Trillende machines – frankhoek.nl

trillende-machines-–-frankhoek.nl

21-07-19 08:14:00,

In zijn voordracht van 20 oktober 1923 (De mens als klankharmonie van het scheppende wereldwoord *) spreekt Rudolf Steiner over machines die de kosmos in trilling brengen.

* In deze reeks voordrachten bespreekt Rudolf Steiner de samenhangen in de kosmos, waaronder de drie ‘oerdieren’ adelaar, leeuw en stier/koe en de culturen van het Westen, het Midden en het Oosten.

Ja, de wijze waarop men bijvoorbeeld machines contstrueert is heel verschillend, al naar de soort machine, maar het streven gaat in de richting van het verbeteren van nog onvolkomen, primitieve machines tot zulke, waarvan de werking berust op trillingen, waar de werking van de machine verkregen wordt door trillingen, door oscillatie, door periodiek verlopende bewegingen. Daar gaat het heen. Als men eens zulke machines in hun gecombineerde werking zo zal kunnen construeren, zoals men dat kan aflezen aan de verdeling van de voedingsmiddelen in de organisatie van de koe, dan zullen de trillingen die op aarde worden voortgebracht, dan zullen deze kleine aardetrillingen zo verlopen, dat hetgeen boven de aarde is gaat meeklinken, meetrillen; zodat ons planetensysteem in zijn bewegingen zal moeten meetrillen met onze aarde, zoals een bepaald gestemde snaar gaat meeklinken, als een andere in dezelfde ruimte wordt aangestreken.
Dat is de verschrikkelijke wet van het samenklinken van trillingen, die in vervulling zou gaan als het Oosten verleid zou worden door de lokstem van de koe, zodat dit dan op overtuigende manier de geestloze, zuiver mechanistische civilisatie van het Westen en van het Midden zou kunnen doordringen; daardoor zou op aarde een mechanistisch systeem kunnen ontstaan dat precies past in het mechanistische systeem van het heelal. Daarmee zou alles wat luchtwerking, wat werking vanuit de periferie is, wat sterrewerking is, in de mensheidscivilisatie worden uitgeroeid. Dat wat de mens bijvoorbeeld beleeft door het jaar heen, wat hij beleeft doordat hij meemaakt het uitlopende, het ontspruitende leven van de lente, het afstervende, verstillende leven van de herfst, dat alles zou voor de mens zijn betekenis verliezen. De menselijke civilisatie zou doortrokken zijn van het geklepper van trillende machines en door de echo van dit lawaai, dat vanuit de kosmos op de aarde zou neerstromen als reactie op het aardemechanisme.

Rudolf Steiner, 20 oktober 1923, De mens als klankharmonie van het scheppende wereldwoord (GA 230),

 » Lees verder

%d bloggers liken dit: