Hoe het Westen president Soekarno van Indonesië afzette | Uitpers

uitpers.be · Door Antoine Uytterhaeghe – 

Soekarno met Hadji Agus Salim (commons.wikimedia.org)

Laat me nog even terug komen op wat eerder al in Uitpers verscheen. Inderdaad, recent vrijgegeven documenten beklemtonen in detail de Westerse invloed en betrokkenheid bij de staatsgreep in Indonesië en bij het installeren van de Soeharto dictatuur, vijftig jaar geleden. Er volgde een massamoord van honderdduizenden burgers. Maar deze schanddaad behoort tot de blinde vlekken van de koude oorlog.

documenten

Nu werd dus in de Verenigde Staten voor het eerst meer informatie naar buiten gebracht uit dat donker verleden.

De misdaden en het bloedbad die het Indonesische leger en militiegroepen pleegden, dateren van de jaren 1965-66. Het is een van de grootste misdaden tegen burgers in de 20ste eeuw. Tot op heden worden de overlevenden en hun familieleden gestigmatiseerd, terwijl de daders van de moordpartij ongestraft blijven.
De vrijgegeven documenten – in totaal meer dan drieduizend pagina’s, – worden voor het publiek geleidelijk door het “National declassering Center” en het “National Security Archief” van de George Washington universiteit in de vorm van 39 documenten op hun website gepubliceerd. Het is de grootste publicatie van zijn soort sinds de oprichting van het declasseringscenter in 2009. In de film “De wet van Killing” 2014, van de Amerikaanse regisseur Joshua Oppenheimer worden voor het eerst de daders van de massamoord voor de camera gebracht. Vervolgens begon een groep Amerikaanse senatoren met het vrijgegeven van documenten.

Soekarno

Indonesië werd onafhankelijk na 300 jaar Nederlandse kolonisatie en drie jaar Japanse bezetting. Het land werd een opzienbarend lid van de groep van ongebonden landen. De toenmalige Indonesische president, Soekarno, steunde zijn politiek op het anti-imperialisme. Hij nationaliseerde Westerse bedrijven; een beleid dat gesteund werd door de Indonesische communistische partij (PCI). Hierbij werden de Westerse regeringen en delen van het Indonesisch leger zeer nerveus. De economische schoktherapie van president Soekarno joegen de rijke Westerse landentegen hem in het harnas.

Op dat ogenblik had Indonesië de derde grootste communistische partij in de wereld, na de Sovjet-Unie en China. De Communistische Partij werd beschuldigd van de ontvoering en de moord op enkele generaals waarvan gezegd werd dat ze president Soekarno ten val zouden brengen om de macht te veroveren. Met de steun van CIA nam generaal-majoor Soeharto de legerleiding en later de staat in handen. De militaire media verspreidden de wreedste en grote leugens over de ontvoering en moord op de generaals. Zoals deze dat de vrouwen van de linkse organisatie “Gwani” de penissen van de ontvoerde generaals hadden afgesneden. Hiervoor werden de vrouwen van deze linkse beweging als vergedling onderworpen aan vreselijk folterpraktijken en verkrachting.

De staatsgreep van Soeharto was van tevoren beraamd met de nodige CIA-steun volgens een duidelijk concept om Soekarno en zijn naaste medewerkers te isoleren. Op 16 maart 1966 dwong Soeharto dan de wettige president tot het opgeven van zijn functie en liet zichzelf tot president proclameren van een militair bewind.

Anti-communisme

Soeharto beweerde dat de staatsgreep preventief was en dat de massale repressie preventief werd toegepast om ieder verzet de kop in te drukken en in de kiem te smoren. Geheim agent, Ralph McGehee, verklaarde dat de CIA-operatie in Indonesië een modeloperatie was.

De Westerse imperialisten, zowel Nederland als Amerika, lieten onverholen hun vreugde blijken. Ze verspreidden in de pers laster over de communisten, maar zwegen in alle toonaarden over het bloedbad van de nieuwe Westers gezinde machtshebbers. Als dank voor de steun en het begrip van het Westen zette Soeharto het land wijd open voor buitenlandse investeerders.

De Amerikaanse documenten – voornamelijk diplomatieke correspondentie uit de periode 1964-68 – bieden nu meer informatie over het geweld van de anticommunistische “zuivering” door het Indonesische leger. De hoogste VS-vertegenwoordiger in het land, de VS-ambassadeur Marshall Green, informeerde per telegram buitenlandse zaken in Washington over het anticommunistisch geweld in Sumatra, Sulawesi en Java. Hij was van oordeel dat een deel van de communistische leiders moest hangen. Green prees in zijn telegram Soeharto als een “goede en sterke man”. De Amerikaanse ambassadeur leverde een lijst met meer dan 5.000 namen van verdachte communisten en progressieven die moesten weggezuiverd worden. De Westerse regeringen zagen de zuivering als een overwinning op het communisme, ze gaven duidelijk de voorkeur aan Soeharto en zijn nieuwe orde. Howard Federspiel, een medewerker van State Departement, zei over de houding van de Amerikaanse regering: “dat het zolang communisten betrof niemand er zich druk over maakte dat honderden duizenden burgers werden afgeslacht.” De massamoordpartijen vonden plaats midden in de koude oorlog.

ook Duitsland

De Amerikaanse documenten tonen aan dat ook de Duitse diplomaten in Jakarta contact zochten bij de machtswissel van Soeharto. Het telegram van de VS-ambassade van 12 oktober 1965 vermeldde dat de gesprekken met een Duitse zakenman hoog in de agenda van Soeharto stond, het telegram vermelde ook dat hij president Soekarno wilde ontwapenen en hem vervangen door een burger-militaire junta. In de daaropvolgende jaren werd Indonesië opnieuw geïntegreerd in het Westers economisch kapitalistisch systeem.

Publieke figuren maakten er toen geen geheim van dat het doel erin bestond om een nieuw gunstig klimaat te creëren waarin particuliere bedrijven zouden samenwerken met de ontwikkelingslanden voor hun wederzijdse belangen en winst, voor een grotere winstbron van de vrije wereld.

Deze politiek is tot op heden nog altijd het beleid van de VS en de neoliberale economische machthebbers. Daarom is er weinig belang om klaarheid en waarheid over de Indonesisch slachtpartij op de wereldbühne te brengen. Dat de betrokkenheid van het Westen bij dit wrede bloedbad nu gedocumenteerd naar buiten wordt gebracht, doet de geschiedenis eer aan.