote rol als geopolitieke en ideologische. Bovendien, Groot-Brittannië vreesde dat België, Turkije, Zwitserland, Joegoslavië en Finland het gat wel zouden vullen als ze zelf niet leverden. De BBC zorgde er al die jaren netjes voor dat de Britten de juiste versie kregen van wat in Palestina en later Israël aan het gebeuren was.

Vijftig jaar bezetting

In 1967 begon de bezetting van de rest van Palestina, die dit jaar zijn vijftigste jaar ingaat. Groot-Brittannië speelt sindsdien een ondergeschikte rol naast de VS. Cronin legt verder nog uit hoe de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) onder Arafat werd ondermijnd, omgekocht, gesaboteerd, aangevallen, uitgedreven (omkoperij en aanslagen liepen gewoon door elkaar). Het hoofddoel was er voor te zorgen dat de PLO geen degelijk weerwerk kon geven tegen de bezetting.

Groot-Brittannië werd vanaf eind jaren 70 onder eerste ministers Thatcher, Major, Tony Blair en Gordon Brown definitief de ondergeschikte maar welwillende ‘luitenant’ van het Amerikaanse beleid. De imperialistische hubris werd afgelegd voor een vaste stek onder de Amerikaanse paraplu. Zowel de Conservatieven als Labour blonken uit in pro-zionistisch beleid, de publieke opinie werd daarvoor steeds weer genegeerd. Vooral Tony Blair liet elke schijn van afstandelijkheid of neutraliteit varen.

Met Jeremy Corbyn staat voor het eerst een Brits leider aan het hoofd van een van de twee machtspartijen die voorrang geeft aan het internationaal recht en de VN-resoluties. Niet te verwonderen dus dat de Israël-lobby in Groot-Britannië alles op alles zet om hem persoonlijk aan te vallen. Pogingen om hem als anti-semiet te brandmerken mislukten faliekant.

De tijden zijn veranderd. Oorspronkelijk was Groot-Brittannië de grote wapenleverancier voor de Joodse militia in Palestina en later voor het Israëlische leger. Honderd jaar later koopt Groot-Brittannië meer wapens aan in Israël dan omgekeerd. Ondermeer Israëlische drones zoals de Watchkeeper verkopen goed. Ze zijn immers ruim ‘uitgetest’ tijdens de onderdrukking van het Palestijns verzet tegen de bezetting.

Nooit was de kloof tussen het officiële Britse beleid en de publieke opinie zo groot als nu. De BDS-boycotactie tegen Israël is in Groot-Brittannië ontstaan en blijft aangroeien. Eerste minister Theresa May heeft al aangekondigd de BDS-beweging te willen criminaliseren. Bovendien wil ze een wettelijke definitie geven aan anti-semitisme die alle vormen van protest en verzet tegen de acties en misdaden van de Israëlische staat omvat.

Cronin schreef een zeer toegankelijk, rijk gedocumenteerd boek dat de realiteit van honderd jaar Britse betrokkenheid bij het zionisme blootlegt.

 

Iers onafhankelijk journalist David Cronin werkt en woont in Brussel. Zijn artikels, reportages en boeken behandelen twee thema’s: de praktijken van lobbyisten rond de Europese Commissie en de banden van de Europese Unie met Israël. 
Eerder verscheen van hem in 2013 het boek Corporate Europe – How Big Business Sets Policies on Food, Climate and War en in 2011 Europe’s Alliance with Israel – Aiding the Occupation.

 

Titel: Balfour’s Shadow – A Century of British Support for Zionism and Israel 
Auteur: David Cronin 
Uitgever: Pluto, London 
Uitgave datum: 2017 
Pagina’s: 180 pp. (zonder voetnoten en index) 
ISBN-nummer: 978 0 7453 9943 0