De verzwegen boodschap van Martin Luther King

dewereldmorgen.be · by Michael Parenti – dinsdag 3 april 2018

50 jaar geleden werd Martin Luther King vermoord. “Opiniemakers houden er van om Martin Luther King te presenteren als een inspirerend icoon liever dan als een radicale leider. Vandaag zou de echte King nooit uitgenodigd worden in het Witte Huis omdat hij veel te links is”. In 2013 schreef Michael Parenti exclusief voor DeWereldMorgen.be deze analyse van zijn echte, grotendeels verzwegen boodschap.

mlk630.jpg

‘Ik heb een droom – een wazige blik’

De vijftigste verjaardag van de Mars op Washington – waar Martin Luther King Jr. zijn beroemde ‘I have a dream’-toespraak hield – kan op heel wat aandacht rekenen in de Amerikaanse print en online media.

Maar hoe meer er aandacht geschonken wordt aan de buitengewone toespraak van King, hoe minder we lijken te weten over King zelf, hoe minder we bewust zijn van de uitdagingen die hij stelde, uitdagingen die ook vandaag nog heel dringend zijn.

De Mars ging door op 28 augustus 1963. Hoewel sommige commentatoren en politici angst zaaiden door te waarschuwen voor straatgeweld kwamen 250.000 mensen naar Washington in een massale demonstratie van eenheid en vreedzame vastberadenheid.

Ik was er bij. Ongeveer twee derde van de betogers waren Afrikaanse Amerikanen en ongeveer een derde was blank. Na al die jaren herinner ik me nog steeds hoe ontroerd ik was door die enorme massa die als het voetvolk van de democratie doorheen de hoofdstad van de natie bewoog, vastbesloten om ‘onze leiders’ in het parlement en het Witte Huis wakker te schudden.

Het hoogtepunt van de dag was de ‘I have a dream’-toespraak van Martin Luther King. Het was een schreeuw om vrijheid en spreekrecht voor een volk dat eeuwen van slavernij gevolgd door segregatie en racistisch geweld over zich heen had gekregen. In zijn toespraak herinnerde King er ons aan dat “de zwarte nog altijd wegkwijnt in de uithoeken van de Amerikaanse samenleving en zich in ballingschap in zijn eigen land bevindt. Daarom zijn we vandaag hier samengekomen, om een beschamende toestand voor het voetlicht te brengen”.

Hij ging verder: “De prachtige nieuwe strijdlust die de zwarte gemeenschap bezielt mag ons niet verleiden alle blanken te wantrouwen, want velen van onze blanke broeders zijn, zoals blijkt uit hun aanwezigheid hier vandaag, tot het besef gekomen dat hun lot verbonden is met dat van ons. En zij zijn tot het besef gekomen dat hun vrijheid onlosmakelijk verbonden is met onze vrijheid.”

King pookte die nieuwe strijdlust verder op. “We kunnen niet tevreden zijn zolang een zwarte in Mississippi niet kan stemmen en een zwarte in New York denkt dat hij niets heeft om voor te stemmen. Nee, nee, we zijn niet tevreden en we zullen niet tevreden zijn tot „het recht stroomt als water en gerechtigheid als een machtige stroom… Nu is het moment om uit de dorre en donkere vallei van rassenscheiding op te trekken naar het zonovergoten pad van raciale gerechtigheid.”

En toen kwam die verpletterende conclusie. “En als dit gebeurt, wanneer we de vrijheid laten klinken, wanneer we haar laten klinken in elk dorp en elk gehucht uit elke staat en elke stad, zullen we de dag dichterbij brengen waarop alle kinderen van God, zwarten en blanken, joden en niet-joden, protestanten en katholieken, de handen ineenslaan en de woorden zingen van de oude negro-spiritual: Eindelijk vrij! Eindelijk vrij! Dank God, wij zijn eindelijk vrij!”

Natte ogen

Op dat moment ontplofte de massa in een oorverdovend applaus en wild geschreeuw. Velen onder ons bleven overweldigd en met natte ogen achter. Met al zijn clichés en overdreven metaforen blijft de toespraak van King een sterk stuk redenaarskunst.

De toespraak is zo indrukwekkend dat commentatoren en experten het tot vandaag makkelijk vinden om zich daar op te focussen waardoor ze andere vitale sociale kwesties van King kunnen negeren.

Opiniemakers houden er van om Martin Luther King te presenteren als een inspirerend icoon liever dan als een radicale leider. Hij werd gedomesticeerd en opgepoetst. Vandaag zou de echte King nooit uitgenodigd worden in het Witte Huis omdat hij veel te links is, veel te veel een agitator.

In 1967 werd hij een steeds ernstiger probleem voor de verdedigers van de privileges en de winsten. King protesteerde in dat jaar tegen de oorlog in Vietnam, een feit dat nog zelden vernoemd wordt. Veel progressieven (zwart en blank) voelden zich ongemakkelijk bij zijn standpunten. Zij vonden dat hij zich beter concentreerde op de burgerrechten zodat hij zijn potentieel publiek niet zou vervreemden met zijn anti-oorlogsstandpunten. Maar voor King was Amerika de grootste leverancier van geweld in de wereld geworden, veel meer geld uitgevend aan dood en vernieling dan aan levensbelangrijke sociale programma’s.

Hij verschilde van mening met zij die geloofden dat we geweld en wreedheid konden weerstaan in eigen land terwijl we ondertussen geweld en wreedheid zaaiden in het buitenland. Hij veroordeelde zij “die vreedzame revolutie onmogelijk maken”, zij “die weigeren hun privileges en voorrechten op te geven die voortkomen uit de immense winsten van buitenlandse investeringen … de individuele kapitalisten die rijkdom vergaren” ten koste van andere volkeren en plaatsen.

Gevaarlijk terrein

Tegen 1967 begon King op gevaarlijk terrein te komen. Hij begon de dingen met elkaar te verbinden. Hij veroordeelde de “drievoudige vloeken van racisme, economische uitbuiting en militarisme”. Hij stelde dat dezelfde belangen die ons de sloppenwijken brachten, ons ook oorlogen schonken en daar dan nog rijker van werden.

Tegen 1968, het jaar dat hij werd vermoord, voerde King een oorlog tegen de armoede. Hij durfde het aan te zeggen dat burgerrechten verbonden waren met economische rechten. Hij was een nationale bezetting van Washington DC aan het plannen, die hij de Arme Mensen Campagne noemde (the Poor Peoples’ Campaign). Daarmee begaf hij zich andermaal op gevaarlijk terrein omdat hij de arbeidersklasse van verschillende etnische groepen samenbracht.

Die klasse-eisen worden in de gewoonlijke herdenkingen van Martin Luther King niet vermeld. De ‘I Have a Dream’ toespraak overschaduwt nu de veel minder gepubliceerde boodschappen die King uitsprak, kort voor hij werd vermoord, zoals het streven naar socio-economische rechtvaardigheid voor alle werkende mensen.

De grote ‘droomtoespraak’ van 1963 wordt niet zozeer als een bron van inspiratie gebruikt dan als een dekzeil om zijn radicale standpunten over klassestrijd en anti-imperialisme te verbergen.

In 1968 werd Martin Luther King op 38-jarige leeftijd vermoord door de kogel van een sluipschutter, terwijl hij op het balkon stond van zijn motelkamer in Memphis, Tennessee. Hij was in Memphis om steun te betuigen aan de staking van de vuilnisophalers, net het soort zaken dat zijn tegenstanders in toenemende mate ontoelaatbaar vonden.

James Earl Ray was ontsnapt uit de staatsgevangenis van de staat Missouri en op de vlucht voor de politie. Van hem werd verondersteld dat hij helemaal alleen zijn weg vond naar Memphis, daar King wist te lokaliseren op het balkon van zijn motel en hem neerschoot vanuit een andere kamer van het motel aan de overkant van het binnenhof.

Daarna ging men er van uit dat hij helemaal alleen als veroordeelde misdadiger op de vlucht, zonder enige financiële steun van anderen, en nu als moordenaar gezochte man, in Groot-Brittannië is geraakt. Hij werd aangehouden op de luchthaven van Heathrow, Londen, met grote sommen geld op zak, uitgeleverd aan de VS en in beschuldiging gesteld.

Hij kreeg een dwingend advies van zijn advocaat om schuldig te pleiten (om een assisenproces en de doodstraf te vermijden) en werd tot 99 jaar veroordeeld. Drie dagen later trok hij zijn bekentenis is. In de daaropvolgende jaren heeft hij meermaals gepoogd zijn schuldig pleidooi in te trekken en toch voor een assisenjury te verschijnen. Ray stierf in de gevangenis in 1998, terwijl hij nog steeds zijn onschuld staande hield.

Genegeerd

In 1986 werd de geboortedag (15 januari) van King een nationale feestdag (in feite is elke derde maandag van januari King’s Day, nvdr). Honderden straten kregen een nieuwe naam in zijn eer. Er zijn jaarlijkse herdenkingen. Zijn indrukwekkende stem, zijn gedenkwaardige woorden en aangrijpende intonatie worden afgespeeld, opnieuw en opnieuw.

De politiek-economische thema’s die hij benadrukte blijven genegeerd worden door mainstreamleiders en commentatoren. Uiteraard vieren de opiniemakers elk jaar zijn geboortedag herdenken en eren ze zijn grote speech van 1963, maar ze hebben niets te zeggen over de zovele onopgeloste vragen over zijn moord. Niemand stelt openlijk de vraag of er machtige mensen waren (in ieder geval machtiger dan James Earl Ray), die het noodzakelijk vonden om deze populaire leider uit te schakelen omdat hij te ver doorging voorbij zijn ‘I Have a Dream’.

Michael Parenti is een meermaals gelauwerd auteur.

Bij EPO verschenen: Zwarthemden & Roden. Rationeel fascisme en de omverwerping van het communisme (2001), Het Vierde Rijk. Of de brutale realiteit van de VS-wereldheerschappij (2003), De moord op Julius Caesar. Historische mythes over democratie (2004), Democratie voor de elite (2008), God en zijn demonen (2011), Hoe de rijken de wereld regeren (2012).

Vertaling Christophe Callewaert en Lode Vanoost, overname van deze vertaling kan enkel na overeenkomst met de auteur via redactie@dewereldmorgen.be.