Israël-lobby trachtte direct na Oslo het vredesproces te saboteren – The Rights Forum

rightsforum.org · December 10, 2017

De Oslo-akkoorden vormden niet alleen de start van het vredesproces, maar ook van een campagne die dat moest ondermijnen. De Jeruzalem-wet die Donald Trump afgelopen week bekrachtigde is er een sprekend voorbeeld van. In oktober kwam al een ander voorbeeld aan het licht.

 

Toespraak van presidentskandidaat Trump tot de AIPAC-conferentie in maart 2016, waarin hij loyaliteit aan Israël beloofde.YouTube / C-SPAN

 

De Amerikaanse erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël, afgelopen week door president Trump, vestigt de aandacht op Amerikaanse wetgeving die bij de start van het vredesproces door het Amerikaanse Congres werd aangenomen. Die wetgeving had tot doel het vredesproces te saboteren, en onderstreept de partijdige Amerikaanse rol in dat proces. Afgelopen oktober vestigde The Rights Forum de aandacht op vergelijkbare wetgeving uit dezelfde periode.

Erkenning van Jeruzalem

Het American Israel Public Affairs Committee (AIPAC) laat in een persberichtweten verguld te zijn met het besluit van president Trump om Jeruzalem te erkennen als Israëls hoofdstad. Dat is niet verwonderlijk. AIPAC is het rompstuk van de Amerikaanse Israël-lobby en fervent supporter van de illegale bezetting en kolonisering van Palestina. De organisatie heeft grote invloed op de Amerikaanse politiek.

Het is temeer niet verwonderlijk daar AIPAC een van de organisaties is die aan de wieg stond van de wet die Trump nu heeft bekrachtigd. Deze Jerusalem Embassy Act, die de regering opdraagt Jeruzalem te erkennen als Israëls hoofdstad en de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem te verplaatsen, werd in 1995 na zware druk van de Israël-lobby met grote meerderheid door het Congres aangenomen. In het persbericht benadrukt AIPAC-president Lilian Pinkus de rol die haar organisatie daar destijds bij speelde: ‘AIPAC strongly lobbied for its passage more than two decades ago.’

In de Israëlische krant Haaretz (€) omschrijft journalist Anshel Pfeffer de gang van zaken destijds als ‘een rechtse overval op de regering-Clinton en de regering-Rabin’ en ‘een poging van toenmalig Israëlisch oppositieleider Benjamin Netanyahu en zijn bondgenoten in Washington om Oslo te doen ontsporen’. Bill Clinton en Yitzhak Rabin zetten zich op dat moment juist in voor het welslagen van de in 1993-1994 tot stand gekomen Oslo-akkoorden, die in vijf jaar hadden moeten uitmonden in de tweestatenoplossing.

Rabin had geen andere keus de wet publiekelijk toe te juichen, maar was achter de schermen des duivels op Netanyahu, schrijft Pfeffer. De getergde president Bill Clinton maakte direct gebruik van zijn bevoegdheid bekrachtiging van de wet zes maanden uit te stellen. Daarmee was een traditie geboren die Clintons opvolgers 22 jaar zouden respecteren.

Ook Trump stelde bekrachtiging eerder dit jaar uit, om dezelfde reden als zijn voorgangers: schadelijk voor het vredesproces. Maar afgelopen week promoveerde hij de wet toch tot officieel Amerikaans beleid, in een opzichtige handreiking aan de regering-Netanyahu, de Israël-lobby en zijn tot die lobby behorende evangelistisch-christelijke achterban.

De Jerusalem Embassy Act maakt duidelijk dat ‘Oslo’ en het vredesproces van meet af aan actief werden tegengewerkt en gesaboteerd, onder andere door middel van Amerikaanse wetgeving. Die wetgeving kwam tot stand na een intensieve lobby van de Amerikaanse behartigers van Israëls belangen, met een hoofdrol voor AIPAC, en stond haaks op de rol van de Amerikanen als ‘eerlijk bemiddelaar’.

Ondermijning VN-organisaties

De Jerusalem Embassy Act staat niet op zichzelf. In oktober vestigde The Rights Forum de aandacht op Amerikaanse wetgeving die in precies dezelfde periode tot stand kwam, ook na druk van de Israël-lobby. De wet had tot doel om VN-organisaties die Palestina als lid zouden accepteren financieel te straffen. Zo moest worden voorkomen dat het (laten) ontsporen van het vredesproces zou resulteren in erkenning van de staat Palestina door de VN.

Die erkenning zou niet alleen de Palestijnse rechten verankeren, maar bovendien de weg vrijmaken voor Palestina’s toetreding tot internationale organisaties en conventies, waaronder het Internationaal Strafhof en het Internationaal Gerechtshof. Dat wilde Israël tegen elke prijs voorkomen, aangezien het land en zijn leiders daar door de Palestijnen kunnen worden aangeklaagd.

UNESCO, de VN-organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, was in 2011 het eerste slachtoffer van de Amerikaanse wet. In reactie op de toetreding van Palestina tot de organisatie staakte de VS de afdracht van contributie. In 2017 was de Amerikaanse contributieschuld opgelopen tot 550 miljoen dollar en waren de Amerikanen hun stemrecht kwijt. Afgelopen oktober besloot Trump om de VS volledig uit UNESCO terug te trekken.

Desondanks faalde de Amerikaanse opzet om VN-erkenning van Palestina te dwarsbomen. In 2012 werd de staat Palestina door de Algemene Vergadering van de VN met grote meerderheid van stemmen erkend. Op 16 januari 2015 besloot het Internationaal Strafhof tot een verkennend onderzoek naar door Israël tegen de Palestijnen begane misdaden. In september van dit jaar overhandigden vier Palestijnse mensenrechtenorganisaties het hof nieuw materiaal dat die misdaden moet aantonen. Twee maanden eerder drong een grote afvaardiging van de Palestijnse civil society bij het Strafhof aan op snelheid.

Palestine Papers

Beide Amerikaanse wetten wijzen op de dubbelrol die de Amerikanen al bij de start van het vredesproces speelden. Die rol kwam opnieuw aan het licht in de Palestine Papers, een in 2011 door Al-Jazeera gepubliceerd pakket van zo’n 1600 gelekte documenten die een nauwkeurig beeld geven van de onderhandelingen tussen Palestijnen en Israëli’s in de periode van 1999 tot 2010 – en van de Amerikaanse rol daarin.

Uit de Papers bleek enerzijds dat de Palestijnen bereid waren tot ongekende concessies, ook wat betreft Jeruzalem, en anderzijds dat Israël hier niets tegenover stelde. De Amerikanen traden niet op als neutrale onderhandelaar, maar als beschermheer van Israël. Anno 2017 is die rol uitgesprokener dan ooit, zoals afgelopen week door president Trump onderstreept.