is-vernielde-opzettelijk-iraakse-landbouw

13-12-18 03:28:00,

Islamitische Staat (IS) saboteerde opzettelijk irrigatiesystemen en vernielde de landbouwinfrastructuur van de jezidi-minderheid in het noordwesten van Irak. Daarmee maakte de gewapende groep zich schuldig aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid. Dit zegt Amnesty International in een nieuw onderzoeksrapport, Dead Land: Islamic State’s Deliberate Destruction of Iraq’s Farmland.

Het rapport verduidelijkt ook hoe IS ook boomgaarden in brand stak, vee en machines roofde en landmijnen legde in landbouwzones. Het onderzoek komt er een jaar nadat de Iraakse overheid de militaire overwinning op IS heeft uitgeroepen.

“De schade die werd toegebracht aan het Iraakse platteland is even groot als die in de steden, maar de gevolgen voor de plattelandsbewoners worden grotendeels over het hoofd gezien”, zegt Richard Pearshouse van Amnesty International.

“Uit ons onderzoek blijkt dat IS moedwillig het platteland rond het Sinjar-gebergte verwoestte en zo de bestaanszekerheid van jezidi’s en andere landbouwgemeenschappen in het gedrang bracht. Honderdduizenden ontheemde landbouwers en hun families kunnen niet terug naar huis omdat IS er alles aan deed om landbouw onmogelijk te maken.”

Amnesty International bezocht landbouwzones in het noorden van Irak, waaronder het district Sinjar, waar een groot deel van de jezidi-gemeenschap leefde voor 2014 en waar heel veel schade op het platteland werd aangericht. Amnesty interviewde 69 mensen voor dit rapport, onder wie 44 huidige en voormalige boeren.

Vernietiging van vitale waterbronnen

IS pleegde veelvuldig oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid zoals moord, vervolging, verkrachting en slavernij. Daarbovenop komt ook de sabotage van vitale waterbronnen van heel wat zelfvoorzienende en kleine boeren.

IS-strijders gooiden vaak brokstukken, olie of andere objecten in de waterputten en stalen of vernielden pompen, kabels, generatoren en transformatoren. Daarnaast verbrandden of hakten ze hele boomgaarden om en stalen ze onmisbare elektriciteitsleidingen.

Hadi, een voormalige landbouwer van midden veertig uit een dorpje ten zuiden van het Sinjar-gebergte, vertelde Amnesty International wat hij zag toen hij terugkeerde naar zijn boerderij, nadat hij in 2014 was gevlucht voor IS: “Het was de totale vernieling. Ik had een waterbron, 220 meter diep, een generator en een buizenstelsel voor irrigatie. IS gooide mijn waterput tot de rand vol met steenpuin. Mijn bomen waren geveld – ik kon de markeringen zien van de kettingzagen. Het irrigatiesysteem, van de pomp naar de leidingen,

 » Lees verder