Coronawet maakt Hugo de Jonge kapitein van Nederland

23-07-20 01:29:00,

De nieuwe tijdelijke coronawet van minister De Jonge zou een verbeterde versie zijn van het concept dat eerder veel kritiek kreeg. Maar hij is nog lang niet aan de maat, schrijft Wim Voermans, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Leiden. De wet geeft de minister van Volksgezondheid vrijwel ongecontroleerde bevoegdheden en zet de Tweede Kamer buitenspel. Tijdelijk is hij ook niet: de wet kan naar goeddunken van het kabinet alsmaar worden verlengd.

Het blijft hannesen met de juridische basis van coronamaatregelen. Tot nu toe werkte het kabinet met noodverordeningen op grond van de Wet publieke gezondheid en de Wet veiligheidsregio’s. Met deze constructies kan het kabinet echter geen grondrechten als het huisrecht en de vrijheid van godsdienst beperken. Bovendien kennen de noodmaatregelen een groot democratisch tekort: geen volksvertegenwoordiger praat mee over de inhoud ervan en voor de vaststelling van de maatregelen valt ook niemand politiek verantwoordelijk te houden. 

Er moest wat gebeuren, vond ook de Raad van State. Maar de eerste poging daartoe bracht ons van de regen in de drup. Het zogenoemde ‘Ontwerp Tijdelijke maatregelen Covid-19’ was dusdanig slecht dat de Raad van State adviseerde het niet zo naar de Kamer te sturen. Hugo de Jonge moest, als verantwoordelijke minister, terug naar de tekentafel voor een nieuw ontwerp.

Het nieuwe, aangepaste wetsvoorstel van 13 juli – de tweede poging – zou een echte verbetering worden van het Ontwerp van een aantal weken geleden, beloofde de Minister van VWS voor een aantal camera’s, het zou rekening houden met de kritiek op het eerdere ontwerp.

Maar van verbeteringen is niet veel terug te zien.

Tweede Kamer buitenspel

Het grote probleem van dit nieuwe voorstel is dat het een zogenaamde machtigingswet is; een wet die een minister de volledige ruimte geeft om – met eigen, haast zelfstandig vastgestelde regelingen – aan het gedrag van burgers vergaande beperkingen op te leggen. Beperkingen waarover het parlement inhoudelijk niet kan meepraten, en die ook niet geamendeerd kunnen worden – een grondwettelijk recht bij belangrijke, vrijheidsbeperkende maatregelen.

De Jonge doet voorkomen alsof de Kamers met dit wetsvoorstel bevoegdheid krijgen om mee te praten over de inhoud van ministeriële regels, maar niets is minder waar. Ze krijgen helemaal niks – de grondwettelijke bevoegdheid tot amendement wordt ze via een machtigingsconstructie onthouden.

 » Lees verder

%d bloggers liken dit: