Gaza, speelbal van een berekend Israëlisch beleid

dewereldmorgen.be · by Soetkin Van Muylem

De illegale Israëlische blokkade van de Gazastrook ging in 2017 zijn tiende jaar in. Naar aanleiding hiervan brachten verschillende mensenrechtenorganisaties rapporten uit over de erger wordende humanitaire crisis in het gebied. Het Internationaal Comité van het Rode Kruis waarschuwt dat “een systemische instorting van de reeds gehavende infrastructuur en economie op handen is”. Samen met collega Ludo De Brabander, kreeg ik in september via de Nederlandse humanitaire hulporganisatie Kifaia de kans om de situatie ter plekke te gaan inschatten.

Voorgeschiedenis

Gaza is een kleine Palestijnse kuststrook van 365 km², langs de Middellandse Zee. Het heeft een zuidelijke 11 km lange grens met Egypte en grenst in het oosten en het noorden aan Israël. Het is dus geografisch volledig afgesloten van de andere bezette Palestijnse gebieden, zoals Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever. Op deze beperkte ruimte wonen bijna 2 miljoen mensen, volledig omgeven door water, muren en hekken. Gaza is de grootste openluchtgevangenis ter wereld. Israël controleert de grenzen, het luchtruim en de wateren voor de kust. Gazaanse vissers mogen slechts een aantal zeemijlen ver de zee ingaan of ze riskeren aangevallen te worden door Israëlische patrouilleschepen.

Een groot deel van de Gazanen zijn eigenlijk vluchtelingen uit andere delen van Palestina die in 1948 verdreven werden tijdens de Arabisch-Israëlische oorlog ten tijde van de stichting van de staat Israël. 1,3 miljoen Gazanen staan vandaag geregistreerd als vluchteling (het gaat om de oorspronkelijke vluchtelingen en hun nakomelingen) bij de UNRWA, het in 1949 opgerichte orgaan van de Verenigde Naties dat specifiek hulp biedt aan de Palestijnse vluchtelingen in het Midden-Oosten.

Tussen 1948 en 1967 was Gaza een soort autonoom Palestijns gebied, gecontroleerd door Egypte, tot het in de Zesdaagse Oorlog van 1967 veroverd werd door Israël. Al in 1968 creëerde Tel Aviv de eerste Joodse nederzetting in de door het leger bezette Gazastrook. De kolonie Gush Katif werd ingeplant in de zuidwestelijke hoek van de Gazastrook, dichtbij de Palestijnse stad Rafah en de huidige Egyptische grens (de Egyptische Sinaïwoestijn werd vanaf 1967 tot aan het Egyptisch-Israëlisch vredesakkoord van 1979 ook bezet door Israël). Tussen 1967 en 2005 stichtte Israël 21 illegale nederzettingen in de Gazastrook. Ze namen 20 procent van het totale territorium in beslag en huisvestten er tegen 2005 ongeveer 8.000 Joodse kolonisten.

Tel Aviv startte in 1994 met de constructie van de 60 kilometer lange barrière tussen de Gazastrook en Israël. In 2001 werd er een bufferzone van 1 km toegevoegd aan de Gazaanse kant van de grens. Dit gebied werd kaal geveegd en is verboden te betreden voor Palestijnen. Deze ‘access restricted area’s’ nemen een aanzienlijke hap uit de landbouwgronden van de Palestijnen en werden de afgelopen jaren verschillende keren uitgebreid en weer ingeperkt (momenteel geldt een bufferzone van 300 meter). Vanuit hoogtechnologische observatietorens kijken bewapende Israëlische soldaten toe. Wie zich toch in dit gebied waagt, kan het met zijn leven bekopen.

De Israëlische premier Ariël Sharon stelde in 2003 voor het eerst voor om Israël terug te trekken uit Gaza (‘disengagement’). Zo geschiedde. In de zomer van 2005 ontruimde Israël de Joodse kolonies in de Gazastrook. De verwijdering van alle kolonisten, de ontmanteling van de residentiële gebouwen en de terugtrekking van al het militair personeel was afgerond begin september. Israël beschouwde dit als het einde van de bezetting van Gaza, maar vermits de militaire controle over de grenzen, het luchtruim en de territoriale wateren sindsdien onverminderd in Israëlische handen bleef, is de bezetting van Gaza onder het internationaal recht en in de praktijk nog altijd een feit.

Israël controleert en bepaalt ook wie en wat Gaza binnenkomt en er weer uitgaat. Het gebied is afhankelijk van Tel Aviv voor zijn water, elektriciteit, voedsel, telecommunicatie en allerlei andere nutsvoorzieningen. Israël fnuikt actief de levensvatbaarheid van een Gazaanse economie, maar verdient zelf een ferme duit aan de bezetting. De overgrote meerderheid van de goederen, ook de hulpgoederen aangeleverd door de UNRWA of de EU, moeten immers aangekocht worden van Israël. Verder behoudt Israël zich het recht voor om Gaza naar believen binnen te trekken met zijn troepen. In de afgelopen acht jaar lanceerde het maar liefst drie dodelijke oorlogen tegen een burgerbevolking die letterlijk geen kant op kan.

Hamas

In januari 2006 won Hamas de verkiezingen voor de Palestijnse Wetgevende Raad (het parlement van de Palestijnse Nationale Autoriteit, het orgaan opgericht in het kader van de Oslo-akkoorden dat instaat voor het beperkt Palestijns administratief bestuur in de Gazastrook en delen van de Westelijke Jordaanoever). Terwijl de islamistische Hamas 74 van de 132 parlementaire zetels binnenreef, moest de regerende Fatah (van Palestijns president Mahmoud Abbas) het met 45 zetels stellen.

De onderhandelingen tussen Hamas en Fatah over de verdeling van de macht en de vorming van een eenheidsregering verliepen stroef en (in Gaza) te midden van gewelddadige confrontaties tussen aanhangers van beide politieke partijen. De onderlinge Palestijnse machtsstrijd resulteerde in juni 2007 in de machtsovername van de Gazastrook door Hamas.

De Palestijnse gebieden geraakten op die manier administratief verdeeld in twee entiteiten: de Westelijke Jordaanoever die bestuurd werd door de Palestijnse Autoriteit (PA) van Abbas (die de noodsituatie uitriep en voortaan per decreet zou regeren) en de Gazastrook die onder controle stond van een Hamas-regering onder leiding van Ismail Haniyeh. Van zodra duidelijk werd dat Hamas de winnaar was van de Palestijnse parlementsverkiezingen legden Israël en de VS economische sancties op aan de PA en de bezette gebieden.

De internationale hulp aan de Palestijnen werd ook opgeschort. Na de Palestijnse administratieve splitsing werd de internationale hulp richting PA in Ramallah prompt weer opgestart, maar de Hamas-regering in Gaza, en bij uitbreiding alle Gazanen zouden het slachtoffer worden van een intensieve financiële boycot en een Israëlische economische blokkade die tot vandaag voortduurt.

Hamas won de verkiezingen te midden van een groeiend ongenoegen bij de Palestijnen over de inefficiëntie en corruptie van Fatah. In heel Palestina, maar zeker in het overbevolkte en verarmde Gaza, leefde het gevoel dat het aanslepende vredesproces en Fatahs welwillende rol daarin, niets opleverden.

Toen Hamas in de jaren 1980 het levenslicht zag, werd de islamistische beweging niet alleen getolereerd, maar zelfs gesteund door Israël. Tel Aviv beschouwde het als een handig tegenwicht voor de linkse nationalistische Palestijnse krachten rond Yasser Arafat (Fatah en het Volksfront). Hamas was toen eerder geïnteresseerd in de islamisering van de maatschappij dan in de Palestijnse nationale kwestie.

Na het uitbreken van de eerste Intifada (eind de jaren 1980) en tegen een achtergrond van Palestijnse ontgoocheling over het gebrek aan vooruitgang tijdens het vredesproces in de jaren 1990 begon Hamas geleidelijk aan de nationalistische eisen over te nemen. Tegen de verkiezingen van 2006 had Hamas zijn islamistische project op de lange baan geschoven en van de strijd tegen de Israëlische bezetting een prioriteit gemaakt. Hoewel Israël, de VS en de EU Hamas beschouwen als een terroristische organisatie, staat ze voor een groot deel van de Palestijnen en Arabieren gelijk aan verzet tegen onrecht.

Oorlogen

Onder het mom van verdediging tegen de terroristische acties van Hamas, lanceerde Israël tijdens het afgelopen decennium drie vernietigende oorlogen tegen de Gazanen. De eerste oorlog, operatie ‘Cast Lead‘ was een 3 weken durend offensief van eind december 2007 tot januari 2008, dat volgens Israël een einde moest stellen aan de lancering vanuit Gaza van zelfgemaakte raketten door Hamas en andere militante groeperingen. Resultaat: 1.400 dode Palestijnen (van wie een groot deel burgers) en 13 dode Israëli’s (waarvan 4 per ongeluk gedood door het eigen leger); de vernietiging van 10.000 woningen, 15 hospitalen, 800 waterbronnen en de elektriciteitscentrale; tienduizenden dakloze Gazanen en een acuut voedseltekort.

De tweede oorlog tegen Gaza in november 2012 heette operatie ‘Pillar of Defence‘ en duurde 8 dagen. Er vielen 6 Israëlische doden (2 soldaten) en 174 Palestijnse doden (van wie meer dan 100 burgers). Opnieuw werd er aanzienlijke schade aangericht aan de infrastructuur in Gaza. Zo werden bijvoorbeeld 52 moskeeën, 97 scholen, 15 medische centra, 16 overheidsgebouwen en 15 fabrieken getroffen.

De langste en dodelijkste van de recente drie oorlogen in Gaza was de 7 weken durende operatie ‘Protective Edge’. Bij deze aanval in de zomer van 2014 lieten meer dan 2.000 Gazanen het leven, van wie ongeveer 1.400 burgers en onder hen 526 kinderen. In het Israëlische kamp sneuvelden 66 soldaten en 6 burgers. Verschillende keren werden UNRWA-gebouwen en scholen onder vuur genomen die dienst deden als schuilplaatsen voor burgers.

Israël stelde laconiek dat de wijdverspreide verontwaardiging hierover gericht moest worden aan Hamas. De materiële schade die werd aangericht in de Gazastrook was enorm. De vernietiging en beschadiging van meer dan 160.000 huizen maakte tienduizenden Palestijnen dakloos. Alle cruciale infrastructuur in Gaza werd beschadigd: meer dan 70 hospitalen, meer dan 250 scholen, de waterzuiveringsinstallaties, de elektriciteitscentrale, de helft van de reeds schaarse landbouwgrond en meer dan 350 fabrieken en ondernemingen.

Blokkade

Deze Israëlische militaire operaties speelden zich allemaal af op een achtergrond van sociale druk, veroorzaakt door armoede, economische inertie en isolatie. Sinds de machtsovername van Hamas onderwerpt Israël de Gazastrook immers aan een strikte blokkade van mensen en goederen. De sociaal-economische gevolgen zijn enorm.

Drie jaar na de laatste Israëlische militaire operatie in de Gazastrook is de reconstructie nog altijd niet volledig voltooid. Beschadigde en half afgewerkte gebouwen vormen in sommige buurten een onderdeel van het straatbeeld. 50.000 mensen zijn nog altijd ontheemd. Zeker in de armere wijken, waar mensen leven die niet geregistreerd staan als vluchtelingen bij de UNRWA en bijgevolg geen recht hebben op allerlei VN-hulpprogramma’s en -projecten, is de vernietiging nog zeer zichtbaar.

De belangrijkste reden voor de tergend trage reconstructie is de restrictie van de invoer op bouwmaterialen in het kader van de Israëlische blokkade. Israël hanteert een lijst van verboden goederen die de stempel ‘dual use‘ meekregen, d.w.z. dat ze ook gebruikt zouden kunnen worden voor militaire doeleinden. De goederen op deze extensieve lijst, die totaal ongevaarlijke items bevat zoals bijvoorbeeld hout en medisch materiaal, geraken alleen binnen mits de expliciete toekenning van moeilijk te verkrijgen Israëlische vergunningen. Op deze manier saboteert Tel Aviv de Gazaanse industrie, belemmert het medische behandelingen en verstoort het de werking van de civiele infrastructuur.

De restricties op bouwmaterialen leidt ook tot veel technisch werkloze arbeiders in de belangrijke bouwsector. Zij vervoegen het leger aan werkloze Gazanen in een wanhopige economische situatie. In september 2017 stond de werkloosheidsgraad in Gaza op 44 procent. Bij jongeren onder de 29 jaar gaat het om 61,9 procent werklozen en bij vrouwen om 71,5 procent. Voor de blokkade konden Gazanen een speciale vergunning krijgen om te gaan werken aan de andere kant van de barrière, maar het aantal mensen dat de toestemming krijgt om de Erez-overgang tussen Gaza en Israël over te steken is de laatste 10 jaar enorm ingeperkt en blijft dalen. Arbeiders mogen de oversteek al zeker niet meer maken.

Israël hanteert momenteel de regel dat iedereen, man of vrouw, tussen de 16 en 55 jaar oud er principieel niet uit mag. Iedereen die een geldige reden meent te hebben om de Gazastrook te verlaten (studies, familiale bezoeken, zaken, enzovoort), moet daarvoor een vergunning aanvragen bij de Israëli’s.

Ook Gazanen die dringend medische behandeling nodig hebben, moeten een aanvraag indienen. Euro-Med Monitor for Human Rights stelt dat in 2016 slechts 50 procent van de aanvragen om Gaza via Erez te verlaten voor medische behandeling werd goedgekeurd. Alleen al in de eerste helft van 2016 werd 43 kankerpatiënten een vergunning geweigerd. Voor hen en anderen in hun situatie betekent de blokkade in de praktijk dus een doodvonnis.

Als er kinderen behandeld moeten worden, krijgen de ouders vaak niet de toestemming om hen te begeleiden omdat ze qua leeftijd in de ‘gevarenzone’ van 16 tot 55 jaar vallen. Zo deelden we het gemeenschappelijke taxibusje dat ons na een week Gaza van Erez naar Jeruzalem zou brengen met twee Gazaanse grootmoeders die een tijdelijke vergunning bemachtigd hadden om Gaza te verlaten.

De ene grootmoeder had haar twee dagen oude kleindochter in de armen. Het meisje moest dringend geopereerd worden in een ziekenhuis in Jeruzalem, maar de moeder had geen toestemming gekregen om het kind te vergezellen. Ze zag zich dus verplicht om haar pasgeboren kind mee te geven met de moeder van haar man.

De andere grootmoeder was op weg naar een ziekenhuis op de Westelijke Jordaanoever om de baby’s op te halen waarvan haar dochter daar drie maanden eerder was bevallen. Wegens een gebrek aan medische voorzieningen kon de vrouw de vierling die ze droeg niet ter wereld brengen in Gaza. Ze had van de Israëlische autoriteiten het fiat gekregen om te gaan bevallen in een ziekenhuis op de Westelijke Jordaanoever, maar vermits haar vergunning slechts geldig was voor twee weken, moest ze terug naar Gaza zonder haar baby’s.

Eentje ervan was gestorven bij de geboorte en de overige drie hadden extra medische zorgen nodig en konden dus niet reizen. Pas drie maanden later kreeg de grootmoeder – de moeder niet – de toestemming van Israël om de kinderen die daar dus al de hele tijd zonder familie in het ziekenhuis lagen, te gaan ophalen. Het is duidelijk dat dit arbitrair en bestraffende vergunningensysteem geen enkel veiligheidsobjectief dient. Het slaagt er alleen in de Palestijnen hun waardigheid te ontnemen.

Besluit

Het beleid van Israël ten opzichte van Gaza lijkt wel op één grote pesterij die moet leiden tot de ontwrichting van de economie en de maatschappij, en de ontmenselijking van de Palestijnen die er leven. Harvard-academicus Sara Roy, die de impact van het Israëlische beleid in Gaza al 30 jaar bestudeert, zegt: “Wat er gebeurt in Gaza is catastrofaal. Het is ook opzettelijk, berekend en doelgericht”.

Roy argumenteert dat Gaza onderworpen wordt aan ‘on-ontwikkeling’ (‘de-development’). Daarmee bedoelt ze dat het systematisch beroofd wordt van “zijn capaciteit voor rationele en duurzame economische groei en ontwikkeling”. Uit Amerikaans diplomatiek verkeer gelekt door Wikileaks blijkt dat de Israëlische regering de VS-ambassade in Tel Aviv goed op de hoogte houdt van de blokkade. Zo liet Israël meerdere malen weten aan zijn bondgenoot dat zijn beleid erop gericht was “de Gazaanse economie op de rand van de afgrond te houden, zonder het echt over de rand te duwen”.

Het gevolg van dit criminele Israëlische beleid van collectieve bestraffing is een algemene staat van pessimisme en wanhoop bij de Gazanen. Waar het vroeger nog als beschamend gezien werd om de handdoek in de ring te gooien, wil iedereen nu gewoon weg.

Woensdag 22 november 2017 organiseert Vrede vzw een infoavond rond Gaza. Deuren openen om 19 uur. Aanvang om 19u30. De inkom is gratis en iedereen is welkom. Locatie: De Expeditie, Dok Noord 4F, 9000 Gent