Het basisinkomen is niet alleen duur, maar ook onrechtvaardig

20-09-18 08:17:00,

Deze week is het de ‘Week van het basisinkomen’. Daarom presenteert econoom Hein Vrolijk vandaag een plan dat volgens hem een beter alternatief is voor het onvoorwaardelijk basisinkomen. De ‘rechtse’ econoom Milton Friedman inspireerde hem tot dat ‘linkse’ idee.

De aanhangers van het onvoorwaardelijk basisinkomen hebben het afgelopen jaar twee tegenslagen moeten verwerken. In april besluit de Finse overheid een eind te maken aan een experiment waarin tweeduizend werklozen maandelijks een basisinkomen van 560 euro krijgen. Een voortijdig einde, want het experiment – dat wereldwijd veel aandacht kreeg – was op 1 januari 2017 gestart voor een periode van twee jaar. Een nog veel groter experiment in de Canadese deelstaat Ontario is eind juli eveneens stopgezet, maar dat was het gevolg van een regeringswisseling.

De andere tegenslag geldt voornamelijk voor de Nederlandse aanhangers van het basisinkomen. Rutger Bregman, hier de meest bekende pleitbezorger van het onvoorwaardelijk basisinkomen, zet eind vorig jaar een andere koers in: ‘We schuiven het idee van een universeel basisinkomen op de lange baan.’ 

Bregman vindt dat basisinkomen nog steeds de beste optie, met als belangrijkste reden ‘dat er geen stigma meer zou zijn op het ontvangen van deze “uitkering” (iedereen krijgt haar immers).’ Iets dat ik overigens een bijzonder slecht argument vind: de wereld zit vol met stigma’s en het ontvangen van een basisinkomen lijkt mij daarvan het minst problematisch.

Om twee redenen pleit Bregman voorlopig voor een negatieve inkomstenbelasting, door hem aangeduid als basiszekerheid. Het scoort beter qua betaalbaarheid want je hebt dan geen rondpompmachine nodig, zo heeft hij van economieprofessor Bas Jacobs geleerd – alsof hij dat zélf niet had kunnen bedenken. Bovendien ondervangt dit alternatief een moreel probleem: ‘Waarom zouden de miljonairs uit de Quote 500 ook een basisinkomen moeten krijgen?’ 

Wat hij niet vermeldt, en wat je eigenlijk nergens tegenkomt, is het probleem dat het universele basisinkomen de inkomensverschillen in eerste instantie juist groter maakt. Want iedereen krijgt een extra bedrag bovenop wat hij of zij al verdient, behalve – vreemd genoeg – diegenen voor wie dat basisinkomen eigenlijk is bedoeld: de mensen met een uitkering. Zij mogen hun uitkering – met allerlei bureaucratische rompslomp – immers inruilen voor een basisinkomen waar niet allerlei voorwaarden gelden.

 » Lees verder