Ian Buruma en ‘het betrekkelijk goedaardige imperialisme uit Washington’ 38

Ian Buruma en ‘het betrekkelijk goedaardige imperialisme uit Washington’ 38

07-01-18 03:49:00,


‘For about three hundred years, since the Glorious Revolution,’ zo stelt Ian Buruma in zijn boek Anglomania. A European Love Affair (1998), bezat Groot Brittannië een ‘remarkable combination of civility and freedom.’ Deze bewering wordt op Burumaanse wijze ogenblikkelijk in de volgende zin teniet gedaan door de opmerking dat het land ‘was also a society of great social and economic inequality, cruel penal codes, cultural philistinism, barbarous mobs, and insular attitudes to the outside world.’ Kan een gemeenschap een ‘opmerkelijke combinatie van beschaafdheid en vrijheid’ bezitten en tegelijkertijd ‘een samenleving’ zijn met ‘grote sociale en economische ongelijkheid,’ en met een ‘wrede strafrechtspleging’? Volgens de ‘stedelijke elites,’ waarvan Buruma de opiniemaker is, kan dit wel degelijk, zo valt uit hun meningen op te maken. Daarentegen zijn er — buiten de mainstream om — genoeg burgers met een dissidente opvatting, en die ‘civility and freedom’ onverenigbaar achten met ‘inequality’ en ‘cruel penal codes.’  Het is van belang dit niet te vergeten aangezien Buruma in één adem tevens verwijst naar ‘cultural philistinism’ en ‘barbarous mobs.’ Ter verduidelijking: ‘philistinism’ is de denigrerende term voor ‘the social attitude of anti-intellectualism that undervalues and despises art, beauty, spirituality, and intellect.’ Wat op het eerste gezicht een duidelijke beschuldiging lijkt, blijkt bij nader inzien buitengewoon verwarrend te zijn. Wat is namelijk het geval? Buruma’s ‘stedelijke elites,’ die hij in bescherming neemt tegen de kritiek van ‘populisten’ en hun aanhang, zijn dezelfde ‘elites’ die sinds eind jaren zeventig van de vorige eeuw hebben geprofiteerd van het neoliberalisme met zijn ‘grote sociale en economische ongelijkheid,’  zonder dat zij zich massaal politiek of cultureel hebben verzet tegen het neoliberale ‘anti-intellectualism that undervalues and despises art, beauty, spirituality, and intellect.’ Sterker nog: onder zowel president Clinton, Bush junior als Barack Obama is de kloof tussen arm en rijk toegenomen, en is de macht van het militair-industrieel complex almaar toegenomen. Armoede en oorlog zijn het tegenovergestelde van ‘kunst, schoonheid, spiritualiteit, en intellect.’ Beide fenomenen zijn de grofste vormen van het ‘anti-intellectualisme’ dat Buruma als wapen gebruikt om de ‘barbarous mobs’ te kunnen beschuldigen van ‘culturele platvloersheid.’ Dat dit ‘cultural philistinism’ sinds de opkomst van de huidige kapitalistische klassenmaatschappij bewust is gekweekt en in stand is gehouden,  » Lees verder

%d bloggers liken dit: