hoe-het-geld-op-curacao-uit-de-lucht-kwam-vallen

12-02-19 08:24:00,

Rond 1975 is de opbouw van de Curaçaose offshore voltooid en gaan de remmen los. Steeds meer bedrijven en particulieren ontdekken hoe ze via het eiland belasting kunnen vermijden. Medio jaren ’80 komt de helft van alle overheidsinkomsten uit offshore-activiteiten.

Curaçao moet geen vergaarbak worden voor allerlei duistere internationale praktijken: zo bekritiseerde Koninklijke Shell in 1954 een regeling voor octrooi-holdingmaatschappijen, speciaal ontworpen op aandrang van Philips. Twee jaar later waarschuwde Statenlid Ch. E. W. Voges tegen al te soepele vrijstellingen, die belastingontduiking elders stimuleerden en zo de goede naam van het eiland teniet deden.

Deze aanvankelijke schroom slonk toen het aantal brievenbusbedrijven begon te groeien, niet alleen in aantal, maar ook in omvang. In 1969 telde Curaçao 1350 offshorebedrijven, met een afgedragen winstbelasting van 8 miljoen Antilliaanse gulden, 16 procent van het overheidsinkomen. Filialen en trustkantoren van Nederlandse banken als als ABN, AMRO, NMB, Hollandsche Bank Unie, F. van Lanschot Bankiers, Mees & Hope, de Nationale Handelsbank, Pierson, Heldring & Pierson en Slavenburg’s Bank voerden het merendeel van de werkzaamheden voor deze brievenbusmaatschappijen uit.

Daarnaast telde het eiland bijkantoren van accountantsfirma’s en fiscalisten als Van Dien, Van Uden, Besançon, Koppenberg & Co., Klynveld, Kraayenhof & Co., Moret en Oudheusden, en Loyens en Volkmaars. De Antilliaanse overheid breidde stelselmatig faciliteiten uit om cliënten van over de hele wereld te trekken. Belangrijke stappen in dat proces waren een aangepaste regeling voor octrooimaatschappijen (1957), speciale beschikkingen van de belastingdienst over ‘tax rulings’ (voorgestelde constructies door offshore-bedrijven, 1967) en een soepel toelatingsbeleid plus vrijstelling van toezicht voor offshore banken (1970).

Wat vooraf ging

  • Omdat de Nederlandsche Handel-Maatschappij Nederlandse beleggers in de Verenigde Staten wil behoeden voor ‘fiscale moeilijkheden’, moest er een trust of holding in een derde land komen om het verband tussen belegging en eigenaar te verbreken. Liefst niet te ver weg, en klein genoeg om alles makkelijk te kunnen regelen. Enter: Curaçao.

  • Na een verkenningsmissie van haar onderdirecteur richtte de Nederlandsche Handel-Maatschappij in oktober 1950 een trustkantoor op in Willemstad. Dat gebeurde ten kantore van notaris Anton Smeets, die zich sinds zijn aankomst op het eiland in 1938 rap had ontwikkeld tot een invloedrijk societyfiguur.

  • Pas na toetreding van de Antillen tot het Nederlands-Amerikaanse belastingverdrag in 1955 gingen de offshorezaken goed lopen.

 » Lees verder