Geert Mak Als Raadsel

Geert Mak Als Raadsel

24-05-18 07:33:00,



‘Courage,’ vrienden.

Op 14 februari 2017 voorspelde opiniemaker Geert Mak in Utrecht dat ‘2017’ het ‘jaar van de waarheid’ zou worden, en dat de ‘jaren van vanzelfsprekendheid voorbij’ waren. ‘Het worden zware tijden. We moeten,’ aldus mijn oude vriend, ‘onze angst omzetten in activiteit. We moeten scherp zijn en alert’ om ‘de stormen die komen’ te kunnen overleven. Zijn profetie groeide daardoor uit tot één van de ‘meest gelezen’ stukken op zijn website. Geheel volgens de traditie blijft Mak’s lezerspubliek diep in zijn hart als een christelijk kind dat alleen luistert wanneer ‘den HEERE uit den hemel zwavel en vuur over Sodom en Gomorra’ laat ‘regenen.’ Bovendien is die lezer ook nog eens een postmoderne consument, die zijn handel niet bedreigd wil zien, en dus alleszins bereid is te luisteren, wanneer een profeet preekt. En dit, vooral ook aangezien ‘onze Geert’ als ‘populairste geschiedenisleraar van het land’ die wisselend de rol van dominee en koopman speelt, eerder al met klem erop had gewezen dat een ‘goede elite,’ let op lezer, ‘ook onaangename waarheden onder ogen [durft] te zien en uit te spreken,’ en dat daardoor voor de ‘elite’ bovenal geldt dat ‘[k]waliteit, empathie en courage,’ broodnodig zijn, zeker ‘in deze tijd,’ waarbij vanzelfsprekend ‘de grootste van deze drie courage’ blijft. Van een dergelijke betrouwbaar ogende domineeszoon durft een mens zonder wantrouwen een tweedehands auto kopen. Desondanks is dit niet verstandig, al was het maar omdat Geert Mak zelf aan zijn eigen ‘courage’ twijfelt. Zo verklaarde hij als zelfbenoemde historicus op vrijdag 2 november 2012  tegenover een volle zaal:

Waar blijft, in deze chaos van telkens botsende en elkaar tegensprekende verhalen, de rol van de historicus? Zijn werk is — en ik volg nu de definitie van de Amerikaans/Hongaarse historicus John Lukacs — in de eerste plaats ‘het streven naar waarheid door het uitbannen van onwaarheid.’ Geschiedschrijving kan, zo betoogt hij, nooit ‘objectief’ zijn zoals de exacte wetenschappen — en dat betekent dat geschiedenis geen gespecialiseerde methoden kent en geen eigen specifieke taal. Woorden zijn voor de historicus dan ook meer dan de verpakking van feiten: het gaat minstens zozeer om de formulering,  » Lees verder

%d bloggers liken dit: