Christien Brinkgreve en het Academisch Opportunisme 6

christien-brinkgreve-en-het-academisch-opportunisme-6

13-12-18 04:47:00,


In 2014 vertelde Christien Brinkgreve: 


Zolang ik me kan herinneren heb ik willen weten hoe het zit en hoe het zo gekomen is.

Die drang tot weten dreef me naar de universiteit, maar eenmaal daar beland bleken de zaken complexer te liggen. Er was niet zoiets als ‘de waarheid,’ afgezien van eenvoudig vaststelbare gegevens als aantal en omvang, plaats en moment…

De ooit helder gedachte scheidslijn tussen waarheid en fictie werd poreuzer: er was altijd sprake van een selectie en kleuring van feiten, en van een inbedding in het verhaal van de tijd… In de wetenschap moet je steeds nagaan of je waarnemingen geldig zijn, en voor wie…

ik kan tot nu toe goed uit de voeten met het beschrijven van de sociale werkelijkheid, hoe mensen met elkaar omgaan, en met zichzelf. Ik doe dat wel op een steeds vrijere essayistischer manier, waarbij ik de strenge regels van het wetenschappelijk bedrijf steeds meer afschud. En mijn werk is altijd ingegeven door de thema’s die me bezighouden; thema’s die voortkomen uit mijn eigen ervaring, en uit wat het leven me aanreikt. Ik word daarbij steeds meer zelf de verteller die een plaats heeft in het verhaal, en die niet alleen van afstand toekijkt.
https://www.vpro.nl/boeken/artikelen/vpro-gids/2014/september/40-openbaar-prive.html 

Naar aanleiding van de documentaire ‘Privéterrein’ van de cineast Pieter Verhoeff over de verhouding tussen privé en publiek in het hoofdstedelijke gezin Heerma van Voss verklaarde Brinkgreve, over haar twee zoons en echtgenoot:

Wij werken ook alle vier vanuit het persoonlijke. Dat is het thema.

In haar hele betoog vallen twee zaken op: 

1. geheel in lijn met het postmodernisme erkent Brinkgreve, als socioloog, geen enkele sociologische ‘waarheid.’ Alleen ‘het persoonlijke’ bestaat voor haar. Alles is slechts een interpretatie, een gevoel, een mening. Sociologische feiten bestaan eenvoudigweg niet; zij zijn slechts persoonlijke opinies. Er is voor haar ‘altijd sprake van een selectie en kleuring van feiten.’ De conclusie die uit deze opvatting volgt moet dus zijn dat sociologie geen wetenschap is, maar een academische hobby. In de newtoniaanse wetenschappen valt namelijk de appel altijd naar beneden, nooit omhoog.     » Lees verder

Christien Brinkgreve en het Academisch Opportunisme 6

christien-brinkgreve-en-het-academisch-opportunisme-6

10-12-18 06:52:00,


In 2014 vertelde Christien Brinkgreve: 


Zolang ik me kan herinneren heb ik willen weten hoe het zit en hoe het zo gekomen is.

Die drang tot weten dreef me naar de universiteit, maar eenmaal daar beland bleken de zaken complexer te liggen. Er was niet zoiets als ‘de waarheid,’ afgezien van eenvoudig vaststelbare gegevens als aantal en omvang, plaats en moment…

De ooit helder gedachte scheidslijn tussen waarheid en fictie werd poreuzer: er was altijd sprake van een selectie en kleuring van feiten, en van een inbedding in het verhaal van de tijd… In de wetenschap moet je steeds nagaan of je waarnemingen geldig zijn, en voor wie…

ik kan tot nu toe goed uit de voeten met het beschrijven van de sociale werkelijkheid, hoe mensen met elkaar omgaan, en met zichzelf. Ik doe dat wel op een steeds vrijere essayistischer manier, waarbij ik de strenge regels van het wetenschappelijk bedrijf steeds meer afschud. En mijn werk is altijd ingegeven door de thema’s die me bezighouden; thema’s die voortkomen uit mijn eigen ervaring, en uit wat het leven me aanreikt. Ik word daarbij steeds meer zelf de verteller die een plaats heeft in het verhaal, en die niet alleen van afstand toekijkt.
https://www.vpro.nl/boeken/artikelen/vpro-gids/2014/september/40-openbaar-prive.html 

Naar aanleiding van de documentaire ‘Privéterrein’ van de cineast Pieter Verhoeff over de verhouding tussen privé en publiek in het hoofdstedelijke gezin Heerma van Voss verklaarde Brinkgreve, over haar twee zoons en echtgenoot:

Wij werken ook alle vier vanuit het persoonlijke. Dat is het thema.

In haar hele betoog vallen twee zaken op: 

1. geheel in lijn met het postmodernisme erkent Brinkgreve, als socioloog, geen enkele sociologische ‘waarheid.’ Alleen ‘het persoonlijke’ bestaat voor haar. Alles is slechts een interpretatie, een gevoel, een mening. Sociologische feiten bestaan eenvoudigweg niet; zij zijn slechts persoonlijke opinies. Er is voor haar ‘altijd sprake van een selectie en kleuring van feiten.’ De conclusie die uit deze opvatting volgt moet dus zijn dat sociologie geen wetenschap is, maar een academische hobby. In de newtoniaanse wetenschappen valt namelijk de appel altijd naar beneden, nooit omhoog.     » Lees verder

Christien Brinkgreve en het Academisch Opportunisme 5

christien-brinkgreve-en-het-academisch-opportunisme-5

09-12-18 04:53:00,



Al in de jaren vijftig signaleerde de prominente Amerikaanse socioloog C. Wright Mills vijf overkoepelende sociale problemen in de westerse maatschappij:

1) Alienation; 2) Moral insensibility; 3) Threats to democracy; 4) Threats to human freedom; and 5) Conflict between bureaucratic rationality and human reason. Like Marx, Mills views the problem of alienation as a characteristic of modern society and one that is deeply rooted in the character of work. Unlike Marx, however, Mills does not attribute alienation to capitalism alone. While he agrees that much alienation is due to the ownership of the means of production, he believes much of it is also due to the modern division of labor.

One of the fundamental problems of mass society is that many people have lost their faith in leaders and are therefore very apathetic. Such people pay little attention to politics. Mills characterizes such apathy as a ‘spiritual condition’ which is at the root of many of our contemporary problems. Apathy leads to ‘moral insensibility.’ Such people mutely accept atrocities committed by their leaders. They lack indignation when confronted with moral horror; they lack the capacity to morally react to the character, decisions, and actions of their leaders. Mass communications contributes to this condition, Mills argues, through the sheer volume of images aimed at the individual in which she ‘becomes the spectator of everything but the human witness of nothing.’

Mills relates this moral insensibility directly to the rationalization process. Our acts of cruelty and barbarism are split from the consciousness of men — both perpetrators and observers. We perform these acts as part of our role in formal organizations. We are guided not by individual consciousness, but by the orders of others. Thus many of our actions are inhuman, not because of the scale of their cruelty, but because they are impersonal, efficient. and performed without any real emotion.

Mills believed that widespread alienation, political indifference, and economic and political concentration of power is a serious all added up to a serious threat to democracy. Finally, Mills is continually concerned in his writings with the threat to two fundamental human values: ‘freedom and reason.’ Mills characterizes the trends that imperil these values as being ‘co-extensive with the major trends of contemporary society.’ These trends are,  » Lees verder

Christien Brinkgreve en het Academisch Opportunisme 4

christien-brinkgreve-en-het-academisch-opportunisme-4

07-12-18 07:17:00,

Continue to contaminate your own bed, and you will one night suffocate in your own waste.
Chief Seattle.





                                                                            Een andere getuigenis van de sociologe Christien Brinkgreve in haar boek Het Raadsel van Goed en Kwaad is de   volgende: 

Het is nog niet eens zo lang geleden dat de mogelijkheid van de destructie van de aarde echt tot me begon door te dringen. Er waren natuurlijk alarmerende geluiden genoeg — het rapport van de Club van Rome, films als An Inconvenient Truth en de gestage berichten over afstervend koraalrif, smeltend poolijs en de stijgende zeespiegel — maar ik kon toch rustig doorleven, alsof ik de berichten over een naderende catastrofe even kon parkeren in een andere ruimte. 

Destructie was voor mij van huis uit met iets anders verbonden: met de Oorlog, en — een sluipendere vorm van vernietiging — met de verwaarlozing en afbraak van de Amsterdamse binnenstad. Het verzet tegen dat laatste werd de missie van mijn vader: de strijd voor het behoud van dit erfgoed, als vitaal deel van de cultuur, behoorde tot de grondtonen van mijn kinderjaren…

Maar over het verdwijnen van vlindersoorten of het uitsterven van vissen hadden we het nooit. Toch was dat toen ook al aan de gang, alleen nog niet op zo’n grote schaal en in zo’n alarmerend tempo als nu het geval is. De berichten van deze gevaarlijkste van alle destructies — immers, de vernieling van de eigen habitat — kunnen niet langer worden genegeerd. En de beelden van deze vernietiging gaan verder dan de kaalslag van buurten en de vernietiging van steden en mensen: ze zijn totaal en catastrofaal. Ze gaan onze verbeelding te buiten en bieden, juist omdat we niet weten wat ons boven het hoofd hangt, alle ruimte aan horrorscenario’s en uitvergrote voorstellingen van Bijbelse plagen.

Als lid van de Nederlandse academische elite bekent Brinkgreve dat het ‘nog niet eens zo lang geleden [is] dat de mogelijkheid van de destructie van de aarde echt tot me begon door te dringen.’ Dit schrijft zij zeventien jaar nadat: 

at a meeting in Amsterdam in 2001 —  » Lees verder

Christien Brinkgreve en het Academisch Opportunisme 3

christien-brinkgreve-en-het-academisch-opportunisme-3

06-12-18 04:51:00,

Christien Brinkgreve vertelt graag verhalen over onderwerpen die de samenleving raken en veranderen.
https://cdn.atria.nl/ezines/IAV_607681/IAV_607681_2015_75.pdf 



Christien Brinkgreve.

Fragment uit Brinkgreve’s, in 2018 verschenen boek, Het Raadsel van Goed en Kwaad

Na de overwinning van Trump werd niet alleen mijn drang tot begrijpen krachtig aangesproken, ook de beelden werden sterker, de angstbeelden van vijandige mensen, van verval en verlies van plaats en grond onder de voeten. Een terugkerende nachtdroom ging over mijn kapotte mobiele telefoon waardoor niemand me meer kon bereiken: de nachtmerrie van het totale isolement. En ja, het moet gezegd, de tronie van Trump doemde ook geregeld op, als verlammend schrikbeeld. Mij overdag achterlatend met de vraag waarom deze man zo’n angst aanjaagt die onder de huid gaat zitten en zich niet laat afschudden. 

De analyses van zijn overwinning buitelen over elkaar heen, blijven soms even hangen in een beschrijving van zijn gevaarlijk gestoorde persoonlijkheid, maar scheren dan weer verder, naar de mensen die op hem stemden, hun omstandigheden, en de hoop die hij biedt op verbetering. Die mensen zijn alleen niet onder één noemer te brengen — het zijn arme blanken, middenklasse-latino’s, gestudeerden vrouwen, miljonairs. Ze vallen niet in één verhaal onder te brengen.

Uit Brinkgreve’s beschrijvingen valt op te maken dat zij als sociologe zich niet bewust is van de grote maatschappelijke, politieke, ideologische en allereerst economische omwenteling die het kapitalisme sinds het einde van de jaren zeventig heeft doorgemaakt. Ook in dit opzicht is zij exemplarisch voor wat doorgaat voor de academische elite in Nederland. De laatste drie decennia kon het geïsoleerde academische wereldje alhier de realiteit ongestraft negeren. Maar zoals bekend leidt een naar binnen gerichte houding onvermijdelijk tot isolement, en daarmee tot ‘de angstbeelden van vijandige mensen,’ die mevrouw Brinkgreve bestoken sinds de komst van Trump. Opvallend is dat mijn geprivilegieerde generatiegenoten, geschoold in de vrijzinnige tweede helft van de jaren zestig en begin jaren zeventig, eenmaal op het pluche gezeten, een zeker autisme ontwikkelden, zich als het ware afschermden tegen de werkelijkheid. Pas, anno 2018, nu de sociale werkelijkheid niet meer te negeren is, wordt Brinkgreve gepijnigd door een ‘terugkerende nachtdroom over mijn kapotte mobiele telefoon waardoor niemand me meer kon bereiken: de nachtmerrie van het totale isolement.’ 

Het is ook niet verwonderlijk dat haar boek onmiddellijk op de ‘longlist’ van de ‘Socratesbeker 2019’ werd geplaatst,  » Lees verder

Christien Brinkgreve en het Academisch Opportunisme 2

christien-brinkgreve-en-het-academisch-opportunisme-2

05-12-18 07:45:00,


Christien Brinkgreve (tweede van rechts) met haar Nederlandse academische collega’s. 

In haar boek Het Raadsel van Goed en Kwaad (2018) stelt de sociologe Christien Brinkgreve over de nazi-misdadigers:

De vraag die steeds terugkomt: hoe konden zij, hoe kunnen zij? Een vraag die nog steeds niet bevredigend beantwoord is.

Nog afgezien van de juistheid van haar bewering, is de vraag of deze psychopaten en sociopaten het belangrijkste probleem zijn. Ik bedoel, zonder aanhang zouden zij niet de macht hebben om al het kwaad te kunnen realiseren. In Massa & Macht (1960) concludeert Nobelprijswinnaar Elias Canetti op pagina 524:

Men kan zich niet onttrekken aan het vermoeden dat achter elke paranoia, zoals achter elke macht, dezelfde diepere tendens schuil gaat: de wens de anderen uit de weg te ruimen, om de enige te zijn of, in mildere vorm, de wens zich van de anderen te bedienen, zodat men met hun hulp de enige wordt.

En in de epiloog stelt Canetti over degene met macht dat 

die door de aard van zijn positie met een bevelstrauma geladen [is] en [zich] ervan moet trachten te bevrijden. De voortdurende dreiging, waarvan hij zich bedient en die het eigenlijke wezen van dit systeem uitmaakt, richt zich tenslotte tegen hem zelf. Of hij al dan niet metterdaad door vijanden wordt belaagd, altijd zal hij een gevoel hebben bedreigd te zijn. De gevaarlijkste dreiging gaat uit van zijn eigen mensen, die hij altijd beveelt, die in zijn naaste omgeving verkeren, die hem goed kennen. Het middel tot zijn bevrijding, waarnaar hij niet zonder aarzeling grijpt maar waarvan hij geenszins geheel afziet, is het plotselinge bevel tot massadood. Hij begint een oorlog en stuurt zijn mensen naar de plaatsen waar ze moeten doden. Velen van hen zullen daarbij zelf omkomen. Hij zal er niet rouwig om zijn. Hoe hij zich naar buiten toe ook mag voordoen, het is een diepe en verborgen noodzaak voor hem dat ook de gelederen van zijn eigen mensen uitgedund worden… 

De dood als dreiging is de munt van de macht. Het is gemakkelijk hier munt op munt te leggen en enorme kapitalen te vergaren. Wie de macht wil aanvatten, moet het bevel zonder angst in de ogen zien en de middelen vinden om het van zijn angel te beroven.   » Lees verder

Christien Brinkgreve en het Academisch Opportunisme

christien-brinkgreve-en-het-academisch-opportunisme

05-12-18 02:27:00,



De 69-jarige Christine Dorothea Antoinette Brinkgreve is een Nederlands emeritus hoogleraar sociologie. In haar boek Het Raadsel van Goed en Kwaad (2018) schreef zij naar aanleiding van de depressies van haar moeder:

Het kwaad had verschillende gezichten. Naast dit monster dat periodiek ons huis en haar zelf binnendrong, als een bezettende macht, was er de Oorlog. Ook voor een naoorlogs kind was de schaduw hiervan voelbaar, in de verhalen en in de angsten. Mijn moeder had altijd een koffer klaarstaan voor het geval ze opeens met vier kleine kinderen moest vluchten. Anne Frank voelde als iemand die je had kunnen kennen, zo nabij waren haar dagboek en de plek waar ze zat ondergedoken.

Hier wordt het eigen kleine leed van een goy dusdanig uitvergroot dat het moet lijken op het leed van de Holocaust. Dit is kitsch, ‘een banalisering van de onschendbare tragedie van de Holocaust,’ zoals Nahum Goldman, lange tijd president van de World Jewish Congress, het treffend formuleerde toen hij in 1981 het zionistisch regime in Israel erop wees dat het lot van zes miljoen vermoorde joden ‘niet misbruikt moet worden om een politiek twijfelachtig en moreel onverdedigbaar beleid te rechtvaardigen.’ In een interview met Trouw zegt Christien Brinkgreve:

Ik ben lang hoogleraar geweest. Maar in dit boek heb ik niets willen uitleggen, ik geef ook geen tips, ik wilde die destructieve en vitale krachten zelf verkennen. Hoe ontstaat het kwaad? Wat is onze verantwoordelijkheid?

Opvallend is dat ondanks haar ‘lange werkzame leven,’ waarin zij, volgens Trouw, ‘tientallen invloedrijke boeken’ schreef, zij kennelijk nooit de ‘destructieve en vitale krachten’ van het leven had ‘verkend.’ Ik vrees zelfs dat Brinkgreve nog steeds niet het kwaad serieus heeft bestudeerd. De recensent van de NRC constateerde:

Soms krijg je het gevoel dat ze met die grote greep boven haar macht reikt. Steeds constateert Brinkgreve dat haar begrip tekortschiet, als ze schrijft over het kwaad dat bedreven werd door de nazi’s… In de loop van het boek keert Brinkgreve zich af van het kwaad. Het maakt haar bang, zoals ze eerlijk toegeeft.

Opmerkelijk is tevens dat zij nog steeds de nazi’s als maatstaf gebruikt voor het kwaad in de wereld,  » Lees verder