dewemo-beIn het zuiden van Libanon is een oorlog gaande, waarbij geen wapens gebruikt worden. De leider van de strijdmachten is Kassem Istanbouli. Zijn gevecht gaat over het open houden van Cinema Stars, een oude bioscoop die hij renoveerde en omtoverde tot vrijplaats van theater – en cinemacultuur. Dit gaat over iets groters dan hemzelf: het voorkomen van het uitsterven van de cultuur in een land, die langzaam weer opbloeit na een lange burgeroorlog.

Door: Jelle Talsma

Publicatie 2-10-2017

 

‘We willen een cultuur opbouwen. We willen talent ondersteunen, het een plek geven, en ideeën creëren. Theater kan je eraan herinneren dat je allemaal hetzelfde bent.’ Aan het woord is de Libanese acteur en regisseur Kassem Istanbouli (1986). We zitten in een Arnhems café, waar hij net een solovoorstelling heeft gespeeld voor een klein publiek. Istanbouli spreekt zoals hij speelt: bevlogen, associatief en een tikkeltje chaotisch. Hij vertelt over Cinema Stars, een oude bioscoop in de Zuid-Libanese stad Nabatieh.

Cinema Stars

Het gebouw werd in 2016 door hem en zijn team gerenoveerd. Het is de derde bioscoop die Istanbouli opknapt, in het verleden maakte hij zich hard voor twee andere in zijn geboortestad Tyre. Het werden broedplaatsen voor kunst en cultuur, waar films getoond worden, Istanbouli theatertraining geeft aan jongeren, en hij onlangs een theaterfestival organiseerde. Het is tevens een ontmoetingsplek voor jong talent: filmmakers en acteurs worden er gestimuleerd, en Syrische vluchtelingen acteren er met lokale jongeren.

Het pand – dat geen eigendom is van Istanbouli – dreigt nu verkocht te worden, wat het einde zou betekenen van Cinema Stars. Istanbouli zette een grootscheepse crowdfundingcampagne om voor 6 oktober aanstaande 95.000 dollar binnen te slepen. Hiervoor is hij met enkele leden van zijn organisatie in Nederland.

Theater als alternatief

‘Door de oorlog zijn alle culturele plekken gesloten’, zegt Istanbouli. ‘Daarvoor was er een bloeiende cultuur. Mensen zijn nu niet meer gewend om naar een bioscoop te gaan.’ De oorlog waar Istanbouli onder andere op doelt is de Libanese burgeroorlog, die het land in zijn greep hield van 1975 tot 1990, waarbij meer dan 150.000 mensen om het leven kwamen, en een miljoen op de vlucht sloegen. ‘Door oorlog is er een cultuur van haat ontstaan. Er zijn industrieën ontstaan die gegrondvest zijn in het verkopen van wapens, het promoten van de dood. Door theater te maken creëer je een alternatief. Door theater ga je van het leven houden.’

Mijn eerste ontmoeting met Cinema Stars was een paar dagen voor het gesprek met Istanbouli in de ACU, een politiek cultureel centrum in mijn woonplaats Utrecht. De avond stond in het teken van films kijken en het delen van verhalen over Cinema Stars. De films die vertoond werden waren voor een deel afkomstig uit de achterban van Cinema Stars. Zo was er een film over het leven van Bassil, een jongen die vluchtte uit Syrië en zich aansloot bij Cinema Stars, waar hij leerde acteren.

‘We gaan terug naar Syrië als Godot komt!’, roept hij geëmotioneerd tijdens een voorstelling; een naar zijn situatie bewerkte tekst uit het beroemde toneelstuk van Beckett, waar twee figuren wachten op ene Godot, die nooit op komt dagen. ‘Bassil heeft bij ons een geweldige groei doorgemaakt’, zegt Istanbouli. ‘Bij Cinema Stars is er geen verschil tussen vluchtelingen en niet-vluchtelingen. Als mensen zijn we op een bepaalde manier allemaal verdwaald. Eigenlijk zijn we allemaal vluchtelingen.’

Istanbouli studeerde aan de Faculteit voor Schone Kunsten bij het Theater departement van de Libanese Universiteit. Na zijn afstuderen begon hij zijn eigen gezelschap: ‘Istanbouli Theater’, waarmee hij toerde door het Midden-Oosten en Europa. Hij komt uit een geslacht van performers.

Een droom

 

‘Mijn grootvader was verhalenverteller’, zegt hij. ‘Hij vertoonde ook al films, die hij meenam uit Griekenland en Palestina.’ Toen Istanbouli een paar jaar terug merkte dat alle kunst gesitueerd was in de hoofdstad Beiroet, opende hij het theater in zijn geboorteplaats Tyre. ‘Het was ook de droom van mijn vader om zoiets te doen. Hij werkte voor een Libanees elektriciteitsbedrijf, en repareerde projectoren in bioscopen.’

Even voordat ik Istanbouli sprak, ontmoette ik de jonge filmmaker Rami Ahmad, die meereisde naar Nederland. Ahmad werd in 1993 geboren in Oekraïne. Hij heeft een Oekraïense moeder en een Palestijnse vader. In 2000 verhuisden ze naar Albuss, een Palestijns vluchtelingenkamp. Tijdens de filmavond in de ACU zag ik zijn afstudeerproject, een indrukwekkende korte film over Yousef en zijn zieke grootvader Saeed: Palestijns-Syrische vluchtelingen die overleven in slechte omstandigheden. Yousef doet er alles aan om zijn grootvader in leven te houden, maar voelt dat zijn leven hem door de vingers glipt.

‘Ik maakte de film om een statement te maken over de situatie waarin vluchtelingen verkeren’, zegt Ahmad. ‘Omdat het een politiek controversieel verhaal is, gebruik ik weinig woorden, en zorg ik ervoor dat de beelden het verhaal vertellen.’ Voor Ahmad voelde een plek als Cinema Stars als een warm bad. ‘Ik leefde in een stad waar geen plek was voor kunst of cultuur. In 2014 hoorde ik over een klein theater dat zou openen in Tyre. Ik sloot me aan bij Kassem’s organisatie en hielp hem met het promoten van de bioscoop door middel van films en fotografie.’

Crowdfunding

Op dit moment is Istanbouli er samen met zijn team in geslaagd om rond de 40.000 dollar binnen te slepen. Als het hem niet lukt om voor 6 oktober de 95.000 te halen, kan hij met een paar duizend extra een lening afsluiten waarmee hij het pand kan kopen. ‘Mijn droom is om wat we in Nabatieh doen, op meerdere plekken in Libanon te doen’, zegt Istanbouli met betrekking tot zijn ambities. ‘Ik wil een cultuur opbouwen. En als je dat wil heb je een ruimte nodig, artiesten en goede training. En je moet festivals organiseren om artiesten buiten Libanon aan te trekken.’

Het is een feest om Istanbouli te horen praten, en hem te zien spelen. Tijdens zijn voorstelling vandaag vertelde hij vrijelijk over de vele manieren waarop hij zich de afgelopen dagen verbaasde over onze cultuur. Ter plekke vertaalde hij een voorstelling die hij normaal gezien in het Arabisch speelt in gebroken Engels, en vulde hem al improviserend aan met wat hij in Nederland tegenkwam. ‘What this country?!’, was een van zijn terugkerende overpeinzingen. Zijn overgave werkte zo aanstekelijk dat hij het aanvankelijk afwachtende publiek massaal mee liet klappen met zijn voorstelling.

Toen ik hem bezig zag, vroeg ik me af waar hij zijn energie vandaan haalt, en of hij af en toe ook de hoop verliest. Als ik hem dit vraag zegt hij: ‘Ik sta niet op mezelf. Ik krijg veel energie van mijn team. Wat ik doe is niet alleen mijn persoonlijke droom, het is de droom van het hele team. Ik stop hier alles in: mijn familie, mijn leven, de droom van mijn vader. Niks is onmogelijk in dit leven, als je gelooft in je dromen zullen ze realiteit worden.’

Steun Cinema Stars via: https://www.indiegogo.com/projects/save-cinema-stars-a-free-cultural-space-for-all-freedom-art#/

Meer informatie: https://www.facebook.com/SaveCinemaStars/