Nieuwsbrief over Antroposofie: – ‘Het lichaam van het andere geslacht’

Dr. med. Friedwart Husemann

Beste vrienden,

De meesten van jullie weten dat het etherisch lichaam van de man vrouwelijk is en het etherisch lichaam van de vrouw mannelijk. De ervaring leert echter dat dit idee niet zo gemakkelijk te begrijpen is.

De eerste stap om dit verschil te begrijpen betreft empirische verschijnselen. Vrouwen leven gemiddeld 7 jaar langer dan mannen. Enkele decennia geleden was dit verschil nog groter, namelijk ongeveer 10 jaar. Met dit verschil wordt rekening gehouden in de levensverzekeringspremies. In het verleden werd dit verschil ook gemaakt bij de ziektekostenverzekering, maar sinds enkele jaren wordt dit vanuit het oogpunt van gelijkberechtiging als oneerlijk beschouwd, zodat nu het ziektekostenverzekeringsrisico gelijkelijk over beide geslachten wordt verdeeld. De hogere levensverwachting van vrouwen wijst op een sterkere levenskracht van het vrouwelijk organisme. Zwangerschap, geboorte en de mogelijkheid om borstvoeding te geven wijzen in dezelfde richting. Bij de fysische krachten is het net andersom. Het spreekt vanzelf dat bij sportwedstrijden, bijvoorbeeld bij de 100 m-race in de atletiek, mannen en vrouwen apart worden beoordeeld omdat mannen fysiek sterker zijn. Als je dus uitgaat van de categorie kracht, kun je zeggen: de man is fysiek sterker dan de vrouw, de vrouw is sterker vanuit de levenskracht, dat wil zeggen etherisch sterker dan de man.

Ik heb vele jaren lesgegeven aan de Zuid-Beierse lerarenopleiding voor vrijeschoolonderwijs in München. De meeste deelnemers waren vrouwen. En in de loop der jaren merkte ik steeds duidelijker hoe onaantrekkelijk dit idee is voor vrouwen. De dingen die van een vrouw een vrouw maken, namelijk zwangerschap, geboorte en borstvoeding, zou een vrouw juist te danken hebben aan de mannelijkheid van haar etherisch lichaam? In deze opvatting komt mannelijkheid te dicht bij vrouwen. Misschien is de vrouwelijke terughoudendheid tegenover dit idee te wijten aan de categorie van kracht en zwakheid waarmee man en vrouw hier vergeleken worden, want sterk en zwak is meer een mannelijke categorie. Maar het ongemak in kwestie is uiteindelijk te wijten aan het feit dat het etherische lichaam onzichtbaar is, maar het fysieke lichaam zichtbaar verschijnt. Het etherische lichaam is de grote onbekende van onze beschaving. En omdat juist daar de vrouw haar kracht heeft, is haar kracht in zekere zin onzichtbaar. Dat is het basisprobleem. In die mate dat het etherisch lichaam zal worden erkend, in die mate zal de gelijkheid van man en vrouw meer en meer bevredigend worden voor beide geslachten.

Bovendien moet men het hoofd bieden aan het feit dat de begrippen vrouwelijkheid en mannelijkheid relatief worden. Iedereen zal denken, bijvoorbeeld, dat ambitie een typisch mannelijke eigenschap is. Denk maar aan de typische mannelijke carrièreverslaving. Wie het gezinsleven met een open geest observeert, zal opmerken dat vrouwen een opofferingsgezindheid hebben die mannen niet hebben. Het woord zelfopoffering klinkt misschien ouderwets, maar ik gebruik het omdat het resoneert met het volgende citaat van Steiner. Met goede wil, begrijpt men wat er bedoeld wordt. Tijdens de zwangerschap, de geboorte en de borstvoeding komt het vermogen om zich op te offeren zelfs organisch en fysiologisch tot uiting. En wat heeft de spirituele wetenschap hierover te zeggen? “De ambitie van de man komt voort uit de vrouwelijkheid van zijn etherisch lichaam! En het vermogen van de vrouw om te offeren komt van de mannelijkheid van haar etherisch lichaam!” (GA 99, 4.6.1907). De begrippen man en vrouw verdwijnen. Dit zal duidelijker en duidelijker worden naarmate wij verder doordringen tot de hogere wezensdelen, die wij in volgende nieuwsbrieven zullen behandelen.

Maar laten we wat langer bij het lichaam van het andere geslacht blijven. Het fysieke lichaam, dat als mineraal lichaam voortdurend de dood in zich draagt, is in feite ziek wanneer het op deze manier wordt bekeken. Het etherisch lichaam moet het constant gezond maken. De man ziet in het fysieke lichaam van de vrouw het beeld van zijn eigen etherische lichaam, dat hem gezond maakt. Op dezelfde manier ziet de vrouw in het fysieke lichaam van de man het beeld van haar eigen gezond makende levenslichaam. Dit is het niveau van het etherische lichaam. Dit is het niveau van levensgemeenschap dat, volgens recent onderzoek, leidt tot huwelijken die voor beide partners levensverlengend zijn. Emotioneel hoeft dit niet altijd even bevredigend te zijn; integendeel, lange huwelijken gaan vaak gepaard met wat “stabiele ontevredenheid” wordt genoemd. De gezonde werking van het levenspartnerschap van een man en een vrouw was vroeger beter bekend:

Kum, kum, Geselle min
Ich entbite harte din
Kum, kum Geselle min.
Süßer rosenfarbner Mund,
Kum und mache mich gesund,
Kum, kum, kum und mache mich gesund.
Kum, kum, süßer rosenfarbner Mund.
“ (13e eeuw)

Dit is niet alleen een poëtische metafoor voor de “liefdesziekte”, maar het is gebaseerd op het idee dat wij ziek zijn in het fysieke lichaam en dat wij in het andere geslacht lichamelijk worden ontmoet door datgene wat onze eigen hogere natuur en gezondheid betekent.

In zijn autobiografie “Mein Lebensgang” (GA 28, Hfdst. XXXVII) doet R. Steiner verslag van de wijze waarop het bovengenoemde idee van het tegengestelde geslachtslevenslichaam in hem ontstond, hoe hij het tot rijping kon brengen en voor het eerst tot uitdrukking kon brengen in Parijs in 1906. Ik vermeld deze tekst omdat u zult zien hoeveel er nog uit deze gedachte kan worden gehaald. De volgende tekst maakt deel uit van het op één na laatste deel dat R. Steiner schreef over zijn levensloop. Het verscheen in het weekblad “Das Goetheanum” op 29.3.1925, één dag voor de dood van R. Steiner. De laatste passage verscheen toen een paar dagen na zijn dood. De tekst luidt:

In de lezingencyclus van Parijs heb ik een zienswijze naar voren gebracht die in mijn ziel een lange “rijping” heeft moeten ondergaan. Nadat ik uiteengezet had hoe de ledematen van de mens: fysiek lichaam, etherisch lichaam – als bemiddelaar van levensverschijnselen -, astraal lichaam – als bemiddelaar van gevoels- en wilsverschijnselen – en de “ik-drager” in het algemeen zich tot elkaar verhouden, deelde ik het feit mee dat het etherisch lichaam van de man vrouwelijk is; het etherisch lichaam van de vrouw is mannelijk. Daarmee werd binnen de antroposofie licht geworpen op een fundamentele levensvraag, die in die tijd veel werd aangeroerd. Men behoeft slechts te denken aan het boek van de ongelukkige Weininger: “Geslacht en Karakter” en de poëzie van die tijd.
Maar de vraag werd geleid tot in de diepten van het menszijn. Met zijn fysieke lichaam is de mens op een heel andere manier geïntegreerd in de krachten van de kosmos dan met zijn etherische lichaam. Door het fysieke lichaam staat de mens in de krachten van de aarde; door het etherische lichaam in de krachten van de buitenaardse kosmos. Mannelijk en vrouwelijk worden aan de mysteries van de wereld binnengeleid.
Voor mij was dit inzicht een van de meest verbijsterende innerlijke zielservaringen. Want ik heb altijd opnieuw ondervonden hoe men in geduldig wachten een geestelijk visioen moet benaderen, en hoe men dan, wanneer men de ‘rijpheid van het bewustzijn’ ervaart, met de ideeën om moet gaan om het visioen in het domein van de menselijke kenvermogens te brengen” (GA 28, Hfdst. XXXVII).

Herzlich Ihr Friedwart Husemann

%d bloggers liken dit: