Screen Shot 2017-10-12 at 19.55.30

Militairen kijken toe bij geweld Israëlische kolonisten tegen Palestijnen – The Rights Forum

Het Israëlische leger verzuimt structureel de Palestijnse bevolking in bezet gebied te beschermen tegen geweld van kolonisten, en ook de politie laat het afweten. Een recente aanval van gemaskerde kolonisten op Palestijnse boeren onderstreept het fenomeen, dat door mensenrechtenorganisaties aan de kaak wordt gesteld.

rightsforum.org · November 27, 2017

Het gebeurt regelmatig: Israëlische kolonisten die Palestijnen bedreigen, beledigen of proberen te verwonden terwijl het Israëlische leger toekijkt. Steeds vaker worden dergelijke voorvallen gefilmd. Er volgt zelden een arrestatie, laat staan een veroordeling, ondanks dat de kolonisten vaak herkenbaar in beeld zijn, of te identificeren zijn door hun stem of kleding.

Aanval kolonisten blijft onbestraft

Een recente aanval van kolonisten illustreert het fenomeen. De aanval richtte zich op Palestijnse boeren die, samen met Palestijnse brandweerlieden, probeerden een brand in een olijfgaard te blussen. Leden van de Israëlische mensenrechtenorganisaties Yesh Din en Rabbis for Human Rights fimden het voorval, dat plaatsvond in de buurt van de Palestijnse stad Nablus, in het noordelijk deel van de bezette Westelijke Jordaanoever. Dit is een gebied waar een aantal zeer extremistische kolonistengemeenschappen is gevestigd en waar veel kolonistengeweld plaatsvindt.

Israëlische militairen kijken toe hoe gemaskerde kolonisten Palestijnse boeren met stenen bekogelen bij het dorp Burin.Zacharia Sadeh / Rabbis for Human Rights

 

Volgens Rabbis for Human Rights was de brand ontstaan toen een Palestijnse boer bij het dorp Burin agrarisch afval probeerde te verbranden en vermoedelijk onvoldoende voorzorgsmaatregelen had genomen. Het vuur verspreidde zich naar nabijgelegen velden en olijfgaarden en in de richting van de illegale Israëlische ‘buitenpost’ Givat Ronen. ‘Buitenposten’, outposts, zijn Israëlische kolonies die niet alleen volgens internationaal recht illegaal zijn, zoals de reguliere ‘nederzettingen’, maar ook volgens het Israëlisch recht. Desondanks kunnen ze rekenen op bescherming van het Israëlische bezettingsleger.

Kolonisten uit de buurt beweerden dat het vuur was aangestoken in een poging de outpost te beschadigen. Onzin, stelt Rabbis for Human Rights: het was een Palestijnse olijfgaard die in brand stond en bovendien waren Palestijnen het vuur aan het blussen toen de kolonisten arriveerden.

Op de video is te zien hoe Israëlische militairen zich tussen de kolonisten ophouden en niet ingrijpen als de kolonisten stenen naar de Palestijnen gooien. De aanval werd uiteindelijk gestopt door een tweede groep militairen die wél actie ondernam. Er werd echter – zo meldde ook The Times of Israël – niemand gearresteerd. Een van de mensenrechtenactivisten raakte bij de aanval licht gewond.

Groot contrast met optreden tegen Palestijnen

Dit vormt een groot contrast met hoe het leger optreedt tegen Palestijnen die stenen gooien, zoals The Rights Forum onlangs in een artikel met de titel ‘De ene steen is de andere niet’ vaststelde. Terwijl kolonisten vrij spel hebben als ze de lokale Palestijnse bevolking terroriseren, worden jaarlijks honderden Palestijnen – veelal kinderen – opgepakt voor het gooien van stenen naar bezettingstroepen of auto’s van illegale kolonisten. Hen staat vaak een gevangenisstraf te wachten van enkele dagen tot twintig maanden. Daarbovenop delen de Israëlische autoriteiten regelmatig collectieve straffen uit: Palestijnse dorpen waarvan wordt vermoed dat er jongeren wonen die met stenen hebben gegooid, worden geregeld afgesloten van de buitenwereld, soms wekenlang.

Stenen gooien door Palestijnen wordt door de Israëlische autoriteiten beschouwd als een ‘terroristische daad’. Niet zelden schieten militairen met scherp op de jongeren, soms met fatale gevolgen. Stenengooiende kolonisten daarentegen worden hooguit als wat onsportief gezien.

Afgelopen juni documenteerde het Israëlische dagblad Haaretz een serie aanvallen van kolonisten op Palestijnen en mensenrechtenactivisten. In twee maanden tijd waren negen aanvallen op camera vastgelegd – de meeste in hetzelfde gebied als waar bovengenoemde aanval plaatsvond. In drie gevallen werden geweldplegers achteraf opgepakt, nadat mensenrechtenorganisaties en lokale bewoners met beelden naar de politie waren gestapt.

Maar geen van de arrestaties leidde volgens Haaretz tot een aanklacht: alle arrestanten werden na korte tijd vrijgelaten, hoewel de filmbeelden duidelijk lieten zien wie de aanvallers waren. Ook is op deze opnames zichtbaar dat de aanwezige militairen de stenengooiende kolonisten geen strobreed in de weg legden.

Bezettingsleger werkt samen met kolonisten

Deze voorvallen passen in een patroon dat al lang bekend is. Hoewel volgens internationaal recht de bezettende macht de taak heeft om de onder bezetting levende bevolking te beschermen, houdt het Israëlische leger zich voornamelijk bezig met de bescherming van de illegale kolonisten, ook als zij Palestijnen aanvallen.

Begin dit jaar publiceerde de Israëlische organisatie Breaking the Silence een rapport met getuigenissen van ex-militairen die duidelijk maken dat er een hoge mate van samenwerking bestaat tussen het bezettingsleger en de kolonisten. Niet alleen worden militaire operaties op de Westelijke Jordaanoever vaak gecoördineerd met de kolonisten, in sommige gevallen bepalen de kolonisten zelfs wat de militairen moeten doen. Een voormalig militair verklaarde:

The message, at the end of the day, is that during an incident it’s the Civilian Security Coordinator [een kolonist die verantwoordelijk is voor de veiligheid van een kolonie] who directs the army, not the army that directs the Civilian Security Coordinator. The settlers made it clear to us that they not only manage the DCO (District Coordination Office) within the yellow areas (territories closed off to Palestinians proximate to settlements), they also manage the army operatively. They essentially protect their settlements with weapons provided by the army, and we essentially back the settlers.

Uit andere verklaringen blijkt dat veel commandanten zelf kolonisten zijn en er extreem religieus-nationalistisch gedachtegoed op nahouden. Voor hen is samenwerking met de kolonisten niet meer dan vanzelfsprekend.

Ook vertellen ex-militairen over de grote mate van ideologische indoctrinatie vanuit de kolonistenbeweging. Nieuwe rekruten worden onder leiding van kolonisten door delen van de Westelijke Jordaanoever geleid en krijgen religieus-nationalistische propagandaverhalen te horen waarbij vaak in racistische en de-humaniserende termen over Palestijnen wordt gesproken. Een ex-militair vertelt hoe een tourleider consequent weigerde de term ‘Palestijnen’ in de mond te nemen en uitweidde over ‘Arabische dorpen’ die op joodse nederzettingen uit bijbelse tijden zouden zijn gebouwd.

Breaking the Silence stelde het rapport op naar aanleiding van het beruchte voorval in Al-Khalil (Hebron), waarbij de Israëlische militair Elor Azaria vorig jaar een gewonde Palestijn die op de grond lag in koelen bloede doodschoot. Tijdens het proces kwam aan het licht hoezeer de militair beïnvloed was door de extremistische kolonistengemeenschap die zich in het centrum van Al-Khalil genesteld heeft. Azaria, die na de moord een held werd van de kolonistenbeweging en van grote delen van de Israëlische bevolking, kwam er vanaf met een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 12 voorwaardelijk. Afgelopen september werd het vonnis omgezet in 14 maanden. Dat is korter dan de straf die veel Palestijnse kinderen krijgen opgelegd voor het gooien van stenen.

Israëlisch politie-apparaat: geen haar beter

Palestijnen die aangifte willen doen van aanvallen van kolonisten dienen zich te wenden tot het Israëlische politie-apparaat op de Westelijke Jordaanoever. De kolonisten vallen onder de Israëlische civiele wetgeving, in tegenstelling tot de Palestijnen in hetzelfde gebied; op hen is – in de woorden van een onderzoekscommissie van de VN-Mensenrechtenraad – ‘een lappendeken’ van militaire orders en flarden Britse, Jordaanse en zelfs Ottomaanse wetgeving van toepassing, alsmede een systeem van militaire rechtspraak. Deze situatie van juridische ongelijkheid doet sterk denken aan de beruchte apartheid in Zuid-Afrika: in één gebied bestaan twee gescheiden rechtssystemen, waarbij de nationaliteit van iemand bepaalt onder welk systeem hij of zij valt en welke zijn of haar rechten en plichten zijn.

De mensenrechtenorganisatie Yesh Din doet al jaren onderzoek naar wat er gebeurt met de Palestijnse aangiftes van kolonistengeweld. Begin dit jaar publiceerde zij een rapport waarin 289 aangiftes onderzocht waren uit de periode 2013-2016. De aangiftes hadden onder meer betrekking op gewapende aanvallen door kolonisten, op aanvallen waarbij met stenen werd gegooid, op diefstal en vernietiging van oogst en op mishandeling van vee. Van de 289 aangiftes waren er ten tijde van het onderzoek 243 afgerond. Slechts twintig daarvan (8,2 procent) hadden uiteindelijk tot een tenlastelegging geleid. Bij slechts eenderde van deze zaken kwam het uiteindelijk tot een veroordeling. Dat is minder dan drie procent van het totaal aantal aangiftes.

De lage veroordelingsgraad is niet te wijten aan onvoldoende bewijs of onbekendheid van de daders. Zoals blijkt uit de hierboven beschreven gevallen, is er vaak beeldmateriaal van de daders aanwezig en zijn er regelmatig getuigen – soms militairen – van aanvallen. De politie weet in veel gevallen wie de daders zijn en heeft bewijs in handen, maar besluit simpelweg het onderzoek te staken. In haar rapport schrijft Yesh Din dat meer dan 75 procent van de zaken zijn gesloten wegens ‘police investigative failures’.

Het rapport van Yesh Din sluit aan op een eerder rapport van de mensenrechtenorganisatie over de periode 2005-2014. Daarin kwamen vergelijkbare lage veroordelingscijfers naar voren. Het is dan ook niet vreemd, concludeert Yesh Din, dat Palestijnen steeds minder het nut zien van aangifte doen.