Screen Shot 2017-10-18 at 21.34.39

De ethiek van de rijken | Uitpers

Door Francine Mestrum uitpers.be · November 21, 2017
Foto: F. Mestrum

Mooie herfstkleuren zijn het, maar het wordt donker, grijs, nat … en dan weet je het: oud en nieuw komt er aan. Maar eerst: de sint, de rode neuzen, de warmste week, kerst.

Er kan dus niet meteen gevierd worden. De eerste fase is wel al bijna voorbij: het debat over witte of zwarte pieten, over brave en stoute kinderen.

De tweede fase wordt die van de rode neuzen, en de derde fase de gloed van de warmste week. Met kerst kunnen we gezellig samen bij de haard liedjes zingen, kadootjes geven en krijgen en één week later kunnen we uitbundig vieren. En hopen dat 2018 toch een beetje beter wordt dan dit ellendige jaar.

Een mens vraagt zich af: waarom we toch op het eind van elk jaar willen doen alsof we elkaar graag zien, alsof we brüder zijn, alsof zelfs de rijken beseffen dat ze iets moeten doen voor al die arme sukkels.

Het heet liefdadigheid, het eenzijdig laten zien wie de macht heeft en wie er dankuwel moet zeggen. Het heet doen alsof er geen conflicten zijn, alsof er geen schuldigen zijn, alsof iedereen ‘zijn best’ doet, alsof die sexuele pesterijen niet zo bedoeld waren, alsof het heus niet zo erg veel geld is in die fiscale paradijzen, alsof die handelsgesprekken echt iedereen ten goede komen, alsof een onafhankelijkheidsverklaring min of meer echt het verschil niet maakt. Vrije meningsuiting.

Je zal maar vluchteling zijn in een gesloten centrum en morgen weer naar een oorlogsgebied worden overgebracht. Je zal maar je huis zijn kwijtgeraakt bij de laatste aardbeving in Mexico, je zal maar Rohyngia zijn en je man en kinderen voor je ogen hebben zien sterven. Je zal maar jong zijn en dakloos in Brussel.

Je kan er donder op zeggen dat al die mensen straks pakjes krijgen. Met liefde en overgave voorbereid. Met een krop in de keel overhandigd.

En dan?

Er zit iets fundamenteel fout met die warme solidariteit die eigenlijk liefdadigheid is.

Ik bedoel: leuk van die attentie voor de dakloze, maar wat doe je echt om die problemen op te lossen? Ik bedoel niet alleen: de straat opgaan, eisen stellen, maar ook: stemmen voor een partij die er iets kan en wil aan doen?

Wie komt er nog op straat op 17 oktober, dag van de strijd tegen armoede? En is dat dan genoeg? Hoe hou je de armoede tegen?

Als er één probleem is waarvoor we alle antwoorden kennen, dan wel armoede. Vermijden dat er nieuwe armen bijkomen door de inkomens en de uitkeringen te laten stijgen, door minder vervelende voorwaarden te stellen, door een beleid te voeren voor degelijke huisvesting, voor onderwijs, voor openbaar vervoer. En voor ondersteuning voor al diegenen die nu in de ellende zitten. Maar dat doen we dus niet.

Want, wereldwijd, leeft nog meer dan één miljard mensen in extreme armoede, een armoede die doodt, door ondervoeding, door ziekte, door oorlog. Allemaal dingen die, mochten we willen, we perfect kunnen oplossen. Meteen.

Waarom toch hebben we zo’n warme week en zo’n rode neus dan nodig?

Om het antwoord te vinden op die vraag moeten we drie dingen weten.

Vragen wat je al gekregen hebt

Eigenlijk vind ik het heel erg gek. We hebben rechten, mensenrechten en burgerschapsrechten. We hebben armoedeorganisaties en we hebben ontwikkelingsngo’s. En wat doen die? Vragen dat die rechten ook in de praktijk worden gebracht. Nogal wiedes, ja. Maar daarom niet normaal.

Ik bedoel: je zou kunnen verwachten dat van zodra een overheid, nationaal of internationaal, rechten toekent, die overheid vanaf dat ogenblik ook alles doet om die rechten waar te maken. Maar dat gebeurt niet. Het lijkt erop dat het niet meer is dan een soort toekomstige agenda voor de sociale bewegingen. “Wij stellen dat de extreme armoede tegen 2015 met de helft moet verminderen”, en wat gebeurt? Nagenoeg niets. Maar de ngo’s passen wel hun agenda aan en gaan naar elke internationale bijeenkomst om te stellen dat tegen 2015 de extreme armoede met de helft moet verminderen. En ondertussen blijven ze stil over de armoede van die andere helft, over ongelijkheid en over sociale bescherming waarmee armoede kan vermeden worden.

Of nog: een regering morrelt aan het arbeidsrecht, of aan de gezondheidszorg, zoals Macron in Frankrijk en Maggie De Block in België. Er komt protest, men wil dat tegen houden, maar is er iemand die vraagt naar een echt degelijk arbeidsrecht, naar een echt degelijke gezondheidszorg? Want het kan toch beter dan het is, of niet?

Voortdurend worden sociale bewegingen dus aangespoord om al hun tijd en energie te besteden aan datgene waar ze sowieso recht op hebben, aan datgenen wat ze al lang geleden gekregen hebben. Mensenrechten worden dan een horizon in plaats van realiteit.

Nooit of zelden komen er ook echte toekomsteisen op tafel.

Wat doen die rijken?

Rode neuzen, warme weken en fiscale paradijzen. Bono moet zowat de enige zijn geweest die zijn verbazing durfde tonen. We geven toch zo graag, we voelen ons graag zo goed, de warmte komt onze harten binnen van zodra en kindje glimlacht. Ons maatschappelijk nut is bewezen.

Belastingen betalen? Nee, dat is te veel gevraagd. Een echt herverdelingsbeleid, mondiaal, oh nee, dat kan toch niet? Al jaren liggen concrete voorstellen op tafel – denk aan de rapporten van Willy Brandt – om mondiale belastingen in te voeren, om de mondiale ongelijkheid echt tegen te gaan, maar wie weet het nog? Wie doet er wat aan?

Er zijn hele legers onderzoekers bezig om alles, maar dan ook alles uit te zoeken over arme mensen, wat ze doen en niet doen, wat ze eten en niet eten, wanneer ben je arm, gewoon arm of extreem arm, inkomensarm of multidimensioneel arm, en wat doet een dakloze als je hem/haar 10.000 euro geeft?

Maar wat weten we over de rijken? Hoe rijk zijn ze? Hoe werden ze rijk? Waar wonen ze? Wat is de rol van hun sociaal kapitaal? Hoe besteden ze hun geld? En hoe dragen ze al dan niet bij tot de samenleving?

Er zit dus iets fundamenteel fout met dat onderzoek. Arme mensen zijn een onderzoeksobject, als over rijkdom wordt gesproken deinst men terug, dat is zo moeilijk. Waarom op een debat over armoede niet eens een rijke laten getuigen over hoe hij of zij leeft?

Als we echt concreet willen weten waar die rijkdom vandaan komt, hoe die werd opgebouwd, hoe de rijken omgaan met hun geld, als dat allemaal in de openbaarheid wordt gegooid, ja, misschien komt er toch wel wat reactie? Iets concreter dan een kreet tegen “het kapitalisme”?

Ethiek

Want kijk, een paar dingetjes weten we wel. Bijvoorbeeld dat de angst voor arme mensen altijd misplaatst is. Het zijn niet de armen die de rijken bestelen, maar de rijken die de armen bestelen, rechtstreeks of onrechtstreeks, met handelsakkoorden en PPPs, met corruptie en belastingontduiking.

Een beetje wetenschappelijk onderzoek gebeurt er wel. Met veel concrete experimenten met arme en met rijke mensen, stelde men vast dat het juist die rijken zijn die veel meer geneigd zijn om oneerlijk te zijn, in het verkeer zowel als in de competitie, dat ze bereid zijn te liegen en te bedriegen om een prijs te kunnen winnen, om een zaak in hun voordeel te bepleiten.

En wat werd er nog vastgesteld in dat onderzoek? Dat als arme mensen liegen en bedriegen dat meestal is om iets te doen of te verkrijgen voor anderen, eten stelen voor je kind b.v., terwijl rijke mensen dat nooit doen voor anderen, maar enkel voor zichzelf, uit egoïsme. Ze laten zich leiden door hebzucht.

Zo wordt je dus rijk. Onethisch gedrag. Rijke mensen maken er zich veel meer schuldig aan dan armen. En dat maak je niet goed met een rode neus.

Kortom, té weinig echte toekomsteisen, té weinig onderzoek naar de rijken en té weinig ethiek bij die rijken, daarom moeten we een rode neus opzetten.

Die rode neuzen zijn er om ons allemaal een goed gevoel te geven, om te doen alsof het heus wel allemaal goed komt, om niet verder te moeten kijken naar hoe het anders zou kunnen, om de rijke mensen vrij te pleiten, ach kom, voor ons eigen kleine comfort.