De omgevingsvisie gaat vooral over de BV Nederland

08-07-19 07:17:00,

In de pas verschenen Nationale Omgevingsvisie staat, de naam zegt het al, een visie op hoe de ruimtelijke inrichting van Nederland zich op een duurzame manier kan ontwikkelen tot aan het jaar 2050. Niko Roorda analyseert dit rapport en vraagt zich af: waar gaat het over mensen?

Voor het eerst in twee decennia kwam de regering op 20 juni met een overkoepelende visie op de ruimte: de Nationale Omgevingsvisie, de NOVI. Dat was sinds de jaren 2000 niet meer gebeurd. Destijds liet onderzoek, opgenomen in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening (2001), zien dat de oppervlakte van Nederland tegen het jaar 2030 zo’n 20 procent te klein zou zijn, als men aan alle wensen tegemoet zou komen. Na het uitbrengen van de Vijfde Ruimtelijke Nota is met de adviezen daarin lange tijd weinig gedaan. Achtereenvolgende regeringen hebben het ruimtelijk beleid grotendeels aan de provincies en gemeenten overgelaten, waardoor er van een nationale strategie geen sprake was. Wel werden op deelgebieden nota’s uitgebracht, zoals de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012, met een nadruk op mobiliteit), de Rijksnatuurvisie (2014) en het Nationaal Waterplan (2015).

Tot de NOVI dus, gepubliceerd op 20 juni 2019. Dit rapport is gebaseerd op een vier jaar durend onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De NOVI somt 21 ‘nationale belangen’ op. Voor een deel koppelen de auteurs van het rapport die aan de Sustainable Development Goals (SDG’s).

Het vervolg van de NOVI is gestructureerd opgebouwd. De eerste stap bestaat uit het benoemen van de voornaamste prioriteiten. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie is de eerste. Duurzaam en economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied volgen. 

Daarna benoemt de NOVI de principes waarmee het de verschillende prioriteiten tegen elkaar afweegt. Eén daarvan luidt: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Dat principe heeft betrekking op het multifunctioneel ruimtegebruik. Met behulp van zulke afwegingen leidt elk van de prioriteiten tot een aantal beleidskeuzes. Als voorbeeld noem ik de beleidskeuzes behorende bij de prioriteit over de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarin wordt onder meer gesproken over natuurinclusiviteit, ofwel het voortdurend betrekken van de natuur bij het bedenken en uitvoeren van plannen voor wonen, werken en/of landbouw,

 » Lees verder

%d bloggers liken dit: