stanvanhoucke.blogspot.com · by stan · December 3, 2017

 

Dit schreef ik tien jaar geleden over Luyendijk:

MAANDAG 29 OKTOBER 2007

Het Palestijnse vluchtelingenkamp bij Jenin, na de inval van het Israelische leger, waarbij talloze Palestijnse burgers om het leven kwamen.
Afgelopen zaterdag stond er in de Volkskrant een reportage over een lezing in Groningen van Seymour Hersh, een van de beste onderzoeksjournalisten ter wereld, een kritische journalist die al decennialang de willekeur van de macht blootlegt. De Volkskrant verslaggeefster schrijft: ‘Waarom kennen we die kritische houding niet in de Nederlandse journalistiek, vraagt co-referent Joris Luyendijk zich af. Waar zijn de Nederlandse of Europese Seymour Hershes?’
Wel, Joris Luyendijk, wees net zo eerlijk tegenover jezelf als je tegenover de Nederlandse journalistiek bent. Dat wil zeggen: stel jezelf de vraag waarom jij als correspondent in het Midden Oosten het echte verhaal nooit verteld hebt. Nadat ik begin 2002 door het Palestijns oorlogsgebied was getrokken en getuige was geweest van de grootscheepse Israelische terreur tegen de burgerbevolking schreef ik dit voor het tijdschrift de Humanist:
‘Na het verschijnen van het officiële Srebrenica-rapport verklaarde de voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren, Pieter Broertjes: ”Het NIOD-rapport stelt dat de media teveel moraal, te weinig feiten, teveel standpunten, te weinig analyse en teveel emotie hebben geboden. Dat is nogal een scherp verwijt en ik denk dat we ons dat moeten aantrekken en dat we heel goed moeten kijken naar hoe we onze rol vervuld hebben en dat we in voorkomende gevallen daaruit lessen moeten trekken.” Maar op het moment dat de hoofdredacteur van de Volkskrant deze woorden sprak verviel een deel van de Nederlandse journalistiek weer in haar oude kwaal: te veel meningen, te weinig feiten. Veel over antisemitisme en Palestijnse propaganda, zonder eerst de feiten ter plaatse te geven. Sjifrah Herschberg, een van de drie Radio I-correspondenten in Israël, wist zonder in de verwoeste Palestijnse steden te zijn geweest, al snel te vertellen dat Jenin een propagandaslag was, en dat het Israëlische leger niet wilde dat de Palestijnse lijken ‘lekker’ op straat bleven liggen, zonder overigens duidelijk te maken wat daar lekker aan was. En ook NRC- en NOS-Journaal correspondent Joris Luyendijk meldde op 18 april in zijn krant dat ‘hoe dan ook het beeld [is] geschapen van een Israëlisch bloedbad bij de gevechten in het vluchtelingenkamp bij Jenin. Of het nu waar is of niet, die slag heeft Israël verloren,’ om vervolgens een Israëlische legerwoordvoerder uitgebreid aan het woord te laten. Zelf was Luyendijk niet ter plaatse geweest, noch in een van de andere gebombardeerde en beschoten bevolkingscentra. Eerder had deze journalist laten weten dat als er ergens geschoten wordt hij er niet naar toe gaat. Kennelijk had hij ook niet de talloze rapportages gelezen van Europese en Amerikaanse waarnemers, van onafhankelijke mensenrechtenorganisaties en vredesgroeperingen, en had hij ook niet de inmiddels vele Palestijnse getuigenverklaringen gehoord. Op 5 april j.l. kreeg de Nederlandse ambassadeur in Tel Aviv een petitie aangeboden ondertekend door 26 Nederlanders, werkzaam in Israël en de Palestijnse gebieden. Daarin werd concreet melding gemaakt van een reeks ernstige schendingen van het humanitaire recht en werd de Nederlandse regering opgeroepen tot een ‘wapenembargo tegen Israël en onmiddellijke opschorting van het EU-Associatieverdrag’ met de joodse staat. Ook daar was Luyendijk niet bij aanwezig, noch enig andere Nederlandse correspondent. Hij was er als verslaggever ook niet bij toen op woensdag 3 april enkele duizenden Israëlische en westerse vredesactivisten naar Ramallah vertrok om de belegerde bevolking daar voedsel en medicijnen te overhandigen. Een humanitaire actie die al snel beantwoord werd met geweld van het Israëlisch leger en de politie. Aangekomen bij een militaire wegversperring werden de demonstranten zonder aanleiding bestookt met stun grenades en werd er gericht op hen geschoten met gasgranaten. Een groep vrouwen die uit voorzorg als een levende muur tussen de militairen en de demonstranten stond kreeg daarbij de volle laag. Onder hen waren enkele oude joodse dames die het kamp hadden overleefd en nu door de gaswolken heen moesten vluchten. Vervolgens deed de politie een uitval en sloeg de menigte uiteen. Vredesactivisten die bewusteloos op straat liggende gewonden hielpen werden ingesloten en mishandeld. Een scherpschutter die op een militaire wachtpost lag, schoot af en toe over de hoofden van de demonstranten heen. Een van hen verklaarde naderhand: ‘Dit is illustrerend. Als men al zo optreedt tegen de eigen bevolking kun je je voorstellen hoe gewelddadig men tegen de Palestijnen in bezet gebied tekeer gaat.’ En ook was Luyendijk niet aanwezig bij een persconferentie van acht internationale mensenrechtenorganisaties die op zondag 7 april in Oost-Jeruzalem een persconferentie gaven, waarbij Amnesty International mede namens Human Rights Watch en de Internationale Commissie van Juristen de wereldgemeenschap opriep de gerapporteerde mensenrechtenschendingen ogenblikkelijk te onderzoeken omdat niet alleen in Jenin maar ook overal elders in belegerd gebied ‘burgers onwettig zijn gedood en er berichten zijn over buitengerechtelijke executies…Ambulances zijn beschoten en medisch personeel en journalisten zijn het doelwit… Het Israëlische leger heeft moedwillig huizen vernietigd, auto’s en gebouwen… en er zijn berichten over plunderingen. De kantoren van mensenrechtenorganisaties zijn met geweld binnengedrongen door het Israëlische leger dat dossierkasten leeggeroofd heeft en computers heeft stukgeslagen,’ aldus Amnesty in een Urgent Action-oproep. Twee dagen eerder had het Internationale Rode Kruis laten weten haar werk op de Westbank nagenoeg te moeten staken omdat de Israëlische strijdkrachten op medisch personeel en ambulances schoten. Ambulancepersoneel in Nabloes, Bethlehem en Ramallah was beschoten op het moment dat ze zwaar gewonde Palestijnen op straat probeerden te verzorgen, waardoor de slachtoffers doodbloedden. 16 april berichtte oorlogsverslaggeefster Janine di Giovanni van de Londense Times vanuit het vluchtelingenkamp in Jenin: ‘De vluchtelingen die ik de afgelopen dagen heb geïnterviewd terwijl ik probeerde het kamp binnen te komen logen niet. Integendeel, zij onderschatten de slachting en de verschrikking. In meer dan een decennium oorlogsverslaggeving vanuit Bosnië, Tsjetsjenië, Siërra Leone, Kosovo heb ik zelden een dergelijke moedwillige verwoesting, zulk een gebrek aan respect voor het menselijk leven gezien. Dit was niet alleen een stad van vechters, zoals de Israëlische soldaten me vertelden. Het was een stad van vrouwen, kinderen en bejaarden… Amnesty International heeft tot een onmiddellijk onderzoek opgeroepen naar “het vermoorden van honderden Palestijnen,” daarbij stellend dat cruciaal bewijsmateriaal vernietigd zou kunnen worden aangezien Israël “doorgaat de toegang te verhinderen.”‘ En ook de gerenommeerde buitenlandse media, van de Britse Observer tot de Amerikaanse Washington Post lieten getuigen aan het woord. Maar niets daarover in het interview van Joris Luyendijk vanuit het door Israël geannexeerde Oost-Jeruzalem. ‘Het Israëlische leger mag het verzet in de Palestijnse stad Jenin hebben gebroken en het vluchtelingenkamp controleren, maar de propagandaslag om Jenin heeft het verloren,’ is zijn mening. ‘Tegen de tijd dat de feiten bovenkomen, is de nieuwscaravaan alweer vertrokken,’ meent de correspondent. ‘Ook de massaal bekeken Arabische satellietstations presenteren geruchten en beschuldigingen als feit.’ Maar omdat hijzelf niet op zoek ging naar de feiten, bleef Jenin voor hem een propagandaslag. Hij sprak ook niet met VN-vertegenwoordigers die tijdens transporten van voedsel en medicijnen door het Israëlische leger werden beschoten. En hij las kennelijk ook niet de verklaring van Defence for Children International, op 2 april voorgelezen tijdens de 58ste Sessie van de VN Commissie voor Mensenrechten, waarin het gedocumenteerde feit staat dat sinds september 2000 meer dan 230 Palestijnse kinderen door Israëlische militairen en kolonisten zijn gedood, meer dan 7000 gewond zijn geraakt, velen van hen lichamelijk of geestelijk gehandicapt door het leven zullen moeten, meer dan 700 kinderen gearresteerd zijn, sommigen van hen gemarteld worden, en tienduizenden anderen getraumatiseerd zijn door de militaire aanvallen op hun huizen en gemeenschappen. Veel van deze feiten zijn oorlogsmisdaden, aangezien het ernstige schendingen zijn van de Vierde Geneefse Conventie. Ondertussen schildert Joris Luyendijk deze volksopstand in het NOS-Journaal af als een strijd tussen twee oude ‘cowboys’ die elkaar in een saloon met vuurwapens te lijf gaan. Een merkwaardige vergelijking als we weten dat het op vier na sterkste leger ter wereld met helikopters, F-16’s, tanks etc. enkele honderden mannen met halfautomatische geweren aanvalt. Overigens zijn deze verzetsstrijders volgens het internationaal recht geen terroristen. Elk volk mag zich tegen een agressor verdedigen. Maar het cowboyverhaal past naadloos in het clichébeeld. Waar twee vechten zijn twee fout. Deze versimpelde voorstelling van zaken werkt als fastfood voor wie de feiten en de context niet kent.’
Lees verder: http://home.planet.nl/~houck006/israel.html

Of: http://home.planet.nl/~houck006/Israel.pdf

We zullen nooit exact weten wat er in Jenin is gebeurd en hoeveel slachtoffers er daadwerkelijk zijn gevallen. De Israeli’s verboden een onmiddellijk onderzoek door de VN en waren dagen bezig met het opruimen voordat de wereldpers mocht komen kijken. Waar het omgaat is dat jij, Joris Luyendijk, je werk toen niet deed. Ondanks het feit dat er een tiental Nederlandse correspondenten vanuit Israel berichtten en jij de enige Nederlandse journalist was die vanuit de Palestijnse gebieden had moeten berichtten, liet je een Israelische propagandist aan het woord en liet je niet de andere partij aan het woord.

Naar aanleiding van mijn artikel vroeg de Dick Scherpenzeel Stichting mij of men het mocht publiceren in een bundel voor een congres over de verslaggeving vanuit het Midden Oosten. Jij vroeg meteen een kopie daarvan aan, maar reageerde nooit op een email die ik je gestuurd had. Want, o eeuwige ironie, mijn vragen aan jou waren: ‘Waaarom bezitten Nederlandse journalisten, zoals jij, geen kritische houding tegenover de macht? Waarom ben je er niet op uitgetrokken om te zien wat er gebeurde met gewone Palestijnse burgers? Waarom intervieuwde je Israeli’s terwijl de NRC al een Israelische correspondent bezat?’
Beste Joris Luyendijk, ik denk dat jij heel goed weet wat het antwoord is op jouw vraag waarom ‘we die kritische houding niet in de Nederlandse journalistiek kennen.’Het antwoord ben jij zelf en is deze: omdat je toen je als correspondent in het bezette Oost Jeruzalem zat de feiten niet wilde weten. En waarom wilde je die niet weten? Omdat je het spel meespeelde, omdat je de grenzen van de officiele versie maar al te goed kende, omdat je erbij wilde horen, omdat je financieel afhankelijk van je verslaggeving was, omdat je de consensus niet durfde te doorbreken en natuurlijk omdat je toen een oliebol was, net als al die andere Nederlandse journalisten die zodra het erop aankomt uit zelfbehoud hun mond houden. Wees eerlijk tegenover jezelf en je publiek Joris Luyendijk en schrijf een boek over deze motieven. Dat zou pas echt een kritische houding betekenen. Als je wilt reageren, mijn weblog staat voor je open!
Nooit iets van Luyendijk vernomen. Hij kijkt wel uit.