VN-verdrag bedrijven en mensenrechten: onderhandelingen vorderen, maar Europa blijft aan zijlijn staan

22-10-18 06:24:00,

Meer dan 70 staten onderhandelden vorige week in Genève over het eerste bindend VN-verdrag dat een einde moet maken aan de inbreuken op de mensenrechten door multinationale bedrijven en de straffeloosheid die ermee gepaard gaat. Het gebrek aan actieve deelname door de Europese Unie en de lidstaten doet de vraag rijzen of de Europese landen klaar zijn om de rechten van mensen boven de belangen van bedrijven te stellen.

Van 15 tot 19 oktober vond de vierde onderhandelingssessie plaats van de intergouvernementele werkgroep voor een bindend VN-verdrag rond transnationale bedrijven en mensenrechten. Meer dan 300 sociale bewegingen, vertegenwoordigers van getroffen gemeenschappen, mensenrechtenactivisten en ngo’s waren aanwezig om het proces te versterken en de druk op de staten op te voeren. Onder hen waren ook enkele vertegenwoordigers van het Belgisch platform voor duurzame en rechtvaardige handel.

Het proces dat 4 jaar geleden begon met een resolutie die gestemd werd in de VN-mensenrechtenraad, ging dit jaar een nieuwe fase in. Op basis van een ontwerptekst werd er voor het eerst onderhandeld over de inhoud. Dit is al een enorme verwezenlijking. In de afgelopen 50 jaar werden er al verschillende pogingen gedaan om binnen de VN bindende normen aan te nemen. Deze pogingen mislukten steeds omdat de westerse staten en grote bedrijven zich hiertegen verzetten.

Volgens Hanne Flachet van FIAN Belgium, die aanwezig was tijdens de onderhandelingen, is dit verdrag essentieel om de huidige straffeloosheid van transnationale bedrijven tegen te gaan en te garanderen dat mensenrechten voorgaan op economische belangen. “Het huidige internationale regulerende kader is te zwak en niet effectief. Het toekomstige verdrag moet ervoor zorgen dat bedrijven juridisch aansprakelijk gesteld kunnen worden voor inbreuken op de mensenrechten, ook in hun filialen en doorheen de gehele productieketen. Bovendien moet het verdrag toegang tot justitie garanderen voor slachtoffers in het land waar de inbreuken plaatsvonden of waar de bedrijven gevestigd zijn. Het creëert eveneens een verplichting tot juridische samenwerking tussen staten.”

Terwijl sommige landen zich goed hadden voorbereid en met inhoudelijke vragen en voorstellen kwamen, liet de vertegenwoordiger van de Europese Unie tijdens de eerste dag verstaan dat ze geen mandaat hadden om te onderhandelen. Het bleef dus oorverdovend stil bij de EU en de verschillende lidstaten tijdens de inhoudelijke onderhandelingen. Enkel Frankrijk besliste enkele keren om het woord te nemen.

 » Lees verder