Publicatie 4-11-2017Screen Shot 2017-10-12 at 19.55.30

Op 31 oktober modereerde schrijver/journalist Hassnae Bouazza het debat ‘De grenzen van verzet’, georganiseerd door de Leonhard-Woltjer Stichting in samenwerking met Een Ander Joods Geluid en De Nieuwe Liefde.
Dit is haar verslag van de avond.

Schildering op de door Israël gebouwde ‘Afscheidingsmuur’ in de Palestijnse stad Bethlehem. Peter M.

Niet eerder moest ik een avond modereren waar van te voren zo veel ophef over was. Lasterlijke stukken over alle deelnemers, oproepen aan het OM een officier te sturen, verdachtmakingen, en, tot slot, demonstranten met Israëlische vlaggen voor de deur op de avond zelf.

En dit alles omdat er gesproken zou worden over de ‘grenzen van verzet’ tegen Israël: hoe kunnen Palestijnen zich verzetten tegen de bezetting, wat mag je daarover zeggen hier in Nederland, wat sorteert effect en tot hoever mag je gaan. Dat was in een notendop het uitgangspunt van de avond. En het is toch opvallend dat in de Balie vrijelijk gefantaseerd mag worden over een moslim-vrij Europa en hoe dat voor elkaar te krijgen, het politieke weekdier Wilders mensen op mag roepen in verzet te komen tegen vluchtelingen met alle gewelddadige gevolgen van dien, we dagelijks getuige zijn van verzet tegen Trump, verzet tegen islamitische dictators van harte aangemoedigd wordt, maar Israël blijft een teer onderwerp.

Een emotioneel onderwerp ook. Alsof kritiek op de politiek het bestaansrecht van de staat in twijfel trekt, alsof kritiek op de verwerpelijke bezetting die nu al decennia duurt en Palestijnen verstikt en van alle waardigheid berooft, op de een of andere manier moreel fout zou zijn. Alsof Palestijnen een mindere menssoort zijn en geen recht hebben op dezelfde rechten, vrijheden en kansen als ieder ander.

Kafkaësk

Dat laatste is misschien nog wel wat me het meest tegen de borst stuit, dat Palestijnen als abstracte wezens worden weggezet, als een onherroepelijk gevaar en niet als mensen die gewoon ook een normaal leven willen. Antropologe Dina Zbeidy bracht dat menselijke aspect mooi naar voren: hoe een simpele picknick uit het niets verstoord kan worden door tanks en rookbommen – en wat doe je dan? Vlucht je? Probeer je je moeder te helpen die gevallen is met het gevaar dat soldaten je grijpen? Gooi je een steen uit wanhoop? Ze wees erop dat verzet in zoveel vormen komt: boeken schrijven, kunst maken, zelfs ademen en voort blijven bestaan is al een vorm van verzet.

Brigitte Herremans benadrukte het belang van vreedzaam protest, van culturele projecten en een ferm internationaal standpunt ten aanzien van de mensenrechtenschendingen in Israël. Maar dat ferme standpunt blijft uit, alleen kleine landen spreken zich uit. Ze vertelde wel dat Nederland nu laatst met de vernietiging van een energieproject zich had uitgesproken. Ja, nee, als er geld mee gemoeid is, komen Nederlandse politici wel in beweging. Ze vertelde ook hoe Israël met behulp van de Palestijnse autoriteit mensenrechtengroepen in de Palestijnse gebieden aanpakt. Dus Israël – ‘we hebben geen partner voor vrede’ – heeft wel een partner voor onderdrukking.

Hoogleraar internationaal publiek recht, Marcel Brus, benaderde de vragen vanuit internationaal recht en dat leverde een inzichtgevend, maar ook kafkaësk verhaal op: in tijden van bezetting bepaalt de bezetter de regels. Dus een steen gooien mag niet. De bezetter dient daarbij wel de mensenrechten te waarborgen en iemand jarenlang opsluiten vanwege het gooien van een steen, zou dus niet mogen. Georganiseerd verzet zou eventueel kunnen, maar dan gaat het oorlogsrecht in werking. Individuele acties druisen daar weer tegenin. Dus een persoon die alleen handelt en bijvoorbeeld soldaten aanvalt, heeft geen juridisch gelijk.

Eén staat

En dat brengt me bij de laatste spreker, Dyab Abou Jahjah die eerder in een column een aanval op soldaten verdedigde. Abou Jahjah wilde prima aannemen dat het verzet dan misschien legaal niet gerechtvaardigd was, maar legitiem dan toch zeker wel. Er is een tijd geweest dat slavernij legaal was, opperde hij. In sommige landen is verkrachting binnen het huwelijk legaal, maar dat maakt het toch niet legitiem. Als een performer liep hij over het podium, charmeerde een groot deel van het publiek en was polemisch en provocatief: dat Joden in zee gooien zoals de Arabieren in de jaren veertig wilden niet langer haalbaar was, bijvoorbeeld, om vervolgens te verduidelijken dat het ook niet wenselijk was.

Tijdens hun voordrachten werden de verschillen al duidelijk tussen de sprekers en die kwamen nog meer naar het oppervlak tijdens het geanimeerde debat. En hoewel Abou Jahjah had verklaard geen oplossingen te hebben, had hij er toch een: één staat voor Joden en Palestijnen op basis van gelijkheid en gelijkwaardigheid. Maar die staat mocht dan geen Israël heten. Dina Zbeidy, zelf Palestijnse, is ook voor één staat voor beide volkeren, mits op basis van gelijkheid, hoe het land heet, deed er voor haar niet toe. Herremans vond dat te makkelijk en wilde niet zo snel de tweestatenoplossing opgeven. Marcel Brus wees erop dat de Palestijnen legaal zelfbeschikkingsrecht hebben en dat je dat recht overboord gooit als je naar één staat streeft.

Maar zowel Abou Jahjah als Zbeidy waren duidelijk dat de tweestatenoplossing niet realistisch is, omdat het zou betekenen dat je een miljoen joods-Israëlische burgers moet ontwortelen. Uit hun huizen weghalen en ergens anders heen verhuizen en dat is niet alleen onhaalbaar, maar ook onwenselijk.

Een zevental demonstranten trachtte het debat te besmeuren als ‘antisemitisch’. Nederland wordt steun aan ‘PLO-terreur’ verweten.

Partner voor vrede

En kijk, op zoveel empathie naar de ander heb ik de demonstrerende gekken en de laster-activisten nog niet betrapt. Abou Jahjah zei nog iets opvallends: die staat voor Palestijnen en Joden zou vrij zijn voor alle Joden in de wereld om zich er te vestigen; iedereen was er welkom, een staat niet op basis van etno-nationalisme, maar humanisme. Een vrije staat waar Joden en Palestijnen gelijk zijn en in vrede samenleven. Het klonk mij als een mooie droom, zo sloot ik ook af, maar hoorde daarna dat een aantal mensen in het publiek dat te soft vond.

Nu ja, ik hoor al zo lang dat ik fel en scherp ben, dat soft best een keer welkom is. Maar er was nog iets: deze avond werd van te voren veroordeeld. Door racistische activisten vermomd als journalisten. Door online tuig dat zich van leugens en smeerpraktijken bedient om de ander de mond te snoeren en verdacht te maken. WNL bestond het de ‘auteur’ van het lasterstukje naar de avond te sturen als ‘verslaggever’, dan wil je dus geen verslag, maar gewoon volharden in je blinde weerzin.

Maar binnen werd een respectvolle, bij vlagen polemische, maar vooral inhoudelijke discussie gevoerd, ondanks de soms grote verschillen. Toen ik op het eind zei dat de PR van Palestijnen beter kon, protesteerde een vrouw in de zaal dat je geen PR kunt bedrijven als je computers kapot worden geslagen. Dat vond ik best ontroerend, die hartstocht. Maar zo bedoelde ik dat natuurlijk niet.

Het Palestijnse verhaal moet veel meer naar buiten. Niet dat van Hamas of de corrupte bestuurders, maar van de mensen die het geweld zat zijn, de mensen die een eerlijk leven willen met waardigheid en gelijke kansen voor iedereen – en die niet als derderangsburgers verder willen zonder rechten, stromend water, elektriciteit of zelfs maar de mogelijkheid te trouwen met wie je wilt vanwege de checkpoints die reizen onmogelijk maken.

Dankzij de bijdragen van de vier sprekers werd meer dan eens duidelijk: het zijn de Palestijnen die een partner voor vrede zoeken.

Dit artikel verscheen eerder op de website van Hassnae Bouazza, Aicha Qandisha.