Screen Shot 2017-12-03 at 10.53.17.png

ING komt weg met witwaszaak van 100 miljoen euro

ftm.nl · by Stefan Vermeulen

ING fungeerde jarenlang als huisbank voor een trustkantoor in Amsterdam dat miljoenen euro’s wegsluisde naar belastingparadijzen. Volgens justitie ging het om witwasserij. ING sloeg waarschuwingen in de wind en stak een intern fraudeonderzoek in de doofpot, zo blijkt uit onderzoek door Follow the Money. Toch wordt de bank niet vervolgd. ‘Dat justitie de rol van ING in deze zaak laat liggen, is bizar. Dit is een zaak in het brandpunt van de samenleving.’

Op het eerste gezicht is Keizersgracht 239 een grachtenpand zoals je ze in Amsterdam zoveel ziet. Een smal gebouw, drie verdiepingen hoog, donkerblauwe gevel, uitbundige wit geschilderde ornamenten aan het dak. Het huis staat scheef, het lijkt een beetje tegen dat ernaast aan te leunen. Niet zo gek misschien, het pand stamt uit 1631 – de bloeitijd van de VOC.

De afgelopen jaren werd op dit adres een ander soort buitenlandse handel gedreven. Volgens justitie werd via het hier gevestigde trustkantoor Caute en aanverwante vennootschappen zeker 100 miljoen euro witgewassen. Geld van bedrijven en ondernemers uit andere Europese landen, dat via Amsterdam richting vennootschappen op Caribische belastingparadijzen stroomde, met bankrekeningen in Monaco.

Huisbank van de trustsector

Onder de codenaam ‘Trust EU’ deed het Openbaar Ministerie (OM) jarenlang onderzoek naar de geldstromen via de Keizersgracht. In april 2012 deed justitie invallen op zeventig adressen in acht landen tegelijk. Hoofdverdachten Erwin de Ruiter en Edward P. hebben zich volgens het OM schuldig gemaakt aan witwassen, valsheid in geschrifte en leidinggeven aan een criminele organisatie. P. zat een halfjaar in voorarrest. De Ruiter woont in Dubai, tegen hem liep lang een internationaal uitleveringsverzoek; dat werd onlangs ingetrokken zodat hij zijn eigen rechtszaak kan bijwonen. (Een derde verdachte, Ernst Jaap R., trof een schikking met justitie.) De zaak komt volgend jaar inhoudelijk voor de rechter.

Het vermeende witwassen via Caute ging niet zonder hulp: de miljoenen werden steevast gestald op bankrekeningen bij ING. Dat was geen toeval, want voor de trustsector was ING lange tijd dé bank. ‘Voor trustkantoren was ING jarenlang de makkelijkste weg om te bewandelen bij het openen van rekeningen voor cliënten,’ zei een trustdirecteur in 2013 tegen Follow the Money. Met plezier kwamen de medewerkers van ING’s trustdesk altijd bij de trustkantoren langs om presentaties te geven. Vaak volgde daarop een vrolijke borrel.

Sam van Doorn ‘ING heeft bewust witwassen en belastingfraude gefaciliteerd. De bank is jarenlang actief betrokken geweest bij de criminele activiteiten van De Ruiter en consorten’ © Julius Schrank

Ook bij Caute fungeerde ING als zo’n loyale huisbank, zo blijkt uit mailverkeer en documenten uit het Trust EU-strafdossier, die in handen zijn van Follow the Money. Kritische vragen over de herkomst van geldstromen of de uiteindelijk belanghebbenden – informatie waarover banken wettelijk gezien moeten beschikken – stelde ING nooit. De Ruiter: ‘Ik kan mij niet herinneren tussen 2001 en 2012 ooit een vraag te hebben gehad.’ De bank negeerde meerdere signalen van onregelmatigheden. En een intern fraudeonderzoek dat de ING-top vanaf juli 2009 liet uitvoeren, verdween zo snel mogelijk in de doofpot.

Volgens Sam van Doorn, voormalig aandeelhouder en financier bij het trustbedrijf van hoofdverdachte De Ruiter, gaat de betrokkenheid van ING zelfs nog een stap verder. ‘ING heeft in deze zaak bewust witwassen en belastingfraude gefaciliteerd. De bank is jarenlang actief betrokken geweest bij de criminele activiteiten van De Ruiter en consorten.’

Werkelijke fraude nog groter

Van Doorn weet zich gesteund door een van de bekendste crimefighters van Nederland: oud-officier van justitie Robert Hein Broekhuijsen. Tegenwoordig is hij advocaat, Van Doorn is zijn cliënt. Broekhuijsen was aanklager in de Klimop-zaak, beter bekend als de vastgoedfraude. ‘ING heeft jarenlang meegewerkt aan honderden dubieuze betalingen per jaar, waarvan het destijds helder had moeten zijn dat deze geen andere strekking konden hebben dan belastingontduiking en witwassen,’ zegt Broekhuijsen. Volgens de voormalig officier van justitie maakte ING zich hiermee schuldig aan ‘schuldwitwassen’.

Dit is, kortom, een van de grootste witwaszaken in Nederland ooit

Broekhuijsen en Van Doorn vermoeden bovendien dat de werkelijke fraude nog een stuk groter was dan de 100 miljoen euro die het OM denkt te kunnen bewijzen. Volgens hen gaat het om ‘ten minste 600 miljoen euro’. Dit is, kortom, een van de grootste witwaszaken in Nederland ooit. Een zaak die bovendien doet denken aan de Cuba-affaire, een langlopende fraudezaak die ING in 2012 met de Amerikaanse justitie schikte voor het recordbedrag van 613 miljoen dollar.

Maar het opmerkelijke is: ING komt ermee weg. Dat de verdachte miljoenen bij trustkantoor Caute via ING-rekeningen liepen, staat niet ter discussie. Desondanks heeft justitie besloten de bank in deze zaak niet te vervolgen. Reden: er loopt al strafrechtelijk onderzoek naar de betrokkenheid van ING bij vier andere witwaszaken (zie het kader hieronder). Tot afgrijzen van oud-officier Broekhuijsen: ‘Dat justitie de rol van ING juist in deze zaak laat liggen, is bizar. Dit is een zaak in het brandpunt van de samenleving.’

 

ING verdacht van vier fraudezaken

De mededeling stond verstopt in één zinnetje op pagina 126 van het jaarverslag over 2016: ‘ING Bank is the subject of criminal investigations by Dutch authorities regarding various requirements related to the on-boarding of clients, money laundering, and corrupt practices.’ Het FD pikte het nieuws als eerste op: justitie heeft ING in het vizier wegens mogelijke betrokkenheid bij witwassen en fraude. NRC onthulde in september dat het gaat om vier verschillende witwaszaken.

Het onderzoek heeft de codenaam ‘Houston’. Justitie verdenkt ING van het ‘niet melden van ongebruikelijke transacties en het faciliteren van internationale corruptie en witwassen’. Het OM denkt ‘een breed falend beleid’ op de trustdesk van ING te kunnen aantonen. Eén van de onderzochte zaken betreft de VimpelCom-affaire, waarin de dochter van de Oezbeekse president via Nederland voor miljoenen werd omgekocht. In deze zaak doet ook de Amerikaanse justitie onderzoek. De inhoud van de drie andere zaken is niet bekend. Insiders bij justitie vermoeden dat begin 2018 meer duidelijk wordt over mogelijke vervolging van ING.

Lastige kerel

Sam van Doorn heeft met een stapel documenten voor zijn neus plaatsgenomen op een terras aan het Vondelpark in Amsterdam. We hebben binnen afgesproken, maar hier kan hij eerst rustig zijn sigaar roken. Hij is vanuit zijn huis in het Gooi komen aanrijden op zijn BMW-scooter met dak, waarmee hij op de snelweg mag. Van Doorn is 73 jaar, tijdens ons gesprek gaat af en toe een hand naar zijn oor om mijn woorden beter te kunnen verstaan. Van Doorn werkte jarenlang als beurshandelaar en vermogensbeheerder. Kennissen uit de financiële wereld omschrijven hem als een lastige kerel: hij dreigde in het verleden nogal eens met maatregelen, een rechtszaak of een schadeclaim als iets volgens hem niet deugde.

‘De bank heeft er alles aan gedaan om de fraude in de doofpot te stoppen’

Maar Van Doorn is ook een man die al jaren vasthoudend een strijd voert tegen ING. Naar eigen zeggen ontdekte hij de witwasserij via trustkantoor Caute eind 2007. Dat betekent dat de bank al tien jaar weigert naar hem te luisteren. Hij wordt er financieel bepaald niet beter van: forensisch onderzoekers, advocaten, rechtszaken, hij betaalde ze allemaal uit eigen zak. Zijn kosten moeten in de tonnen lopen. Toch zet Van Doorn door. ‘Ik heb een lange reeks waarschuwingen aan ING gedaan. Maar in plaats van die waarschuwingen serieus te nemen, heeft de bank er alles aan gedaan om de fraude af te dekken. Alles is de doofpot in gegaan.’

Erwin de Ruiter © Bram Budel

Vermoeden van wanbeleid

De hele kwestie begint, zo vertelt Van Doorn, als op 22 maart 2006 de ondernemingskamer bij zijn toenmalige zakenpartner, Erwin de Ruiter, een vermoeden van wanbeleid constateert. Van Doorn is financier en participant in het trustbedrijf aan de Keizersgracht. De Ruiter – een stevige kerel met achterovergekamd lichtblond haar – leidt het kantoor. Dat doet hij op afstand: hij woont in Monaco. Zijn naaste medewerkers, directeuren Edward P. en Ernst Jaap R., bemannen dagelijks het VOC-pand aan de Keizersgracht.

In 2005 heeft Van Doorn zijn deel van de trustmaatschappij – een ingewikkelde kerstboom aan vennootschappen – voor 2 miljoen euro aan De Ruiter overgedragen, maar betaling bleef uit. Van Doorn wil daarom zijn aandelen terug en tevens de zeggenschap krijgen in het trustbedrijf. De ondernemingskamer geeft hem op 24 juli 2007 gelijk: De Ruiter heeft zich met ‘het vervreemden van de vennootschappen’ schuldig gemaakt aan ‘wanbeleid’. Van Doorn krijgt zijn aandelen terug. De rechter benoemt eerst een tijdelijk bestuurder bij de holding die boven het trustkantoor hangt, voormalig ABN Amro-bankier en oud-NVB-directeur Hein Blocks. Mede op advies van Blocks stelt de ondernemingskamer op 12 december 2007 inderdaad Van Doorn aan als enig bestuurder van de trustonderneming.

Tactiek van de verschroeide aarde

Maar op de eerste dag dat Van Doorn het monumentale pand aan de Keizersgracht binnenwandelt, doet hij een bizarre ontdekking. De hele tent is leeggehaald. De kasten aan de muur zijn leeg, her en der slingeren papieren op de grond, alle computerbestanden blijken gewist. Het personeel is vertrokken. De Ruiter en consorten hebben de tactiek van de verschroeide aarde toegepast, zo lijkt het. Als Van Doorn over zijn eerste verbijstering heen is, besluit hij te onderzoeken wat er nog van het trustkantoor over is. Hij brengt de computers van Caute naar een deskundige, die een aanzienlijk deel van de gewiste bestanden weet te herstellen. Dat leidt tot twee nieuwe ontdekkingen.

Ten eerste: vrijwel alle klanten van het trustkantoor blijken in de periode daarvoor te zijn overgeheveld naar een ander trustkantoor, Intercity Corporate Management (ICM). Dit trustkantoor heeft De Ruiter in 2006 met enkele zakenpartners opgericht (toezichthouder DNB zal in 2014 de trustvergunning van ICM weer intrekken, vanwege verdenkingen van witwasserij en vermeende banden met Jan-Dirk Paarlberg en Willem Holleeder). Deze klanten blijven zo buiten het bereik van Van Doorn. Dit overbrengen gebeurt met hulp van ING, zo blijkt uit een brief die De Ruiter in november 2007 (in het Engels) aan zijn cliënten schrijft: ‘Om de sluiting van bankrekeningen voor cliënten te voorkomen, ben ik met de directeur van ING een soepele overgang overeengekomen.’ Dat de rechter enkele maanden eerder heeft vastgesteld dat De Ruiter als trustbestuuder ‘wanbeleid’ pleegde, deert de bank kennelijk niet. De Ruiter voegt er in zijn brief aan toe dat zijn cliënten op deze manier geen tijd kwijt zullen zijn met ‘vertragende due diligence-procedures’.

 

Hein Blocks, oud-bankier en tijdelijk bestuurder van Caute

“Ik bemerkte dat er klanten werden overgebracht. Het werd mij duidelijk dat ze bezig waren hun business veilig te stellen. Heel vreemd dat ING hier geen vragen bij heeft gesteld”

 

Op 4 december 2007 meldt een medewerker van ICM per brief aan de trustdesk van ING dat de operatie voltooid is. ‘Zoals telefonisch reeds met u besproken, Is Intercity Corporate Management B.V. recentelijk van een relatief groot aantal vennootschappen directeur geworden. Deze vennootschappen zijn reeds bij uw trustdesk bekend en hebben een bankrekening bij de ING Bank. Bijgaand treft u een lijst aan van de betreffende vennootschappen.’

 

Tevens worden de bankrekeningen van een belangrijke zustervennootschap van Caute, Fipardo Holding, in deze periode overgezet naar een andere vennootschap, Global Business and Communications. Van dit bedrijf is Edward P. directeur en het valt net als ICM buiten de Caute Groep – ook hier kan Van Doorn dus niet bij. En ook hierbij helpt ING mee. ‘We kunnen [die rekeningen] één op één omhangen,’ mailt een medewerkster van de ING-trustdesk op 30 juli 2007 aan een medewerker van Caute. Dit is zes dagen nadat de rechter heeft vastgesteld dat De Ruiter als bestuurder van Caute ‘wanbeleid’ heeft gepleegd en de ondernemingen naar Van Doorn terug moeten. Vijf minuten later mailt de ING-medewerkster nog wat bijkomend advies: ‘Als we rekeningen uit pakket A halen en opvoeren in pakket B dan blijf je in A alle historie zien, totdat jullie zelf de rekening uit pakket A verwijderen.’

 

Hein Blocks, de voormalig topbankier die door de rechter was aangewezen als tijdelijk bestuurder: ‘Na enkele weken bemerkte ik dat er klanten werden overgebracht. Het werd mij duidelijk dat ze bezig waren hun business veilig te stellen. Heel vreemd dat ING hier geen vragen bij heeft gesteld, want als dat voor zo veel klanten gebeurt, moet dat een huisbank opvallen. Zeker als het niet evident is dat klanten hiertoe zelf de instructie hebben gegeven.’

Vermoedelijke witwasserij

Ten tweede ontdekt Van Doorn de vermoedelijke witwasserij. Dankzij het herstellen van de computerbestanden heeft hij kunnen zien dat er een enorm bedrag op een derdengeldenrekening bij ING geparkeerd staat – geld dat je daar niet zou verwachten. Van Doorn vraagt daarom Cees Schaap, een vooraanstaand forensisch onderzoeker en voormalig fraudeofficier van justitie, om de geldstromen bij Fipardo Holding en twee stichtingen derdengelden in kaart te brengen.

Schaap analyseert eerst de derdengeldenrekeningen die Caute bij ING aanhield. Bij beide rijst het ernstige vermoeden van witwassen. Officieel boekte trustkantoor Caute een jaaromzet van rond de 1 miljoen euro. Maar via de ene derdengeldenrekening blijken in 2006 en 2007 respectievelijk 12,7 en 8,9 miljoen euro gestroomd. En via de andere derdengeldenrekening stroomde in 2005 zo’n 31 miljoen euro en in 2006 zo’n 14 miljoen. Dit geld was niet afkomstig van officiële trustklanten en vrijwel elke administratie ontbreekt, zo concludeert Schaap in zijn twee rapporten. Hij betitelt de geldstromen eufemistisch als ‘high-risk transacties’.

‘Echt, een kind kan zien dat hier geld wordt witgewassen. Dit zijn klassieke red flags’

Aan onze gesprekstafel in Amsterdam pakt Van Doorn er een map met rekeningoverzichten bij, uit de jaren 2003 tot 2007. ‘Kijk, zo ging het.’ De geldstromen vertoonden een vast patroon: op een van de bankrekeningen kwam een bedrag binnen, soms enkele tienduizenden euro’s, soms een paar ton. Een paar dagen later werd dat bedrag doorgeboekt, meestal naar een vennootschap gevestigd in een belastingparadijs met een bankrekening in Monaco. Een commissie van 4 tot 5 procent van het totaalbedrag bleef in Amsterdam hangen. Van Doorn gaat met zijn vinger over de bedragen. ‘Echt, een kind kan zien dat hier geld wordt witgewassen. Dit zijn allemaal klassieke red flags.’

Valse facturen

Het geld vloeide bovendien via zogeheten doorstroomvennootschappen. Dat zijn dochterbedrijven van Caute zonder personeel en zonder echte activiteiten. Lege hulzen dus, waar desalniettemin miljoenen euro’s per jaar doorheen stroomden. Om die geldstromen te verantwoorden, maakten De Ruiter en/of zijn medewerkers volgens justitie schijnovereenkomsten op. Eerst een valse factuur om het geld in Amsterdam te krijgen, daarna één om het weer door te sluizen naar een belastingparadijs.

Zo stuitte justitie bijvoorbeeld op een betaling van 550.000 euro uit 2007 door het Italiaanse ingenieursbedrijf Med Ingegneria aan Caute-dochter Global Business and Communications. Volgens de factuur was dat een betaling voor het aanleveren van wetenschappelijke rapporten rond de ontginning van een moerasgebied in Irak. In werkelijkheid had de vennootschap Global zulke rapporten natuurlijk niet gemaakt – er werkte niemand, laat staan ingenieurs met kennis van het grondklimaat in het Midden-Oosten. Na een paar dagen stroomde het geld door naar een bedrijf op Saint Kitts en Nevis (met een bankrekening in Monaco) dat weer op naam stond van de eigenaar van Med Ingegneria. Een commissie van 5 procent bleef in Amsterdam achter. Op deze manier hield de Italiaanse ondernemer deze inkomsten volledig buiten het zicht van de Italiaanse fiscus.

Een hele reeks klanten uit Spanje, Duitsland en vooral Italië maakten op vergelijkbare wijze gebruik van de sluiproute via de Keizersgracht. De Siciliaanse scheepvaartonderneming Pietro Barbaro waste volgens justitie op deze manier 20 miljoen euro wit. De Milanese IT-ondernemer Antonio Mazzaro sluisde 12 miljoen weg; hij bekende in 2013 dat daarbij voortdurend valse facturen waren gebruikt. Het Duitse echtpaar André en Gabi Bapst, dat veel geld verdiende met het aanbieden van schriftelijke cursussen, sluisde 3,6 miljoen euro weg onder het mom van gefingeerde ‘licentierechten’. (Het echtpaar schikte afgelopen jaar voor ruim 2 miljoen euro met de Duitse justitie, zo blijkt uit de beschikking in handen van FTM.)

Losjes in de omgang

Eén ding lijkt zeker: als ING eerder had ingegrepen, waren veel misstanden te voorkomen geweest. Het is ook niet alsof de bank niet gewaarschuwd werd. Integendeel: de signalen van onregelmatigheden volgden elkaar op. In 2006 weigerde het bankfiliaal van Barclays in Monaco, dat optrad als een zogenoemde correspondentbank voor ING, tot twee keer toe een transactie van ongeveer 145.000 dollar te verwerken. Het geld, dat omschreven werd als ‘commissie’, moest naar een bankrekening in Monaco vloeien ten behoeve van een vennootschap op belastingparadijs Nevis. Volgens Barclays was niet genoeg duidelijk wie de uiteindelijk belanghebbende was en waar het geld vandaan kwam. Barclays stuurde het geld daarop terug naar ING.

‘Frappant dat de ING hier zo losjes mee omgaat, vind ik’

De medewerkers van Caute communiceerden hier langdurig over met ING: ‘Tot onze verbazing is een betaling […] afgelopen vrijdag niet uitgevoerd,’ mailde Edward P. op 21 juni 2006 aan de trustdesk van ING. Nu hebben we een woedende client […].’ ING mailde daarna aan Ernst Jaap R. dat de bank volgens de wet ‘op de hoogte moet zijn van de aard van de betaling’. Op 23 augustus waarschuwde een ING-medewerkster Caute nog dat de bank bij ongebruikelijke transacties verplicht is om een zogeheten MOT-melding te doen. Toch werkte de huisbank een maand later mee aan het uitvoeren van dezelfde transactie, maar nu via een andere correspondentbank: Capitalia in Luxemburg. Echt lastige vragen bleven achterwege, wat Ernst Jaap R. in een mail aan collega Edward P. de volgende opmerking ontlokte: ‘Frappant dat de ING hier zo losjes mee omgaat, vind ik.’

In maart 2007 kreeg ING een volgend signaal. Justitie in het Duitse Mannheim startte toen een onderzoek naar de handel en wandel van het echtpaar Bapst, en vroeg ING alle rekeninggegevens te overhandigen van een van de grootste vennootschappen van het trustbedrijf. ING leverde twee ordners met informatie aan de FIOD, ‘zonder begeleidend schrijven’, noteerde de recherche later in een rapport. Aan Caute stelde ING opnieuw geen vragen.

Waarschuwingen in de wind

Ook de dringende waarschuwingen die Van Doorn vanaf 2008 geeft, slaat de bank nadrukkelijk in de wind. Als Van Doorn begin 2008 de nieuwe trustdesk-directeur Armand Ferreira – een groot talent binnen de bank, opvolger van de vorige trustdesk-chef Toni van het Hof – probeert te waarschuwen, krijgt hij plotseling te horen dat de bank van hem af wil als klant. Als Van Doorn in september 2008 aan tafel zit met Ferreira’s baas, rayondirecteur Theo Pouw (die we nog kennen van zijn nevenactiviteit als penningmeester van de Supportersclub Oranje), gebeurt hetzelfde. ING wil niet praten over mogelijke fraude, maar wil wél zo snel mogelijk de banden met Van Doorn verbreken.

Eind 2008 stuurt Van Doorn de twee rapporten van forensisch expert Cees Schaap aan het Hoofd Juridische Zaken van ING. Als deze ook geen effect lijken te sorteren, schrijft Van Doorn in juni 2009 een brief aan Diederik baron van Wassenaer, op dat moment hoofd van ING Wholesale Banking en bestuurder van ING Nederland. Van Doorn wijst de bankbestuurder op een ‘jarenlange witwasserij op ongekend grote schaal’. Van Wassenaer laat op 13 juli 2009 een intern onderzoek instellen: de afdeling Corporate Security and Investigations moet de zaak uitzoeken. Van Doorn wordt uitgenodigd voor een gesprek met de onderzoekers, hij levert meer gedetailleerde informatie aan.

De ING-top lijkt de onderzoeksresultaten in de diepst mogelijke lade te hebben gestopt die op het hoofdkantoor in Amsterdam-Zuidoost te vinden is

Maar daarna blijft het stil. Van Doorn heeft de stellige indruk dat de ING-top de onderzoeksresultaten in de diepst mogelijke lade stopt die op het hoofdkantoor in Amsterdam-Zuidoost te vinden is. ING-bestuurder Van Wassenaer zegt desgevraagd tegen FTM dat dit ‘een intern ING-onderzoek’ betrof. ‘Daarover geven wij noch doen wij mededelingen aan derden.’

In maart 2010 besluit Van Doorn aangifte te doen van witwassen door De Ruiter en zijn medewerkers. Maar ook nadat justitie op basis van deze informatie onder codenaam ‘Trust EU’ in 2012 een reeks invallen doet, en Caute-directeur Edward P. zes maanden achter de tralies belandt, ontkent ING betrokkenheid bij witwassen. De bank wijst elke verantwoordelijkheid voor de geruchtmakende fraudezaak af. ‘Op grond van uw melding in 2009 heb ik uitgebreid intern onderzoek laten verrichten,’ schrijft ING-bestuurder Van Wassenaer in april 2012 aan Van Doorn. ‘Dat thans een onderzoek door het OM is ingesteld, heeft onze aandacht, doch draagt niet de conclusie dat de bank steken zou hebben laten vallen.’

Tasten in het duister

Van Doorn begrijpt daar niets van. ING houdt de luiken gesloten. Van Doorn heeft nog één iemand in gedachten die daar mogelijk verandering in kan brengen. Iemand die het klappen van de zweep kent: Rijkman Groenink. Als bestuurslid van ABN Amro werd Groenink eind jaren negentig zelf geconfronteerd met op dat moment de grootste bankfraude in de Nederlandse geschiedenis: via het ‘diamantfiliaal’ aan de Amsterdamse Sarphatistraat sluisden bankmedewekers illegaal 180 miljoen gulden weg. Groenink greep destijds hard in: het bankfiliaal ging dicht, betrokken medewerkers werden berispt, overgeplaatst of ontslagen. Hij huurde KPMG in voor een onafhankelijk onderzoek.

Groenink kent Van Doorn op persoonlijke basis uit het Gooi. Ook de voormalige ABN Amro-baas waarschuwt Van Wassenaer in het voorjaar van 2012 voor de betrokkenheid van ING bij de fraudezaak, zo bevestigen meerdere insiders. Als zich binnen de bank inderdaad een gigantische witwaszaak heeft voorgedaan, dan moet de bank daar volgens Groenink naar handelen: ingrijpen op de trustdesk, zo snel mogelijk de banden met de fraudeverdachten verbreken.

 

Marcel Pheijffer, hoogleraar Accountancy aan Nyenrode Business Universiteit

“Wat heeft ING gedaan met de in- en externe signalen, wat is er gebeurd met het fraudeonderzoek? Het is ook de vraag of ING heeft voldaan aan de meldplicht witwassen”

 

Wat de bank met deze waarschuwing precies doet is niet duidelijk, want ING weigert elk commentaar. Maar volgens Marcel Pheijffer, hoogleraar Accountancy aan Nyenrode Business Universiteit, is dat hier wel de cruciale vraag. ‘Wat heeft ING gedaan met de in- en externe signalen, wat is er gebeurd met het fraudeonderzoek?,’ zegt Pheijffer als we hem de kwestie voorleggen. ‘Het is ook de vraag of de zaak intern al dan niet tot strafmaatregelen en aanscherping van procedures heeft geleid. En of ING in deze zaak heeft voldaan aan de meldplicht witwassen. Mede doordat ING in het jaarverslag slechts summier verslag doet van het onderzoek door justitie en de bank, evenals accountant KPMG, geen verdere toelichting geeft, tasten we vooralsnog in het duister.’

Aangifte tegen ING

Van Doorn denkt minder in het duister te tasten. Met de gegevens en documenten die uit het strafrechtelijk onderzoek tegen Caute naar boven komen, krijgt hij naar eigen zeggen het bewijs in handen dat ING al die jaren op de hoogte was van de witwasserij, en de boel actief probeerde te versluieren toen ontdekking dreigde. Vaststaat dat de kwestie de carrières van de betrokken bankiers niet schaadde. Diederik baron van Wassenaer is inmiddels Global Head Regulatory & International Affairs bij ING en in die functie verantwoordelijk voor het onderhouden van de contacten met overheden en toezichthouders. Voormalig trustdesk-baas Armand Ferreira is directeur Sustainable Lending bij ING. Zijn voorganger Toni van het Hof werkt nu als manager MKB bij Rabobank in Amsterdam.

In september 2015 besluit Van Doorn opnieuw aangifte te doen van witwassen – ditmaal tegen ING zelf. Door de witwasserij en het overhevelen van cliënten is hij voor miljoenen benadeeld, meent Van Doorn – hij kreeg het trustbedrijf eind 2007 immers leeg terug. Hij wil die schade op ING verhalen. (Een civiele zaakhierover verloor hij begin november.)

Zijn advocaat Robert Hein Broekhuijsen formuleert de aangifte als volgt. ‘Bij eenvoudige monitoring van de geldstromen moet het ING Bank zijn opgevallen dat de doorstroomvennootschappen […] omvangrijke bedragen ontvingen uit hoofdzakelijk Zuid-Europese landen en dat zij die bedragen onder inhouding van een percentage enkele dagen later doorbetaalden aan offshore bedrijven in belastingparadijzen.’ De bank móet volgens Broekhuijsen hebben gemerkt dat vennootschappen ‘die oorspronkelijk niet over geld, vermogen of krediet beschikten en geen personeel bezaten, in staat waren om omvangrijke “handel” op zeer verschillende gebieden […] te verrichten en in staat waren om betalingsverkeer te creëren […] van ten minste 60 miljoen euro per jaar.’

‘Enorm’ maatschappelijk belang

Het OM besluit ING – anders dan De Ruiter, P. en vier betrokken vennootschappen – echter niet te vervolgen. De reden waarom wordt pas duidelijk als Van Doorn dit jaar via een zogeheten Artikel 12-procedure probeert het OM via de rechter tot vervolging te dwingen. Tijdens die procedure komt onderzoek ‘Houston’ bovendrijven: justitie kijkt in vier andere witwaszaken naar de rol van ING. Volgens het gerechtshof in Den Haag mag justitie er daarom voor kiezen om de betrokkenheid van de bank bij mogelijke witwasserij via Caute te laten liggen. In de beschikking van 14 september 2017 noemt het hof het ‘niet onredelijk’ dat het OM ‘om proceseconomische redenen’ van vervolging heeft afgezien. ‘Het algemeen belang dat een bank als de ING op een goede, eerlijke, integere en vertrouwenwekkende wijze functioneert en opereert wordt voldoende gediend door het strafrechtelijk onderzoek tegen die bank en mogelijk daarbij betrokken personen.’

De trustsector ligt onder vuur – juíst omdat zulke constructies zo regelmatig worden misbruikt voor frauduleuze zaken

Voormalig crimefighter Broekhuijsen denkt daar totaal anders over. Volgens hem is het maatschappelijk belang bij het vervolgen van ING in deze zaak juist ‘enorm’. Dat is geen gewaagde stelling, want de trustsector ligt gigantisch onder vuur op dit moment – juíst omdat zulke constructies via Nederlandse vennootschappen, met doodgewone lokale bankrekeningen, zo regelmatig worden misbruikt voor frauduleuze zaken. Het bleek uit de Panama Papers, het bleek uit de Paradise Papers, het bleek uit de mini-enquête die de Tweede Kamer afgelopen zomer hield. In het buitenland worden banken steeds vaker aangepakt: in Groot-Brittannië moet HSBC zich verantwoorden vanwege het faciliteren van fraude door de Gupta-broers in Zuid-Afrika. In Frankrijk schikte datzelfde HSBC vorige maand een witwaszaak voor 300 miljoen euro. En in Nederland geeft nota bene ING zélf het indirect toe: de bank besloot begin november uit de trustsector te stappen vanwege de hoge risico’s op fraude.

Van Doorn: ‘Ik heb de bank tien keer gewaarschuwd, zorgvuldig onderbouwd met documenten. Maar ING heeft al die waarschuwingen van de hand gewezen met onheuse en onware argumenten. Dat is voor mij onacceptabel.’ Hij bereidt daarom een klacht voor tegen de Nederlandse Staat bij het Europees Hof, vanwege het feit dat ING door justitie niet vervolgd wordt. In zijn civiele zaak tegen ING volgt een hoger beroep. Ook op zijn 73ste legt hij de strijdbijl er nog niet bij neer. ‘Ik wil dat ING haar verantwoordelijkheid neemt in deze dramatische geschiedenis.’

 

Reacties van betrokkenen

ING wilde niet inhoudelijk reageren op vragen van Follow the Money. ‘Wij geven geen commentaar over (ex-)klantrelaties en doen geen mededelingen over zaken die onder de rechter zijn,’ liet een woordvoerder weten.

ING-bestuurder Diederik van Wassenaer liet per mail weten ‘dat ING geen informatie over relaties, procedures of andere betrekkingen met (voormalige) klanten of andere (zakelijke) relaties verstrekt aan derden, behoudens indien en voorzover daartoe een specifieke wettelijke verplichting bestaat. Daarom kan ik niet ingaan op Uw verzoek en vragen, waarbij ik mij wel de opmerking veroorloof dat het hier een heel langlopend juridisch conflict betreft waar al zeer veel over gezegd en geschreven is.’

Bankiers Toni van het Hof en Armand Ferreira reageerden niet op vragen.

Erwin de Ruiter ontkent tegenover FTM elke betrokkenheid bij illegale handelingen: ‘Het OM vond het kennelijk een goed moment om in de trustsector een voorbeeld te stellen. Maar mijn verweerschrift ligt bijna klaar en ik maak gehakt van hun zaak. Die gaat enkel al stranden op manco’s en blunders in het onderzoek zelf, maar ook op de inhoud van de tenlastelegging.’ Eerder ontkende hij betrokkenheid bij fraude in interviews met FD en NRC, waarin hij tevens aangaf met zijn volledige achternaam genoemd te willen worden.

Medeverdachte Edward P. wilde niet reageren op vragen. ‘Wij hebben het liefst zo min mogelijk media-aandacht voor de zaak,’ aldus zijn advocaat Philine America tegen FTM.

 

Over de auteur

Stefan Vermeulen

Bijt zich voor FTM vast in schimmige dealtjes, foute gedragingen en geldstromen die het daglicht niet kunnen verdragen.

Lees meer

Volg deze auteur
ftm.nl · by Stefan Vermeulen