Door: Albert Roessingh

Publicatie: Alertgroepen Nederland, 3-10-2017

Albert Roessingh bekeek de film ‘The economics of happiness’ en schreef er een samenvatting van.
De film The Economics of Happiness is voor U$20 te bestellen via Paypal. Of bekijk eerst de trailer.

Samenvatting The Economics of Happiness

The Economics of Happiness is een documentaire film uit 2011. Onder regie van Helena Norberg-Hodge, Steven Gorelick, en John Page, geproduceerd door Local Futures. De film gaat over de ecologische , de economische cisis  en de crisis van de menselijke geest die we om ons heen zich zien voltrekken.  Ze laat vele stemmen uit zes continenten horen, die oproepen tot een systemische verandering in de economie. De documentaire beschrijft een wereld die tegelijkertijd twee tegenovergestelde richtingen opgaat.
Terwijl regeringen en big business maar doorgaan om globalisatie te promoten en streven naar consolidatie van de macht van bedrijven; verzetten mensen zich over de hele wereld tegen deze politiek en werken aan een totaal andere toekomst. Gemeenschappen komen samen om een ecologische economie op een meer menselijke schaal opnieuw op te bouwen. Gebaseerd op het principe: een economie van lokalisatie.  Dus veel lokale economieën in plaats van één globale.

‘The economy of happiness’  begint met het verhaal  van de auteur en economisch analiste Helene Norberg over het Ladakhi volk. Zij wonen in de westerlijke Himalaya en Norberg zegt dat zij geen armoede kenden voordat zij in de jaren 70 van de vorige eeuw in aanraking kwamen met de westerse ‘beschaving’ , die hen overviel door de ontsluiting van hun gebied door de aanleg van autowegen.
Met de intrede van de consumptiecultuur, verdween de levensvreugde, de saamhorigheid, het zelfvertrouwen, de cultuur, de vrije tijd;  en deden werkeloosheid, ongelijkheid, competitie, consumentisme en andere beschavingsziekten hun intrede. Een geïnterviewde jongeman die aanvankelijk de betekenis van het woord armoede niet kende, zei  10 jaar later dat de Ladakhi zeer arme, achterlijke mensen waren.

Globalisering

Men zegt dat globalisering gaat over  internationale samenwerking, onderlinge afhankelijkheid en de groei naar een wereldgemeenschap. Maar in werkelijkheid gaat het om:

  1. Het opheffen van wet -, en regelgeving ten behoeve van de handel en het financiële Met als doel alle barrières weg te nemen zodat bedrijven en banken zonder toezicht of enige democratische controle wereldwijd kunnen ondernemen.
  2. De creatie van één enkele wereldmarkt, gedomineerd door transnationale ondernemingen.

Dit wordt ons zo voorgeschoteld dat globalisatie allerlei voordelen voor iedereen zou opleveren zoals snellere communicatie, gemakkelijker reizen en dergelijke. Maar in plaats van allerlei nobele motieven ligt er maar één oogmerk aan ten grondslag, winstmaximalisatie voor een heel selecte groep mensen. En vormt globalisatie zo een regelrechte ernstige bedreiging voor alle lokale markten en de hele wereld.

Deze ontwikkeling is 500 jaar geleden begonnen met het kolonialisme en nog steeds gaande. Sinds het einde van het koloniale tijdperk zijn er nieuwe mechanismen ontwikkeld, waardoor rijke landen zich ongehoord verder verrijken ten koste van het arme Zuiden. Aan het einde van het koloniale tijdperk in de jaren 60 van de vorige eeuw waren de rijke landen 35 maal rijker dan de arme. Tegenwoordig is dat gegroeid tot 80 maal zoveel! Weliswaar ‘schenken’ de rijken jaarlijks 130 miljard U$ aan ontwikkelingshulp, maar daar tegenover staat dat er 900 miljard terugvloeit door winsten van multinationals; 600 miljard door renteaflossingen op schulden die al vele malen afbetaald zijn; en nog eens 500 miljard door regelgeving die arme landen de toegang tot internationale markten bemoeilijkt. Bij elkaar 2 biljoen ofwel 2000 miljard U$, dat is ruim 15 maal zoveel wat de allerarmste landen jaarlijks ontnomen wordt, in plaats van geschonken! (Recente cijfers van o.a. de Verenigde Naties)

De film toont aan dat er tegen deze van vorm van globalisering dus veel in te brengen is. Hieronder 8 onaangename waarheden over globalisering:

1. Globalisering maakt ons allen ongelukkig.

Door de globalisering wordt er stress en depressiviteit veroorzaakt. Mensen staan onder een constante druk om steeds meer te presteren. Om groter, meer en beter te willen hebben. Maar daar worden we niet gelukkiger van. De mensen in de USA bezitten nu 3 x zoveel als in de jaren 50 van de vorige eeuw, maar onderzoeken geven aan dat zij zich toen veel gelukkiger voelden. Dit soort materiele welvaart ondermijnt gemeenschappen. Want de enige mensen die werkelijk gelukkig zijn, zijn diegenen die op anderen kunnen rekenen. Eenzame mensen zijn geen gelukkige mensen. Globalisatie creëert een zeer eenzame planeet.

2. Globalisering veroorzaakt onzekerheid.

Onze kinderen worden opgevoed door multinationals. Zij bepalen wat kinderen willen eten, wat ze leuk vinden om te doen, wat ze willen hebben, wat ze belangrijk vinden. Zij kopen onze kinderen.
Kinderlijke begeerte is heel eenvoudig te exploiteren. De manier om dat te doen is zeer wreed: leer kinderen om zichzelf met anderen te vergelijken en wakker competitie aan. Vanaf hun kindertijd verliezen mensen daardoor hun identiteit. Onze kinderen willen daardoor hun moedertaal niet meer spreken, niet meer geassocieerd worden met hun eigen cultuur, maar zij ontwikkelen een westers rolmodel waaraan ze moeten voldoen. Draag merkkleding, eet bij Mc Donalds, dat is pas echt cool.
Op school prent de onderwijzer hen in: ‘Als je niet leert vermenigvuldigen ga je maar varkens voeren. Dan moet je maar boer worden, zoals je vader.’ Alsof boer zijn iets vuils is, een misdaad en minderwaardig.
Kinderen willen geaccepteerd worden, ze willen ergens bij horen. En er wordt ze geleerd: wil je meedoen dan moet je zo’n soort schoen hebben, die en die kleding en zulke spullen. Dat leidt tot afscheiding en jaloezie.  Niet naar de verbinding waar ze op een dieper niveau naar verlangen. Vroeger werd de identiteit van mensen gevormd door de gemeenschap waar ze deel van uitmaakten.

3. Globalisatie zet aan tot verspilling van natuurlijke hulpbronnen.

Het consumentisme dat door de globalisatie wordt gepromoot, werkt verstedelijking in de hand en zet ons aan op een eindige planeet meer en meer te gaan consumeren. Als mensen naar de stad trekken gebruiken ze meer energie, water en is er veel meer infrastructuur nodig. Van alles moet nu naar de stad vervoerd worden. Zoals bijvoorbeeld het voedsel dat ze eerst zelf kweekten, en nu voor hen gekweekt moet worden.  Dit laatste leidt reusachtige boerderijen met monoculturen, die zeer chemie intensief zijn: kunstmest, pesticiden, GMO food.  Daarbij komen de enorme bergen afval die verwerkt moeten worden of in zee gedumpt. Hierbij  gaat ook nog eens een enorme hoeveelheid compost verloren.

4. Globalisatie versnelt klimaatsverandering.

Behalve dat de steeds maar groeiende economie een enorme impact heeft op het klimaat wereldwijd door verspilling en afval, vereist de ‘logica’ van de globalisatie dat goederen over steeds grotere afstanden vervoerd worden. Door verborgen subsidies en ‘slimme regelingen’ is voedsel van de andere kant van de wereld (schijnbaar) goedkoper dan dat wat om de hoek geproduceerd wordt. Zo worden bijvoorbeeld appels uit Engeland naar Zuid Afrika gevlogen, om voorzien van een waslaagje weer terug te keren om verkocht te worden. Telkens weer nieuwe en andere handelsverdragen promoten de internationale handel. Dit leidt ertoe dat landen routinematig ongeveer gelijke hoeveelheden van bijna precies dezelfde producten importeren als exporteren. Zie hieronder:
En dat op het moment dat toenemende CO2 emissies ons voortbestaan bedreigen.

5. Globalisatie leidt tot werkeloosheid, bedreigt onze mogelijkheden om in ons eigen levensonderhoud te kunnen voorzien.

Het casino kapitalisme kent alleen maar verliezers. Vijandige overnamen, her allocatie van bedrijvigheid naar lage lonen landen, niemand die nog zeker is van zijn baan, ook CEO’s niet. Zelfs als we met pensioen gaan, wordt het niet beter. Pensioenfondsen kunnen plotseling verdampen door ongecontroleerde speculaties.
In de arme landen van het zuiden is dit een nog groter probleem. De eerste slachtoffers zijn altijd de kleine boeren. Die zijn omdat ze niet langer in hun levensonderhoud kunnen voorzien, gedwongen naar de stad te trekken om daar (hopelijk) goedkope werkkrachten in de fabrieken te worden. Boeren die hun land moeten verlaten dat is de basis van alle werkeloosheid, het ontstaan van sloppenwijken.

6. Globalisatie laat conflicten escaleren.

Als mensen met diverse etnische en religieuze achtergronden van hun land worden verdreven naar overvolle steden en daar tot heftige competitie worden gedwongen over de weinig beschikbare banen, dan leiden eens geaccepteerde verschillen tot angst, fundamentalisme en conflicten. De wijder worden de kloof tussen have’s en have – not’s  geeft de laatsten als het om kwesties van leven en dood gaat maar weinig opties. Daardoor ontstaat veel disharmonie, daardoor ontstaat terrorisme.
Als je de taal vernietigd, als de ‘roots’ vernietigd van wie iemand is, als je de geschiedenis vernietigd, dan creëer je een ‘niemand’.
In Ladakh hebben boeddhisten en moslims honderden jaren vreedzaam samengewoond. De nieuwe economie bracht werkeloosheid, concurrentie en competitie. Dit leidde binnen de kortste keren tot geweld.

7. Globalisatie bevoordeelt uitsluitend big business.

Men gelooft dat globalisatie wat ook sociaal en ecologisch de kosten mogen zijn, niet te stoppen valt. Een onvermijdelijk en bijkans natuurlijk proces van efficiëntie en opschaling door de grote concerns, gelegitimeerd en voortgedreven door het axioma van vrije markt. Partijen ter linker en rechterzijde van het politieke centrum zijn het eens over de waarde van die vrije markt. Maar de ironie is dat de werkelijk vervuilende industrieën, zoals bijvoorbeeld kernenergie, niet zouden bestaan zonder massale  overheidssteun. We zijn zo ver van een vrije markt verwijderd als maar mogelijk is. Er worden miljarden en nog eens miljarden dollars gepompt in ‘business as usual’, het subsidiëren van fossiele brandstoffen, subsidies voor monoculturen in de landbouw om de winsten van mega bedrijven nog groter te maken. De globale economie zou niet kunnen draaien zonder massale ondersteuning door regeringen. Dit niet alleen door subsidies, maar ook door het dereguleren van handel en financiële markten, onder auspiciën van organisaties als het WTO, het IMF. Zodat multinationals en banken vrij spel hebben om wereldwijd te opereren. Maar voor het midden -, en het kleinbedrijf is er overal steeds meer ‘red tape’ en bureaucratie. Die daarmee een oneerlijke en steeds grotere disproportionele last opgelegd krijgen, waardoor er meer en meer failliet gaan. Het is basaal een proces waarbij de kleine producent wordt gecriminaliseerd en de reuzen gevrijwaard. Waarbij speculatie koning is, en echte mensen, lokale gemeenschappen een gedachte achteraf.

8. Globalisatie is gebaseerd op verkeerde uitgangspunten.

Als de globaliserende economie dan zo’n destructieve kracht is, waarom gaan politici en beleidsmakers er dan mee door om het te promoten? Vooral omdat ze geloven dat globaliseren levert wat de wereld nodig heeft, namelijk economische groei. Onze hele cultuur is erop gericht om het BBP (Bruto Binnenlands Product) zo snel mogelijk te laten groeien. Met economische groei kunnen we alle problemen oplossen. Armoede de wereld uit? Laat de economie groeien. Werkeloosheid? Laat de economie groeien. Milieurampen. Laat de economie groeien en alles komt goed.
Maar dat is complete waanzin! Als er een ernstige olieramp plaatsvindt, gaat het BBP omhoog. Als het water zo ernstig vervuild is dat we het in flessen moeten kopen, gaat het BBP omhoog. Extra militaire uitgaven, kanker, uitbraak van epidemische ziekten het BBP gaat omhoog. Want voor dit alles zijn extra uitgaven nodig.
Het is niet de mate waarin economische groei nodig is, dat ter discussie staat: het is het concept van economische groei zelf. Je kunt geen oneindige groei hebben op een eindige planeet. Dat is de bottom line. Er zijn gewoonweg niet genoeg hulpbronnen voor constante groei. We zijn als menselijke soort boven de mogelijkheden van de planeet uitgegroeid. En dat is in de laatste 20 jaar gebeurd. Zorgen over de klimaatsverandering, gekoppeld aan de bijna meltdown van het financiële systeem hebben er tenslotte voor gezorgd dat er alarmbellen beginnen te rinkelen …
Het antwoord van regeringen is echter meer van hetzelfde. Neem bijvoorbeeld de bail-out van banken, zonder iets wezenlijk te veranderen. Oppervlakkige -, en schijnoplossingen: wereldconcerns die in reclame doen alsof ze groene economie willen. Er wordt nadruk gelegd op het veranderen van individueel gedrag als consument: gebruik spaarlampen, gebruik de auto minder, eet organisch voedsel. Dat is natuurlijk waardevol, maar louter op een persoonlijk niveau kunnen wij de ontstane problemen niet oplossen. Hoever komen we daarmee als een samenleving? We moeten daarnaast vooral iets doen aan de instituties de oorzaak zijn van deze problemen. We moeten de rechtmatigheid van hun handelen aan de kaak stellen. We moeten onze stem laten horen en die mensen helpen en ondersteunen die ons de waarheid over deze toestand vertellen.

We moeten beginnen ons een economie voor te stellen, die niet geobsedeerd is met economische groei, die niet gaat over winstmaximalisatie, die bevredigend werk creëert, die goederen en diensten levert die mensen werkelijk nodig hebben. In 1972 zei de koning van Bhutan dat het hem niet ging om het Bruto Binnenlands Product, maar om het Bruto Binnenlands Geluk. En hij bracht dit concept in praktijk in de ontwikkelingsvisie voor zijn land. In navolging van hem begonnen sommige economen na te denken hoe het welbevinden en de voorspoed van mensen anders te beoordelen zou zijn. Een van de meetinstrumenten die ontwikkeld is, is de Genuine Progress Index (Algemene Vooruitgangs Index)met aandacht voor menselijke, sociale, gemeenschaps, natuurlijke rijkdom. Naast dat wat we produceren. Waardoor we onder meer beginnen te begrijpen dat goederen die 10.000 km bij ons vandaan komen in werkelijkheid natuurlijk aanzienlijk meer kosten, dan dat wat we lokaal produceren.
Nu zien we dat de afstand tussen productie en consumptie voortdurend toeneemt, de afstand tussen mensen en de macht voortdurend toeneemt, en dat betekent dat het gaat om het tegenovergestelde: het lokaliseren van de economie. Het lokaliseren van onze politiek, van onze economie, van onze cultuur, zelfs het lokaliseren van onze geest. Dat is het enige logische om te doen.

Lokalisatie

Lokalisatie is het streven om:

  1. De immense fiscale voordelen en andere ondersteuning, die nu in het voordeel werkt van reusachtige transnationale ondernemingen en banken te verwijderen.
  2. Te streven naar minder afhankelijkheid van export, maar in plaats daarvan naar productie voor lokale behoeften.

Lokalisatie wordt vaak verward met isolationisme, protectionisme en de vernietiging van de internationale markten.
Maar lokalisatie is een systematisch verreikend alternatief voor het kapitalisme van multinationals, het neoliberalisme. Het gaat over een fundamentele schaalverkleining van economische activiteiten. Niet om alle internationale handel te elimineren, noch om een volledige zelfvoorziening. Maar om een meer voorspelbare en duurzame economie, waarbij we wat we werkelijk nodig hebben dichter bij huis kunnen vinden. Lokale behoeften komen op de eerste plaats.
De eerste stap zal zijn om reusachtige multinationals onder democratische controle te krijgen. Regeringen gebruiken 3 belangrijke mechanismen om de economie vorm te geven. Namelijk:

  • Door keuzes te maken in wat ze reguleren. Nationaal en internationaal door middel van handelsverdragen.
  • Door keuzes te maken waarover ze belastingen heffen.
  • Door keuzes te maken wat ze subsidiëren.

Tot nu toe maken regeringen van elke politieke kleur keuzes in het voordeel van het grootschalige en het globale. Met als gevolg steeds verdere sociale en ecologische afbraak. We moeten op zoek naar een meer gelijkwaardig speelveld. Als maar een fractie van het geld dat nu besteed aan nucleaire energie en fossiele brandstof; een fractie van wat uitgegeven wordt aan de infrastructuur om de eigen auto te kunnen blijven rijden aan openbaar vervoer; dan zouden we daarmee al ongelofelijke dingen kunnen bereiken.

Het draait er bij lokalisatie om, dat we komen tot:

  1. Lokaal ondernemen, lokaal bankieren met een menselijke maat.
    Bij allianties voor lokale bedrijvigheid gaat het om onafhankelijkheid van de wereld economie, die gedragen worden door een lokale gemeenschap. Een lokale economie is beter in staat waar te nemen wat er in de omgeving gebeurt, of er werkers worden uitgebuit, of het milieu vervuild raakt. En wordt daardoor meer aanspreekbaar. We krijgen daardoor weer controle over problemen, die eerst overweldigend schenen. Niet meer de gigantische rijkdom voor sommigen en de rest met lege handen laten staan; lokale bedrijvigheid is voor iedereen toegankelijk en duurzamer. Een onderzoek in een lokale boekhandel ten opzichte van een boeken winkelketen wees uit dat ruim 3 x zoveel geld in de lokale economie bleef circuleren. Ook in Suriname moeten we in de eerste plaats vooral weer eigen producten gaan gebruiken, zodat ons geld niet meer via ‘omu sneisi’ en importeurs naar het buitenland verdwijnt.
    En hetzelfde moet ook bij banken gebeuren. Er moeten opnieuw regels komen en de grote banken opgesplitst in vele kleine coöperatieve banken in de buurt. Zodat het geld ons weer gaat dienen in plaats van dat het onze meester is. We hebben wel een wereldwijde samenwerking nodig, maar dat is het omgekeerde van globaliseren van de economie.
  2. Lokaal geproduceerd voedsel.
    Als er één gebied is waar lokalisatie moet plaatsvinden dan is dat bij de voedselproductie. Dat is niet alleen wenselijk, dat is noodzakelijk. Als je de afstanden tussen producent en consument vermindert, maak je onze ecologische voetafdruk kleiner, verminder je de afhankelijkheid van fossiele brandstof, laat je het geld circuleren in de lokale economie, waar het zeer dringend nodig is. Consumenten betalen dan minder, terwijl de inkomsten van de landbouwer stijgen. Het ondersteunt weer de biodiversiteit en bodemvruchtbaarheid. Want er zijn geen mega monoculturen met hun kunstmest, pesticiden en GMO meer nodig. Er is dan ook een grotere variëteit aan producten. Een beweging hiernaartoe is mondiaal op gang aan het komen met boerenmarkten, associaties / coöperaties van producenten – handelaren – consumenten, door de gemeenschap gedragen landbouw – de Local Food Movement, stadstuinen, biologische land -, en tuinbouw, permacultuur. Opmerkelijk genoeg vinden veel van deze ontwikkelingen in en rond grote steden plaats. Zoals bijvoorbeeld in Detroit dat hard door de kredietcrisis geraakt werd. Er wordt gezegd dat door lokalisatie in het westen we de 3e wereld beroven van haar exportmogelijkheden. Maar dat klopt niet. Door voedsel uit het zuiden te exporteren, wordt er daar honger en uitputting van de bodem geïmporteerd. Het is wijzer om het zuiden zelfvoorzienend te laten zijn. Niet alleen met voedsel, maar ook op andere gebieden. Er wordt ook gezegd dat alleen grote monoculturen op den duur in staat zullen zijn de wereld te voeden. Maar lokale landbouw is veel efficiënter. Doordat het niet zo gemechaniseerd is, creëert ze veel meer banen. En het levert bovendien drie tot vijf keer meer productie op.
  3. Lokale duurzame, hernieuwbare energievoorziening.
    Er is sprake van de opwarming van de aarde en het tijdperk van goedkope olie zal spoedig voorbij zijn. De behoefte aan energie in de toekomst gaat nog steeds uit van verdere groei van de wereldeconomie, handel over lange afstanden, en de enorme verspilling die momenteel plaats vindt. Als we uitgaan van onze werkelijke behoeften en lokale productie, dan hebben we veel minder energie nodig, die uit hernieuwbare bronnen komt. Zon, water en windenergie creëren ook nog eens meer banen. Belangrijk daarbij is ook de energiewinning te decentraliseren.
  4. Lokale identiteit en lokale kennis.
    Als we lokaliseren geven we onze kinderen echte rolmodellen, een standaard / maatstaf die ze bevestigd in wie ze zijn. Een plaats en houvast in de eigen omgeving, waardoor het niet nodig is om buiten de eigen cultuur te kijken om daar idolen, voorbeelden te vinden. Wat echt waardevol is, de normen en waarden zijn dan om ons heen. Echte mensen met hun specifieke talenten en zwakheden geven een realistischer voorbeeld dan de ‘celebs’ van ver weg, die je jezelf minderwaardig laten voelen. En je krijgt de zekerheid dat iedereen het waard is om gezien, gehoord en geapprecieerd te worden. Dit ingebed zijn leidt tot een diep zelfrespect en daarmee tot ook respect voor anderen. Een diepere verbondenheid met je eigen omgeving en met de aarde. Lokale kennis laat je weten dat dit hier het echte leven is. En niet een gedroomd leven ergens onbereikbaar ver weg. We moeten daarbij de kennis van onze grootouders opnieuw leren waarderen. In combinatie met hedendaagse inzichten.
  5. Globaal, wereldwijd lokaliseren.
    Gelukkig is niet alles ellende en ondergang. Overal ter wereld komen er al lokale bewegingen op gang. Als die door overheden ondersteund gaan worden, kan dat heel snel mondiaal tot een andere meer duurzame manier van handelen leiden. In eco-dorpen, zogenaamde ‘transition towns’ en post carbon cities werken mensen samen om hun economie van de grond af opnieuw op te bouwen. Het is daarbij belangrijk van elkaar te leren, informatie te delen.
    In Japan in de stad Ogawamachi produceert een gemeenschappelijk beheerd proces van afvalverwerking compost. Die compost wordt gebruikt in biologische tuinen waarvan de oogst naar een lokale markt en naar een restaurant gaat. Waar je kunt betalen met een lokaal ontwikkeld betaalmiddel. Dat ‘geld’ / waardebonnen verdien je door een bijdrage te leveren ergens in dit hele proces.
  6. Een lokale toekomst (Local Futures).
    Het gaat dus niet om een terugkeer naar duistere tijdperken als we de waanzinnige impact van een mondiale economie op ons leven laten afnemen. Maar om ieders welbevinden te laten groeien. Want we zijn wereldwijd wederzijds van elkaar afhankelijk. Wat ons als mensen verbindt, is dat we deze planeet met elkaar delen.

Albert Roessingh