NRC’s Oorlogsvoorbereidingen

stanvanhoucke.blogspot.com · by stan · March 14, 2018

NRC.nl bericht vandaag:

“De Britse premier Theresa May beraadt zich op sancties tegen Rusland, nu het ultimatum aan Moskou over de aanval met zenuwgas op een ex-spion vannacht is verstreken, schrijft The Guardian.”

Het ‘ultimatum aan Moskou over de aanval met zenuwgas’ is vet gedrukt om daarmee nog eens te beklemtonen dat het hier om feiten gaat. De informatie waarover NRC Handelsblad beschikt is afkomstig van dezelfde geheime diensten, die de Britse politici bedrogen met informatie over Saddam’s massavernietigingswapens, daarmee de weg openend voor de desastreuze agressie-oorlog tegen Irak. Woensdag 6 juli 2016 berichtte The Guardian daarover:

The Chilcot report identifies a series of major blunders by the British intelligence services that produced “flawed” information about Saddam Hussein’s alleged weapons of mass destruction (WMDs), the basis for going to war.

The intelligence community emerges from the report with its reputation and some of its most senior staff badly damaged.

The report singles out for criticism Sir John Scarlett, the chairman of the joint intelligence committee (JIC), an umbrella group that pulls together the work of the main intelligence agencies, mainly the findings of the overseas service, MI6.
https://www.theguardian.com/uk-news/2016/jul/06/spy-agencies-flawed-information-saddam-wmds-iraq-chilcot

Desondanks kennen de mainstream-media ook nu weer geen enkele terughoudendheid, en geven ze beweringen van westerse geheime diensten ongeclausuleerd door.  De dag dat de illegale inval in Irak begon, 20 maart 2003, adviseerde dezelfde NRC in een redactioneel commentaar:

Nu de oorlog is begonnen, moeten president Bush en premier Blair worden gesteund. Die steun kan niet blijven steken in verbale vrijblijvendheid. Dat betekent dus politieke steun – en als het moet ook militaire.

Eerder schreef ik het volgende:
 

ZONDAG 31 JANUARI 2010

De Nuance van de NRC 163

In de rubriek van de directeur/hoofdredacteur van de NRC, Birgit Donker, kan de lezer dit weekeinde het volgende vernemen:
‘De lezer schrijft over een open brief uit 2003
In het ambtenarenblad PM (22 januari) lees ik onder de kop ‘Kabinet zette commissie Volkenrecht buitenspel’ dat uw krant in 2003 een kritische petitie over Irak zou hebben geweigerd. De petitie was ondertekend door volkenrechtexperts, onder wie Karel Wellens, de toenmalige voorzitter van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV). De petitie onderstreepte dat „er geen volkenrechtelijke rechtvaardiging was te bedenken voor de inval in Irak”. In PM zegt Wellens: „Wij boden onze tekst ter publicatie aan zowel NRC Handelsblad als de Volkskrant aan, maar geen van beide ging tot onze ergernis en verbazing over tot publicatie van de brief, die uiteindelijk wel werd afgedrukt in hetNederlands Juristenblad.”
Ik ben nieuwsgierig naar de reden(en) waarom uw krant de brief toen niet plaatste. En, voor de actualiteit, ook naar de vraag of dat met de kennis van nu wel gebeurd zou zijn (of misschien beter: of dat met de kennis van toen nu weer zo zou gaan).
Marten Hofstede
Leiden
De krant antwoordt
Deze rubriek bespreekt niet vaak kwesties van zeven jaar oud. Maar gezien het recente rapport van de commissie-Davids, die oordeelde dat er geen volkenrechtelijk mandaat was om Irak aan te vallen, is de vraag van de lezer actueel.
De door Wellens en andere juristen op 14 maart 2003 verstuurde brief volgde nagenoeg letterlijk de tekst van een open brief van Britse volkenrechtexperts die The Guardian op 7 maart 2003 had gepubliceerd (met weglating van één alinea over de toenmalige Britse premier, Tony Blair). De strekking van de brieven is dat VN-resolutie 1441 onvoldoende grond verleende voor een preventieve aanval op Irak. NRC Handelsblad berichtte op 7 maart over de ‘Guardian-brief’. In die dagen – de aanval begon op 20 maart – was er overigens nauwelijks een dag dat er niets over ‘1441’ in de krant stond.
De CAVV is een onafhankelijk adviesorgaan van regering en parlement over vraagstukken van internationaal recht. De ‘Wellens-brief’ was geen document van de CAVV, omdat die verdeeld was over de vraag of ze alsnog met een advies moest komen, nadat de regering had laten weten daarop geen prijs te stellen (onze krant schreef daar de afgelopen jaren veel over). Een aantal CAVV-leden ondertekende wel de brief mee.
De brief is inderdaad aan ons en de Volkskrant aangeboden. De afwijzingsbrief is niet meer te vinden, maar ik acht drie redenen plausibel: de krant drukt in principe geen open brieven af die ook aan andere media worden aangeboden; de brief voegde niets toe aan de Britse; en over het onderwerp schreven we destijds al zeer uitgebreid. Een van de ondertekenende CAVV-leden, hoogleraar Nico Schrijver, zou er op 29 maart in een opiniestuk ook nog op terugkomen.
Zou de krant ‘met de kennis van nu’ die brief nu wel afdrukken? Misschien. U vindt hem nu, met andere relevante stukken, in elk geval online. De bezwaren blijven wel gelden. Maar een kort bericht dat Nederlandse volkenrechtexperts het standpunt van hun Britse collega’s steunden hadden we destijds wel moeten plaatsen…’
Aldus een deel van de reactie van de directeur/hoofdredacteur van de NRC. Het is wederom een voorbeeld van de wijze waarop deze krant dissidente stemmen censureert. En omdat de de redactie dit feit niet meer kon negeren moest Birgit Donker wel publiekelijk reageren. Het is opnieuw een voorbeeld van hoe de commerciële massamedia in het Westen een propaganda-instrument van de macht zijn, zoals vooral in de angelsaksische literatuur keer op keer gedocumenteerd wordt aangetoond.
Het is één van de vele voorbeelden van de NRC waarbij sprake is van ‘censorship by omission’. Donkers’ argument dat ‘de brief niets toe[voegde] aan de Britse’ is geen overtuigend argument omdat het hier een Nederlandse reactie betrof, en de NRC volstaat met argumenten die de lezer wel honderdmaal heeft vernomen. Ik geef u een ander voorbeeld van deze vorm van censuur:
Januari 2009 kreeg de Israelische hoogleraar Martin Levi van Creveld die bekend staat als een zionist met extremistische opvattingen zes kolommen breed de kans van de NRC om het Israelische ‘disproportionele geweld’ tegen de Palestijnse bevolking in Gaza aan te prijzen met argumenten als: ‘het laatste wat de Israeliers willen is de steegjes van Gaza, Rafah en Khan Yunis bestormen.’ En dus schoten tanks en de artillerie vanaf afstand op alles dat ze konden raken plat, met als gevolg dat eenderde van het aantal doden kind was, en meer dan de helft burger, en dat omdat de Israelische soldaten te laf waren om de ‘vijand’ te ‘bestormen’. Het ‘disproportionele geweld’ in de hoop een verzetsstrijder te treffen en op die manier honderden burgers vermoorden en duizenden verwonden is, zoals bekend, een oorlogsmisdaad. Maar dat weerhield de Israelische autoriteiten niet om vooraf al publiekelijk bekend te maken dat de Israelische strijdkrachten‘disproportioneel geweld’ zouden gebruiken. Ook de NRC-correspondent ter plaatse wist dit aangezien hij ook nog eens via de AIVD gewaarschuwd was niet naar Gaza te gaan omdat het daar veel te gevaarlijk zou worden voor journalisten, een waarschuwing die hij serieus nam waardoor hij uit Gaza wegbleef en zo niet getuige kon zijn van de wijze waarop de Israelische strijdkrachten op grote schaal oorlogsmisdaden begingen. En dat was ook precies de bedoeling geweest van de Israelische autoriteiten. Maar Israelische oorlogsmisdaden waren en zijn in de extremistische gedachtenwereld van Martin Van Creveld een te verwaarlozen detail. Kinderen, vrouwen, bejaarden lopen in deze criminele Israelische strategie nu eenmaal ‘de kans een zeer hoge prijs te betalen. Mais c’est la guerre,’ aldus zijn misdadige woorden in de NRC.
Welnu, acht dagen voordat Van Creveld zijn enthousiasme voor het schenden van het internationaal recht in de NRC mocht verspreiden,weigerde de krant een ingezonden stuk te plaatsen, geschreven door Nederlandse juristen, waarin deze deskundigen gedocumenteerd wezen op het feit dat Israel bezig was oorlogsmisdaden te plegen. Geweigerd, en wel omdat een artikel over oorlogsmisdaden (let op, de bekende smoes) ‘weinig nieuwe gezichtspunten bevat… Met vriendelijke groet, Anna Visser, redacteur Opinie NRC/H.’Dankzij hetNederlands Juristen Blad en vervolgens internet, kwam deze informatie over de Israelische oorlogsmisdaden bij een breder publiek terecht, met als gevolg dat de schrijfster ervan door de ambtelijke top van het ministerie van Buitenlandse Zaken werd gevraagd om de juridische aspecten te komen toelichten, omdat het kennelijk nog niet tot het ministerie was doorgedrongen dat oorlogsmisdaden niet door de Nederlandse regering consequentieloos gesteund konden worden. Met andere woorden: Van Creveld kreeg van de NRC breeduit de ruimte om zijn disrespect voor het oorlogsrecht en de mensenrechten te etaleren, terwijl Nederlandse juristen van dezelfde redactie acht dagen eerder vernamen dat er geen behoefte was aan een artikel over de Israelische schendingen van het internationaal recht ‘daar wij van mening zijn dat hij weinig nieuwe gezichtspunten bevat… Met vriendelijke groet, Anna Visser, redacteur Opinie NRC/H.’ En we weten nu dankzij de internationale mensenrechtenorganisaties en de VN-rapportage welke oorlogsmisdaden daar allemaal door Israel gepleegd zijn. Overigens was algemeen bekend dat Martin Levi van Creveld extremistische standpunten op na hield. Hij werd ondermeer geciteerd in David Hirst’s The Gun and the Olive Branch (2003) as saying “We have the capability to take the world down with us. And I can assure you that that will happen, before Israel goes under.” He quoted General Moshe Dayan: “Israel must be like a mad dog, too dangerous to bother.”‘
Het toont andermaal aan hoe weinig respect de NRC heeft voor het internationaal recht zodra dit de idologische overtuigingen van de krant dwarsboomt. Maar al te vaak steunt de slijpsteen voor de geest het westerse geweld, zoals ook bleek op 20 maart 2003 toen de illegale inval in Irak onder aanvoering van de VS begon. De NRC concludeerde die dag in een officieel commentaar: ‘Nu de oorlog is begonnen, moeten president Bush en premier Blair worden gesteund. Die steun kan niet blijven steken in verbale vrijblijvendheid. Dat betekent dus politieke steun – en als het moet ook militaire.’
De redactie van dit commerciele instituut is financieel niet bij machte om te beseffen dat ‘there is no ideological reason, no territorial reason that can justify the cruelty of war. The means of war have reached the point where they overwhelm any possible decent ends,’ zoals de historicus Howard Zinn opmerkte. En mijn collega’s zelf kunnen oorlog blijven propageren omdat zij en hun families er geen enkele consequentie van ondervinden. De prijs wordt betaald door anderen. Daar staat tegenover dat oorlog goed is voor de oplage van de krant, en daar draait het uiteindelijk allemaal om. Ook bij de NRC geldt boven alles het streven naar maximale winsten. Dat is de belangrijkste opgave van de journalisten aldaar. Zo ongenuanceerd ligt het.

http://stanvanhoucke.blogspot.co.uk/search?q=nrc+20+maart+2003

Zou de krant er ooit aan gedacht hebben excuses aan te bieden?

Het interessante nu is dat de krant verdient aan zowel het sanctioneren van geweld als het betreuren ervan. Dit is dus twee keer geld opstrijken. Dat is pas goede handel!

Donderdag 16 maart 2017 schreef ik het volgende:
Dat de neoliberale ideologie van het kapitalisme met haar massale NAVO-geweld de afgelopen kwarteeuw vooral in het Midden-Oosten en de Maghreb grote chaos heeft veroorzaakt, en in flagrante stijd is met het ‘beginsel’ dat ‘NRC-publicaties worden geredigeerd vanuit een liberale geesteshouding met eerbied voor het individu en de beginselen van verdraagzaamheid, redelijkheid en openheid,’is een feit dat de redactie en hoofdredactie van de krant negeren, wanneer ‘de grondslag van het Atlantisch bondgenootschap,’ namelijk de westerse hegemonie, bedreigd wordt. Dit gebrek aan rationaliteit is niet verwonderlijk aangezien logica nooit het sterkste punt is van concerns die alleen maar uitzijn op zoveel mogelijk winst. Met het oog op NRC’s geclaimde ‘liberale geesteshouding met eerbied voor’ de ‘beginselen van verdraagzaamheid, redelijkheid en openheid,’ is het onthullend ook het volgende fragment over de beweerde ‘Russische beeldvorming in Nederland’ te analyseren:
In veel landen, waaronder de Verenigde Staten, is onrust ontstaan over vermeende Russische inmenging in het democratische proces. De vraag is nu wat er in Nederland zichtbaar is van mogelijke Russische beïnvloeding van media en politiek.
Met name het neerhalen van vlucht MH17 en de Nederlandse voortrekkersrol bij nieuwe sancties tegen Rusland maken Nederland volgens inlichtingenexperts tot een relevant doelwit in de Russische informatiecampagne. ‘De Russische inspanning op dit gebied lijkt mondiaal, en ook in Nederland, geïntensiveerd na de interventie in Oekraïne,’ schrijft de AIVD.
Zoals vaker bij inlichtingendiensten blijft het bewijs voor de beschuldigingen achterwege. Welke beïnvloeding er precies plaatsvindt, wordt volgens de AIVD wel met relevante Nederlandse overheden gedeeld, maar niet met het publiek.
Zichtbare Russische beïnvloeding vindt in Nederland vooral via internet plaats. Daar zijn Engelstalige media als RT (voorheen Russia Today) en Sputnik, die door de Russische overheid worden gefinancierd, nadrukkelijk aanwezig. Beide mediakanalen zijn opgericht om de Russische visie op de werkelijkheid te presenteren.
RT claimt een bereik van ruim 700 miljoen mensen in meer dan 100 landen, al zetten analisten daar vraagtekens bij. Behalve via internet is het kanaal bij meer dan drie miljoen mensen in Nederland via de kabel beschikbaar. Een mediatoezichthouder in het Verenigd Koninkrijk tikte RT op de vingers vanwege misleidende of onevenwichtige berichtgeving over de conflicten in Syrië en Oekraïne. Sputnik verspreidt regelmatig nepnieuws.
Daar gaan we: dat ‘In veel landen, waaronder de Verenigde Staten, onrust [is] ontstaan over vermeende Russische inmenging in het democratische proces,’klopt in zoverre dat die ‘Russische inmenging’ inderdaad ‘vermeend,’ is omdat die ‘informatie’ berust op oncontroleerbare beweringen van de CIA, een alles behalve betrouwbare bron zoals de geschiedenis van deze inlichtingendienst aantoont. Met andere woorden: in deze zin wordt van alles gesuggereerd, maar werkelijk niets bewezen. Dit is geen serieuze journalistiek, maar domweg het verspreiden van ‘nepnieuws.’ Ook de volgende bewering ondergraaft zichzelf:
‘De Russische inspanning op dit gebied lijkt mondiaal, en ook in Nederland, geïntensiveerd na de interventie in Oekraïne,’ schrijft de AIVD.
Wat staat hier? ‘De Russische inspanning… lijkt mondiaal’ en ‘lijkt’ dus ‘ook in Nederland geïntensiveerd na de interventie in Oekraïne.’ Volgens Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal betekent ‘lijken’ in dit geval: ‘de indruk wekken.’ Met andere woorden: het hoeft niet waar te zijn, daarom gebruikt de AIVD niet dat de ‘Russische inspanning… mondiaal’ IS. Bij het beschuldigen van een ander is ‘lijkt’ altijd een zwaktebod. Voorbeeld: Hubert Smeets ‘lijkt’ op een ‘CIA-stringer.’ Hoewel hij er verdacht veel op ‘lijkt,’ hoeft hij het niet te zijn, maar ondertussen heb ik wel zijn integriteit aangetast. En juist dat is dan ook wat de AIVD en de NRC met betrekking tot Rusland proberen te doen, en trouwens ook Hubert Smeets zelf toen hij tijdens één van zijn televisie-optredens in het programma Nieuwsuur op vrijdag 31 oktober 2014, naar aanleiding van de MH17-zaak, over Aleksej Poesjkov, voorzitter van de Buitenland Commissie van het Russische parlement, verklaarde:
Hij is getrouwd met een actrice. Dat zal hij ook zelf goed kunnen, denk ik… Ik ben geen specialist als het gaat om technisch onderzoek, hè, dus ik klets misschien ook een beetje uit mijn nek… Ik heb het gevoel, als ik zo’n beetje, als amateur-psycholoog naar het interview kijk… Maar misschien vergis ik me vreselijk hoor en is het gewoon een klassiek Russische koers om verwarring te zaaien… Dat weten wij niet, want wij zijn natuurlijk niet bij het onderzoek betrokken, het kan zijn dat hij inderdaad pressie wil uitoefenen, of misschien zelfs intimidatie…
Geen enkel bewijs aanvoeren, maar vanuit een diep ressentiment de Ander zijn integriteit ontnemen. Het is een oude beproefde CIA en KGB-tactiek, niet ingaan op de zaak, maar bij gebrek aan argumenten de angst en de ressentimenten onder het publiek bespelen. Zo deed de nazi-leider en journalist Julius Streicher het om joodse Europeanen te demoniseren. In 1946 werd hij opgehangen, vanwege zijn werk voor de antisemitische ‘Der Stürmer,’ die de weg naar de ‘holocaust’opende. Uiteindelijk zijn woorden onontbeerlijk om te kunnen moorden. Hubert Smeets dus, en nu het aanstormende talent Wilmer Heck met ondermeer zijn opmerking: ‘Zoals vaker bij inlichtingendiensten blijft het bewijs voor de beschuldigingen achterwege.’ Desondanks beweert de NRC-redacteur tegelijkertijd: ‘Rusland beïnvloedt ons vooral online.’ Maar hetzelfde geldt voor Hubert Smeets en Wilmer Heck die zowel CIA als AIVD-propaganda verspreiden, zoals in zowel NRC Handelsblad‘goed zichtbaar’ is, als ‘vooral’ ook‘online.’ En omdat Huberts Smeets met zijn nauwe NAVO-banden door de Nederlandse regering wordt betaald om permanent propaganda voor het westers militair-industrieel complex te maken, loopt het publiek het gevaar zijn beweringen te gaan geloven. In zijn boek Propaganda. The Formation of Men’s Attitudes zette al in de jaren zestig de Franse socioloog Jacques Ellul met betrekking tot het feit dat‘propaganda een directe aanval is op de mens’ uiteen dat:
The strength of propaganda reveals, of course, one of the most dangerous flaws of democracy. But that has nothing to do with my own opinions. As I am in favor of democracy, I can only regret that propaganda renders the true exercise of it almost impossible. But I think it would be even worse to entertain any illusions about a co-existence of true democracy and propaganda. Nothing is worse in times of danger than to live in a dream world. To warn a political system of the menace hanging over it does not imply an attack against it, but is the greatest service one can render a system.
Ellul benadrukt dat
In reality propaganda cannot exist without using the mass media. If, by chance, propaganda is addressed to an organized group, it can have practically no effect on individuals before that group has been fragmented,
en dat daarom
Propaganda must be total. The propagandist must utilize all of the technical means at his disposal – the press, radio, TV, movies, posters, meetings… Propaganda tries to surround man by all possible routes, in the realm of feelings as well as ideas, by playing on his will or on his needs, through his conscious and his unconscious, assailing him in both his private and his public life. It furnishes him with a complete system for explaining the world, and provides immediate incentives to action. We are here in the presence of an organized myth that tries to take hold of the entire person.
Through the myth it creates, propaganda imposes a complete range of intuitive knowledge, susceptible of only one interpretation, unique and one-sided, and precluding any divergence. This myth becomes so powerful that it invades every area of consciousness, leaving no faculty or motivation intact. It stimulates in the individual a feeling of exclusiveness, and produces a biased attitude. The myth has such motive force that, once accepted, it controls the whole of the individual, who becomes immune to any other influence. This explains the totalitarian attitude that the individual adopts — wherever a myth has been successfully created — and simply reflects the totalitarian action of propaganda on him.
Not only does propaganda seek to invade the whole man, to lead him to adopt a mystical attitude and reach him through all possible psychological channels, but, more, it speaks to all men. Propaganda cannot be satisfied with partial successes, for it does not tolerate discussion; by its very nature, it excludes contradiction and discussion. As long as a noticeable or expressed tension or a conflict of action remains, propaganda cannot be said to have accomplished its aim. It must produce quasi-unanimity, and the opposing faction must become negligible, or in any case cease to be vocal.
Veelzeggend is tevens dat Propaganda. The Formation of Men’s Attitudes (1968) in het Engels werd vertaald op voorspraak van Aldous Huxley, de auteur van Brave New World. Ellul’s beschrijving verklaart een aantal irrationaliteiten en taboes van de ‘vrije pers,’ en van de consumptiecultuur die zij dient. Mij wordt regelmatig gevraagd waarom de plausibelere analyses van buitenlandse deskundigen geen aandacht krijgen in het werk van de Nederlandse zogeheten ‘vrije pers.’ De reden is, zoals Ellul terecht stelt, dat ‘[p]ropaganda must be total… Propaganda cannot be satisfied with partial successes, for it does not tolerate discussion; by its very nature, it excludes contradiction and discussion.’ Dit verklaart tevens waarom mainstream-collega’s van mij, die ik al heel lang persoonlijk aanspreek op hun corrupte houding, nooit publiekelijk met mij en mijn bronnen in discussie gaan. Fundamentele kritiek ‘must… cease to be vocal,’ en dissidente stemmen moeten, net als destijds de dissidenten in de Sovjet Unie, ‘become negligible.’ Internet is de ‘samizdat’ geworden van het Westen, in de zin die de Russische schrijver Vladimir Boekovski eraan gaf: ‘Samizdat: ik schrijf zelf, ik redigeer zelf, ik censureer zelf, ik geef zelf uit, ik verspreid zelf en ik zit er zelf een straf voor uit.’ Het kenmerkende van de mainstream-media is dat zij door de komst van internet het monopolie op de berichtgeving hebben verloren, waardoor zij niet langer meer bij machte zijn te bepalen wat waar en niet waar is. Het enige dat mijn mainstream-collega’s nog kunnen doen is te proberen de verloren macht terug te winnen door internet af te schilderen als een bron van ‘nepnieuws,’ en dit is precies de reden waarom een commerciële krant als de NRCbeweert dat ‘Rusland ons vooral online [beïnvloedt].’ Hier betreden ‘we’ het domein van het absurdisme, want waarom zouden alleen de westerse commerciële massamedia ‘ons’ in toenemende mate ‘online’ mogen beïnvloeden. Dat de NRC zich stoort aan het feit dat zij concurrentie heeft gekregen, is begrijpelijk, maar dat de krant zowel RT als Sputnik verwijt dat ‘[b]eide mediakanalen’ de ‘Russische visie op de werkelijkheid presenteren’ is ronduit onthullend. De redactie en hoofdredactie van de ‘kwaliteitskrant’ stellen daarmee expliciet en publiekelijk dat zij niet gediend zijn van het aloude journalistieke principe van hooren wederhoor. Vanuit een lachwekkende pedanterie ergert NRC Handelsblad zich aan het feit dat — naast haar westerse, lees Amerikaanse ‘visie op de werkelijkheid’ — nu ook ‘de Russische visie op de werkelijkheid’ in het Westen bekend wordt. Als onafhankelijk journalist, die nog wel waarde hecht aan hoor en wederhoor, verwelkomde ik de komst van beide ‘mediakanalen,’omdat de exclusief westerse ‘visie van de werkelijkheid,’ — ‘financed by thecorporate media’ — door mij en eveneens door een toenemend aantal lezers als dermate propagandistisch wordt ervaren dat de krantenoplagen, inclusief die van de NRC, blijven dalen. De opvatting van NRC-redacteur Wilmer Heck, en daarmee zijn krant, verraadt de propagandistische mentaliteit van de zogeheten ‘vrije pers’dat de ‘visie op de werkelijkheid’ van de NAVO voldoende is, en het grote publiek daarom niet op de hoogte hoeft te worden gebracht van de ‘Russische visie op de werkelijkheid.’ De verklaring voor deze houding gaf Jacques Ellul al ruim een halve eeuw geleden toen hij benadrukte dat:
Propaganda must be continuous and lasting — continuous in that it must not leave any gaps, but must fill the citizen’s whole day and all his days; lasting in that it must function over a very long period of time. Propaganda tends to make the individual live in a separate world; he must not have outside points of reference. He must not be allowed a moment of meditation or reflection in which to see himself vis-à-vis the propagandist, as happens when the propaganda is not continuous. At that moment the individual emerges from the grip of propaganda. Instead, successful propaganda will occupy every moment of the individual’s life… The individual must not be allowed to recover, to collect himself, to remain untouched by propaganda during any relatively long period, for propaganda is… based on slow, constant impregnation. It creates convictions and compliance through imperceptible influences that are effective only by continuous repetition.
Binnen de propagandistische consensus bestaat geen enkele ruimte voor ‘de visie’van de Ander, die door de elite tot vijand is bestempeld, zoals de NRC onbewust duidelijk maakt. De eigen propaganda kan alleen effectief zijn wanneer de ‘visie’van de tegenstander verzwegen wordt. De westerse mainstream-journalist kan zodoende zonder enig bewijs ‘informatie’ van de eigen, per definitie, onbetrouwbare geheime diensten klakkeloos overnemen, zonder dat de intelligentsia in de polder zich hierover publiekelijk verwondert. Interessant is dat ‘we’ nu enerzijds de suggestieve, tendentieuze berichtgeving zien van de ‘vrije pers,’ en anderzijds de op feiten gebaseerde kritiek van een groeiende aantal kritische burgers. Twee maanden nadat de NRC met het ‘nepnieuws’ van de AIVD kwam, verscheen maandag 13 maart 2017 op de AmerikaansefinanciëlenieuwssiteZero Hedge de volgende informatie over de belangrijkste bron van de westerse massamedia zodra het Rusland betreft:
Ron Paul, the prominent libertarian communicator, and three-time US presidential candidate declared this week in a Fox Business interview that it is ‘fantastic’ that WikiLeaks revealed on Tuesday thousands of US Central Intelligence Agency (CIA) documents and files.
Speaking with host Kennedy, Paul further says that the information exposed ‘indicates that liberty is in big trouble’ and states his concern about there having been insufficient media coverage of the information and outlines the potential dangers related to technology…
Paul’s discussion raises the very crucial question ‘do we live in a police state?’ As AntiWar’s Justin Raimondo warns, the latest WikiLeaks revelations tell us the answer is ‘Yes.’
WikiLeaks and Julian Assange would have gone down in history as the greatest enemies of government oppression of all kinds in any case, but their latest release — a comprehensive exposé of the US intelligence community’s cyberwar tools and techniques — is truly the capstone (afronding. svh) of their career. And given that this release — dubbed ‘Vault 7’ — amounts to just one percent of the documents they intend to publish, one can only look forward to the coming days with a mixture of joyful anticipation and ominous fear.
Fear because the power of the Deep State is even more forbidding — and seemingly invincible — than anyone knew. Joyful anticipation because, for the first time, it is dawning on the most unlikely people that we are, for all intents and purposes, living in a police state. I was struck by this while watching Sean Hannity’s show last [Wednesday] night — yes, Fox is my go-to news channel — and listening to both Hannity and his guests, including the ultra-conservative Laura Ingraham, inveigh (tekeer gaan. svh) against the ‘Deep State.’ For people like Hannity, Ingraham, and Newt Gingrich (of all people!) to be talking about the Surveillance State with fear — and outrage — in their voices says two things about our current predicament:
  1. Due to the heroic efforts of Julian Assange in exposing the power and ruthlessness of the Deep State, the political landscape in this country is undergoing a major realignment, with conservatives returning to their historic role as the greatest defenders of civil liberties, and
  2. American ‘liberalism’ — which now champions the Deep State as the savior of the country — has become a toxic brew that is fundamentally totalitarian.