150 jaar geleden verscheen Das Kapital, aanvankelijk verkocht het slecht

Een groot succes was het boek aanvankelijk niet, dat kwam pas later. Deel 1 van Karl Marx’ Das Kapital vond in 1867 maar weinig aftrek, zodat er niet meer dan een oplage van 1.000 stuks gedrukt werd. Wie vandaag de dag een exemplaar van deze eerste uitgave wil bemachtigen, moet er een prijs van enkele duizenden tot 50.000 euro voor neertellen, voor een mooi door Karl Marx gesigneerd exemplaar wordt 1,5 miljoen euro gerekend. Het boek tegen het kapitaal is het voorwerp van speculatie geworden.

15 jaar werkte Marx aan het eerste deel van zijn boek. Steeds meende hij er nog niet klaar mee te zijn. Alleen aanzienlijke druk van zijn uitgever en zijn vrienden, met Friedrich Engels voorop, bracht hem ertoe het manuscript uiteindelijk af te leveren. Op 11 september 1867 verscheen Das Kapital. Of althans wat het eerste deel in een reeks van zeven moest worden. Bij leven van Marx zou echter alleen dit eerste deel verschijnen. De twee delen die daarop nog zouden volgden werden geredigeerd door Friedrich Engels. Aangezien het verwachte succes uitbleef schreef Engels onder pseudoniem kritieken in de hoop dat het boek zo ingang zou vinden. Ook dit had echter weinig succes. De lectuur was voor velen te zware kost.

Onvermijdelijke neergang van het kapitalisme

In zijn studeerkamer beschreef Marx, steeds omgeven door een tabakswolk, de naar zijn inzicht onvermijdelijke neergang van het kapitalisme. De door de uitbuiting van de menselijke arbeidskracht verworven meerwaarde zou de kapitalist in eigen zak steken. Daardoor zou de ondernemer (hier gelijk aan de kapitalist) steeds grotere winsten realiseren. Om rijkdom te vermeerderen wordt de productie opgevoerd. Wie de grootste winst behaald wint. Gevolg is een concentratie in de handen van een beperkt aantal kapitalisten, kleine en middelgrote bedrijven leggen het af. Zo worden burgers tot proletariërs, terwijl de arbeidersklasse in de ellende raakt. Uiteindelijk kan de kapitalist zijn waren niet meer afzetten, omdat er onder de verarmde bevolking geen klanten meer zijn. En zo sluit zich de vicieuze cirkel: “Met het gedurig afnemende aantal kapitaalmagnaten”, zo concludeerde Marx, “groeit de massa van de ellende, de druk, de knechtschap, de ontaarding, de uitbuiting, maar ook de verontwaardiging van de arbeidersklasse. [..] De centralisering van de productiemiddelen en de socialisering van de arbeid bereiken een punt, waarop ze zich niet meer verdragen met hun kapitalistische huls. Die wordt opgeblazen.”

Marx ontwikkelde weliswaar de utopie van een klasseloze samenleving waarin de productiemiddelen niet meer privaat en de sociale verschillen opgeheven zijn, maar hoe anderen dit later probeerden te verwezenlijken zou hij niet meer meemaken.

Tijdens zijn leven was de op 5 mei 1818 in Trier geboren Marx een radicale oppositiefiguur. In Parijs, waar Marx zich van oktober 1843 ophield, schreef hij samen met Friedrich Engels politieke pamfletten. Hij was lid van de redactie van het in Parijs verschijnende weekblad Vorwärts. Daarin viel hij onder andere het absolutisme in Pruisen aan. De Pruisische regering wist vervolgens de Franse ertoe te bewegen Marx uit te zetten. Deze week in 1845 dan ook naar Brussel uit, Engels volgde. Samen richtten ze het Communistische Correspondentie-Comité op, met de bedoeling de revolutionaire communisten in verschillende landen tot een internationale proletarische partij te verenigen. In 1847 vormden Marx en Engels de Bond der Communisten, een jaar later publiceerde Marx het Manifest van de Communistische Partij.

Revoluties

Niet veel later veroorzaakte de Franse Februarirevolutie opschudding in Europa, overal was de politieke situatie gespannen. Het jaar ervoor waren er misoogsten geweest, in bijna alle Duitse staten leden er mensen honger, deze kwamen in opstand, zoals tijdens het Aardappeloproer van 1847 in Berlijn. Industriële productie had tot massawerkloosheid geleid. Zo sloeg de revolutie gemakkelijk over naar Pruisen, Baden, Beieren, Saksen, Oostenrijk, Hongarije en Italië. België liep minder gevaar, desalniettemin werd Marx zekerheidshalve als agitator opgepakt en het land uitgezet.

In Parijs was er na de revolutie een nieuwe regering gekomen en die nodigde Marx uit terug te keren. Hij zou daar ditmaal echter maar kort verblijven. De Maartrevolutie in Duitsland voerde hem naar Keulen. In het Pruisische Rijnland gaf hij na de opheffing van de censuur de Neue Rheinische Zeitung uit. De oplage was met zo’n 6.000 exemplaren niet gering. De onderneming werd gefinancierd door liberale burgers. De helft daarvan trok zich echter terug nadat het de eerste editie gelezen had. desalniettemin zouden er 301 nummers van verschijnen. In deze krant kondigde zich met de tekst Lohnarbeit und Kapital ook Karl Marx’ grote thema aan. Nadat de laatste opstanden van de Maartrevolutie neergeslagen waren, moest de krant in 1849 ophouden. Marx werd het land uitgezet.

Aangezien hij in Frankrijk inmiddels niet meer welkom was, koos hij met zijn gezin Londen als ballingsoord. Engels, die hem gevolgd was, financierde het verblijf goeddeels. De financiële situatie verbeterde zich enigszins toen Marx Europa-correspondent van de New York Daily Tribune werd. Journalistieke klussen voor andere kranten volgden. Dit stelde Marx in staat verder voor het communisme te agiteren en zijn kritiek op het kapitalisme verder te ontwikkelen. Zo ontstond zijn hoofdwerk Das Kapital.

Zijn verblijf in Londen en het werk voor het New Yorkse dagblad hadden een belangrijke invloed op Marx. In Engeland en Amerika zag hij de meest ontwikkelde burgerlijke vrijheidsrechten. In 1874 vroeg hij het Britse staatsburgerschap aan. De aanvraag werd afgewezen  met als motivatie dat Marx een notoire agitator was waarvan geen loyaliteit aan kroon en vaderland te verwachten was.

Met de leidende figuren van de communistische en socialistische bewegingen onderhield Karl Marx steeds nauwe contacten. Naar zijn levensmotto gevraagd, stelde hij eens “strijd”. Toen hij na zijn dood op 14 maart 1883 op de Londense Highgate-begraafplaats ter aarde besteld werd, gaven elf rouwenden hem de laatste geleide.