Screen Shot 2017-11-22 at 00.12.20.pngftm.nl · by Sam Gerrits

Carey Gillam is een van sleutelfiguren in de informatieoorlog rond het pesticide RoundUp. In de woordenstrijd kwam zelfs de journalistieke integriteit van persbureau Reuters in het geding. FTM zocht haar op voor een gepeperd gesprek.

Carey Gillam is een onderzoeksjournalist en schrijver met meer dan 25 jaar ervaring in de Amerikaanse nieuwsindustrie. Voordat ze voor U.S. Right To Knowging werken, coverde Gillam zeventien jaar lang voedsel en landbouw voor persbureau Reuters. Standplaats: Kansas City. Daaraan voorafgaand versloeg ze jarenlang het bankierswezen aan het oost- en zuidoostkust van de VS voor Thomson Financial, de financiële poot van Canadees mediabedrijf Thomson, — nu gefuseerd met Reuters.

Veel van haar onafhankelijke onderzoekswerk in de laatste jaren heeft als focus het meest gebruikte pesticide ter wereld: RoundUp. In haar nieuwe boek Whitewash, deze maand uitgeven door Lemniscaat onder de titel Giftig Spul,vertelt Gillam over de geschiedenis van het pesticide, de machinaties van de agrochemische industrie, de gevolgen voor het milieu, en legt ze een omstreden verband tussen glyfosaat en non-hodgkin-lymfoom.

Carey, dankjewel dat je de tijd neemt voor dit interview. Allereerst: waarom ben je — nu bijna twintig jaar geleden — landbouw en voedsel voor Reuters gaan verslaan?

‘Ik wilde die baan eigenlijk helemaal niet. Maar ik had jonge kinderen en het betaalde zo goed, dat ik dacht: laat ik het maar doen. Aan het begin vond ik het verschrikkelijk: In de bankierswereld draag je mantelpakjes en hoge hakken, je hebt dure lunches met belangrijke mensen, het is heel sjiek. Dit was met boeren in spijkerbroek en rubberlaarzen in maisvelden rondbanjeren — niet per sé mijn ding. In het begin zat mijn hart er ook niet echt in.

‘De agrochemische industrie heeft een enorme impact op elke persoon op deze planeet’

Maar naarmate ik me er meer in verdiepte, kwam ik tot de conclusie dat hoe we ons voedsel verbouwen de meest belangrijke kwestie van deze tijd is. Eten doen we immers allemaal — en alles wat we eten, is met chemicaliën en lab-technieken gemanipuleerd. De agrochemische industrie heeft een enorme impact op elke persoon op deze planeet, op onze gezondheid en ons milieu. Toen ik me dat realiseerde, ben ik bijzonder gepassioneerd geraakt over hoe we anno nu landbouw bedrijven.

Ook heb ik het grootst mogelijke respect voor boeren gekregen: zij staan aan de frontlinie voor ons allemaal. De uitdagingen waar boeren mee te maken krijgen, zijn niet vergelijkbaar met die van andere beroepsgroepen. Ik ken geen ander beroep waarin je alles precies kunt doen als het hoort, je zo goed mogelijk je werk kunt doen, en dan op het laatste moment tóch alles kunt verliezen door bijvoorbeeld een hagelstorm, vorst, insectenplaag of schimmel.

Carey Gillam
Die insectenplagen en schimmels waren ook mijn eerste link met de agrochemische bedrijven. Toen ik in 1998 in Kansas City begon, had Monsanto net twee of drie jaar eerder de eerste genetisch gemodificeerde, glyfosaat-bestendige gewassen geïntroduceerd: de zogenaamde RoundUp Ready-gewassen (RR-gewassen). Dat was een echte revolutie in landbouwtechnologie; andere agro-chemische reuzen als DuPont volgden al snel met hun eigen producten. Het was een ware gold rush, er werden miljarden dollars verdiend voor investeerders. De meeste boeren waren toen ook dol op RoundUp, want het werkte zoals beloofd en was ‘onschadelijk’. Het middel wordt nog steeds door veel mensen rond gesproeid alsof het water is.’

“Monsanto heeft mij herhaaldelijk gebeld en gemaild op de dag dat deze studie gepubliceerd werd”

 

Een groot deel van je boek gaat over het verband tussen RoundUp en kanker. Er is net een een grote wetenschappelijke cohort-studie uit; die lijkt vrij onomstotelijk aan te tonen dat glyfosaat toch echt niet kankerverwekkend is.

‘Ik heb een paar exemplaren van die studie bij me, wil je er eentje? Ik vond de timing hiervan vooral heel interessant. Glyfosaat en Roundup zijn op dit moment onderwerp van massale rechtszaken in de Verenigde Staten. Het pesticide wordt daarnaast opnieuw beoordeeld door Amerikaanse en Europese regelgevers. Monsanto heeft mij herhaaldelijk gebeld en gemaild op de dag dat deze studie gepubliceerd werd. Ze wilden me het echt laten weten. Dat hebben ze nog nooit eerder gedaan.

Deze specifieke studie wordt gepresenteerd als definitief, maar dat lijkt me meer politiek dan wetenschappelijk. De studie is bijvoorbeeld deels gebaseerd op enquêtes. En hoewel de onderzoekers hier geen verband vinden met niet-Hodgkin-lymfoom, vinden ze dat in andere studies wél. Je ziet bovendien in deze studie een verband met acuut myloïde leukemie.’

Informatieoorlog

Ik vond het opvallend dat je in de Huffington Postreageert op een Reuters-artikel van redacteur Kate Kelend, waarin zij stelt dat het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) een ongepubliceerd onderzoek heeft achtergehouden dat geen verband vond tussen glyfosaat en kanker. Waarom deed je dat?

Deze documenten kunnen haar alleen direct door Monsanto gegeven zijn’

‘Ik kon daar niet over zwijgen, omdat ik zo vertrouwd ben met de documentatie die bij dit verhaal hoort. Kate Kelland vermeldt in haar artikel dat zij gerechtelijke documenten gebruikt heeft als bron, ze suggereert daarmee dat deze documenten publiekelijk beschikbaar waren. Dat is een opzettelijke misleiding van Reuters-lezers. Deze documenten kunnen haar alleen direct door Monsanto gegeven zijn.

Ik heb zeventien jaar voor Reuters gewerkt. Een van de belangrijkste zaken voor een goede journalistieke carrière is het verzamelen van zo veel mogelijk exclusieve reportages. Door de Monsanto-documenten te gebruiken, kon Kelland een exclusief artikel schrijven. Maar om te kunnen publiceren, moest ze wel het Monsanto-narratief volgen.

Het verhaal van Kate werd gepresenteerd als een exclusieve reportage. De American Chemical Council, een lobbyclub van de industrie, had ondertussen al een persbericht klaarstaan. Dit moest gelanceerd worden op de morgen dat het Reuters-stuk publiek werd. Monsanto — of iemand anders — zwengelde op die dag ook onmiddellijk Google-advertenties aan, zodat Kellands artikel bovenaan de zoekmachine zou verschijnen.

Kortom: het was een zorgvuldig georkestreerde PR-campagne. En ik vind dat ook prima — als de feiten kloppen, als er een gebalanceerd verhaal gemaakt is. Maar doordat Kelland niet blootgeeft dat ze haar documenten van Monsanto heeft, worden lezers misleid. Als je de brondocumenten goed leest, zie je dat haar verhaal de spin van Monsanto volgt, en niet nauwkeurig de inhoud waarop het gebaseerd is weerspiegelt.

‘Het is niet toevallig, het is een georganiseerde campagne’

Ik vond het ook misleidend dat ze een artikel van Bob Tarone citeerde alsof het om werk van een onafhankelijk statisticus ging. Tarone krijgt geld van Monsanto voor consult. Hij heeft geen directe banden met Monsanto, maar werkt naar eigen zeggen samen met een advocaat van Monsanto en wordt daar voor betaald.

Bob Tarone is een van de experts van het deels door de industriële lobby gefinancierde Science Media Center, waar ze hapklare Monsanto-propaganda presenteren aan journalisten als wetenschap.

En dan heb je nog het Genetic Literacy Project.’ Carey lacht: ‘Je weet dat in documenten van Monsanto het GLP genoemd wordt als partner? Ik vind het niet gek dat Monsanto-ghostbloggers als Kevin Folta en David Zaruk me daar zwart proberen te maken. En ik ben niet de enige: Monsanto doet dit ook via ghostblogging met Danny Hakim en Eric Lipton van de New York Times. Elke wetenschapper of journalist die prominent wordt of een mening heeft die ze niet aanstaat wordt aangepakt. Het is niet toevallig, het is een georganiseerde campagne, dat kun je lezen in mijn boek.’

Je suggereert dat het feit dat Monsanto jouw beweringen en die van anderen in diskrediet probeert te brengen, betekent dat ze iets te verbergen hebben. Mijn ervaring als wetenschapper en als journalist is echter, dat grote bedrijven altijd negatieve geluiden zullen proberen weg te poetsen, of ze nu waar zijn of niet. Denk aan hoe Greenpeace en Shell acteerden ten tijde van de Brent Spar-affaire. Ik denk dat zowel groene clubs als grote bedrijven de media in deze gevallen misbruiken. De waarheid lijdt daaronder.

‘Dat ben ik zeker met je eens.’

“Het laatste woord is nog niet gezegd over wat RoundUp nu precies in het menselijk lichaam doet”

 

Non-Hodgkin-lymfoom

Je begint je boek met een aantal anekdotes over boeren. De eerste gaat over een man die Jack heet: een oude hippie, die zijn eigen boerderij gestart is. Hij sproeit kwistig RoundUp en vervolgens krijgt de arme Jack non-Hodgkin-lymfoom. Dit verhaal herhaal je een paar keer in je boek met andere boeren. De laatste keer dat je het noemt, bespreek je Italië, waar ze de hoogste non-Hodgkin-lymfoom incidentie van Europa hebben.

‘De NHL-incidentie is het hoogst ter wereld in Noord-Amerika. Maar inderdaad, in Europa is hij in Italië het hoogst.’

Met de explosieve toename van het gebruik van RoundUp is het aantal gevallen van non-Hodgkin-lymfoom toegenomen, dat is waar. Maar intussen hebben we ook te maken met vergrijzing in de VS en in Europa. Interessant in dit verband is, dat er in Spanje meer RoundUp gesproeid wordt dan in Italië. Maar Italianen zijn een beetje ouder dan Spanjaarden. In de wetenschappelijke literatuur vind je ook eigenlijk alleen maar een statistisch significant verband tussen non-Hodgkinlymfoom en leeftijd. Dat lijkt me dus aannemelijker?

‘Non-Hodgkin-lymfoom door RoundUp is momenteel het onderwerp van zo’n duizend rechtszaken die boeren aangespannen hebben tegen Monsanto in de VS, omdat het IARC ooit zelf dat verband gelegd heeft. Maar inderdaad, het IARC zei dat RoundUp ‘waarschijnlijk’ kanker veroorzaakt, niet dat het ‘zeker’ kanker veroorzaakt.

‘Het is een langzame opbouw van bewijslast over vele jaren’

Maar het laatste woord is nog niet gezegd over wat RoundUp nu precies in het menselijk lichaam doet. Er zijn in het verleden ernstige zorgen geweest. Onderzoek heeft alarmbellen doen afgaan. Dat iedere studie zou aantonen dat glyfosaat en RoundUp volkomen onschadelijk zijn voor de gezondheid, is gewoon niet waar. Glyfosaat verstoort bijvoorbeeld aantoonbaar het endocriene proces. Onderzoekers hebben ook beschadigd DNA aangetroffen, bij bepaalde populaties die eraan blootgesteld zijn.

Ik ben geen wetenschapper, maar mijn interpretatie van hoe het werkt in dit soort gevallen — dus gevallen waarin je een niet-eenduidig statistisch verband probeert aan te tonen — is dat er niet één studie doorslaggevend of gezaghebbend is. En dus ook niet de recente studie waar we het net over hadden. Het is een langzame opbouw van bewijslast over vele jaren, door het delen van kennis en bevindingen, voortbouwen op een corpus van eerdere studies.’

Toch noem je specifiek in je boek één studie uit 1985 met muizen, die bij blootstelling aan glyfosaat een bepaalde vorm van nierkanker kregen. Ingeblikte tomaten veroorzaken ook kanker, hè.

‘Op een andere manier natuurlijk. Dat zou een ander mechanisme zijn.’

‘Ja, studies aan muizen hebben hun grenzen, maar het we hebben niets beters’

Maar muis-studies zijn notoir niet-representatief. Lab-muizen worden bijvoorbeeld meestal op kamertemperatuur gehouden, dat is niet optimaal voor ze. Muizen functioneren het beste in een iets warmer nestje. Dus hun weerstand is al verlaagd bij de aanvang van lab-proeven. En dat is maar één factor die niet klopt: er is bijvoorbeeld een veel grotere statistische correlatie tussen borstkanker en wijn drinken, dan tussen non-Hodgkin-lymfoom en glyfosaat. En dat verband wordt al weggelachen.

Dat stoorde me echt aan je boek. Doordat je focust op menselijke gezondheid — wat ik op zich wel snap, want je wilt lezers trekken — ben je gedwongen RoundUp te framen als kankerverwekkend. Maar als uiteindelijk blijkt dat daar niets van klopt, werkt het wel averechts. Dan ben je net het meisje dat ‘Wolf!’ riep.

‘Ik ben het met je eens dat studies aan muizen en ratten hun grenzen hebben, maar we hebben niets beters. Je kunt ook niet zeggen dat er uit die studies géén problemen naar voren komen.’

En al je bewijs is anekdotisch. Ik las in je boek dat een burgerjury Monsanto een aantal keer heeft veroordeeld, en dat Monsanto ook heeft moeten betalen. Maar een burgerjury zoals jullie die kennen in de Verenigde Staten, is natuurlijk geen panel van experts. We hebben allemaal de wel eens een legal thriller gezien, we weten hoe dit werkt, toch?

‘Klopt.’

“Er is zoveel maïs, dat we niet meer weten wat we ermee moeten”

RoundUp Ready

Wat is je alternatief? Alsbinnen nu en vijf jaar RoundUp verboden wordt in de Europese Unie, komt Monsanto of een ander bedrijf direct met een nieuw pesticide op de proppen. We zitten nu eenmaal vast aan een agro-industrieel complex.

‘Klopt ook, maar de vraag is of het echt op deze manier moet. In de maïsgordel van Verenigde Staten zijn er op dit moment boeren die, aangemoedigd door de grote agrochemische bedrijven, jaar in jaar uit transgene Roundup Ready-maïs verbouwen. Daarvan wordt onder meer glucose-fructosestroop gemaakt: een product dat ook in Europa steeds vaker als zoetstof gebruikt wordt.

Maar er is zoveel maïs, dat we niet weten wat we ermee moeten. We slaan jaarlijks ongeveer een miljard schepels in warenhuizen op. Hetzelfde geldt voor RR-soja: gewassen rouleren en ecologische bufferzones aanleggen is er niet bij.’

Maar dat is op zich toch prima? Want het werkt, en het is relatief onschadelijk voor het milieu.

‘Dat is nog maar de vraag. Agronomen hebben lang gewaarschuwd dat RR-gewassen op de lange termijn een sterk negatief effect zouden hebben op het landbouwbedrijf wereldwijd. Ik herinner me nog goed hoe hard Monsanto in de tweede helft van de jaren negentig tegen die opinie gevochten heeft: het bedrijf ontkende in alle toonaarden dat er resistente vormen van onkruid zouden ontstaan. Die beweringen blijken achteraf allemaal onwaar te zijn: inmiddels zien we overal glyfosaat-resistent onkruid.

‘De soap herhaalt zich keer op keer’

De normale varianten van RoundUp, die je in bijvoorbeeld België nog steeds van de plank kunt kopen, werken nu al niet meer echt op de meeste weegbree-achtige onkruidsoorten in de Verenigde Staten; waarschijnlijk krijg je dat in Europa ook.

Over hun nieuwe paradepaardje Dicamba beweert Monsanto nu uiteraard weer hetzelfde: nu RR-gewassen door glyfosaat-resistent onkruid hun nut aan het verliezen zijn, moeten door Monsanto ontwikkelde Dicamba Ready-gewassen de volgende generatie herbicide-resistente planten worden.

En zo herhaalt de soap zich keer op keer: het is allemaal kortetermijndenken, het gaat altijd over het volgende seizoen. Niet over het volgende decennium, laat staan de komende honderd jaar.

In verschillende regio’s van de VS ontdekken boeren op dit moment dat de degradatie van de bodem door pesticiden allerlei onverwachte negatieve consequenties heeft. De bodem is minder vruchtbaar; gewassen zijn kwetsbaarder voor ziekten en minder droogte-resistent; de opbrengst is lager. Het is een vicieuze cirkel. En het antwoord van Monsanto en de andere agro-bedrijven op al deze problemen is altijd hetzelfde: nog meer pesticiden. Zo hou je uiteindelijk geen rendabele landbouw meer over.’

Andere GMO’s

Maar GMO’s hebben ook voordelen, mits op de juiste manier gebruikt. Denk aan de Rainbow-papaja: zonder dat gewas was Hawaii nu een flinke industrietak en een belangrijke bron van inkomsten kwijt.

Het zou fantastisch zijn om echt droogte-resistente planten te hebben’

‘Ik denk dat de technologie om zaden en planten zo te veranderen dat ze dingen doen die ten goede komen aan consumenten, prachtig is. Het zou fantastisch zijn om echt droogte-resistente planten te hebben, of rijst met genetisch geïmplanteerde vitamine-A, zoals Golden Rice. Maar voorlopig zie ik die nog niet op de markt.

Ik heb jarenlang de kantoren van Monsanto, DuPont, Dow Chemical, Syngenta en BASF bezocht; ik ken ze een beetje. Het zijn allemaal heel vriendelijke mensen. Ik heb uitvoerig geluisterd naar hun wetenschappers, die me vertelden van alle innovaties die ze gingen uitrollen. Nieuwe gewassen, met de meest fantastische eigenschappen. Zeventien jaar lang heb ik ze gevraagd: wanneer kan ik hierover schrijven? Geef me een datum! Want het zag er in de presentaties zó veelbelovend uit.

Maar van al die wonderplanten heb ik alleen maar de Rainbow Papaya gezien — en die is niet eens door een agro-gigant ontwikkeld! Ik denk dat als je daar nu gaat zitten, je nog steeds dezelfde verhalen hoort. En ja, de Rainbow-papaja is een prachtig project, maar het is misschien 0,5 procent van de totale GMO-gewassen die nu verbouwd worden: de rest is RR-gewas. En dat blijven ze ondertussen gewoon uitrollen.’

Maar landbouwproducten van Monsanto en anderen komen toch ook ten goede van boeren? Landbouwers hebben er echt wat aan.

‘Monsanto zegt altijd dat alles wat ze doen, in het belang van boeren is. Ook in hun laatste persbericht over Dicamba weer. Je hoort nooit: “Wij zetten onze producten zo hard mogelijk in de markt,” het is altijd: “Die arme boeren hebben dit nieuwe product nodig. Als ze dit niet hebben, hoe gaan ze dan ons voedsel verbouwen?”’

“Monsanto bleef volhouden: jullie gaan RR-tarwe afnemen, punt uit”

 

‘Heel fascinerend in dit verband was RoundUp Ready tarwe, omdat je toen heel makkelijk door Monsanto’s narratief heen kon prikken. Het bedrijf wilde na soja en maïs in heel de VS ook RR-tarwe gaan uitrollen, maar de boeren van Amerika wilden dat overduidelijk niet. Ze legden me uit dat ze het totaal niet nodig hadden: “Onkruid is geen probleem bij het telen van tarwe, we hebben een probleem met schimmels. Geef ons schimmelresistente tarwe, hier hebben we niets aan. Waarom probeert Monsanto ons dit door de strot te duwen? Rol dat product nou alsjeblieft even niet uit. Je gaat onze exportmarkt bederven.”

Maar Monsanto bleef volhouden: jullie gaan RR-tarwe afnemen, net als RR-mais en RR-soja, punt uit. Dat was een grote strijd in de VS, die ongeveer drie jaar geduurd heeft. Ik ben bij bijna al die bijeenkomsten geweest. In dit geval hebben uiteindelijk de boeren gewonnen, maar alleen maar doordat de import-markten er ook bij kwamen en zeiden: “geen denken aan, we willen absoluut geen genetisch gemodificeerde, met RoundUp besproeid tarwe”. Dat project heeft Monsanto dus op de plank moeten leggen, maar dat is zeldzaam.’

Waakhond

Zullen we het even hebben over RoundUp-bestanddeel Tallowamine (POEA)? Dat zou tweeduizend keer schadelijker zijn dan glyfosaat. De Nederlandse pesticidenwaakhond GTGBheeft het dan ook verboden. Maar zeepachtige stoffen vernietigen nu eenmaal celwanden — daar zijn ze op gebouwd, dat is precies waarom zeep ontsmet. Celwanden zijn opgebouwd uit lipiden, dat zijn vetten, zeep trekt die uit elkaar. Einde verhaal, lijkt me? CTGB kan beter neonicotinoïden verbieden, die zijn aantoonbaar dodelijk voor bijen.

‘“Danger” — Monsanto heeft met hand en tand gevochten tegen dat woord’

‘Nou, nee. Een aantal rechtszaken, aangespannen door boeren in de VS, beschuldigt Monsanto van het verbergen van onderzoek dat aantoont dat glyfosaat, zodra het gemengd wordt met een zeepachtige, oppervlakte-actieve stof als POEA, veel sneller, beter en in veel grotere hoeveelheden aan de menselijke huid hecht en er doorheen dringt. Zo wordt het in veel grotere hoeveelheden in het lichaam opgenomen.

En dit gebeurt dus als je RoundUp op je handen of je blote benen krijgt en het er niet meteen vanaf wast, of als je geen beschermende kleding draagt — iets dat bij veel boeren het geval is: in RoundUp wordt glyfosaat immers met POEA gemengd, om het beter aan oppervlakken te doen hechten.

In interne documenten kun je hoe Monsanto dat feit bespreekt, en hoe Monsanto-medewerkers dit zoveel mogelijk aan het oog van regelgevers proberen te laten ontglippen — bijvoorbeeld door de data zo te presenteren, dat controleurs niet verontrust worden.

In de archieven van het federale agentschap van de VS dat belast is met de bescherming van volksgezondheid en het milieu, het Environmental Protection Agency (EPA), zie je Monsanto agressief onderhandelen om het woord gevaarlijk,DANGER, dat EPA in verband met deze absorptiekwestie op het RoundUp-etiket wilde plakken, te wijzigen. Monsanto heeft met hand en tand gevochten tegen dat woord. Uiteindelijk zwichtte de EPA. Er kwam een ander woord te staan: CAUTION, Pas op. Dat zie je keer op keer: EPA-wetenschappers zeggen het moet zus zijn, en vervolgens duwt de chemische industrie net zolang door, tot het zo is.’

Is de invloed van chemische bedrijven op EPA en IARC echt zo groot in de VS? Dat zijn toch onafhankelijke instituten?

‘DuPont dumpte jarenlang het giftige PFOA in het drinkwater; EPA wist daarvan, maar deed niets’

‘We kennen al decennialang voorbeelden van corporate invloed op het EPA. Dat gaat terug naar PCB’s en dioxinen en nog verder dan dat, helemaal tot aan DDTin de jaren veertig. Neem dioxinen: EPA-wetenschapper Cate Jenkins ontdekte in 1990 dat Monsanto frauduleuze data had aangeleverd, die onterecht aantoonden dat dioxinen geen kanker veroorzaken. Dat staat ook in mijn boek. Zij wilde een onderzoek daarnaar openen, maar werd gedisciplineerd en uit haar positie ontheven. Ze heeft hard moeten strijden om haar baan weer terug te veroveren. In 2001, na 9/11, heeft ze datzelfde kunststukje nog eens moeten herhalennadat ze waarschuwde voor bijtend stof dat afkomstig was van Ground Zero.

Je ziet op dit moment de invloed van Dow Chemical op EPA met het pesticide chlorpyrifos. DuPont dumpte jarenlang het giftige perfluoroctaanzuur (PFOA) in het drinkwater; de EPA wist daarvan, maar in plaats van het aan te pakken, bleef het de toegestane hoeveelheid van de stof in het drinkwater verhogen. PFOA spoelde kleine dorpjes binnen, de gevallen van kanker en geboortedefecten schoten als een raket omhoog, mensen stierven. Toch duurde het decennia voordat dit middels rechtszaken en het opvragen van interne documenten aan het licht kwam. DuPont heeft uiteindelijk 300 miljoen dollar aan schadevergoedingen betaald. Voor hen was dit natuurlijk een schijntje, maar intussen zijn er honderden mensenlevens verwoest.

Mijn verhaal over het Agency for Toxic Substances and Disease Registry (ATSDR) staat niet in het boek: dat kwam pas aan het licht toen het al uit was, via interne Monsanto-documenten. Die documenten verkrijgen we via de Amerikaanse versie van de Wet openbaar bestuur: die heet bij ons de Freedom of Information Act (FOIA).

“Je ziet ze communiceren met elkaar, Monsanto en het ministerie. En het glyfosaat-onderzoek verdwijnt”

 

ATSDR is echt een goed voorbeeld: de schellen vielen me van de ogen toen ik dat las. Op hetzelfde moment dat het IARC glyfosaat aan het beoordelen was op kankerverwekkendheid, was het ATSDR, een onderdeel van het Amerikaanse ministerie voor Volksgezondheid en Sociale Zaken, ook aan het kijken naar de veiligheid van glyfosaat. Monsanto wilde dat niet. In hun interne documenten kun je letterlijk lezen: “we zijn bang dat de ATSDR-conclusies lijken op die van het IARC. We hebben geen behoefte aan nog een IARC in de Verenigde Staten.”

Monsanto wilde dat onderzoek dus doen verdwijnen. Jim Jones, de Assistant Administrator van het Office of Chemical Safety & Pollution Prevention van EPA, werd door Monsanto gevraagd om actie te ondernemen. En binnen een uur, ik overdrijf niet, had deze EPA-topfunctionaris — iemand die ik ken, die ik gesproken heb, waarmee ik vergaderd heb over RoundUp — zijn directe ondergeschikte Jack Hausenger erbij betrokken. In de weken die daarop volgen, zie je ze communiceren met elkaar, Monsanto en het ministerie. En het ATSDR glyfosaat-onderzoek verdwijnt. En daar zijn ze blij mee. Dat kun je allemaal teruglezen in de FOIA-documenten.

Ik volg de documentatie die via FOIA-verzoeken vrijkomt vrij intensief. Ik heb op dit moment een stapel van rond de 2.000 documenten in mijn kantoor liggen die ik nog niet gelezen heb, ook over de Amerikaanse Food and Drug Administration(FDA). De enige manier waarop je echt waarheidsgetrouwe informatie krijgt op dit moment, is door het via deze verzoeken af te dwingen. Dat is eigenlijk ongelooflijk, want agentschappen als de EPA zijn juist opgericht om tussen ons en de grote bedrijven te staan.

‘In de komende weken zullen veel nieuwe Monsanto-documenten het licht gaan zien’

Als dit allemaal echt waar is, lijkt het erop dat Monsanto en andere agrochemiereuzen er een gewoonte van maken informatie over de schadelijkheid van hun producten achter te houden en te verdraaien. Dat heeft grote gevolgen voor regelgevers.

Inderdaad. Ik zou het dan ook verstandig vinden als jullie Europese bestuurders, voor ze een doorslaggevende beslissing nemen over het gebruik van RoundUp in de EU in de komende jaren, op zijn minst wachten op de wetenschappelijke en politieke bewijslast die binnenkort via procesvoering in de Verenigde Staten vrijkomt. De komende zes à negen maanden komt er zo immers een schat aan informatie beschikbaar over RoundUp, die nog nooit het daglicht gezien heeft: interne studies en memo’s van Monsanto; nieuw onderzoek door wetenschappers van over de hele de wereld; wetenschappers die onder ede getuigen, zowel voor als tegen Monsanto.

Dat begint over drie weken al, op 11 december, tijdens de Science Week in San Francisco.Monsanto zal in San Francisco met haar beste wetenschappelijke experts de strijd aangaan met genoegdoening eisende boeren. Die gaan ook met hun beste wetenschappers komen. Al het onderzoek van de afgelopen decennia — zowel het bekende als het tot nu toe nog onbekende — gaat dus uitgebreid besproken worden. Dat is sinds de introductie van RoundUp, zo’n veertig jaar geleden, nog niet eerder vertoond.

Tegelijkertijd zullen er in de komende weken veel nieuwe interne Monsanto-documenten het licht gaan zien, omdat ze via rechtszaken gevorderd zijn. Ik denk dat deze documenten waardevol zullen blijken: er is bijvoorbeeld in te lezen hoe Monsanto-functionarissen nieuw gepubliceerde wetenschap bespreken, hoe ze strategieën bedenken om die informatie te omzeilen. Dat is heel verhelderend.

‘Economische motieven winnen het nog steeds’

Denk je niet dat het alsnog veel urgenter is om te kijken naar andere pesticiden, zoals neonicotinoïden? Die tasten aantoonbaar bijen-populaties ernstig aan. En die zijn nog altijd niet verboden in Nederland, iets dat mij hoogst verbaast.

Hier zit je in hetzelfde proces als met PCB’s, dioxinen en tabak. Ondanks dat er sterk bewijsmateriaal tegen neonicotinoïden is, winnen economische motieven nog steeds. De tabaksindustrie heeft eeuwenlang een dodelijk genotsmiddel geproduceerd. Daar werkten talloze goedbedoelende mensen aan mee. Het hoort blijkbaar bij onze menselijke natuur, dat je met een gerust geweten kunt werken voor een industrie, die aantoonbaar schadelijk is voor de mensheid.

Het gaat uiteindelijk om risicoanalyse, om het vaststellen van de verhouding tussen risico’s en beloningen. Er zit natuurlijk een flinke beloning vast aan het werken met pesticiden en gengewassen. Dat argument is valide, dat moet je op zijn merites wegen. Maar als je geen accurate informatie hebt over de risico-kant, kun je geen goed geïnformeerde beslissingen nemen.

Kate Kelland noch Reuters wilden reageren op dit interview

Over de auteur

Sam Gerrits

Journalist en geochemicus. Deed meer dan tien jaar onderzoek in Afrika, Zuid-Amerika en op de Noordzee.