dewereldmorgen.be · by Elias Verbanck

Joseph Beuys was een performance kunstenaar, tekenaar, beeldend kunstenaar en docent. Hij verruimde het kunstbegrip en verzette de bakens van de moderne kunst. De grens tussen kunst en leven en kunst en samenleving vervaagde. Hij drukte een blijvende stempel op het ontwikkelingspad van de conceptuele, abstracte kunst vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw.

schermafbeelding-2017-11-20-om-13.27.09.png
The Pack van Joseph Beuys. Bron: Flickr

Joseph Beuys, geboren in het Duitse Krefeld in het jaar 1921 was een jonge man in de donkere jaren 40. Hij kwam als Duits soldaat zowel aan het Oost- als het Westfront terecht. Hij raakte gewond en eindigde in een geallieerd krijgsgevangenenkamp. Na de oorlog zaten zowel Duitsland als Joseph Beuys aan de grond. De oorlogservaring was een groot trauma. De rampzalige geschiedenis zette hem aan het denken. De man zocht naar een andere weg.

Beuys ging studeren aan de kunstacademie van Dusseldorf en begon te werken als beeldend kunstenaar. In de jaren 60 raakte hij betrokken bij de Fluxus-beweging, een kunstenaarscollectief. De Fluxus-beweging wou het onderscheid tussen kunst en het dagelijks leven opheffen. De kunstenaars ageerden tegen het elitaire karakter van kunst. Men verwierp de gevestigde kunstorde die volgens de leden van Fluxus gedomineerd werd door musea en commercie. Kunst moest bevrijd worden uit de stoffige zalen van de musea. Het kunstenaarscollectief bracht hun boodschap veelal middels performances. Later zou Beuys terug afstand nemen van de Fluxus-beweging, al bleef de invloed op zijn werk groot.

De Fluxus-beweging en Beuys zelf waren in belangrijke mate schatplichtig aan het dadaïsme en het werk van Marcel Duchamp. Marchel Duchamp is te beschouwen als een grondlegger van de moderne kunst. Hij stelde vragen bij wat we – vaak kritiekloos – als kunst beschouwen. Het idee achter kunst werd belangrijk, vakmanschap was minder belangrijk.

Net als Duchamp stelde Beuys de heersende kunstopvatting aan de kaak en zocht ‘kunst’ in alledaagse zaken die volgens de conventionele opvattingen ver buiten het domein van de kunst lagen. De vraag ‘Wat is kunst?’ stond centraal. Beuys zei “Kunst moet altijd de basispremissen van de heersende cultuur in vraag stellen. Dat is de functie van alle kunst. Terwijl de samenleving dit juist probeert te onderdrukken.”Met het werk Das Schweigen von Marchel Duchamp wird überbewertet verwijst Beuys expliciet naar zijn relatie met de Franse kunstenaar.

Tegelijk ging Beuys ook in tegen de opvattingen van zijn inspirator. Marchel Duchamp heeft zijn eigen werk niet volledig begrepen stelde Beuys. Beuys vond zijn kunstopvatting niet inclusief genoeg en vond dat Duchamp stopte bij zijn kunstkritiek en dat zijn denken en werk niet uitmondde in een duidelijke visie op mens en maatschappij.

Voor Beuys moest kunst gaan over de grote vragen van de mens en de tijd waarin hij leeft. Thema’s als de koude oorlog, de wapenwedloop, milieudegradatie en de mondiale ongelijkheid waren belangrijk in zijn werk. Beuys zocht naar de diepere oorzaken van de crisis en verkende mogelijke uitwegen. Zijn werk ademde de sfeer van de jaren 60, was geëngageerd en activistisch. Hij vond dat in ‘kunst’ in de breedste en diepste betekenis van het woord het antwoord op de grote vragen te vinden was. Een dergelijke filosofische benadering van kunst focust op ideeën en gedachten. Het is een vorm van conceptuele kunst.

Je zou kunnen stellen dat Beuys een eigen wereldbeeld ontwikkelde waarmee hij vragen opriep over de heersende paradigma’s. Beuys was een sjamaan, een genezer een spirituele magiër die met zijn kunst hoopte de wereld te genezen. Hij vond hiervoor inspiratie in de antroposofie, het christendom, oude beschavingen, de kunstgeschiedenis en ook in de natuur. Hij gebruikte een mysterieuze symboliek en sprak met zijn publiek in een eigen taal.

Een aantal materialen komen steeds terug in het werk van Beuys: vet, vilt, metaal, hout, honing … Ze zijn puur, ruw en ongeraffineerd gebruikt. De kleuren zijn vaal, dof en grijs. Het plastisch werk van Beuys heeft daarmee vaak een heel tastbaar en fysiek karakter. Op onverklaarbare manier roept dit juist iets van het tegendeel op, een ontastbare, mysterieuze en platonische wereld. De materialen hebben een symbolische betekenis. Ze symboliseren principes als chaos, warmte, energie, communicatie en bescherming, … Ze geven vaak ook een mogelijkheid of taak weer.

Beuys werk, denken en persoonlijkheid zorgde voor veel controverse. Het heeft een tijd geduurd vooraleer Beuys internationaal doorbrak. Uiteindelijk kwam hij aan bod op de grote kunstfora. Hij nam deel aan documenta in Kassel, de Biennale van Venetië. Er is werk van hem te zien in de grote musea zoals in Guggenheim New York en Tate Modern in London, het Centre Pompidou in Parijs en in andere grote steden. Beuys heeft een grote invloed gehad op de ontwikkeling van de conceptuele, abstracte kunst in de tweede helft van de twintigste eeuw.

Kunstopvatting en verwijde kunstopvatting

‘Jeder mensh ist ein kunstler’ is de bekenste statement van Joseph Beuys. Voor Beuys beperkt kunst zich niet tot een soort esthetische ambacht. Het menselijke leven, werk, denken en handelen is het belangrijkste kunstwerk. Kunst hoort bij de definitie van de mens, het is een cruciale mogelijkheid. Creativiteit is een basiskenmerk van ons zijn. Dit is een antropologische invulling van het begrip kunst.

Beuys wilde deze verruimde vorm van kunst inzetten als vormgevend principe voor alle domeinen van de samenleving. De mens als kunstenaar heeft het potentieel in zich om een onvolkomen en onafgewerkte wereld verder af te werken. Creativiteit is het enige wat voor verandering en ontwikkeling in de wereld kan zorgen. Plastische kunst als evolutionair proces.

Gedachten en ideeën komen door de mens in de wereld. Denken typeert de mens. Sommige gedachten zijn bijzondere scheppingen. Het vormen van gedachten is te beschouwen als een plastisch kunstwerk.

Ons denken gaat over de grens van de substantie, en heeft daarmee in zekere zin een spiritueel karakter. Maar het denken vormt ook de basis voor wat we doen in de wereld.

Beuys wilde stilstaan bij de betekenis van de begrippen die we in onze taal gebruiken. Op zoek gaan naar verborgen of vergeten betekenissen. Zijn kunst bestond in zekere zin uit het verdiepen of herdenken van een gedegradeerd begrippenkader, het overstijgen van een verstard ‘normaal’. Uit het herdenken van de mens en zijn rol in de wereld, ook. Beuys zocht naar een ander mens- en wereldbeeld. Eén dat vertrekt vanuit creativiteit, dat geneest, dat vormgeeft. Beuys hoopte op een revolutie in het menselijke denken.

Beuys zag in het, volgens hem eenzijdig, wetenschappelijk materialistisch wereldbeeld een belangrijke oorzaak van de crisis waarin onze cultuur zich bevindt. Zijn werk prikkelt ons om anders te kijken en te ervaren. Om onze kijk te verbreden, onze invalshoek te wijzigen, en te zoeken naar de grenzen van ons denken en onze beleving. Naar wat in ons bereik ligt maar wat we nog niet kunnen vatten, verwoorden en verwezenlijken.

Beuys hoopte de scheiding tussen kunst en wetenschap te overbruggen, tussen materie en geest. Ons denken alleen is hiervoor niet toereikend. Kunst doet op meer beroep dan het menselijke vernuft. Verbeelding, intuïtie, verlangen, esthetiek en gevoel, … spelen allen een belangrijke rol. We hebben alles nodig wat we in ons hebben: denken, emotie en wil.

Intermezzo het ontwikkelingsproces van de plant

Een plant kiemt uit zaad. Water, licht en warmte zijn de drijvende krachten achter de ontluiking. De eerste blaadjes, de kiembladeren zijn eenvoudig van vorm. Alle planten lijken in dit stadium erg goed op elkaar.

Als de plant groeit ontstaan er hoger langs de stengel grote bladeren met een typische vorm. Met deze bladeren maakt de plant de soortkenmerken duidelijk. Planten worden groter en realiseren een soorteigen vorm. Deze fase is zeer fysiek, zeer erg op groei gericht, er wordt veel biomassa geproduceerd.

Later valt de groei stil en komt er hoger op de plant een nieuwe evolutie op gang. De nieuwe fase wordt ingeleid door bladeren aan de uiteinden van takken die klein spits en arm van vorm worden. Op deze plek ontwikkelt de plant een bloeiwijze. Dit is iets nieuws, een breuk met al het voorafgaande. Er wordt niet meer in groei geïnvesteerd, maar in bloei. In de bloei worden nieuwe kwaliteiten ontvouwd. Kleur, geur en fantastische symmetrische vormen verschijnen. Er wordt stuifmeel gevormd in de meeldraden. Stuifmeel is klein, vormloos, bijna immaterieel. Stuifmeel is informatie, gericht op verspreiding. De plant overschrijdt met de bevruchting het individuele (bij de meeste planten zijn er mechanismen om zelfbestuiving onmogelijk te maken). De bestuiving is een sociaal proces.

Na de bestuiving start de ontwikkeling van het zaad. Zaden zijn vetrijk. Vet is een bijzondere energierijke substantie die het resultaat is van warmteprocessen. Ook zaad is gericht op verspreiding. Het draagt de energie en informatie voor een nieuwe ontwikkeling in zich. De cyclus kan zich herhalen.

Joseph Beuys vond in het ontwikkelingsproces van de plant inspiratie voor mens en samenleving, daar kom ik later op terug.

Sociale plastiek

Er is een kunstvorm die je niet alleen kan beoefenen omdat deze het individu overstijgt. Het gaat over wat mensen samen kunnen, over de meerwaarde van hun samenwerking. Het vormgeven van de wereld gebeurt immers grotendeels in een sociale context. Sociale kunst, door Beuys ook sociale plastiek genoemd, is de sculptuur waarmee we onze samenleving ontwikkelen en vormgeven. Het vormgeven van de sociale ruimte als plastisch kunstwerk. In deze vorm van moderne kunst is elke persoon een co-creator, een vormgever, een architect van het sociaal organisme.

Sociale kunst komt dicht bij het politieke, ook al wijkt ‘politiek’ hier af van de gevestigde invulling die dit begrip vandaag meestal heeft. Hier bedoel ik niet het electoraal spel van verschillende partijen, maar ideeën en initiatieven om de samenleving te organiseren. Politieke intenties kunnen artistiek zijn. Ook onze economische activiteiten, onze ‘maakwereld’ is te beschouwen als een vorm van sociale plastiek. Onze industrie en nijverheid zijn immers de creaties waar we het meest van onze tijd en energie in investeren. Beuys was van mening dat politiek en economie van kunst doordrongen moesten worden, tot kunst gemaakt konden worden of beter in wezen eigenlijk kunstvormen zijn. Middels politieke ideeën en economische creaties is de mens vormgever en schepper van zijn wereld. De verschillende domeinen van onze samenleving samenbrengen tot een groot kunstwerk, een sociale sculptuur was het ideaal van de kunstenaar.

Het begrip vrijheid is hierbij belangrijk. “Vrijheid is de basisstructuur van het menselijk bewustzijn”, zei Jean-Paul Sartre. We zijn niet voorbestemd om dit of dat te maken. Creaties vertrekken vanuit vrijheid. Creëren op commando is niet mogelijk. Beuys heeft kunst de wetenschap van de vrijheid genoemd. De politiek en economie als uitingen van de vrije mens. Als mensen in vrijheid kunnen samenwerken komen we heel dicht bij echte democratie. Bij directe democratie ook, waarin mensen samen beslissen, vormgeven en verantwoordelijk zijn voor het resultaat. Beuys hoopte op een diepgewortelde sociale en culturele transformatie.

Energie vooral in de vorm van warmte is een centraal begrip in het werk van Beuys. Warmte initieert ontwikkeling en drijft ze aan. Wat niet met warmte gevoed wordt kan niet ontwikkelen. Net zoals in het voorbeeld van de plant, waarbij warmte een cruciale rol speelt bij de vorming van zaad, is warmte essentieel voor de mens. Wij zijn warmtewezens. En constant hoge lichaamstemperatuur is een essentiële levensvoorwaarde. Onze lichamen geven warmte af en we willen die kostbare warmte ook bij ons houden. Onze kledij is bedoeld om de warmte niet te verliezen. Bij de mens gaat het niet alleen om fysieke warmte maar ook om sociale en spirituele warmte. Onze taal zit vol van uitdrukkingen die hiernaar verwijzen. Een warm onthaal, een warme samenleving, een warme blik, … Warmte is ook in de sociale wereld van de mens een motor van ontwikkeling en genezing.

Vet speelt de hoofdrol in warmteprocessen. Vet ontstaat onder invloed van warmte en kan de warmte als het ware opslaan en die bij verbranding terug vrijgeven. Het is dan ook een symbool voor het sociale, voor de ontwikkelingskracht die van de menselijke sociale verhoudingen uitgaan. Maar Beuys heeft het ook over de energie die nodig is om inzichten en mogelijkheden daadwerkelijk vorm te geven en veranderingen te initialiseren.

Ook de sociale en spirituele warmte is een kostbaar goed dat we willen conserveren. We moeten als het ware ‘isoleren’ om de warmte die in sociale processen ontstaat bij ons te houden. Vilt heeft een isolerende werking en wordt door Beuys als symbool hiervoor gebruikt.

Verbandkisten, rode kruis tekens en het inwikkelen van materialen komt vaak terug in het werk van Beuys. De mens als genezer van een gewonde wereld. Sociale plastiek, politiek en economie als kunstvormen en middel tot genezing en herstel.

Een vrij wezen geeft richting en betekenis

Bij de mens als denkend wezen speelt ook de vraag wat met deze energie en warmte te doen, hoe deze in te zetten. Een vrij wezen kan ook richting en betekenis geven aan sociale processen. Hiervoor is inspiratie en communicatie nodig. Metalen symboliseren dit in het werk van de kunstenaar. Metaal is als een geleider waarlangs communicatie verloopt en die ons voorziet van inspiratie.

Vanuit zijn verruimde visie op kunst ontwikkelde Beuys zijn eigen (radicale) visie op kapitaal en het geldsysteem. Beuys vond ons begrip van kapitaal gedegradeerd, terwijl kapitaal juist heel belangrijk is. Het begrip kapitaal is niet meer verbonden met onze creativiteit. Het moet terug een artistieke grondslag krijgen. ‘Kunst = kapitaal’ poneerde de kunstenaar. Kapitaal is datgene waartoe de mens in staat is, datgene wat we samen kunnen. Geld overschaduwt dit. Daarom geloofde Beuys dat er een nieuwe vorm van geld ontwikkeld moest worden die de creatieve potentie van de mens ondersteunt. Beuys zelf formuleerde het ooit als volgt in een interview:

“En wij bezitten een begrip kapitaal, waar zich een begrip economie tussen wringt dat alles stuk maakt en de economie ertoe aanzet aan profijt te denken, aan uitbuiting enzovoort. Er bestaat slechts: waartoe de mens in staat is en wat daaruit voortkomt. En dat kan in een voortdurende discussie onder de mensen steeds opnieuw besproken worden en overgaan in een oneindige productiviteit die de wereld opbouwt, ombouwt, ja, een geheel nieuwe kosmos opbouwt en juist niet vernielt. Dat andere is helemaal geen groei, dat noemen ze alleen maar zo. Het is eigenlijk het verschrompelen. Omdat de uiterlijke groei zich natuurlijk als een kankergezwel verder ontwikkelt, is het eigenlijk afspelende proces het afsterven. Daarom is het ook niet productief en is het ook geen groei. Het is alleen een zich opstapelende woekering van bepaalde interessen, die de mens niet meer in de hand heeft.”

Het is ironisch om van deze ondertussen decennia oude ideeën van de kunstenaar kennis te nemen en vast te stellen dat ons geldsysteem in een fundamentele aanslepende crisis verkeert. Beuys had heel wat ideeën om ons geldsysteem en economie te moderniseren:

Het doel van onze economie zou moeten zijn om de noden van de mensen over de hele wereld te vervullen. Hiervoor dient een andere invulling van het begrip geld en een andere verdeling ervan zich op. Geld zou werk moeten stimuleren geen winst. Om dit te bereiken wou Beuys het bankwezen democratiseren.

De producten die onze fabrieken verlaten zouden zo hoogwaardig kunnen zijn dat ze nauwelijks verslijten. Dat er door de langere levensduur minder geproduceerd wordt maakte hem niet bezorgd over werkloosheid. Werkloosheid is in zekere zin een absurd concept. Als we alléén maar kijken naar al het ecologisch herstelwerk in de wereld, dan komen we juist veel handen tekort. Kortom het gaat om ideeën die staan voor een echte rationalisering van de economie.

Zitten we in een impasse?

Terwijl ik zit te schrijven komt de vergelijking met het ontwikkelingsproces van de plant me terug voor de geest. Ik vraag mij af of we met ons economisch bestel blijven steken zijn in de groeifase. Zijn we in een impasse terechtgekomen? Ons economisch jargon bulkt van termen die naar het fysieke groeiproces verwijzen. We zijn geobsedeerd door groei, vaak zonder richting of duidelijk doel. Maar ongebreidelde groei is kanker. Het heeft negatieve ecologische en sociale neveneffecten. De groei lijkt echter de laatste jaren, ondanks de monetaire doping van de centrale banken, te stagneren. De nadelige consequenties van ongebreidelde economische expansie komen naar de voorgrond: klimaatverandering, grondstoffenschaarste, ontbossing, bodemdegradatie, sociale ongelijkheid … Is het voor onze economie en samenleving tijd om een nieuwe ontwikkelingsfase te ontvouwen? Eén die naar analogie met de ontwikkeling van de plant kwaliteiten van bloei, zaadvorming en verspreiding probeert te integreren in onze economie.

Het zal niet verbazen dat Beuys, die zijn kunstvisie doortrok naar het economische en het politieke, zelf sterk sociaal geëngageerd was. Naast de inspiratie die van zijn kunstwerken uitging probeerde hij ook door activisme en politiek aan verruimde kunst en sociale sculptuur te doen. Hij ageerde tegen de wapenwedloop van de koude oorlog, mondiale ongelijkheid en de milieudegradatie.

Beuys was gekant tegen zowel het kapitalisme als het communisme. Hij dacht na over een derde weg: democratisch socialisme. Beuys geloofde in een directe democratie, een systeem dat veel participatiever zou zijn. De studentenpartij werd opgericht die later omgedoopt werd tot de organisatie voor directe democratie. Hij organiseerde een aantal platformen waar ‘een permanente conferentie’ plaatsvond wat volgens hem een ‘echt publiek debat’ was. Beuys pleitte ook voor referenda. Het motto was ‘lets overcome party dictatorship now’. Centraal gestuurde partijen stonden immers te ver van de burger en hielden verandering tegen.

Samen met zijn vriend en schrijver Heinrich Böll stichtte hij de Vrije Internationale Universiteit in Düsseldorf. Het was een instituut voor creativiteit en interdisciplinaire studies. Ideeën over kunst, democratie, het milieuvraagstuk, het schoolsysteem, … konden hier bediscussieerd en verfijnd worden.

Later in zijn leven was Beuys betrokken bij de groene partij in Duitsland. In 1979 stelde hij zich kandidaat voor een zitje in het Europees parlement. Een jaar later zou hij zich ook op de lijst stellen voor de lokale verkiezingen in Düsseldorf. Als politicus was Beuys echter minder succesvol dan als kunstenaar.

Kort voor zijn dood werkte Beuys aan het project ‘Siebentausend Eichen‘ waarmee hij een zogenaamde ‘stadsverwaldung‘ wou realiseren. In het kader van Documenta 7 te Kassel wou de kunstenaar 7.000 eiken aanplanten in de stad. Naast elke eik werd een basaltsteen geplaatst. Met de boom en de steen werd dode en levende materie samengebracht.

Aanvankelijk ondervond het initiatief veel tegenstand. Niet iedereen vond het aanplanten van zoveel bomen en het aanvoeren van zoveel stenen een goed idee. De bomen zouden niet groeien in stadsgrond wierpen anderen tegen. Het stadsbestuur had zo zijn bedenkingen en had liever een veel kleiner kunstwerk gezien. Ook het financiële plaatje van de onderneming bleek aanvankelijk door de idealistische kunstenaar slecht ingeschat te zijn. Maar Beuys en zijn medestanders zetten door.

Beuys betrok zoveel mogelijk lokale mensen bij het project. De bewoners mochten zelf kiezen waar de bomen zouden komen. Het hele proces bracht een geweldige discussie op gang over ruimtelijke ordening, de milieukwaliteit in, en de leefbaarheid van de stad.

Beuys zag het kunstwerk ook als een educatief project waarmee de grote uitdagingen over ecologie en samenleving letterlijk mee het straatbeeld zouden bepalen. Het project onderstreepte het belang van natuur en de menselijke afhankelijkheid van onze natuurlijke omgeving.

Tijdens een interview zei de kunstenaar over het project. “Het planten van zevenduizend eiken is alléén maar een symbolisch begin. En een dergelijk symbolisch begin vraagt om een marker, in dit geval een basaltsteen. De bedoeling van deze boomplantactie is om te wijzen naar de transformatie van het leven, de samenleving en het hele ecologische systeem.”

De samenwerking met honderden vrijwilligers was ook een praktisch voorbeeld van sociale kunst en directe democratie. Hij hoopte dat het project met bomen in Kassel zou uitstralen tot ver buiten de stad en een start zou zijn van een mondiale verandering op sociaal en ecologisch vlak.

Beuys zelf heeft het eindresultaat niet meer kunnen zien, hij stierf in januari 1986. Zijn zoon plantte een jaar later de 7.000ste eik aan, naast de boom die zijn vader geplant had. Eiken zijn trage groeiers, die vele menselijke generaties nodig hebben om volwassen te worden. De bomen staan er nog steeds. Ze zijn groter geworden.

Wie werk van de kunstenaar wil zien kan terecht in het museum voor Hedendaagse kunst in Antwerpen. De tentoonstelling ‘Joseph Beuys- Groeten van de Euraziaat’ loopt van 13 oktober 2017 tot 21 januari 2018.