Collectieve ontslagen: arbeid is niet zomaar een koopwaar

19-02-18 02:26:00,

Carrefour kondigde vorige maand aan dat er in Frankrijk en België een 3.500-tal jobs op de schop gaan. Terwijl de collectieve ontslagprocedures lopen, is het interessant om de reacties in Vlaanderen op deze ontslagen tegen het licht te houden. Deze reacties zijn namelijk doortrokken van een opvallend principieel marktdenken, een houding die we het best opnieuw kwijtspelen.

In hun reacties op de aangekondigde ontslagen bij Carrefour wezen onder andere ministers Muyters en Van Overtveldt prompt op het aantal openstaande vacatures, en dat de overheidsrol zich het best beperkt tot jobbegeleiding naar die jobs – “Carrefour is nu eenmaal een privébedrijf”. Ook reageren verschillende arbeidsmarktspecialisten en ­commentatoren opvallend genoeg met enige ergernis dat men zulk een drama maakt rond de ontslagen bij Carrefour. Waarom zoveel verontwaardiging en bewogen getuigenissen? Wat is het probleem als er toch zoveel openstaande jobs zijn?

Men kan een aardig boompje opzetten over of er al dan niet voldoende – en voldoende kwalitatieve – jobs regionaal aanwezig zijn om een grote ontslagronde op te vangen. Maar zelfs indien volgende maand álle Carrefour-werknemers een nieuwe job zouden hebben, dan nog is deze visie op jobverlies en de rol van de overheid frappant. Frappant, omdat ze dusdanig doortrokken is van een principieel marktdenken, waarbij arbeid gereduceerd wordt tot koopwaar.

Arbeid als koopwaar

Cru samengevat is het onderliggende idee dat werknemers contractanten zijn die in het nastreven van hun individueel eigenbelang hun arbeid aanbieden als koopwaar op een arbeidsmarkt. Zegt Carrefour als huidige koper van jouw arbeid het contract op, dan zoek je een nieuwe gegadigde. Waarom zou je je dus druk maken om zulk een beëindigd contract, als er voldoende nieuwe kopers zijn voor je arbeid? En bovenal, waarom zou je gezamenlijk protesteren aan een Carrefour-stakerspiket?

Het is moeilijk om zich een werknemer voor de geest te halen die zich effectief zo gedraagt. Iemand die hoort dat de vestiging sluit waarin hij en zijn collega’s werken, even op de VDAB-website kijkt, de schouders ophaalt, en de deur achter zich dichttrekt op weg naar een nieuw arbeidscontract. Intuïtief voelen we aan dat hier sociale relaties spelen die zulk een marktvisie op arbeid niet vat. De kritiek op die marktvisie van een individueel eigenbelang nastrevende werknemer kent ondertussen een lange geschiedenis, ook binnen de economie zelf.

Normen in een ‘morele economie’

Een mooie illustratie hiervan is het recent verschenen boek van economisch historicus Tim Rogan (2017),

 » Lees verder