Gesprek over EuropaEen goed gesprek over de Europese Unie komt maar niet van de grond. Follow the Money wil daar verandering in brengen. Samen met jou. Wat willen we met Europa? Dit dossier is een eerste aanzet voor een gesprek over een andere Europese Unie.

Over precies één week vindt de jaarlijkse State of the European Union-toespraak plaats. Daarvoor is de Europese Commissie nog op zoek naar wat feedback van haar burgers. Edin Mujagic is niet te beroerd om die te leveren.

Op 13 september houdt Jean-Claude Juncker zijn jaarlijkse State of the European Union–toespraak. Daarin zal hij vertellen over de stand van zaken in de EU en de plannen voor de toekomst. Naast de standaard vergezichten zal Juncker waarschijnlijk ook dit jaar weer de hoop uitspreken dat de kloof tussen de burger en de EU verkleind kan worden. Op haar website roept de Europese Commissie de burger dan ook alvast op om suggesties voor de toespraak in de sturen; deze kunnen ‘als inspiratie dienen’ voor de toespraak van de Commissievoorzitter.

De Commissie zegt zelf een ‘actieve dialoog’ te voeren ‘met gemeenschappen in heel Europa’; dit om ‘erachter te komen hoe zij denken over de prioriteiten voor de toekomst van Europa’. Ja, de mening van de burger, die is ‘heel belangrijk voor de Commissie.’

Voor de duidelijkheid: het gaat hier om dezelfde Commissievoorzitter die in zijn repertoire van opmerkelijke uitspraken onder meer deze juweeltjes heeft: ‘There can be no democratic choice against the European treaties’ (2015); ‘Monetary policy is a serious issue. We should discuss this in secret…I am for secret, dark debates’ (2011); ‘If it’s a Yes (in het Franse referendum over de EU-grondwet, red.), we will say “on we go”, and if it’s a No we will say “we continue”’ (2005). En, niet te vergeten, zijn bekendste: ‘We decide on something, leave it lying around and wait and see what happens. If no one kicks up a fuss, because most people don’t understand what has been decided, we continue step by step until there is no turning back’ (1999). Niet bepaald uitspraken die van veel respect voor de mening van de burger getuigen.

En hoewel ik met de linguïstische juweeltjes van Juncker in het achterhoofd vooral hard om de oproep moest lachen, dacht ik ook: ‘als ze er toch om vragen…’

God behoede dat de Brusselse mandarijnen minder mogen uitgeven

Ongetwijfeld zal de Brexit aan bod komen in Junckers toespraak. Iets waar ik onmiddellijk aan denk als ik het woord ‘Brexit’ tegenkom, is de reactie uit Brussel op het feit dat de scheiding voor een financieel gat op de EU-begroting gaat zorgen (het Verenigd Koninkrijk is immers een netto betaler). De eerste reactie was niet: ‘Nu onze inkomsten minder worden, moeten we als EU ook minder uitgeven’; nee, de eerste reactie luidde dat de overgebleven 27 EU-landen ter compensatie maar méér contributie moeten betalen. God behoede dat de Brusselse mandarijnen minder mogen uitgeven.

Wereldvreemd

Met andere woorden: in een tijd waar een steeds grotere groep Europese burgers het EU-project niet meer steunt, met als belangrijkste reden dat Brussel in hun ogen vooral veel geld kost, wil de EU van diezelfde burgers nóg meer geld aftroggelen. Er moet namelijk koste wat kost voorkomen worden dat ze zelf minder uit kunnen geven. Hoe wereldvreemd moet je zijn? En maar klagen dat vele Europese burgers Brussel in het meest gunstige geval als regentesk zien.

Maar goed. Met veel goede wil zou je die eerste reactie misschien af kunnen doen als een foutje. Dat zou kunnen, ware het niet dat de EU ongeveer tegelijkertijd bekend maakte voor 6 miljoen euro per jaar een gebouw in hartje Parijs te huren (maar niet voordat de Unie eerst 12 miljoen uitgeeft voor het opknappen van het pand). Het doel laat zich raden: de EU ‘dichter bij de burger brengen’.

Volgens mij is het probleem niet dat de EU te ver van de burger staat. Het probleem is dat die burger, niet geheel onterecht, het idee heeft dat de EU hem of haar vooral als een soort melkkoe ziet. En dat, wanneer deze burger min of meer in opstand komt, de EU met geld strooit om een peperduur gebouw in Parijs te kopen om ‘dichter bij de burger’ te komen.

Beste Commissie, ik ben bang dat de Europeaan het allemaal heel goed begrijpt

Ergens verbaast het me ook weinig: in het verleden reageerde Brussel op iedere golf van verontwaardiging over de unie met ‘we moeten het beter uitleggen.’ Maar, beste Commissie, ik ben bang dat de Europeaan het allemaal heel goed begrijpt. Meer uitleg is dan ook niet nodig. Wat nodig is, is een EU die structureel meer en beter luistert naar de zorgen van de Europeaan. En bovenal, dat je je eigen gedrag aanpast.

Centralisatiegedram

Wat betekent dat concreet? Welnu, dat je met plannen komt om je uitgaven in te dammen, bijvoorbeeld, in plaats van een leger ambtenaren zich te laten buigen over de vraag ‘Hoe troggelen we meer geld van de burger af?’.

Ik zal verder maar niet te veel woorden vuilmaken aan de recente berichten over reiskosten van de Commissieleden — zoals de 25.000 euro die Juncker zelf uitgaf aan reiskosten voor een bezoek van zijn delegatie aan Rome. Dat de onderzoekers de gegevens over het uitgeven van óns belastinggeld door de Brusselse technocraten overigens pas na drie jaar procederen (!) in handen kregen, zal ik ook maar niet noemen.

Let wel: ik ben niet tegen Europese samenwerking of de EU. Juist omdat ik daar een vóórstander van ben, maak ik me hier druk over. Niet de zogeheten populisten bedreigen de EU; het is juist het gedrag van Brussel zélf dat het grootste gevaar voor de Europese samenwerking vormt.

De steun voor zowel de euro als het EU-project is tegenwoordig aanmerkelijk lager dan vroeger. Dat in zo’n beetje ieder parlement in de lidstaten vertegenwoordigers zitten van partijen die hun land uit de euro of zelfs uit de EU willen halen, illustreert dat voortreffelijk. Uit een enquête die het onderzoeksbureau Pew regelmatig houdt, blijkt dat meer dan de helft van de inwoners van de EU-lidstaten (exclusief Groot-Brittannië) ook in hun land graag een referendum willen over de vraag of het lid moet blijven van de club. En vergis u niet: een Brexit-achtig referendum zou in vrijwel alle andere EU-lidstaten een close call zijn.

“In 2019 krijgen we een prima — zo niet unieke — kans om een en ander recht te breien”

Als iemand uit ex-Joegoslavië weet ik uit eigen ervaring maar al te goed hoe waardevol samenwerken is. Maar ik heb ook uit eerste hand meegemaakt hoe diezelfde samenwerking in gevaar wordt gebracht door centralisatiegedram.

Het was het gedwongen centraliseren van de Joegoslavische federatie — tegen de wil van een ruime meerderheid van de bevolking — dat ertoe leidde dat het land uiteen viel, met alle gevolgen van dien. En het is pas nu, ruim 25 jaar na dato, dat voormalige Joegoslavische republieken die géén EU-lid zijn beginnen te praten over vrij verkeer van goederen in de voormalige federatie. Omwille van de Europese samenwerking, zowel nu als in de toekomst, zou het geen gek idee zijn als de Commissie hier lessen uit zou trekken.

Unieke kans

Het goede nieuws is dat we in 2019 een prima — zo niet unieke — kans krijgen om een en ander recht te breien. In dat jaar krijgt zowel de Commissie als de Europese Centrale Bank (ECB) een nieuwe aanvoerder. De genoemde ontevredenheid met de euro en de EU komt veelal voort uit het regenteske gedrag van Brussel en het beleid van de ECB. De logica leert ons dat wie de steun onder de Europeanen voor de euro en de EU wil opkrikken, die twee bronnen van ontevredenheid moet dempen.

En dat kan dus in 2019. Wat nu als de nieuwe Commissievoorzitter nou eens een keer níet een uitgerangeerde politicus of EU-relikwie wordt, maar iemand die kan en wil luisteren naar de oprechte zorgen onder de Europeanen én daar iets aan wil doen? En wat als de nieuwe baas in Frankfurt iemand wordt die de belangen van de middenklasse op de middellange termijn voorrang geeft boven de belangen van de overheden en banken op de korte termijn? Het zou me niet verbazen als de steun voor zowel de euro als de EU dan plots weer een stijgende trend begint te vertonen.

De ervaring leert dat we pas zullen beseffen wat we nu met de EU hebben, als we het hebben verloren. Maar dan zal het, vrees ik, te laat zijn. Daarom geldt ook hier het oude adagium: voorkomen is beter dan genezen.