100-jaar-geleden-einde-eerste-wereldoorlog-en-duitse-keizerrijk

10-11-18 08:14:00,

Uiteindelijk was de vraag: Wie vertelt het zijne majesteit? Wie zegt keizer Wilhelm II dat er geen vrede bereikt kan worden zonder zijn troonsafstand? De Amerikaanse president Woodrow Wilson had dat, naast democratische hervormingen, als voorwaarde gesteld voor vredesonderhandelingen. Zo eindigde begin november een tijdperk.

Het einde was onvermijdelijk, toen rijkskanselier Max von Baden zich op 1 november 1918 er met gevolmachtigde Duitse vorsten erop beraadde, hoe men de keizer tot troonsafstand kon bewegen. En vooral: wie moest de brenger van deze problematische boodschap zijn? Niemand was bereid.

Uiteindelijk stelde Axel Varnbühler von und zu Hemmingen, een baron uit Württemberg, de verlossende vraag: Wat zou de keizer er zelf eigenlijk van zeggen? Om dat uit te vinden, zond men de Pruisische minister van Binnenlandse Zaken, Wilhelm Drews, naar het Belgische Spa. In het hoofdkwartier aldaar was Wilhelm II op 30 oktober aangekomen voor de inspectie van zijn troepen. Berlijn had hij op een kritiek moment aan zichzelf overgelaten.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!

Strijdend ten onder

De keizer reageerde zoals te verwachten viel ontsteld. Hoe kon een Pruisische overheidsfunctionaris het wagen hem zijn troonsafstand voor te leggen? Het keizerlijke antwoord: “Wanneer thuis het bolsjewisme komt, stel ik me aan het hoofd van een paar divisies, ruk ik op naar Berlijn en hang ze allemaal op.”

De slagkruiser HMS Queen Mary explodeer in de Slag voor het Skaggerrak, 31 mei 1916.

De revolutie was echter reeds dichterbij dan de keizer vermoedde. Eind oktober 1918 besloot de marineleiding een laatste “eervol gevecht” tegen superieure Britse eenheden te voeren. Sinds de Slag voor het Skaggerak in 1916 waren de marine-eenheden nauwelijks ingezet. Moest men dan nu ineens, terwijl het einde van de oorlog te voorzien was, als een soort doodseskader optreden? Onder matrozen deden geruchten de ronde dat de officieren een heldendood zochten en door de aanval te kiezen de aanstaande vredesonderhandelingen wilden torpederen. De matrozen hadden er een goede neus voor, zonder de woorden van de chef van het marinedepartement te kennen. Adolf von Trotha schreef namelijk: “De vloot staat een slotgevecht als hoogste doel voor ogen, om niet deze oorlog te moeten besluiten, zonder dat de in haar stekende nationale kracht ten volle tot haar slaande werking gekomen is.”

Muiterij

In Wilhelmshaven saboteerden matrozen het uitlopen van de vloot.

 » Lees verder