dewemo-beHet was opmerkelijk. De Braziliaanse president Temer kondigde eind augustus aan dat hij het RENCA-reservaat in het Amazonewoud zou openstellen voor mijnbouw. Dat reservaat is zo groot als Zwitserland en is sinds 1984 beschermd tegen commerciële activiteiten. Om de economie aan te zwengelen, was de man echter bereid de beperking op te heffen en de boskap toe te laten.

Door: Jonathan Janssens & Ellen Debackere

Publicatie: 6-10-2017

schermafbeelding-2017-10-06-om-16.47.40.png
Bron: Wikimedia Commons

Het nieuws verspreidde zich als een vuurtje. Nationaal en internationaal brak het protest uit. Het Braziliaans gerechtshof blokkeerde meteen het decreet dat Temer wilde doorvoeren. De beschermde status van het reservaat mocht immers enkel opgeheven worden via het congres, en niet zomaar via een administratieve pennenstreek van de president.

Maar nu trekt de president zich plots terug. Bijna twee jaar na de grootste milieuramp in de geschiedenis van Brazilië, namelijk de mijnramp in Minas Gerais, lijkt de Braziliaanse regering zich van het gevaar bewust te zijn geworden. Maar is dat wel zo?

Greenpeace spreekt van een overwinning, maar het terugtrekken van deze beslissing wil niet zeggen dat het gevaar geweken is. Met zijn beslissing bracht Temer immers een erg duidelijke politieke boodschap. Daarin reikt hij ontegensprekelijk de hand naar de mijnbouwsector. Deze week benadrukte het ministerie van Energie en Mijnbouw dit opnieuw: “Het land moet groeien en jobs creëren en investeringen aantrekken in de mijnsector om het economische potentieel van de regio te exploiteren.”

Van een mentaliteitswijziging is dus geen sprake. Als we de vernietiging van het Amazonewoud op lange termijn willen stoppen, is het van groot belang dat we die boodschappen correct interpreteren en er gepast op reageren. In landen die in de greep zijn van de extractieve industrie moeten mens en milieu het steevast ontgelden. Brazilië is intussen het meest dodelijke land voor milieuactivisten. Sinds 2015 werden niet minder dan 138 milieuactivisten vermoord. De meeste moorden werden gelinkt aan de mijnbouwindustrie.

Als we de grootste groene long van onze aarde willen beschermen, is het daarom nu niet het ogenblik om op onze lauweren te rusten. Niets garandeert immers dat deze, of een volgende, regering alsnog op het besluit zal terugkomen en de boskap nieuw leven zal inblazen. Zolang de wereldwijde honger naar grondstoffen blijft vergroten, hangen ecologische en sociale rampen boven onze hoofden.

Hoewel veranderen niet eenvoudig lijkt, zijn de oplossingen economisch en ecologisch zeer interessant. Als we erin slagen meer materialen te hergebruiken en tegelijk slimmer kunnen fabriceren, komen we er samen sterker uit. Door minder en bewuster te consumeren en meer te recupereren, pakken we niet enkel ons afvalprobleem aan. Daarnaast verlagen we onze importafhankelijkheid, voorkomen we sociale drama’s en tackelen we de wortels van de klimaatcrisis.

Laat ons daarom nog niet te snel juichen na de beslissing van de Braziliaanse president, maar vooral op langere termijn voorkomen dat deze ideeën nog opduiken. De oplossingen liggen voor het grijpen. En voor zij die het zich afvragen: het amazonewoud ontbossen, mijnbouw op de bodem van oceanen of zelfs ‘space mining’ zijn geen oplossingen, enkel uitstelgedrag.

Over de auteurs: Jonathan Janssens en Ellen Debackere zijn medewerkers van CATAPA (www.catapa.be) dat sinds 2005 actief is rond de mijnbouwproblematiek in Latijns-Amerika.

info: pers@catapa.be