In den beginne was het woord

in-den-beginne-was-het-woord

12-11-21 11: 00: 00,

De herfst is nu gekomen
Heeft het mooie zomerkleed weggehaald
Van de velden
En de bladeren verstrooid,
Voor de kwade winterwind
Hij bedekt warm en zacht
Met de kleurige bladeren de terreinen,
Die al vermoeid gaan rusten.

De manier waarop Joseph Freiherr von Eichendorff, dichter van de Duitse romantiek, het herfstseizoen beschrijft is niet zoals wij het vandaag zouden zeggen. “Zomerjurken” en “kwade winterwinden” behoren niet meer tot ons vocabulaire, evenmin als de bijvoeglijke naamwoorden “vasthouden”, “lieflijk”, “vroom”, “eerbaar”, “bezield”, “hartelijk” of “teder”. Zij klinken misplaatst in een tijdperk dat spreekt van “toiletpapierhysterie”, van “bezoeken op afstand” en “thuisclubbing”.

“Vaccinnijd” zijn de termen van de nieuwe tijd, “kitascham”, “verloskamerverbod”, “lockdownkilos”, “maskeracne”, “Netflix-feestjes”, “onlinehappening”, “aanwezigheidspubliek”, “quarantainemanie”, “risicotoeristen”, “sterrenvirologen”, “virusbommenwerpers”. Honderden nieuwe uitdrukkingen zijn uitgevonden sinds Corona in ons leven is gekomen. Alleen al voor het jaar 2020 werd door het Leibnitz Instituut voor de Duitse taal een lijst van meer dan 1000 woorden opgesteld (1). Meer dan 1.500 nieuwe creaties zijn sindsdien gedocumenteerd. Sinds juni 2021 is het aantal nieuwe suggesties voor het Corona-woordenboek echter aanzienlijk gedaald. Men vermoedt dat slechts de helft van de verzamelde termen overleeft.

De vele nieuwe woorden zijn geen lege hulzen,

” Lees verder

%d bloggers liken dit: